Reisverslag

Egypte

van 12 t/m 26 april 2007


 


 

 

 

Donderdag 12 april

 

s Ochtends nog de koffers gepakt en een brief aan Emma en Annemiek geschreven. Jenny doet nog wat laatste boodschapjes. Omdat de auto naar de garage moet hebben we besloten in Uitgeest op de trein te stappen om naar Schiphol te gaan. Piet Sanders wil ons niet met de koffers laten sjouwen en zet ons dus keurig voor het station af. Via Sloterdijk zijn we om half twee al op Schiphol. We eten daar nog een broodje en om 3 uur kunnen we inchecken. Eén keer achter de douane heb je eigenlijk gelijk al het vakantie gevoel. We kijken wat rond in de winkeltjes en bezoeken natuurlijk ook weer het museum. Langzamerhand wandelen we naar gate B12 waarvandaan ons vliegtuig vertrekt. We vliegen deze reis met Alitalia en hebben een overstap in Milaan.

Het eerste vliegtuig is een McDonald Douglas 80, gelukkig hebben we veel beenruimte. Ongeveer drie kwartier te laat stijgt het vliegtuig op vanaf de polderbaan. We vliegen over Westpoort, Zaanstad, Muiden, Amersfoort, Doorwerth richting Duitsland. De lucht trekt dicht en alles wat we nog zien is de witte wattendeken onder ons. Boven de Alpen lossen de wolken zich weer op en hebben we een mooi uitzicht op de besneeuwde Alpentoppen.

 

Om acht uur precies landt ons vliegtuig op vliegveld Malpenza in Milaan. We moeten helemaal naar de andere kant van het vliegveld, want we moeten nu met een vlucht die buiten Europa gaat. We eten een Pizza, we zijn ten slotte heel even in Italië. Er staan in de wachtruimte heerlijke relaxstoelen. Dus even met de benen omhoog.

 

Om tien voor tien vertrekt het volgende vliegtuig een Airbus 321 richting Cairo. We worden er met een bus naar toe gereden, want het vliegtuig staat op een uithoek van het vliegveld. Het is een iets groter vliegtuig met wat bredere stoelen en nog meer beenruimte, Om precies tien uur staan we op de startbaan en zitten in een mum van tijd weer hoog in de lucht. Het is inmiddels ook donker geworden. Het is een mooi gezicht al die lichtjes van Milaan onder ons.

 

De vlucht naar Cairo duurt ongeveer 3½ uur vanaf Milaan. We hebben eerst wat turbulentie, het eten wordt hierdoor wat uitgesteld, maar later krijgen we toch een behoorlijk diner, zelfs met een glas wijn (Merlot di Lazio). Het blijft de hele vlucht wat onstabiel in de lucht. Voordat we landen moeten we een kaart invullen, voor de douane.

 

Na de landing zijn we om goed kwart over twee door de douane, opgewacht door onze reisleider voor de komende twee weken, Saad Hafez, een Egyptenaar met ook de Nederlandse nationaliteit. Hij heeft al voor ons visum gezorgd, dat hij in ons paspoort plakt. Ook maken we nu kennis met onze chauffeur en de andere reisgenoten. In drie kwartier rijden we naar ons hotel. We doen de eerste indrukken van Cairo op, zelfs midden in de nacht is het erg druk op straat en zijn er veel winkels open. Op straat allemaal luid toeterende auto’s, de meeste bijna, of helemaal zonder verlichting. Om half vier liggen we in bed in een mooi hotel in Gizeh (Intercontinental).

 

 

Terug naar het begin

 

 

 

Vrijdag 13 april

 

Om half negen worden we gewekt. We hebben maar een kort nachtje van 5 uur gehad, maar zijn toch gelijk goed wakker. Na het douchen hebben we een heerlijk uitgebreid ontbijt, met van alles er op en er aan. Om tien uur vertrekken we met de bus naar de piramides van Gizeh. Na ongeveer een kwartiertje file-rijden zijn we er al. We zien de drie zo bekende piramides gelijk.

 

De eerste Egyptische piramide is ruim 4500 jaar geleden gebouwd als grafmonument voor een Egyptische farao, de toenmalige heerser. Zijn opvolgers volgden hem in deze begraafwijze en zij werden net zoals hun voorganger na hun dood gemummificeerd en met kostbaarheden en persoonlijke bezittingen in het binnenste van een piramide gelegd. In totaal zijn er ongeveer 110 piramiden bewaard gebleven, gebouwd over een periode van ongeveer 1000 jaar.

 

De vroegste vorm van een piramide is de mastaba, een doosvormig bouwwerk waarin belangrijke personen begraven werden. De trappenpiramide van farao Djoser in Sakkara is de eerste stap naar de bouw van echte piramiden.

 

De vorm van de piramiden had waarschijnlijk twee betekenissen:

  1. oerheuvel: volgens één van de overleveringen was de oerheuvel of tumulus het eerste dat ontstaan was uit de chaos/water. De oerheuvel stond voor de schepping en de piramide zou de schepping zijn van het herleven na de dood.
  2. hemeltrap: een 'stairway to heaven': de farao gebruikte de piramide als trap om na zijn dood plaats te nemen tussen de sterren.

 

Archeologische onderzoekingen zouden hebben aangetoond dat diverse elementen in de bouwstijl en de positionering van de piramiden verband houden met de toenmalige godenverering (zonnegod) en dat rekening werd gehouden met de stand van de hemellichamen. Deze theorie is echter controversieel en wordt door egyptologen als piramidologie beschouwd.

 

Tegenwoordig gaat men ervan uit dat de bouw van een piramide grotendeels het werk van professionele bouwlieden was en niet van slaven, zoals Herodotus stelde. Volgens moderne reconstructies waren voor de bouw van een enkele piramide tienduizenden mensen nodig. Enige jaren geleden zijn de resten van een complete stad voor de bouwlieden gevonden nabij het plateau van Gizeh.

 

De Egyptenaren van de vierde dynastie hebben nooit opgeschreven hoe ze de grote piramiden gebouwd hebben. Aanwijzingen kunnen worden gehaald uit sommige tekeningen, zoals die uit de twaalfde dynastie waarop kan worden gezien dat water wordt gegoten voor een soort slede. Dit zou kunnen aantonen dat men de slede over natte klei kon voorttrekken om de blokken aldus te transporteren.

 

Er zijn erg veel opdringerige verkopers en heel veel bewaking door de toeristenpolitie . Vreemde beelden van vervoersmiddelen van duizenden jaren geleden en de moderne naast elkaar.

 

Het is niet duidelijk wat de oorsprong is van de sfinx van Gizeh en wie precies de makers waren. In 1817 werd een eerste poging gedaan de sfinx uit te gegraven door kapitein Giovanni Caviglia. Bij deze poging werd een deel van het lichaam blootgelegd. In 1925 werd de sfinx volledig uitgegraven.

 

Opvallend aan de sfinx is dat het hoofd in verhouding (kleiner) is met de rest van het lichaam. Er is dan ook een theorie dat het oorspronkelijk een veel groter en ouder beeld was, wat door erosie zo was aangetast dat er toen een nieuw hoofd is uitgehakt.

 

De grote sfinx ten zuiden van de Grote Piramide, vlak bij de daltempels van de piramide van Chefren, was mogelijk bedoeld als de wachter van de dodenstad. Vermoedelijk is hij tijdens het bewind van Chefren uit een stuk rots gebouwd dat nog was overgebleven nadat de rest van de stenen al voor de Grote Piramide was gebruikt. De kop is nu ernstig beschadigd. Een theorie is dat de gelaatstrekken waarschijnlijk van Chefren zijn. De inscriptie op de grote granieten droomstèle, een meestal uit één stuk steen of hout gehouwen tablet of pilaar, met daarin een in reliëf gebeeldhouwde voorstelling en/of tekst, vermeldt hoe een prins, de latere Tutmoses IV, eens na de jacht bij de sfinx lag te slapen en droomde dat de sfinx hem toesprak en hem de troon beloofde als hij hem uit het zand zou graven. Ook staat er een woord op deze stèle welke bijna precies overeen komt met de naam Chefren. Echter deze letters zijn niet geschreven in een cartouche. Alle faraonamen uit het oude Egypte werden geschreven in een cartouche (naam label). Het is daarom zeer onwaarschijnlijk dat deze letters de naam van de bouwer van de sfinx bevatten. De sfinx wordt door orthodoxe egyptologen geschat op ca 2620 v.C. De reden voor deze datering schuilt in het feit dat de sfinx wordt toegeschreven aan Chefren. Verder is er geen enkele aanwijzing dat de sfinx rond 2620 v.C. gebouwd is. Het probleem met de datering van stenen objecten schuilt namelijk in het feit dat er geen C-14 (koolstof) datering op verricht kan worden. Dit omdat koolstof alleen voorkomt in organismen die ooit geleefd hebben.

 

We bezoeken ook de plaats waar de farao’s gemummificeerd werden. De mummificatie gebeurde in een plaats met de naam Mooi Huis. Dit was meestal een tent, want hier bleef de lucht langer fris. Hier in Gizeh is het een prachtig stenen gebouw met albasten vloeren. Het lichaam werd op een houten, of stenen tafel gelegd. De Egyptenaren gebruikten geen massieve tafels. Dat was makkelijker als ze de windsels om het lichaam moesten doen. Alle zachte weefsels zoals de hersenen en interne organen werden verwijderd. De hersenen werden verwijderd met een kleine haak die men (meestal) via het linkerneusgat naar de hersenen bracht. Ook gebruikten ze het linkeroog. Dan roerde de balsemer met de haak door het hoofd heen tot de hersenen pulp waren geworden. Dan liet hij ze in een bak druipen, en waarschijnlijk werden de laatste resten door naspoelen met palmwijn verwijderd. De schedel werd dan opgevuld met natron en gips. Het hoofd van Toetanchamon was gevuld met hars. De organen werden er via een snee in de rechterzij uit gehaald. De holten werden gewassen en werden dan volgepakt met natron. Het lichaam werd in een stapel natron begraven. De darmen, de longen, de lever en de maag werden gewassen in palmwijn en afzonderlijk bewaard in Canopen (kruiken) en werden door de vier zonen van Horus beschermd. Deze vazen werden ook begraven en ze waren vaak uitbundig versierd. Beroemd zijn de canopen van Toetanchamon. Het hart moest in het lichaam blijven zitten, dat had hij nodig bij de ceremonie van het wegen van het hart. Daarna werd het stoffelijk overschot voor 30 dagen in natron gelegd zodat het lichaam uitdroogde. En tot slot werd het lichaam in linnen doeken gewikkeld. Voor het lichaam begraven werd, werd het vaak nog versierd met sieraden en werden er zaden of vruchten meegegeven, vaak tussen het linnen. De mummie werd een masker opgedaan met zijn gezicht van goud. Het masker van Toetanchamon is een van de beroemdste. Het gemummificeerde lichaam werd in een of meer sarcofagen gelegd en daarna begraven (in mastaba, piramide of rotsgraf).

 

We bezoeken hierna een atelier waar ze papyrus verwerken tot papier en het daarna beschilderen. We zien een paar mooie exemplaren, maar ook veel kitsch. We kopen een geschilderde scarabee en een verzamel tekening met onder andere Neferitite.

 

Hierna rijden we weer richting Cairo. Cairo ligt aan de oostzijde van de Nijl en Gizeh aan de westzijde. Het is uitgegroeid tot één grote stad met ’s nachts zo’n 16 miljoen inwoners. Overdag komen er nog eens zo’n 4 miljoen forensen bij. Het is één grote chaotische mierenhoop.

 

We lunchen in een restaurant op een eiland in de Nijl (Gezira). Ook de lunch is hier in Egypte uitgebreid en warm. Ook hier weer een buffet, dus kunnen we allerlei lekkere dingen uitkiezen. We hebben een mooi uitzicht op de skyline van het moderne Cairo.

 

We hebben nog twee uur om het Egyptisch museum te bezoeken. Een groot museum waar je wel twee weken kan rondkijken. We bezoeken, ik denk dat de hele reis wel zo zal zijn, alleen de hoogtepunten. We bekijken voornamelijk de grafschatten van Toetanchamon. Hij was een farao van de 18e Dynastie van het Oude Egypte.

 

Lange tijd werd gedacht dat Nefertiti zijn moeder was, maar men is er tegenwoordig van overtuigd dat Toetanchamon een zoon was van Achnaton bij één van zijn bijvrouwen (vermoedelijk Kiya). Toetanchamon was geen opvallende farao. Zijn beroemdheid is vooral te danken aan het zeldzame feit dat zijn graf, toen het in 1922 door Howard Carter werd gevonden, vrijwel ongeschonden bleek te zijn. Het voor een farao kleine graf bevatte meer dan 3500 kunstvoorwerpen. Toetanchamon was getrouwd met Anchesenamon en was de opvolger van Achnaton, hoewel er tussen hen beiden waarschijnlijk nog een farao Smenchkare geregeerd heeft. Hij was slechts negen jaar oud toen hij farao werd en ook nog erg jong toen hij stierf (ca. 18-19 jaar oud) Hij groeide op in de stad Amarna. Aanvankelijk was zijn naam niet Toetanchamon maar Toetanchaton, naar de Egyptische god Aton, een god zonder gezicht die werd aanbeden nadat Achnaton een drastische wijziging in de godsdienst van het Egyptische rijk had doorgevoerd door het eerste monotheïsme ter wereld in te voeren.

Onder de regering van Toetanchamon keerde Egypte terug naar de traditionele religie van Egypte; de verering van alle oude goden, vooral die van de oppergod Amon, werd in ere hersteld en Toetanchaton nam de naam Toetanchamon aan.

 

Veel rond zijn korte regeringsperiode is nog steeds een raadsel. Het is niet helemaal duidelijk waarom hij zo jong gestorven is. Op basis van tweedimensionale röntgenopnamen suggereerde een Brits team in de jaren zestig een schedelbreuk, wat de hypothese zou staven dat Toetanchamon was vermoord door een klap op het achterhoofd. Latere onderzoeken spreken dit weer tegen. Het is wel duidelijk dat er in zijn tijd grote spanningen waren in Egypte, nadat het religieuze beleid van zijn voorganger Achnaton tot een grote chaos geleid had. Bovendien waren er oorlogen, onder andere met de Nubiërs en de Hittieten. Een paleisrevolutie viel ook niet uit te sluiten.

Het graf van Toetanchamon is Graf DK 62 in het Dal der koningen. De ironie wil dat dit het enige koningsgraf is dat vrijwel ongeschonden is gevonden. Dit komt doordat tijdens de bouw van het graf voor Ramses VI uitgegraven zand op de ingang van het graf van Toetanchamon werd gegooid. Zo bleef deze toegang ongeschonden, tot het graf in 1922 door Howard Carter, Lord Carnavon en zijn mensen werd ontdekt. Het graf maakt ondanks alle pracht en praal een tamelijk haastig bijeengeraapte, en voor een farao bijna armoedige indruk. Het was waarschijnlijk voor iemand anders bedoeld; voor een hogere officier, of een vrouwelijk lid van de faraofamilie.

 

Naar de wens van Howard Carter werd de mummie na grondig onderzoek weer teruggelegd in de sarcofaag van zijn eigen graf. De schat die in Toetanchamons graf gevonden werd is inmiddels wereldberoemd, hoewel het een ontnuchterende gedachte is dat het oorspronkelijk waarschijnlijk een van de minder luxueuze faraograven geweest moet zijn.

 

Om zes uur zijn we weer in ons hotel, we schrijven maar meteen de kaarten, die we in het museum hebben gekocht en doen ze gelijk op de post. Het hotel is schitterend en van alle gemakken voorzien. Om acht uur gaan we dineren, het eten heeft veel weg van dat in Turkije. De voor- en hoofdgerechten gezond en de toetjes dodelijk omdat ze zo zoet zijn. Gelukkig ligt er ook veel fruit, maar toch kunnen we het niet laten overal van te proeven.

 

We liggen al vroeg in bed. De eerste dag is erg vermoeiend. We hebben eigenlijk te veel gedaan en gezien. Maar ja, we willen in deze vakantie toch zo veel als mogelijk zien.

 

De temperatuur is hier heerlijk, net boven de 25° en ook ’s avonds blijft het heerlijk zwoel.

 

Terug naar het begin

 

 

 

Zaterdag 14 april

 

We hebben heerlijk bijna het klokje rond geslapen. We hoeven pas om half elf weg, dus worden we ook pas om 9 uur gewekt. Uiteraard na het douchen weer zo’n uitgebreid ontbijt buffet. Je kunt wel merken dat personeel hier niet zo veel kost. Er lopen zo veel mensen rond die je bedienen, een omeletje, of wafel voor je bakken, enzovoort.

 

We rijden met de bus naar Memphis. Memphis (Egyptisch: Men-neffer) is een oud-Egyptische stad op de westelijke oever van de Nijl, ongeveer 20 km ten zuiden van het huidige Caïro. Memphis werd volgens een aanvaardbare overlevering gesticht door farao Menes, die na de vereniging van Opper-Egypte en Neder-Egypte, hier een vesting en een tempel voor Ptah, de stadsgod van Memphis, bouwde.

 

Memphis was gedurende het gehele Oude Rijk hoofdstad van Egypte (tijdens het Middenrijk en het Nieuwe Rijk was Thebe de hoofdstad). Memphis werd na de verwoesting van Thebe in 663 v. Chr. opnieuw de voornaamste stad van Egypte. Het werd later overvleugeld door Alexandrië, maar bleef belangrijk tot de verovering van Egypte door de Arabieren, die in 641 na Christus hun hoofdstad stichtten te Foestat (oud-Caïro), ten noorden van Memphis.

 

Meer dan drie duizend jaar lang was Memphis een van de belangrijkste steden van Egypte. Het toenemende belang van andere steden en jaren van voortdurende vernieling maakten samen met de jaarlijkse overstroming van de Nijl de eens zo bloeiende stad nagenoeg volledig met de grond gelijk. Nu is er eigenlijk niet veel meer dan een soort open lucht museum over.

 

Het museum is om een groot liggend beeld van Ramses II heen gebouwd; een open gebouw met één verdieping, een omloop om het beeld van alle kanten goed te kunnen bekijken. Nog meer andere beelden staan daar, zo zien we er ook een beeld van Bes, een huisgod, voorgesteld als een dwerg met een monsterachtig gezicht. Buiten in het open terrein staat de bekende Albasten Sfinx.

 

Daarna rijden we naar Sakkara. Het graf dat we daar bezoeken is de mastaba van Mereroeka. Mereroeka was de vizier van farao Teti, hij was trouwens ook zijn schoonzoon. De mastaba bestaat uit 32 kamers en beslaat bijna 1000 vierkante meter. Mereroeka werd er begraven evenals zijn vrouw, de dochter van de farao, en hun zoon Meretiti. We krijgen uitgebreid toelichting bij de verschillende reliëfs. Er is gelukkig op de meeste plaatsen voldoende daglicht. In de grootste zaal van het graf zien we een beeld van de overledene, ervoor de offerplek. Op het terrein wordt ook hier aan de ingang gewaakt, overal waar we komen is dat zo. Hier zijn ook nog wachters, net als in Gizeh, met kamelen op de zandheuvels. Direct na Mereroeka bekijken we de piramide van Teti uit de Zesde Dynastie. De bovenbouw is half vergaan, de piramidevorm ervan is nog maar nauwelijks herkenbaar.

 

Met de bus gaan we een klein stukje verder naar het complex van Djoser, het oudste stenen bouwwerk van de wereld. We betreden het terrein door een poort die deel uitmaakt van een gereconstrueerd deel van de muur die vroeger het hele terrein – meerdere hectaren groot – omringde. Er is daar een zuilenhal gebouwd met nissen. Hierin stonden van oudsher de beelden van de goden van de verschillende provincies van Egypte, aan wie geofferd werd voordat men het tempelcomplex betrad. Het geheel is een reconstructie van Franse architecten.

 

Het hoofdgebouw is de trappenpiramide, ontworpen door Imhotep, de architect die later vergoddelijkt werd, eigenlijk een aantal mastaba’s opeengestapeld. Zes lagen, de uiteindelijke hoogte bedroeg zeventig meter. Duidelijk is te zien hoe het ontwerp meerdere keren vergroot werd. Rechts ervan was een hal voor het heb-sed feest, waarin de farao een rituele strijd met een stier aanging. Als hij voldeed, mocht hij Egypte weer voor een bepaalde periode regeren. Oude farao’s, sommigen werden echt ouder dan negentig, voerden het ritueel in hun jonge jaren gelijk maar een paar keer uit, uit vrees dat het ze later niet meer zou lukken! De triomferende farao tooide zich na afloop met de staart van de stier.

 

We lopen rond de piramide en aan de andere kant staan we werkelijk aan de rand van de woestijn. Probeer je een zandvlakte voor te stellen, die doorloopt van daar tot aan Marokko!

 

Dankzij onze reisgids  kunnen we van een afstand nog  meer piramides identificeren, namelijk die bij Dahsur in de verte en vlak voor ons de piramide van Oenas, de laatste farao van de vijfde dynastie, op de derde van de vier hoeken van het terrein. Op de laatste lange zijde zien we dan nog een heel diepe, brede schacht met het graf van Amontefnacht, wonderlijk hoe ze die gemaakt hebben. Er is nog een andere schacht er naast die met de eerste in verbinding stond en er voor moest zorgen dat eventueel door rovers weggegraven zand direct weer aangevuld werd.

 

Onderweg naar het restaurant bezoeken we een tapijtschool. Kinderen vanaf 8 jaar worden hier opgeleid. Er is een leerplicht in Egypte tot 12 jaar. De kinderen hier werken zo’n 3 uur en gaan daarna naar school. Helaas is er geen controle op die leerplicht, dus wordt die leerplicht niet overal even serieus genomen. De kwaliteit van de kleden is lang niet zo goed als in Iran en Turkije.

 

Jan is jarig dus bellen we hem op. Een heel eind van Holland, maar toch zijn de mobiele gesprekken net zo duidelijk als in Nederland.

 

We lunchen laat in een restaurant waar we worden verwelkomd door een aantal vrouwen die in een buitenoven brood voor ons aan het bakken zijn. Er is voor ons allerlei soorten vlees geroosterd, met van alles erbij aan groenten en sausjes. Volgens onze gids zijn het allemaal traditionele gerechten. Ook is er een man bezig flesjes met gekleurd zand te vullen. Op een kunstige wijze maakt hij er voorstellingen in. Hij heeft aan het reisgezelschap goede klandizie.

 

Met onze meeste reisgenoten hebben we inmiddels wat meer kennis gemaakt. Bij iedere reis is dat toch een verrassing. We kunnen het nu al wel zeggen: we hebben een leuke groep; iedereen heeft interesse in de ander en er is niemand die buiten de boot valt. Wel zijn we weer één van de jongste stellen, maar ja dat heb je als je buiten het seizoen op vakantie gaat.

 

De terugreis gaat ook weer goed. We hebben groot respect voor onze chauffeur Mustafa, die ons door het verkeer, dat een super chaos is, leidt. Het is een wonder dat er nog enige beweging in dat verkeer zit. Alles rijdt door elkaar heen. Verkeerslichten zijn er wel, maar iedereen rijdt ook bij rood gewoon door. Ezelskarretjes rijden aan de verkeerde kant van de weg. Het is ook dan geen wonder dat bijna voorin iedere auto een koran op het dashboard ligt. Cairo groeit helemaal uit zijn voegen. We zien veel bouwwerken die half af zijn en die al weer aan het vervallen zijn. Het is triest dat er in dit ontwikkelingsland zo veel energie en geld verloren gaat op deze manier.

Om goed vier uur zijn we al weer in het hotel. We gaan lekker even zwemmen. Het hotel heeft een schitterend zwembad. Het water is wel wat aan de frisse kant, maar toch is het heerlijk als je er eenmaal door bent. Saad, onze reisleider roept om half acht iedereen bij elkaar om te overleggen over de rest van het programma van de komende weken. Het Nederlands van Saad is niet al te best en hij maakt opmerkingen die iedereen niet zo kan waarderen. Het lijkt wel of hij zichzelf heel leuk vindt. Wij vinden dat hij zijn huiswerk niet al te goed heeft gedaan. Het gezelschap weet eigenlijk meer feiten over alle bezochte bezienswaardigheden. Jenny heeft een beetje last van haar buik (overgeven en diarree). Omdat we zo laat de lunch hebben gehad besluiten we maar niet te dineren.

 

We werken de website bij en bekijken onze mail. Het heeft wel wat voeten in de aarde, maar uiteindelijk lukt het toch. De rest van de avond brengen we op de kamer van ons hotel door, met lezen, schrijven en tv kijken.

 

Een iets minder vermoeiende dag als gisteren, maar wat hebben we al een boel gezien. Een land met een groots verleden.

 

 

Terug naar het begin

 

 

 

Zondag 15 april

 

We hebben een beetje een onrustige nacht. Jenny is ’s ochtends gelukkig wel weer opgeknapt. Om 9 uur zitten we aan het ontbijt. Het is weer heerlijk weer. En we hebben op televisie gezien dat het in Nederland eigenlijk net zo warm als hier is.

Met de bus rijden we door Cairo. Zoals ik al eerder schreef een stad die kompleet uit zijn voegen is gegroeid. Er doen zich dan ook grote problemen voor. Door de grote woningnood bouwen veel eigenaars illegaal verdiepingen op hun flats. Daar zijn die gebouwen meestal niet op berekend en het gebeurt dan ook geregeld dat een hele flat instort.

 

In de zuidelijke buitenwijk ligt de Dodenstad. We rijden er met dus bus over de snelweg dwars door heen. Oorspronkelijk was het een uitgestrekte begraafplaats, waar rijke families huizen bouwden op het graf van hun overleden verwanten. Tegenwoordig zijn de graven in gebruik als gewone woonhuizen.

 

Caïro telt meer dan 500 moskeeën, en wordt daarom ook vaak de stad met de duizend minaretten genoemd. De meest opvallende is de moskee van Mohammed Ali, de blikvanger van de Citadel van Saladdin. De Moskee, die met haar koepels en 80 meter hoge minaretten de skyline van Cairo beheerst bezoeken we vandaag. De gebedsplaats is tussen 1824 en 1857 onder leiding van een Griekse architect Yoesoef Boesjnaq naar het voorbeeld van de Blauwe Moskee in Istanbul gebouwd. Mohammed Ali, de vader van het moderne Egypte, liet de vroegere paleizen in het zuidelijke gedeelte van de Citadel afbreken om plaats te maken voor de moskee die zijn naam zou gaan dragen.

 

De moskee wordt ook wel de 'albasten moskee' genoemd omdat zij voor een groot deel met dat materiaal bekleed is. De ingang aan de noordoostzijde geeft toegang tot de binnenplaats. Hier staat een mooie barokke fontein waar de gelovigen zich wassen en reinigen voor het gebed. De eigenlijke moskee betreed je door de poort aan de noordwestkant. De in Byzantijnse stijl uitgevoerde centrale koepel, met aan iedere kant vier halve koepels, rust slechts op vier pijlers. Een reusachtige luchter trekt meteen de aandacht. De overdadig versierde moskee heeft twee minbars (preekstoelen). De houten met bladgoud versierde minbar is de oudste en staat rechts van de mihrab (gebedsnis). Koning Faroek zou de nieuwe albasten minbar in 1939 hebben geschonken omdat de oude zodanig geplaatst was, dat de sprekers slecht verstaanbaar waren. De tombe van Muhammad Ali ligt direct rechts van de ingang, in een zijruimte achter een verguld hekwerk.

 

Buiten de moskee hebben we een mooi uitzicht over Cairo. Het is altijd heiig door de smog, die als een deken over Cairo ligt.

 

Cairo heeft ook een andere kant, of eigenlijk, meerdere kanten. Net buiten het centrum lijken we in een compleet andere wereld te zijn. Het oudste deel van de stad vormt het Koptische gedeelte.

Kopten zijn christenen en menen directe afstammelingen van de oude Egyptenaren te zijn. We lopen hier door smalle steegjes, kleine binnenplaatsen en langs kerken. De wijk is omringd door muren waarbinnen een aantal oude Koptische kerken staan, maar ook de allereerste moskee en een synagoge

 

Opvallend is dat de drie op bouwkundig gebied veel overeenkomsten hebben. De al Muallaqa (‘hangende kerk’) is de mooiste en bekendste kerk, die we bezoeken.

 

Het Koptische deel van de stad was de basis voor de hedendaagse miljoenenstad van nu. De Romeinen bouwden op deze plek het fort Babylon, nadat ze Egypte hadden veroverd van Cleopatra. Toen de Romeinen Egypte hadden overgenomen werd de oude Egyptische godsdienst waaraan mensen waren gehecht vervangen door het Romeinse godenpantheon. Het christendom werd langzaam populairder, omdat de Romeinen het oude Egyptische geloof verboden en omdat het overeenkomsten had met het oude Egyptische geloof. In de ogen van veel mensen leken Jezus en Maria op de Egyptische goden Horus en Isis. Toen het christendom steeds dominanter werd besloot de keizer die toen aan de macht was, keizer Diocletianus, de Christenen te gaan vervolgen. In het jaar 323 werd onder koning Constantijn het christendom de officiële religie van het Romeinse Rijk.

 

De kleine joodse gemeenschap speelde vroeger een belangrijke rol in Egypte, maar is door de eeuwen heen geslonken. We bezoeken de prachtig gerestaureerde Ben Ezra synagoge, dit is de oudste synagoge van het land. In de 19e eeuw waren er naar schatting 5000 joden in heel Egypte, waarvan het merendeel in Cairo woonde. In de jaren ’60 van de 20ste eeuw leefden er nog slechts 2600 joden in het hele land en tegenwoordig is het aantal bijna op één hand te tellen.

 

We rijden weer terug naar Gizeh om te lunchen. Net als iedere keer veel te overdadig. Het is maar goed dat we ook nog redelijk wat lopen anders groeien we hier in veertien dagen tijd nog dicht.

 

Na het eten gaan we naar de Souk (bazaar), die erg gericht is op toeristen. De verkopers proberen op allerlei manieren je aandacht te trekken en je hun zaak in te lokken. Niet op een leuke manier, maar erg drammerig en vasthoudend. We hebben ongeveer een half uur om daar rond te kijken. Dan gaan we op weg naar het station, want onze trein naar Aswan vertrekt als alles goed is om acht uur. Het mag een wonder genoemd worden dat de chauffeur de bus op tijd bij het station krijgt. Mustafa is gisteren met “onze” bus al naar Aswan vertrokken een goede 950 kilometer over niet al te goede wegen.

 

De trein vertrekt inderdaad redelijk op tijd. We krijgen een tweepersoons couchette. De purser komt al snel met het diner langs, we nemen er een flesje wijn bij, want het wordt een lange reis. De verwachting is dat de trein morgen om een uur of negen in Aswan zal zijn. Het is een beetje een vliegtuig diner, maar we hebben toch niet zo veel trek omdat we vanmiddag nog laat hebben geluncht. De trein heeft ook een bar met bijna het hele gezelschap drinken we nog een slaapmutsje.

 

Om elf uur worden de bedjes uitgeklapt en kruipen we onder de wol. De trein maakt erg veel lawaai en wiebelt ook nogal. Als de trein dorpen en stadjes passeert rijdt hij langzaam. Ook hier is midden in de nacht nog veel bedrijvigheid. In winkeltjes en werkplaatsen wordt nog gewerkt.

 

Terug naar het begin

 

 

 

Maandag 16 april

 

Om goed negen uur rijdt de trein het station van Aswan binnen. Jenny heeft prima geslapen; de rest van het gezelschap dus niet. Ik ben wel 10 keer wakker geweest. De trein is, vooral voor Egyptische begrippen keurig op tijd.

Mustafa staat ons al met de bus op te wachten. We rijden meteen naar het hotel, waar we een welkomstdrankje krijgen. We moeten een half uurtje op onze kamer wachten, omdat ze nog bezig zijn met schoon maken. Het is weer een mooi hotel, we hebben een mooie kamer met balkon die uitziet over de Nijl. Jenny gaat zich gelijk maar even douchen en ik doe een klein tukje. Je kunt aan de temperatuur wel merken dat we de tropen aardig beginnen te naderen. Het is ruim boven de 30°C. Om twaalf uur lunchen we. Dit keer vegetarische kebab, allerlei gefrituurde en geroosterde groenten met rijst.

 

Om half één schepen we in. We gaan met een faluka op de Nijl zeilen. We gaan op weg naar het eiland Elephantine, vlakbij het eerste cataract.

Het woord cataract is afgeleid van het Latijnse woord cataracta dat waterval betekend. De naam wordt gebruikt voor de zes cataracten in de Nijl die in Nubië lagen. De eerste cataract was gelegen bij het eiland Philae (Aswan) en vormde de grens met Egypte.

De cataracten zijn echter geen watervallen in de gewone betekenis, maar zijn eigenlijk stroomversnellingen en obstakels in de rivier, zodat ze moeilijk bevaarbaar zijn.

De Nijl werd ingedeeld volgens cataracten en werd vaak ter verwijzing gebruikt door farao's om de expansie van hun rijk naar het zuiden aan te duiden. Zo veroverde Tutmoses I land in Nubië tot de vierde cataract. Zijn kleinzoon Tutmoses III breidde de Egyptische macht zelfs uit tot voorbij de vierde cataract.

 

De lengte van Elephantine is ongeveer 1,2 km en het is op het breedste punt ongeveer 400 meter.

Het eiland stond bij de oude Egyptenaren bekend als Abu of Yebu, en het ligt op de grens tussen Egypte en Nubië. Het eiland was een ideale plek voor de verdediging van een stad, en het was een populaire plek voor handelaren die de rivier gebruikten.

 

Volgens de Egyptische mythologie was Elephantine de plaats waar Chnoem, de god van de cataracts met het hoofd van een Ram, verbleef. Hij hield het water van de Nijl in bedwang vanuit de grotten onder het eiland. Er is een Nilometer om de hoogte van de overstroming te meten.

Op het eiland zijn nu drie dorpen, die door Nubiërs worden bewoond.

 

De oude Nubische koninkrijken bevonden zich langs de Nijl, ongeveer tussen het eerste en zesde cataract. Tegenwoordig wonen de meeste Nubiërs boven Aswan, rond Wadi Halfa en rond Dongola.

 

Tegenwoordig is Nubië een gebied in het zuiden van Egypte en in het noorden van Soedan. In oude tijden was het echter een onafhankelijk koninkrijk en vazalstaat van Egypte.

In klassieke tijden was het gebied onder de controle van Kush, een koninkrijk dat verbonden was met het oude Egypte. Kush nam dan ook vele Egyptische gebruiken over, inclusief het geloof en de piramides. Het Koninkrijk Kush bleef langer bestaan dan Egypte, en werd nooit overwonnen door het Romeinse Rijk.

Tijdens deze Romeinse periode werden de verschillende delen van het rijk verdeeld in kleinere gebieden met aparte leiders of generalen, die elk kleine legers huurlingen onder zich hadden. Ze vochten allemaal onder elkaar, waardoor het hele gebied erg kwetsbaar werd voor aanvallen van buitenaf

Op een bepaald moment werd Kush overwonnen door de Noba-volkeren, waarvan de naam Nubië werd afgeleid. De Romeinen noemden vanaf dan het gebied Nobatae.

 

Rond 350 werd het gebied overgenomen door Axum, een Ethiopisch koninkrijk. Het rijk viel echter uit elkaar, en drie kleinere koninkrijken kwamen in de plaats: Nobatië in het noorden, Makurië (hoofdstad Dongola) in het midden, en Aloda in het zuiden.

Het gebied werd bekeerd tot het christendom, maar begon zich vanaf 719 van de Grieks-orthodoxe Kerk af te keren, en nam het Koptisch christendom aan als staatsgodsdienst.

 

Tegen de 7e  eeuw was Makurië de dominante macht in het gebied geworden. Het was dan ook sterk genoeg om de zuidelijke uitbreiding van de islam tegen te houden nadat de Arabieren Egypte hadden overgenomen. Na enkele mislukte invasies van Egypte sloegen de nieuwe leiders een verdrag met Dogomba zodat handel mogelijk werd. Het verdrag hield 600 jaar stand. De instroom van Arabische handelaars zorgde er echter voor dat de regio zich traag maar zeker bekeerde tot de islam. Rond 1350 werd de centrale kerk van Dongola omgebouwd tot moskee.

 

In de 14e  eeuw viel de Dongolaanse regering in elkaar, en het gebied werd opnieuw gedomineerd door Egypte. Gedurende de volgende eeuwen werd het gebied gedeeltelijk overgenomen door andere landen, en andere gebieden werden kleine koninkrijkjes. Noord-Nubië kwam onder de controle van Egypte, en de rest van het gebied werd geannexeerd door Mehemet Ali in het begin van de 19e  eeuw. Het gebied werd later een Engels-Egyptisch condominium.

Aan het einde van het kolonialisme in het gebied werd Nubië verdeeld tussen Egypte en Soedan.

 

Veel Egyptische Nubiërs moesten verhuizen na de aanleg van het Nassermeer door de Nijl af te dammen bij Aswan. Nubische dorpjes kunnen nu gevonden worden ten noorden van Aswan en op de westoever van de Nijl. Ook in grote steden leven vele Nubiërs.

Het verhaal van Nubië wordt nog vaak in verhalen verwerkt. Denk maar aan de opera Aïda, waar de kroonprinses van Nubië verliefd wordt op de Egyptische legeraanvoerder. Een verboden liefde.

In één van de dorpjes drinken we een kopje thee. Natuurlijk komt er ook gelijk allerlei handelswaar op tafel. Na de thee gaan we weer aan boord, dit keer met een motorboot, omdat we het natuurpark gaan bezoeken; een soort Biesbos rondom de stroomversnellingen. Het is een mooie tocht, waarbij we veel vogels zien. Jongetjes in piepkleine bootjes klampen zich zo nu en dan vast aan de boot om voor wat geld een liedje te zingen.

 

Langs de oever van de Nijl zien we het mausoleum van Aga Khan en de ruïnes van het Koptische klooster van St. Simeon. Ook zien we de ingangen van de graven van de edelen. Om kwart voor vijf leggen we weer aan. We hebben een pauze tot zeven uur.

 

Naast het hotel staan allemaal beelden er is verleden maand een wedstrijd geweest. We hebben dus mooi even de tijd om die te bekijken. Het zijn mooie beelden, de meeste geïnspireerd door de oudheden. Er is een grote politiepost met nu ook weer wel vijf zwaarbewapende politiemannen. Twee zitten in de auto te dutten, één staat achter een gepantserd scherm en twee andere lopen wat heen en weer. Ik vind het geen prettig gevoel zo veel bewaking overal. Saad onze reisleider zegt wel iedere keer dat het werkverschaffing is en dat het niets voorstelt. Het lijkt in elk geval wel serieus. De politiemannen letten nauwelijks op ons.

 

In dit hotel hebben we een prima diner, heel gevarieerd en lekker klaargemaakt. Vooral de toetjes zijn hier voortreffelijk. Na het eten gaan we naar de Souk (bazaar), vlak bij het station waar we vanmorgen zijn aangekomen. Hier weer hetzelfde liedje als bij de bazaar in Cairo. Net zulke opdringerige verkopers, die alles voor niets willen geven. Ook dezelfde spullen, echt Egyptisch handwerk gemaakt in China.

 

Na terugkomst checken we nog onze mail en zetten onze reiservaringen op onze web-log. We krijgen regelmatig een sms-je van Jannie. Ze stellen ons gerust, in Holland gaat alles gelukkig zijn gangetje.

 

Het hotel heeft een mooi dakterras, daar drinken we nog een biertje. Aswan ligt aan onze voeten. De moskee en het Nubisch-museum zijn mooi verlicht. Ook de sterrenhemel is prachtig. We hebben alleen de hele tijd dat we in Egypte zijn de maan nog niet gezien.

 

Om elf uur gaan we naar bed. We zijn behoorlijk moe, want ik heb de afgelopen nacht in de trein ook bijna geen oog dichtgedaan. Morgen gaan we naar Aboe Simbel.

 

Terug naar het begin


 

 

Dinsdag 17 april

Weer lekker bij geslapen. We moeten weer in- en oppakken, na het ontbijt vertrekken we om negen uur naar de nieuwe Hoge Aswandam en de oudere Lage Aswandam, twee dammen die de Nijl bij Aswan in Egypte afsluiten.

 

Vroeger overstroomde de Nijl elk jaar in de zomer. Deze overstromingen lieten vruchtbaar slib achter op de oevers van de Nijl, waardoor de bodem ideaal was voor landbouw. Wanneer echter het water te hoog kwam kon de gehele oogst vernield worden, terwijl in een jaar waar de overstromingen minder erg waren er een hongersnood plaatsvond. Deze overstromingen waren dan ook zo onvoorspelbaar dat het nodig werd geacht om ze beheersbaar te maken met een dam.

 

De Britten begonnen in 1899 aan de constructie van de lage dam, die werd afgewerkt in 1902. De dam was 1900 m lang en 54 m hoog. Het oorspronkelijke ontwerp werd al snel niet voldoende geacht, en de dam werd twee keer verhoogd, van 1907-1912 en van 1929-1933.

 

Toen de dam bijna overstroomde in 1946 werd besloten om 6 km stroomopwaarts een nieuwe dam te bouwen. Het plannen van de bouw begon in 1952, net na de machtsgreep van Nasser. De Verenigde Staten boden miljarden hulp aan, maar dit aanbod werd ingetrokken in 1956 toen Egypte de Volksrepubliek China officieel erkende. De Egyptische regering ging toen alleen verder met het project. De Sovjet-Unie bood hulp aan om zo voet aan de grond te krijgen in Afrika. Ze gaven Egypte ook zware machines en technici. De enorme dam werd ontworpen door het Russische Zuk Hydroprojectinstituut. Om deze samenwerking te herdenken werd er een groot kunstwerk bij de dam gebouwd, dit kunstwerk heeft de vorm van een lotusbloem, met daarin een tandwiel.

 

De constructie van de dam begon in 1960 en werd afgewerkt op 21 juli 1970. Het reservoir begon zich te vullen na de afwerking van de eerste fase in 1964. Het hierdoor gevormde Nassermeer was voor de eerste keer volledig gevuld in 1976. Het reservoir verplichtte duizenden mensen te verhuizen, en ook archeologische sites (zoals Aboe Simbel) moesten verplaatst worden.

 

De Hoge Aswandam is 3600 m lang, 980 m breed aan de basis, 40 m breed aan de bovenkant, en is 111 m hoog. Maximaal 11.000 m³ water kan per seconde door de dam worden gesluisd. De dam produceerde tegen 1998 15% van de totale Egyptische elektriciteit. Hierdoor konden verschillende dorpjes voor het eerst van elektriciteit worden voorzien. Er ontstond een visindustrie rond de meren, en de gevaarlijke overstromingen of droogten kwamen niet meer voor.

 

Het afdammen van de Nijl zorgde echter ook voor problemen. Het reservoir is aan het dichtslibben, en zal binnen vijfhonderd jaar een slibvlakte geworden zijn.

 

De Nijldelta zal uiteindelijk eroderen aangezien de oevers niet meer worden versterkt met nieuw slib. Het noordelijke deel van de Nijl zal brak worden, waardoor de hele regio onmogelijk meer gebruikt zal kunnen worden voor landbouw. De delta zelf heeft al het grootste deel van zijn vruchtbaarheid verloren door het gebrek aan vers vruchtbaar slib. De productie van bakstenen, waarvoor modder uit de delta wordt gebruikt, is aan het stilvallen. De erosie van de kustlijnen langs de hele oostelijke Middellandse Zee is aan het versnellen.

Om de bodem toch nog vruchtbaar te houden worden jaarlijks enorme hoeveelheden kunstmest gebruikt, waardoor de bodem zwaar vervuild raakt. Verkeerde irrigatie zorgt voor een enorme verzilting van de bodem, een probleem dat nog eens versterkt wordt door het alsmaar verzilten van het Nijlwater. Het hele ecosysteem in de Nijl is aan het uiteenvallen.

 

Erg veel is er niet te zien, maar het monument is prachtig, met veel reliefs over de geschiedenis van de Nijl en de bouw van de dam. Het is toch interessant om hier geweest te zijn. We gaan terug naar Aswan. Onze bus, samen met andere voertuigen verzamelen zich op een plein om als konvooi naar Aboe Simbel te rijden. In de bus zit nu ook een bewapende militair. Het is een drie uur durende busreis door de Libische woestijn. Ik heb mijn mp3-speler meegenomen en dat komt nu goed uit. Vreemd zo midden in de woestijn luisteren naar Stef Bos en Paul de Leeuw. We zien allerlei fata morgana’s van meren en piramides. Wat zal er in Egypte nog allemaal onder het zand verstopt zitten?

Mustafa heeft voor iedereen voor een lunchpakket gezorgd, een grote tas vol met van alles en nog wat.

 

Als we in Aboe Simbel aankomen, checken we eerst in in ons hotel (Nefertari Hotel). Het geheel ziet er wat vervallen uit. Het hotel ligt wel vlak naast de tempels, die we gaan bezoeken.

 

De twee tempels werden uit de bergwand gehakt in opdracht van Ramses II in de 13e eeuw v. Christus om zijn Nubische buren onder de indruk te brengen, en om zichzelf en zijn koningin Nefertari te eren.

 

Tussen 1964 en 1968 werden beide tempels in grote blokken gezaagd en opnieuw opgebouwd op een locatie die 65 meter hoger lag, en 200 meter verder van de rivier. Hiertoe werd op deze plek een tweetal grote betonnen koepels gebouwd, aan de buitenkant bekleed met natuurlijke steen, waar de tempels in feite in werden geschoven. Ze zien er nu dus nog steeds uit alsof ze uit de rotsen zijn gehouwen. De tempels werden verhuisd om ze te redden van het rijzende water van het Nassermeer.

 

Het is erg rustig op de site, we hebben dus alle tijd om alles rustig te bekijken. Het is wel erg warm hier, boven de 40°C. We zitten dan ook in de tropen. We wandelen dan ook weer rustig naar het hotel, we zonnen en zwemmen nog wat voor het eten. Nu eens geen buffet, maar we kunnen kiezen tussen kip en vis. Ook deze avond maar weer eens op tijd naar bed. Dat willen we ook wel, want het kost wat energie om al die indrukken te verwerken.

 

Terug naar het begin

 

 

 

Woensdag 18 april

 

Om 7 uur worden we gewekt, het bekende ochtendritueel: douchen, pakken en ontbijten. Om half negen vertrekken we naar het konvooi. Deze keer stellen de veiligheidsmaatregels niet zo veel voor. Saad vertelt dat hij iedere keer als we naar een andere plek vertrekken dit moet melden en dat onderweg gecontroleerd wordt bij de checkpoints of we nog op schema zitten. Een hele stoet vertrekt deze keer veel grote en kleine bussen. Er zijn al groepen om 3 uur uit Aswan vertrokken om de tempels te bezoeken. Voor hen is het wel een hele zit, 3 uur heen, even rondkijken en weer drie uur terug door de woestijn. Ook nu weer een tamelijk saaie rit. Om half één zijn we weer terug in Aswan en schepen in op het Nijl-cruiseschip “Liberty”. De hut is heel anders dan we ons voorgesteld hadden. Het is eigenlijk gewoon een mooie hotelkamer, zelfs met een eigen balkonnetje. Om één uur hebben we een uitgebreide lunch, alles ziet er weer prachtig en lekker uit, dat belooft nog wat de komende dagen.

 

Om half drie stappen we weer in de bus voor onze excursie naar Philae. We rijden naar een aanlegsteiger net voorbij de lage dam. Met een watertaxi worden we naar het eiland vervoerd. Voordat we de boot op gaan krijgen we uitgebreide politiecontrole en als we van de boot afkomen ook weer.

Eigenlijk gaan we naar het eiland Agilka, hier staan een aantal schitterende tempels. Oorspronkelijk stonden ze op het 300 meter verderop gelegen eiland Philae, dat al bij de bouw van de eerste Aswandam geheel onder water was verdwenen. Op Philae vond Isis volgens de legende het hart van haar man Osiris. Osiris was vermoord door Seth, die zijn lichaamsdelen over heel Egypte verspreidde.

 

De Ptolemeëen bouwden hier de tempel ter ere van Isis, net als op alle andere plekken waar zij de resten van haar man had gevonden tempels zijn gebouwd.

 

De Romeinen voegden de poort van Hadrianus en de nooit voltooide kiosk (de kleine zuilentempel) van Trajanus aan het tempelcomplex toe. De Isistempel en de overige gebouwen op Philae werden net als de tempels van Abu Simbel tussen 1972 en 1980 afgebroken en weer opgebouwd op de huidige locatie, zo’n 400 meter naar het westen, op een ander eilandje dat wel bij hoogwater droog blijft. Het geheel ligt 7 km ten zuiden van Aswan.

 

Isis was een van de belangrijkste godinnen van de oudheid, en ze werd vereerd lang nadat het Christelijke geloof zijn intrede had gedaan. Haar tempel was de laatste Egyptische tempel die gesloten werd (rond 535 na Chr.), en bezoekers in vorige eeuwen noemden het de 'Parel van Egypte' . Na de sluiting van de Isistempel gebruikte de op het eiland levende koptische gemeenschap de gebouwen als kerk. Deze vernielden veel van de reliëfs, door de hoofden van de goden weg te hakken (zoals op veel plekken in Egypte), de eerste beeldenstorm. Op het eiland hebben we verder een kleine Hathortempel en een heiligdom van Imhotep bekeken. We blijven tot bijna zonsondergang

 

 

Als we terugvaren zien we de zon schitterend ondergaan. Als we in de bus zitten kondigt Saad aan dat we naar een parfum- en een zilver- en goudverkoop gaan. Hij krijgt veel commentaar dat we daar eigenlijk geen zin in hebben. De bus stopt toch voor de parfumwinkel. Iedereen blijft zitten. Hij kijkt nogal vreemd op als hij in de winkel staat en hem niemand volgt. Hij zegt wat zuur lachend dat niets verplicht is en stapt de bus weer in. We gaan ook niet meer naar de zilver- en goudverkoop. Nadat we weer op het cruiseschip zijn blijven we eerst nog wat op het bovendek en bellen even naar huis. Alles is daar gelukkig goed. Ook krijgen we nog een SMS-je van Jannie dat in Ommen ook alles naar wens gaat. We frissen ons wat op en hebben vanaf acht uur ons diner. Alles is hier prima, de beste kwaliteit tot nu toe. Om een uur of tien gaan we naar bed. Het is de bedoeling dat het schip vannacht gaat varen.

 

Terug naar het begin

 

 

 

Donderdag 19 april

 

Om kwart voor drie vertrekt de boot; alles gaat heel zachtjes, toch word ik er wakker van. De boot draait om zijn as en zet koers richting Luxor. Het varen merk ik nauwelijks en val dan ook weer snel in slaap. Om kwart voor zeven worden we gewekt, de boot is inmiddels al weer afgemeerd. Na het ontbijt maken we een korte wandeling naar Kom Ombo.

 

De tempel van Kom Ombo is een zeer uitzonderlijke tempel. Deze Oud-Egyptische tempel is eigenlijk een tempel die in de lengte uit twee delen bestaat. De dubbeltempel is gewijd aan enerzijds de valkengod Horus (Haroëris) en anderzijds de krokodillengod Sobek. De rechterhelft was voorbehouden aan Horus en zijn familie (zijn vrouw Tasenetnofret en zijn zoon Panebtawi), terwijl de linkerhelft voor Sobek, zijn vrouw Hathor en zijn zoon Chonsoe. De scheiding was echter niet zo heel strikt, want op sommige delen vloeien de scènes in elkaar over.

 

De tempel bestaat zoals gezegd uit een gespleten architectuur waarvan elk deel voor een god was voorbehouden. De pyloon was eigenlijk ook al iets speciaals, want hij had een dubbel portaal. De 'pyloon' was verbonden met een buitenmuur. Opmerkelijk is dat er daarnaast nog een tweede muur was. Als men door één van de portalen ging kwam men uit op een centraal hof. Hierin stond een altaar voor de goden. Wat verder is er de schitterende pronaos (voorhof) met 15 zuilen met een hoogte van twaalf meter. Dan is er een zuilenzaal met twee rijen van 5 zuilen. Vervolgens moet je drie antechambres passeren voor je in het allerheiligste (naos) terechtkomt. Het allerheiligste bestond uit twee kapellen. Eén voor Sobek en één voor Horus. Nog vermeldenswaardig zijn de reliëfen op de buitenste muur die afbeelding geven van de geneeskunde.

 

De mammisi van de tempel,  of 'geboortehuis' werd opgericht door Ptolemaeus VIII Euergetes II. Hierin werd de geboorte gevierd van de twee goden: Horus en Sobek. De eroderende werking van het Nijlwater heeft ervoor gezorgd dat er alleen nog maar de toegangspoort is overgeleven.

 

In de kapel voor Hathor die naast de tempel staat, zijn verschillende krokodillenmummies te zien. Het zijn enkele van de honderden mummies die ze er gevonden hebben in de buurt van de tempel. Mogelijk werd er ook een krokodil gehouden in de nabijgelegen nijlometer

 

Het begin van de bouwwerken valt te situeren in de 18e dynastie, maar de huidige tempel stamt uit de Ptolemaeïsche periode. De oprichting vond plaats onder Ptolemaeus VI Philometor, maar er werd voortdurend aan bijversierd en de tempel werd pas voltooid in de 2e en 3e eeuw na Christus. Ze is daarna gebruikt als Koptische kerk. Hierbij werden ook hier verschillende reliëfs opzettelijk beschadigd. De tempel heeft ook veel schade geleden van natuurrampen (overstromingen en aardbevingen). Desondanks is ze één van de best bewaarde tempels.

 

Om kwart over acht zijn we al weer op de boot en even later varen we weer verder stroomafwaarts. We zitten heerlijk in het zonnetje in onze eigen hut en zien vanaf het balkon het landschap aan ons voorbij trekken. Dit is wel echt relaxed vakantie vieren. Tijdens de lunch meert het schip weer af vlak bij Edfu.

 

Bij Edfu ligt de aan zonnegod Horus gewijde tempel uit de tijd van de Ptolemeen. Horus, de zoon van Osiris, nam wraak op zijn vaders moordenaar door tijdens een tweegevecht op leven en dood zijn boosaardige oom Seth met een speer te doorboren. De tempel is gebouwd op de plaats waar volgens de legende het dodelijk gevecht tussen de twee goden plaatsvond. Edbo of Djebo was de faraonische benaming voor Edfu en betekende spiesen of doorboren.

De tempel is na de tempel van Karnak te Luxor de grootste van Egypte, en domineert de gehele westzijde van het Nijlstadje Edfu. Doordat de tempel pas in 1860 is bevrijd van het woestijnzand is het ook een van de best bewaarde tempels van het land. De uitgraving gebeurde onder leiding van Auguste Mariette, de stichter van het Egyptisch museum te Cairo.

 

De bouw van de tempel begon op 23 augustus 237 voor Christus onder Ptolemaeus III Euergetes (284-221 v. Chr.). De architecten hebben zich duidelijk laten inspireren door de bouwstijl van de beroemde architect Imhotep, die tijdens het bewind van farao Djoser diens trappenpiramide te Sakkara gebouwd heeft. Dit is opmerkelijk, aangezien deze bouwstijl toen al meer dan 25 eeuwen oud was. De tempel werd in 57 v. Chr. voltooid door Ptolemaeus XII Auletes (80-51 v. Chr.), de vader van Cleopatra. Men weet de datum zo precies omdat de geschiedenis van het bouwproces beschreven wordt in de hiërogliefen op de buitenmuur.

 

Op religieus gebied was de tempel bijzonder belangrijk. Ieder jaar reisde de godin Hathor vanuit haar tempel te Dendera hierheen om haar gemaal, de valkgod Horus te bezoeken. In hun eigen zonneboten herenigden de twee godheden zich in het midden van de Nijl. Het hieraan gekoppelde feest duurde 14 dagen en heette de vreugdevolle hereniging.

Tijdens het Egyptische nieuwjaar (het begin van de overstroming) werden de farao’s opnieuw gekroond, om aan te duiden dat ze de levende incarnatie van Horus waren. Dit werd gesymboliseerd door een levende valk los te laten vanaf het dak van de tempel te Edfu.

 

De tempel van Horus is in tegenstelling tot andere tempels niet naar de Nijl gericht, maar naar het zuiden. De gevel van de eerste pyloon, met 2 torens, is 79 meter hoog en 36 meter breed. Je kunt de gaten waaruit de vlaggestokken staken nog altijd zien. Na de ingang betreed je het grote voorhof. Hier mochten de gewone mensen offers brengen. Langs de 3 wanden staan 32 zuilen met schitterende kapitelen. Op de zuilen en wanden zijn reliëfs van de offerende farao te zien. Voor de ingang van het overdekte deel van de tempel zie je een kolossaal beeld van de valkgod Horus, getooid met de dubbele kroon van Opper- en Neder-Egypte. Op de 12 zuilen van de voorste zuilenhal van de overdekte tempel zijn hiërogliefen te zien van de bouw van de tempel. Links van de hal is een ruimte waar in het verleden de watervoorraad werd opgeslagen, en rechts is een ruimte die dienst deed als bibliotheek. De twaalf dikke zuilen van de achterste zuilenhal laten offerscènes zien. Na de offerzaal en de tussenkamer volgt het Allerheiligste. Oorspronkelijk stond hier het beeld van Horus, maar tegenwoordig rest nog slechts de schrijn, die overigens een paar honderd jaar ouder is dan de tempel. Aan de gang rond het allerheiligste grenzen meerdere kamers. Deze vertrekken zijn gewijd aan verschillende goden. Zo hebben Osiris, Horus, de maangod Khons, Re en de godinnen Nekhbet en Nephtys er elk een eigen kamer. De overige ruimtes dienden in het verleden als opslagplaats voor kleding en goud- en zilverwerk.

 

Vanavond is er een folkloristische avond en we besluiten als gezelschap daaraan mee te doen, we kopen allemaal een djabella, hoofdtooien etc.

 

Als we weer aan boord zijn varen we verder. Heerlijk op het bovendek in de schaduw. We hebben om vier uur een high-tea and coffee en zijn heerlijk aan het kletsen met onze reisgenoten. We leren elkaar vandaag een beetje kennen. Na de prachtige zonsondergang gaan we nog wat rusten en opfrissen en verkleden voor het diner. Na het diner wordt het schip geschut in de sluis. Dat moeten we natuurlijk eerst zien. Het is in het donker wel wat gevaarlijk op het bovendek en er komen een aantal mensen dan ook lelijk ten val. Als het schip de sluis uitvaart gaan wij naar beneden.

 

De folkloristische avond is al begonnen. Bijna iedereen is verkleed, het ziet er wel grappig uit. Het is een soort bonte avond met oud Egyptische (of Hollandse) spelletjes. Zoals altijd bij dit soort gelegenheden: “aan mijn lijf geen polonaise”. Het feest duurt tot elf uur, daarna gaan we nog wat genieten van de avondkoelte op het bovendek. Als we op de kamer komen zit er een “mummie” op ons bed. De kamerjongens versieren steeds de handdoeken tot vogels en bloemen. Nu dus wat gemaakt van mijn kleren die over de stoel hingen. De boot vaart nog steeds, maar je merkt er bijna niets van, zo rustig gaat het.

 

Terug naar het begin

 

 

 

Vrijdag 20 april

 

Vanmorgen worden we pas om half acht gewekt. Tijdens het ontbijt is de boot nog wat aan het manoeuvreren. Uiteindelijk liggen we in een rij vlak voor de tempel van Luxor de historische stad Thebe. Er zijn ontzettend veel cruiseschepen hier, net als in Aswan. Om half tien vertrekken we met de bus de stad uit in zuidelijke richting en via de brug naar de westoever van de Nijl. We rijden langs allerlei irrigatie werken en landerijen. De huizen zijn erg eenvoudig, vaak lemen muren en een dak van riet. Het laatste stukje van onze rit maken we met een treintje. Het is hier verstikkend heet.

 

De Vallei der Koningen  in Opper- Egypte is de "begraafplaats" van farao's uit het Nieuwe Rijk. Momenteel zijn er 63 tombes geïdentificeerd. De laatste tombe, DK 63, is in februari 2006 ontdekt. Van wie dit graf is, is nog niet duidelijk. Vermoedelijk gaat het niet om een faraonisch graf, maar om dat van zijn familie of hofhouding. Als het inderdaad om vrouw, kinderen of andere familieleden gaat, dan is het vreemd dat die in de Vallei der Koningen zijn begraven en niet in de Vallei der Koninginnen. Ook edelen hadden bij de Vallei der Koninginnen een eigen plek voor hun eigen graven.

 

Vanoudsher was deze vallei erg belangrijk in mythologisch aspect. Er werd veel gebouwd, er zijn tempel(s) aangetroffen uit de Vroege tijd en het Oude Rijk. Pas in het middenrijk begon men hier ook dodentempels en tombes te bouwen. Het eerste exemplaar is het complex van Mentoehotep II die in de deir el-Bahari heeft gebouwd. Maar de echte bouwactiviteit begon in het Nieuwe Rijk. Hier werden in deze vallei graven voor de farao's aangelegd. Het bekendste graf is dat van Toetanchamon, ontdekt door Howard Carter. Sommige graven werden al in de oudheid geplunderd en lagen in de rest van de geschiedenis open voor het publiek, zoals die van Seti I, daar is ook veel graffiti gevonden. Ten zuiden van de vallei der koningen bevinden zich het arbeidersdorpje Deir el-Medina waar de arbeiders woonden die de koningsgraven aanlegden en de Vallei der koninginnen. Tussen de vallei en de Nijl bevindt zich nog een tiental dodentempels, waaronder die van Hatsjepsoet en het Ramesseum van Ramses II.

 

In het midden van het nieuwe rijk werden ook diverse privé-graven aangelegd door edelmannen en adel. In het late nieuwe rijk begon men te plunderen in de vallei die minder werd bewaakt. Omdat de farao's zo weldadig werden begraven was de verleiding voor de armere bevolking groot om te gaan plunderen. Daarom werden door de hogepriesters in het begin van de derde tussenperiode de sarcofagen verzameld en meegenomen naar een verborgen plek (cachette). Tijdens de late tijd is er zelfs een rechtszaak geweest omdat men had gemerkt dat iemand had geplunderd, althans dit is gebleken uit een papyrus.

 

In de moderne tijd zijn tal van graven ontdekt door archeologen en gerestaureerd. Veel van die graven zijn of in de oudheid of in de loop van de historie ontdekt en geplunderd en de spullen op de zwarte markt verkocht. Omdat veel archeologen zich veel op de zwarte markt bewogen konden ze zien of er iets ontdekt was.

 

De keuze om de graven van de farao's op deze desolate plek te herbergen is geboren uit de pure noodzaak om de graven te kunnen beschermen tegen grafrovers. De graven op zich zijn gemakkelijk te verbergen in deze vallei, toch bleek het idee om deze natuurlijke camouflage te gebruiken in de meeste gevallen niet erg effectief. Daarbij kwam het ook dat de bouwmogelijkheden steeds minder werden naar gelang de tijd verstreek en dus makkelijker op te sporen waren.

 

De vallei bestaat uit twee delen, een oostelijke helft en een westelijke helft. De westelijke helft is de plek waar toeristen de graven van de farao's uit het Nieuwe Rijk kunnen bezoeken, het oostelijke gedeelte is op een enkele kleine tombe na alleen toegankelijk voor wetenschappers. Vermoed wordt dat op deze plek zich nog een aantal onontdekte graven bevinden.

Momenteel zijn er 63 tombes geïdentificeerd en een groot deel daarvan is ook daadwerkelijk te bezoeken. Er zijn steeds 10 tombes opengesteld voor het publiek. Na een periode van zes jaar worden deze gesloten, en worden er 10 andere tombes opengesteld.

Op 17 november 1997 heeft een groep islamitische terroristen hier een bloedbad veroorzaakt, de kogelgaten hebben een aantal monumenten flink beschadigd.

In februari 2006 werd in de oostelijke helft van de Vallei der Koningen een nieuw graf ontdekt, graf DK 63.

 

De tombes van de vallei, zijn gemaakt in verschillende tijden; hierin zitten subtiele verschillen maar zijn meestal gemaakt volgens een vast patroon. Eerst een begeleidende schacht die naar een schatkamer gaat waar verschillende objecten stonden waarvan de dode kon profiteren zoals rijtuigen of juwelen. Hierna stond er in een centrale ruimte de sarcofaag, waarin de dode was bijgezet.

 

We bezoeken 3 graven:

 

Merenptah

Merenptah, (soms ook wel weergegeven als Merneptah) de geliefde van de god Ptah, was de 4e Egyptische farao uit de 19e Dynastie en hij regeerde van (ca.) 1224 tot 1214 v. Chr.

 

Merenptah was de 13e zoon en opvolger van de grote farao Ramses II die 67 jaar regeerde. Hij erfde Egypte van zijn vader op het hoogtepunt van zijn macht. Het eerste wat Merenptah deed toen hij Farao werd was het verplaatsen van de Hoofdstad. Ramses II had deze in de Nijldelta laten bouwen en Merenptah verplaatste de hoofdstad terug naar Memphis.

 

Onder Ramses II was een vredesverdrag opgesteld met het Hittische Rijk. De aartsvijand van Egypte. Merenptah respecteerde dit verdrag. Het Hittische Rijk werd echter onder de voet gelopen door de Zeevolken. Deze, afkomstig uit het gebied rond de Zwarte Zee, waren zo sterk en goed georganiseerd dat zij diep in het land van Egypte konden doordringen. Merenptah antwoordde met de oprichting van een enorm leger en ging het gevecht aan met de Zeevolken. Tijdens een grote militaire campagne versloeg het leger meer dan 8000 vijandige soldaten. Dit was de grootste militaire overwinning sinds het overlijden van Ramses II.

 

Het was ook onder Merenptah dat de Hebreërs massaal uit Egypte wegtrokken. De in de bijbel vernoemde uittocht (ofwel exodus. Het is dan ook, dat op een van de stelés, opgericht ter meerdere glorie van Merenptah, er gesproken wordt over het land Israël.

 

Merenptah regeerde niet erg lang. Dit komt door de lange regeringsperiode van zijn vader, en door zijn eigen hoge leeftijd toen hij de Egyptische troon besteeg. Wel is hij erin geslaagd de grootsheid van Egypte te behouden zoals zijn vader en grootvader, Seti-I, hadden gedaan. Iets wat na de dood van Merenptah door diens opvolgers snel teniet is gedaan.

 

Merenptah stierf een natuurlijke dood in 1214 v. Chr. Zijn mummie is begraven in een dodentempel vergelijkbaar met die van zijn vader in het Dal der Koningen. daar is de tombe van Merenptah in 1903 door Howard Carter ontdekt. Zijn mummie bleek echter niet meer in de tombe te liggen. Maar die bleek al al in 1898 ontdekt te zijn. tezamen met de mummies van 9 andere grote koningen uit het Oude Egypte in het graf van Amenhotep II. Deze tombe lag in Deir el-Bahri Al deze mummies waren daar neergelegd door priesters die bang waren dat hun originele tombes geplunderd zouden worden en de Koninklijke mummies verbrand of verminkt zouden worden.

 

De Koninklijke mummie van Merenptah ligt nu in het Egyptisch Museum in Caïro. In hetzelfde museum waar ook zijn vader en grootvader hun laatste rustplaats gevonden hebben.

 

Ramses IV

Ramses IV was de derde farao van de 20e Dynastie. Zijn vader was Ramses III. Hij had al vier oudere broers, maar die stierven voor hun vader stierf, en zo werd Ramses IV zijn opvolger. Omdat zijn vader 31 jaar regeerde, denkt men dat Ramses IV al in de veertig was toen hij farao werd. Zijn troonsbestijging werd met een hymne bezongen, deze hymne leek op die van Merenptah, de zoon van Ramses II. Dit gebeurde volgens de tekst: "Vlak nadat hij farao is geworden, de vluchtelingen naar huis komen, de hongerige eten en de dorstigen drinken, de naakte zijn gekleed, de strijdenden zijn vredesgezind, het onrecht overwonnen en de Maāt (de rechtvaardige wet) teruggekeerd. Zo werd er een nieuw tijdperk vol heil aangekondigd." Dit is niet de officiële tekst, maar dit wordt er ongeveer in beschreven. Zijn regeerperiode was (ca.) 1163 - 1156 v. Chr.. Hij was getrouwd met koningin Tentopet. Ramses IV werd opgevolgd door Ramses V.

 

Zijn graf werd al vroeg leeggeroofd, maar de mummie is overgeplaatst naar het graf van Amenhotep III. Het graf diende als schuilplaats van Christenen en kluizenaars, net als dat van Ramses VI. Zijn graf is een lange, rechte gang met in het midden een valse kamer, als misleiding voor de grafrovers. Maar de gang zelf liep nog dieper de rots in, aan het einde ligt de sarcofaag. Naast de grafkamer ligt, aan elke kant, nog een kamer waarin de grafgiften lagen opgeslagen.

 

Ramses III

Ramses III was de tweede vorst uit de 20e Dynastie en wordt beschouwd als de laatste grote farao. Ramses III regeerde van (ca.) 1194-1163 voor Christus en was de opvolger van Sethnacht die van (ca.) 1196-1194 v Chr. regeerde, en daarmee de "opvolger" was van koningin Tawosret (19e Dynastie). Onder hem vindt sociale en bestuurlijke hervorming plaats. Mede door deze hervorming krijgen de tempels meer autonomie, wat mede zal leiden tot een heerschappij van de hogepriesters in de volgende dynastieën. Hij werd opgevolgd door Ramses IV.

 

Onder zijn regime vielen de zogenaamde Zeevolkeren binnen. Hij kon ze tot staan brengen aan de grens met Syrië-Palestina, maar ze bleven de kust in handen hebben. Aan de kust overwon hij de vloot van de Zeevolkeren

 

Als we de vallei der koningen hebben verlaten bezoeken we een werkplaats waar ze van allerlei soorten steen, onder andere veel albast,  voorwerpen maken. Heel wat mensen kopen hier wat souvenirs. We moeten volgens Saad wel 60% afdingen.

 

Daarna gaan we naar de tempel van Hatsjepsoet. De tempel van Hatsjepsoet, ofwel de Djeser-Djeseru was gebouwd in Deir el-Bahri en was een huis van miljoenen jaren dat diende om de cultus van de overleden koningin voort te zetten

 

Hatsjepsoet besloot om in het zevende jaar van haar regering te beginnen aan een reusachtig bouwwerk. Ze liet het bouwen op de heilige plek Bahari en de tempel stond in het verlengde van de Tempel van Amon in Karnak. Ook stond de tempel niet ver van haar graf dat aan de andere kant van de berg lag. Voor de bouw van de dodentempel vertrouwde ze op de kunde van haar raadgever Senemnoet, die zijn eigen graf onder het eerste terras liet bouwen. Een andere belangrijke bouwheer was Geoet die de leider was van de werkzaamheden. De bouw van dit indrukwekkende monument duurde slechts 15 jaar en was dus afgewerkt in het 22e jaar van haar regering.

 

In vroegere tijden was het grote plein voor de tempel een aangelegde tuin. Bomen afkomstig uit zuidelijker Afrika waren er in speciaal aangelegde leemputten geplant. Er zijn ook sporen van aangelegde vijvers in geometrische vorm. Bij de ingang van de tempel was een soort daltempel en via een processiegang met sfinxen bereikte men het eerste terras. Vervolgens komt men via een talud op het tweede terras. Op het einde van dit terras zijn aan beide zijden twee kapellen: de linkse voor Hathor en de rechtse is opgericht voor Anubis.

 

Op de wand van het tweede terras staan achter de zuilen twee belangrijke taferelen. De ene vertelt over de expeditie die werd ondernomen naar Poent, terwijl de andere vertelt over de goddelijke geboorte van Hatsjepsoet. Daarin wordt verteld dat Amon in de vorm van Hatsjepsoets vader Thoetmoses I haar heeft verwekt bij de uitnemendste vrouw van het land, die op last van de god voor hem gezocht moest worden. Deze vrouw werd door middel van een boodschapper van Amon Re van haar wonderbaarlijke zwangerschap op de hoogte gesteld. Deze mythe diende in feite als legitimatie voor Hatsjepsoets koningschap. Het was immers gebruikelijk dat naar voorbeeld van een mythe van de god Horus een man als hoofd van het land zou instaan voor de vruchtbaarheid daarvan.

 

Een tweede talud leidde naar het bovenste terras. Dit heeft twee zijkapellen. De ene is gewijd aan de koningscultus en bevat een kapel voor Thoetmoses III, Hatsjepsoet en één voor Amon-Min. De andere kapel is gewijd aan de zonnecultus. Daarnaast was helemaal op het einde van de tempel een schrijn dat gewijd was aan de god Amon. Later werd dit heiligdom gebruikt ter verering van Amenhotep I en Imhotep.

 

De tempel is gedurende zijn verdere geschiedenis onderworpen aan verschillende beschadigingen. Zo heeft Thoetmoses III de tempel van Hatsjepsoet zwaar beschadigd toen hij probeerde haar naam te verwijderen. Onder Achnaton werden talrijke beelden van Amon vernietigd en onder Ramses II worden de Osirisbeelden verwoest. De Koptische christenen gebruikten de tempel als klooster en hebben daarbij de gezichten van de goden weggehaald.

 

Hatsjepsoet is zowel de eerste vrouw van farao Thoetmoses II als een farao van de 18e Dynastie van het Oude Egypte. Bijzonder aan haar was dat ze een van de zeldzame vrouwelijke farao's was. Haar naam betekent "eerste onder de vrouwen", en haar tweede naam Maätkare "rechtvaardig is de ka (ziel) van Ra".

 

De ouders van Hatsjepsoet waren Thoetmoses I en Ahmose, ze was een halfzuster van Thoetmoses II. Ze kregen samen een dochter, Neferoe, met wie de latere Thoetmoses III zou trouwen. Hatsjepsoet heeft naar schatting ongeveer 22 jaar geregeerd, dit is langer dan iedere andere vrouwelijke monarch in het Oude Egypte. We weten dit door de bestudering van oude teksten van Africanus en Josephus die de lijst overnamen van Manetho.

 

Aangenomen wordt dat Hatsjepsoet een sterke invloed op Thoetmoses II had. Na diens dood was ze een tijd regentes voor de kleine Thoetmoses III; ze was door een raad als geschikt gekozen omdat ze een tante van hem was. In het begin van haar regentschap modelleerde ze zich naar de vrouwen van de farao's in de nabije historie.

 

Maar toen Thoetmoses III de gerechtigde leeftijd bereikte begon ze zich te gedragen naar haar ideale model: Neferoesobek, een koningin en vervolgens heerser uit de 12e dynastie uit Egypte. Maar na zeven jaar regentschap ging ze nog verder dan Neferoesobek, ze kroonde zichzelf als officiële koning van Opper- en Neder-Egypte.

 

In deze periode ging ze een zeer androgyn gedrag tonen, ze is op diverse plaatsen afgebeeld met mannelijk bovenlichaam en/of mannenkleding. In sommige teksten wordt ze afwisselend met "hij" en "zij" aangeduid, omdat er geen officiële benaming voor eenvrouwelijke farao bestond.

 

Het idee dat een vrouw koning werd was in die tijd zeer ongebruikelijk, haar opvolger liet haar inscripties wegbeitelen zodat het leek alsof ze nooit had bestaan. In diverse Oud-Egyptische koningslijsten wordt ze niet genoemd. Hatsjepsoets positie was vrij stevig, vanwege de voorspoed in het land en talentvolle medewerkers, met name Hapoeseneb, de hogepriester van Amon en Senenmoet. Vanwege de goede relatie tussen met laatst genoemde is wel gesuggereerd dat ze geliefden waren. Een aanwijzing hiervoor is dat Hatsjepsoet toestond dat Senenmoet zijn afbeelding en naam naast die van haar op een van de deuren van het Djeser-djeseroe mocht zetten. Een andere sterke aanwijzing is dat Senenmoet twee tombes liet uithouwen vlakbij Hatsjepsoet's tombe. Desondanks wordt in wetenschappelijke kringen nog niet als feit aangenomen dat Hatsjepsoet en Senenmoet geliefden waren. Het enige wat ze kunnen vaststellen is dat hij een ambtenaar was die directe toegang had tot de koningin.

 

Hatsjepsoet herstelde de internationale handelsbetrekkingen die verloren waren gegaan in de strijd tegen de Hyksos. Ze bereidde zich voor en ondernam een reis naar de plek Poent. De expeditie bestond uit vijf boten, elke zeventig meter lang, met een aantal zeilen, elk schip had een bemanning van 210 man en in elk boot zaten goederen om te ruilen. Een van die goederen was mirre, de favoriete parfum van de farao. De farao keerde terug met vijf boten met diverse waren, waaronder 30 levende bomen en hun wortels, dit was de eerste keer dat beschreven is dat (vreemde) bomen werden vervoerd om te herplanten. Ze liet de bomen planten rondom haar dodentempel in Deir el-Bahri.

 

Hatsjepsoet overleed toen ze op middelbare leeftijd was. Er zijn geen teksten bewaard gebleven waarin haar doodsoorzaak staat aangegeven, zowel moord als natuurlijke oorzaken worden genoemd. Haar mummie is niet geïdentificeerd in de Deir el-Bahri cache. Er is een ongeïdentificeerde vrouwelijke mummie min of meer aan haar toegeschreven. Recentelijk heeft Zahi Hawass geclaimd dat hij de mummie van Hatsjepsoet heeft gevonden, namelijk op de derde verdieping van het Egyptisch Museum (Caïro), verder commentaar is nog niet bekend gemaakt.

 

Hatsjepsoet was een meester in propaganda; de meeste heersers bedreven (en bedrijven) propaganda, Hatsjepsoet staat er in haar tijd het meest om bekend. De meeste van haar propaganda werd gesteund door de hogepriesters van Thebe en dit had ze nodig. Hatsjepsoet liet zich afbeelden met alle regalia (versierselen) van de farao onder andere met de baard. Opvallend is dat ze weinig te zien is als vrouw.

 

Er wordt vaak gezegd dat ze uit de annalen van de geschiedenis is geschrapt door haar stiefzoon Thoetmoses III. Deze zou dit gedaan hebben uit wraak voor haar regentschap, waardoor hij pas laat effectief kon gaan regeren. Tegenwoordig zijn Egyptologen er meer van overtuigd dat hij dit deed omdat een vrouwelijke farao volgens de denkbeelden in het conservatieve Egypte niet aan het hoofd  van het rijk kon staan. Er zijn verschillende redenen om dit aan te nemen: enerzijds liet Thoetmoses III haar wensen na haar dood inwilligen en anderzijds gebeurde de vernietiging van de nagedachtenis pas twintig jaar na haar dood.

 

Ook lijkt het erop dat Hatsjepsoet in de laatste jaren van haar regering Thoetmoses III meer beslissingskracht gaf. Er is ook wel verondersteld dat er nog een dochter van Hatsjepsoet in leven was aan het einde van de regering van Thoetmoses en dat hij haar (en haar mogelijke nazaten) van de opvolging wilde uitsluiten.

 

Op de terugweg naar Luxor komen we langs de Kolossen van Memnon. Dit zijn twee enorme standbeelden van farao Amenhotep III. De beelden zijn gemaakt van kwartsiet, zo'n 3400 jaar geleden, dat waarschijnlijk kwam van de groeve in Gizeh.

 

Oorspronkelijk stonden de twee standbeelden aan de poort van de tempel ter ere van de farao. Deze tempel was destijds een van de grootste met zijn 35 hectare. De naam Memnon werd gegeven door Griekse schrijvers en heeft weinig te doen met de farao. We zijn om drie uur weer terug en hebben een late lunch. We bestellen in één van de  winkeltjes wat kleren voor Amber (ze hebben haar maat niet) en rusten wat uit. Het schip blijft maar manoeuvreren en moet wat tests doen. We merken er weinig van. We hebben vanuit onze hut weer een prachtig uitzicht op de oevers van de Nijl en een nederzetting aan de overkant. Ook vandaag weer een schitterende zonsondergang. Ook zien we vandaag voor het eerst de maan. Hij heeft een andere verschijningsvorm dan in Nederland  namelijk een sikkel aan de onderkant en niet links, of rechts. Na het diner is er een voorstelling met een derwishdanser en een buikdanseres, begeleidt door een aantal muzikanten. Het is vooral show deze derwishdanser. In Turkije in Konya hebben we de “echte” gezien. Heel wat anders als hier, Ook de buikdanseres was niet al te gemotiveerd zo te merken.  Als de voorstelling is afgelopen gaan we nog even naar het bovendek voor een frisse neus. Het is lekker afgekoeld.

 

Terug naar het begin

 

 

 

Zaterdag 21 april

 

Gisterenavond hebben we de gordijnen open gelaten we hebben een mooi uitzicht op de nederzetting aan de overkant van de Nijl. De maan weerspiegelt in het water. Zachtjes heeft de boot ons in slaap gewiegd. Jenny maakt me wakker dat ze allemaal hete luchtballonnen ziet. Ik kijk ook even en inderdaad ik zie ze ook, maar dommel gelijk weer in. Vandaag weer een verkasdag. We pakken onze spullen en vertrekken na het ontbijt naar ons hotel in Luxor: Nile Palace. Het is ook werkelijk een paleis, zeer luxe en groot. We worden ontvangen door een stand in Toetanchamon, die ons een sapje serveert. Nadat we onze kamer hebben bewonderd gaan we eten in een lokaal restaurant. Zo te zien pas open, brand schoon en heerlijk eten. Het is naar onze begrippen ook nog eens spot goedkoop. Na het eten gaan Jenny en ik naar een internetcafé, Saad wijst ons de weg. Het is in een zijstraatje waar verder geen toeristen komen. De eerste tien meter worden we nog achtervolgd door mensen die ons hun diensten aan willen bieden. Als we resoluut doorlopen en hen afwijzen houden ze op. Redelijk aan het eind van de straat vinden we het internetcafé. We zijn ongeveer 1 uur online, krijgen allebei een groot glas verse muntthee, heel vriendelijke mensen om ons heen en dat voor £ 10,-- (€ 1,60). We krijgen zelfs een bon voor 10% korting als we de volgende keer weer komen. We wandelen weer terug naar het hotel, dit keer zonder bescherming van politie, of wat dan ook. Als we weer in de buurt van de hoofdstraat komen beginnen de opdringerige verkopers en aanbieders ook weer. In het hotel besluiten we nog even te gaan zwemmen in het mooie zwembad. De omgevingstemperatuur is 35° en het water is 25°, dus we koelen even heerlijk af. We zien weer een schitterende zonsondergang. Daarna nog even douchen en dan vertrekken we naar Karnak voor de light and sound show.

Karnak is een dorp in Egypte. Het ligt aan de oostoever van de rivier de Nijl en 2,5 km ten noorden van Luxor. Toeristen beschouwen Karnak en Luxor vaak als identiek, omdat de twee in dezelfde agglomeratie staan. Karnak bestaat uit een klein dorp bij het grootste tempelcomplex dat de farao's ooit hebben gebouwd. Men associeert de naam Karnak meer met de tempels dan met het dorp, de tempels zijn tweemaal zo groot als het dorpje.

 

De Tempels van Karnak zijn één groot museum en het grootste religieuze bouwwerk in de wereld. Het complex is toeristische trekpleister nummer twee in de meest bezochte plaats in Egypte, nummer één zijn de piramiden van Gizeh. De grote tempels kunnen worden onderverdeeld in vier hoofdgebouwen, waarbij er nog kleine heiligdommetjes zijn en vele rijen met sfinxen. Waarbij slechts één toegankelijk is voor het publiek, het is gelijk het grootste en het hart van de tempel. De bezoekers krijgen zo het idee dat Karnak alleen het gebied van Amon-re was, terwijl er ook andere goden vereerd werden.

 

Karnak onderscheidt zich van andere tempels omdat er zolang in de naam van farao's aan is gebouwd. Er werd mee begonnen in het Middenrijk, ongeveer 1600 voor Chr. en aan het hele project hebben 30 farao's meegedaan. Veel van de functies van de gebouwen zijn niet meer te vinden in Egypte en dus uniek. Vooral de grootte en het aantal gebouwen is overweldigend.

 

De twee grote tempelcomplexen zijn gewijd aan Amon-re en Moet. Er bestaan buiten deze tempelcomplexen ook nog twee grote tempels namelijk die van Montoe en de resten van een Aton-tempel.

 

Tempelcomplex van Amon-re:

Dit tempelcomplex bestaat uit een groot complex met een enorme muur erom heen. Deze muur is gerenoveerd in het midden van de Nieuwe Rijk. Het tempelcomplex herbergt een hele grote tempel met 10 pylonen, een heilig meer en diverse kleinere tempels: Ptah, Chons en de Opet tempel. Verder zijn er kleinere historische gebouwen zoals: statieheiligdom van Ramses III, tempel van Seti II, Magazijn en een Oosterlijke tempel.

 

Tempelcomplex van Moet:

Dit tempelcomplex is kleiner dan die van Amon-re en was gewijd aan de moedergodin Moet. Dit complex heeft ook een muur erom heen en een heilig meer. Het herbergt de tempel van Kamoetef en van Chons. Een kleinere tempel van Nectanebo II en één van Thoetmoses III en Hatsjepsoet. Het complex is verbonden met het Amoncomplex via een dromos van sfinxen.

 

Het verhaal van het Egyptisch Nieuwjaar wordt verteld en terwijl we door het enorme complex wandelen worden allerlei onderdelen van de tempels uitgelicht. Het is overweldigend en imposant, vooral omdat het zo donker is. Een mooie ervaring.

 

Om half tien zitten we pas aan het diner. In het hotel is een mooie wandschildering over het verhaal dat we vanavond hebben gehoord. Met wat kunstgrepen kan ik er toch een panoramafoto van maken. Daarna kijken we nog even op het dak naar de lichtjes van de stad en kruipen tegen 12 uur onder de wol.

 

Terug naar het begin

 

 

 

Zondag 22 april

 

Na het ontbijt hebben we lotusolie gekocht bij een studente die een kraampje heeft in één van de hallen van het hotel. Ze is weg van Jenny’s lipstick, die kleur hebben ze blijkbaar in Egypte niet. Jenny geeft het haar cadeau. Ze wil er niets van weten, maar na enig aandringen neemt ze het toch blij aan.

 

Om 10 uur vertrekken we met koetsjes om de omgeving van Luxor te verkennen. Onze koetsier heet Mahamoud en nodigt Jenny gelijk op de bok uit om te mennen. Hij verwacht zeker dat zij het zal afwijzen, maar weet hij veel dat Jenny wel vaker ment. Na de eerste stop gaat hij zelfs bij mij achterin zitten. Hij houdt de boel wel goed in de gaten, want het verkeer hier is wel wat anders als de rustige wegen in Drenthe. Als het kritiek dreigt te worden neemt hij de teugels wel over. Hij vertelt dat hij de koets (hij noemt hem Ferrari) van een baas huurt en dat hij zelf drie paarden heeft: Sonja, die de koets trekt, Rambo, die momenteel in het dierenhospitaal is om geholpen te worden aan een ontstoken enkel en een veulen van die twee paarden. Het is een erg vrolijke jonge man, die met handen, voeten en enkele Engelse woorden ons alles duidelijk kan maken. Die handen en voeten zijn ernstig misvormd, maar zo te merken heeft hij er bij zijn werk niet al te veel last van. Later horen we dat hij als 3 jarig kind verdwaald is en pas na drie dagen ziek is terug gevonden.

 

We gaan naar de dierenkliniek waar het paard van onze koetsier verzorgd wordt. Voor in de straat begint onze koetsier al: “Rambo, Rambo” te roepen en het paard antwoordt door luid te hinniken. Ze kunnen elkaar beslist niet zien. In de kliniek zien we allerlei mannen hun paard wassen en borstelen. De oprichtster van de kliniek legt ons uit dat de verzorging van trekdieren erg slecht was. Een aantal jaren geleden was ze hier op vakantie en besloot daar wat aan te gaan doen. Toen heeft ze het ACE opgericht (Animal Care Egypt). Ze leert de Egyptenaren nu hoe ze beter met die dieren om kunnen gaan.

 

Hierna gaan we naar een typisch Egyptische boerderij. Hier woont een familie van 34 personen. Het is voor onze westerse begrippen bijna niet te bevatten in welke omstandigheden ze leven. Een moeder van 37 met al 11 kinderen bijvoorbeeld. Alles is zeer primitief en smerig. Alle boerderijen zijn hier gemengd bedrijf, vee, kippen, eenden en land- en tuinbouw.

 

We klimmen weer in onze koetsjes en gaan weer richting Luxor, we rijden eerst nog door de landerijen, maar al snel komen we weer in de stad. Weer hetzelfde beeld, illegale bouw, die er troosteloos uitziet. We stoppen in een smal straatje, waar we in een theehuis thee gaan drinken. Dit theehuis ligt op de hoek van de straat met een iets bredere straat waar er markt is. Hier gelukkig geen toeristen troep, maar het echte Egyptische leven. Vlak naast me is een man meloenen aan het verkopen. Ik help hem een beetje door: “Mooie meloenen, mooie meloenen” te roepen. Na een poosje doet hij me na. We hebben samen veel belangstelling. Ook een jong limoenen verkopertje probeert de aandacht te trekken door te jongleren en gekke bekken naar ons te trekken. Later lopen we nog even een stuk van de markt op en neer. Hier geen vervelend gevraag en zo.

 

Tegen twee uur zijn we weer terug in het hotel. Heerlijk wat luieren en relaxen, met lezen, schrijven en zwemmen. We bellen even naar Oma Zwaantje, ze is blij ons te horen. Alles is rustig op het thuisfront gelukkig.

 

Om zeven uur is het diner, in dit hotel is dat super, ook hier in de vorm van een buffet. Ze bakken vandaag de biefstukjes waar we bij staan. Een enorme keuze in van alles en nog wat. En dan als afsluiting een toetjes buffet van een paar meter. Als we weer thuis zijn moeten we maar een poosje driftig op dieet.

 

Na het diner drinken we nog wat op de binnenplaats van het hotel. Ook hier weer een show van een buikdanseres en een derwish danser. We gaan lekker vroeg naar onze prachtige kamer. Nog wat lezen en tamelijk vroeg naar bed, morgen hebben we weer een lange reisdag en zullen we vroeg gewekt worden.

 

Terug naar het begin

 

 

 

 

Maandag 23 april

 

Om half zes worden we gewekt, inderdaad het is soms afzien. Alles weer inpakken, het eind van de vakantie komt toch zo langzamerhand in zicht. Na het ontbijt gaan we om kwart over zeven naar de verzamelplek van het konvooi. Dit keer stelt het konvooi dus wel iets voor. Alle zijstraten zijn afgesloten als wij er langs komen. Veel gewapende begeleiding voor en achter de bus, dit keer ook met helmen op en kogelvrije vesten aan! Bij het plaatsje Oena splitst het konvooi zich; een deel gaat naar de Rode Zeekust (Hurghada), wij vervolgen min of meer de loop van de Nijl naar Abydos. De stad Abydos was al in de Pre-dynastieke periode een vrij belangrijke stad en zal de hele geschiedenis door belangrijk blijven. Vooral in de Thinitische periode zal ze een hoogtepunt bereiken, als de farao's bij de stad worden begraven. Ook in het Oude Rijk blijft ze van groot belang. Opmerkelijk is het (enige) beeldje van Cheops dat hier gevonden is. Vanaf het Middenrijk wordt de stad verbonden met de cultus van Osiris. De stad blijft van cultureel belang in het Nieuwe Rijk en talrijke tempels worden opgericht. De stad zal ook in de Koptische periode van belang zijn, maar kent dan een groot verval. De oude periode van de stad zal in de vergetelheid terecht komen en de stad zal voor het Westen ontdekt worden door de Franse jezuïet Sicard.

 

De stad had een vrij groot religieus belang. Hierbij moet je vooral denken aan de verering van de god Osiris. Deze verering was begonnen in het Middenrijk, maar had zijn voorloper in de lokale god Chentiamentioe die later verbonden zal worden met Osiris. Ter ere van Osiris waren er talrijke festiviteiten. Hierdoor zijn er talrijke kapellen en stelae (gedenkstenen) die waren opgericht om deel te hebben aan de opstanding van Osiris.

Een andere god die van belang was, heette Upuaut. Deze jakhalsgod was verbonden met de onderwereld en zal in het Nieuwe Rijk vervangen worden door de god Anubis. Een andere belangrijke figuur dateert uit de Koptische periode. Het gaat om de Heilige Mozes, die in de vijfde eeuw het heidendom uit de stad liet verdwijnen.

 

We bezoeken de Tempel van Seti I, één van de best bewaarde monumenten uit het Oude Egypte. Het is een “Huis van Miljoenen jaren”, een tempel die de cultus van de koning in stand hield.

De tempel is opgericht door Seti I en diende om zijn cultus in ere te houden. Alhoewel Seti I al een Huis van Miljoenen jaren had in Thebe, liet hij er nog één bouwen in Abydos. Dit was vooral omdat Abydos het centrum was voor de Osirisverering en de farao hoopte deel te nemen aan de wederopstanding van Osiris. De tempel was niet afgebouwd onder Seti en het zullen zijn  opvolgers Ramses II en Merenptah zijn die de tempel laten afwerken.

Het gehele complex was opgebouwd uit kalksteen. Het gebouw zelf was 56 bij 157 m en heeft nog steeds sporen van de kleuren die het vroeger droeg.

De tempel heeft twee terrassen met telkens een pyloon ervoor. Na de derde pyloon volgen er twee zuilenhallen. Achter deze hallen liggen verschillende kapellen die gewijd zijn aan Seti I, Ptah, Amon-Ra, Re-Harachte en dan nog drie voor de triade van Abydos: Osiris, Isis en Horus.

 

Er is ook nog een zuidelijke aanbouw die een kapel bevat voor Nefertem en Ptah-Sokar. Hier vinden we ook de beroemde Koningslijst van Abydos, die alle cartouches toont van de farao's Menes tot Seti I. De vrouwelijke farao's en de Amarna-periode ontbreken echter.

De symbolische graftombe voor Osiris en Seti I ligt ten zuiden van de tempel en staat op een kunstmatig eiland. Centraal staat de sarcofaag met daar omheen trappen. Het dak van de centrale kamer wordt door tien zuilen gedragen. De toegang bevond zich ten westen waar een gang van 128 meter naar de voorkamer leidde.

 

Het is erg warm, dus weer flink drinken. Het konvooi is geslonken tot alleen onze bus, nog wel de sterk bewapende escorte voor en achter onze bus. Met gillende sirenes rijden we verder richting El Minya. Een lange tocht. Om kwart voor zes komen we bij het hotel aan. Het ziet er allemaal wat vervallen uit, maar de mensen zijn wel erg vriendelijk. Om zeven uur gaan we dineren. Het eten is gelukkig prima, als toetje krijgen we zelfs een (ons eerste tijdens deze vakantie) ijsje. Na het eten hebben we discussie met Saad, dat hij ons eigenlijk erg weinig heeft verteld over Egypte. Hij belooft om dat woensdag alsnog te doen tijdens de reis naar Cairo.

 

Terug naar het begin

 

 

 

 

Dinsdag 24 april

 

Na het ontbijt vertrekken we om 8 uur richting bergen op de oost oever. We rijden over de brug

En rijden door een paar kleine dorpjes. Veel kinderen zwaaien naar ons, maar volwassenen spugen vaak op de grond en kijken stuurs. In de berghelling boven het dorp Beni Hassan el-Sjuruk liggen de beroemde graven van Beni Hassan. De 39 rotsgraven, daterend uit de 11e en 12e dynastie hebben muurschilderingen die het dagelijks leven van het Middenrijk laten zien. Het zijn in feite in de rotsen uitgehouwen ruimtes achter een voorhof, de eigenlijke graven liggen diep onder de grond. De tombes behoren tot de belangrijkste bezienswaardigheden van Midden-Egypte.

We bezoeken onder andere de tombe van Khnumhotep. Hij diende als gouverneur onder Amenemhet III (rond 1820 v. Chr.). Hier zie je muurschilderingen van zijn familieleven en acrobatiek boven de poort. Ook de tombe van Amenemhet, hij was een monarch of gouverneur, en opperbevelhebber van het oryxdistrict. Zijn tombe heeft de ongebruikelijke toevoeging van een valse deur richting westen. De doden worden verwacht het hiernamaals, enkel vanaf het westen, binnen te gaan. Ze gebruiken hiervoor die valse (nep) deur.

Verder zijn hier fresco's van de jacht op vogels te zien.

Eerst is het nog wat heiig, maar zo tegen tien uur was het weer helder en hadden we vanaf de berg een mooi uitzicht op de Nijl.

 

We vervolgen onze reis naar Tell el Amarna, de vroegere hoofdstad Achetaton gesticht door Achnaton. Weer over de brug de Nijl over naar de westoever en een uurtje rijden in zuidelijke richting. We moeten weer de Nijl over, maar dit keer met een erg gedateerde pont. We zijn nog niet gearriveerd, of er is ook al een politieboot en een heleboel kinderen die hangertjes (free present for you!) hebben gemaakt van gras en ook mandjes van biezen. Ze vragen om geld, snoep en pennen. Met een heel oud busje worden we naar het begin van de trappen van de rotsgraven gereden. Het zijn eigenlijk de enige overblijfselen van de stad Achetaton.

 

Achnaton was een zoon van Amenhotep III en koningin Teye. Hij trouwde met zijn nicht Nefertiti (dit is niet zeker), de dochter van zijn oom en latere koning Ay (een zoon van Yuya en Thuya), met Kiya en (een andere) Teye.

Aanvankelijk, zoals in Khenet (Gebel el Silsila) liet hij zich afbeelden als een traditioneel Egyptisch vorst. Na vier jaar op de troon (1348 v. Chr.) voerde Achnaton echter een aantal revolutionaire veranderingen door. Waar Egypte tot dan toe een veelgodendom had, met de zonnegod Amon als oppergod, voerde Achnaton mogelijk het monotheïsme in, hoewel het monotheïstisch aspect van zijn religie ter discussie staat. De enige god was Aton, de zonneschijf, tot dan toe een minder belangrijk aspect van de zonnegod Amon-Re. Hij liet een nieuwe hoofdstad bouwen: Achetaton, het tegenwoordige dorp Amarna. Als hogepriester van Aton gold de farao zelf.

Veel tempels van de andere goden werden gesloten. Dat leidde tot ontwrichting van de samenleving omdat de hele administratie van het land via de tempels had gelopen. Het bestuur dat ervoor in de plaats kwam was corrupt en vol willekeur. Bij de tot dan toe machtige priesters van Amon en de andere Egyptische koningen was Achnaton begrijpelijkerwijze niet geliefd.

 

Gedurende een korte periode ten tijde van het Nieuwe Rijk woonden hier naar schatting 50.000 mensen in de nabijheid van de farao en zijn gevolg. De keuze voor de nieuwe locatie van Egyptes hoofdstad hing samen met het feit dat zich hier een breuk bevindt in de bergrug die de vlakte langs de Nijl in het oosten van de achterliggende woestijn scheidt. Deze breuk doet bij zonsopkomst denken aan de samengestelde hiëroglief voor "horizon" (achet) en "zon" (aton). Hierdoor leek deze plek door de natuur zelf aangewezen voor de vestiging van een stad waarvan de bewoners de cultus van de zonnegod Aton aanhingen.

 

Tot de belangrijkste archeologische vondsten afkomstig uit Amarna behoren de Amarna-brieven, geschreven op kleitabletten in spijkerschrift, die gegevens bevatten over diplomatieke betrekkingen tussen het toenmalige Egypte en naburige rijken, en de portretbuste van Nefertiti, opgegraven in de werkplaats van de beeldhouwer Thoetmoses. Dit beeld maakt tegenwoordig deel uit van de collectie van het Egyptologisch Museum in Berlijn. Van de gebouwen zelf, waaronder het paleis van de farao en ten minste twee aan Aton gewijde tempels, is slechts weinig terug te vinden omdat ze voor het overgrote deel uit leem werden opgebouwd. Nu zien we slechts een onmetelijke vlakte.

 

We rijden in het gammele busje weer terug en gaan weer met het pontje de Nijl over. De kinderen worden van de pont gestuurd, door de politiemannen. Een jongen van een jaar of twaalf weet zich te verstoppen. We geven hem een pen en wat snoep. Maar hij wil steeds meer hebben. Mijn pet, mijn horloge, mijn bril. Hij heeft de grootste lol, wijst naar mij, doet zijn ogen dicht en gebaart dat hij blind is. We gebaren hem dat hij zijn pen goed moet verstoppen, want we zagen eerder dat een politieagent van een ander kind de gegeven pen afpikte!

Als we weer in de bus zitten zwaait hij uitgebreid naar ons en werpt ons kushandjes toe. We rijden weer terug naar ons hotel, onder extreme politie begeleiding. We hebben nog even tijd om wat te relaxen en ons op te frissen. Op het terras van het hotel drinken we een biertje. In de tuin is een grote barbecue, waar ze het vlees voor ons avondeten op aan het roosteren zijn. Inderdaad weer een prima diner, heel veel geroosterd vlees, onder andere lamskarbonaadjes, frietjes en rauwkost.

 

Terug naar het begin

 

 

 

Woensdag 25 april

 

Om 8 uur vertrekken we richting Cairo, we hebben een rit van 240 kilometer voor de boeg. Eerst nog in konvooi, met veel sterk bewapende soldaten. Na een poosje worden ze afgelost door minder soldaten en later rijden we zelfs helemaal zonder escorte. Wel zijn er veel checkpoints. De rit voert meestal door de woestijn. Bij Maidoen zien we de piramide van Sneferu, die waarschijnlijk tijdens de bouw al gedeeltelijk was ingestort. We zien heel veel bouwwerken die niet afgemaakt zijn en weer aan het vervallen zijn. Zo te zien is planning niet de sterkste kant van de Egyptenaren.

 

Om half twaalf zijn we al in ons hotel. Dit is weer hetzelfde hotel waar we de eerste nachten hebben gelogeerd. We hebben een nog mooiere kamer als de eerste keer. De rest van de middag brengen we door aan de rand van het zwembad met factor 26 en een heerlijk koel biertje. Als de zon onder is gaan we nog even naar onze kamer. Op Euronews zien we dat Yeltsin vandaag begraven is, ook een reportage over arganolie, dat moeten we thuis eens verder gaan onderzoeken, ziet er erg interessant uit.

 

Om half acht hebben we ons afscheidsdiner. We hebben ook nu weer een prima diner in één van de kleinere restaurants van het hotel. Een gezellige afsluiting van twee leerzame, interessante en vermoeiende weken.

 

Terug naar het begin

 

 

 

Donderdag 26 april

 

Om half zes ben ik al wakker, we hoeven ons vandaag niet te haasten want we hoeven pas om 11 uur te vertrekken naar het vliegveld. Ik draai me nog eens om en ineens is het half acht.

Rustig douchen en alles inpakken. We hebben zelfs nog wat ruimte in de koffers over. We proberen zo goed mogelijk het gewicht tussen de twee koffers te verdelen. We genieten nog één keer van het heerlijke ontbijtbuffet. Daarna checken we uit. We wandelen nog wat door het park van het hotel. Om 10 uur hebben we gezamenlijk koffie met Saad.

 

Om 11 uur vertrekken we richting vliegveld. Het vliegveld ligt helemaal aan de andere kant van de stad. Het is opvallend rustig op de wegen. In Egypte hebben ze een lang weekend, want  gisteren was het een nationale feestdag (herdenking van teruggave van de Sinaϊwoestijn) en morgen is het vrijdag (de Islamitische zondag). Veel mensen hebben deze donderdag ook vrij genomen. We zijn daarom ook redelijk snel op het vliegveld. Het is een grote chaos en ook niet al te groot. We zien wel heel veel gebouwen in aanbouw voor het nieuwe vliegveld. Volgens Saad moet het volgend jaar klaar zijn. We zijn redelijk snel ingecheckt en geven onze laatste ponden uit in de taxfree-shop.

 

Een half uurtje te laat stijgt ons vliegtuig op, we hebben een mooi zicht op Cairo en de Nijldelta. Het is een heel rustige vlucht, er is nauwelijks turbulentie. Alitalia is een prima vliegmaatschappij. We hebben veel beenruimte, dat hebben we met chartermaatschappijen wel eens anders mee gemaakt.

 

Als het begint te schemeren landen we in Milaan. Dit keer hoeven we maar goed een half uur te wachten. Ook nu weer helemaal naar de andere kant van het vliegveld. Bij de douane willen ze onze flessen drank in beslag nemen. Als ik daar tegen protesteer mogen we ze ineens wel meenemen. De Italiaanse douaniers hebben ook zeker zin in een slokje? Ze kunnen het uiteraard proberen, maar daar trappen we niet in. Ons volgende vliegtuig vertrekt keurig op tijd. Voordat we er erg in hebben kondigt de kapitein al aan dat we gaan landen. Het vliegtuig komt een half uur te vroeg op Schiphol aan. We hebben vast rugwind gehad. We bellen Merijn op dat we al geland zijn en krijgen als antwoord dat hij het al weet, want hij en Maartje zijn al op Schiphol.

Het uitchecken, gaat ook vlot, het is niet erg druk op het vliegveld. Ook op de koffers hoeven we gelukkig niet te lang te wachten. Inmiddels hebben we Maartje en Merijn al door de ramen gezien. We nemen afscheid van onze mede reisgenoten. Zo komt een einde aan een fascinerende reis. Gelukkig hebben we nog vier dagen vrij om wat bij te komen.

 

Terug naar het begin

Foto's Egypte 2007

 

 


Links


 

 Stichting TejeAnimal care in Egypt 

 

Egypte startkabelTerug naar het begin