Reisverslag
Marokko
2009
Jenny
& Herman Brouwer
23 april t/m 4 mei 2009
© foto's en verhaal: Herman Brouwer
hier en daar heb ik gebruik gemaakt van informatie uit Wikipedia en de Dominicus reisgids Marokko
Dag
1 - donderdag 23 april
Eindelijk kunnen we weer eens zorgeloos op vakantie, vreemd, verleden jaar omstreeks deze tijd gingen we naar China, Zwaantje in een zorgelijke toestand achterlatend, evenals Pa Dunnewind. Dit jaar weer voor het eerst sinds jaren zonder knoop in onze buik op pad.
Sjef,
onze buurman brengt ons naar het station. De trein vertrekt om 10.25 uur richting
Sloterdijk. Op Sloterdijk stappen we over op de trein naar Schiphol, waar we om
goed half twaalf aankomen. Dezelfde dame van Fox als verleden jaar heet ons welkom
en helpt ons bij het inchecken. Dat is
allemaal
zo gebeurd en al snel zijn we aan de andere kant van de douane, we kijken
even bij de taxfree-shops, zonder iets te kopen en bekijken de expositie: Holland & Japan - 400 jaar handel,
dit ter gelegenheid van de viering van 400 jaar handelsbetrekkingen tussen Nederland en Japan.
Om
13.20 uur worden we bij G-02 verwacht. De persoons- en bagagecontrole is aan de
gate. Verleden jaar was het nog vlak na de paspoortcontrole. We zien door het
raam ons vliegtuig aankomen. Het is een boeing 737-800 van Royal Air Maroc, die
direct uit Casablanca komt.
Alles
verloopt vlotjes en precies om half drie vertrekt het vliegtuig. Het is
schitterend helder weer en we kunnen de route precies volgen. We vliegen via
Rotterdam, de Zeeuwse eilanden, Lille, Parijs, Bordeaux, Bilbao, Madrid, Sevilja,
de Straat van Gibraltar, die vanuit het vliegtuig heel smal lijkt, naar
Casablanca. Het is een heel rustige aangename vlucht.
Om tien voor vier landen we op het Mohamed V International Airport van Casablanca. De afhandeling van de formaliteiten gaat redelijk vlot. Iedereen krijgt een uniek nummer in zijn, of haar paspoort gestempeld. Om kwart voor vijf staan we buiten het vliegveld. Rachid, zo heet onze gids tijdens deze rondreis, heeft ons in de aankomsthal opgevangen. Er komt een mooie goeduitziende bus aangereden. We stappen in en rijden in ongeveer één uur naar ons hotel. We doen zo de eerste indrukken van Marokko op. Het verkeer ziet er geordend en gedisciplineerd uit. Heel wat anders als toen we aankwamen in Cairo twee jaar geleden. Onderweg worden we voorgesteld aan de chauffeur Mustafa en de bijrijder Hamid. We zijn snel ingecheckt, we hebben een mooie ruime kamer aan de voorkant van het hotel. We hebben nog even tijd om ons op te frissen en de buurt een beetje te bekijken voordat we ons welkomstdiner zullen krijgen.
Rachid
heeft ons op het hart gedrukt vooral niet uit de kraan te drinken, dus we kopen
wat flessen water in een piepklein winkeltje wat verderop in de straat. Ook
pinnen we wat dirhammen, dit is de munteenheid van Marokko. Eén dirham is honderd centime. Dirham is afgeleid van het Oud-Griekse Drakhme, wat een handvol betekent.
De volgende munten worden gebruikt: 20 en 50 centime en 1, 5, en 10 dirham. Het papiergeld is beschikbaar in 10, 20, 50, 100 en 200
dirham. 100 dirham is iets minder waard dan € 10,--
We hebben een prima diner in de vorm van een buffet, we kunnen uit allerlei lekkere vleesgerechten en gestoofde groentes kiezen, met pasta, rijst, of zelfs aardappelen. Terug in onze kamer richten we de koffers opnieuw in en kijken nog even t.v. BVN wordt hier ontvangen, zodat we het nieuws en nova kijken. Om tien uur lokale tijd (het is in Nederland twee uur later), gaan we slapen, want we worden om 7 uur gewekt
foto'sdag 1 - 23 april
Dag 2 - vrijdag 24 april
We
hebben prima geslapen, het is dan ook een prima hotel waar we deze nacht hebben
verbleven. Douchen, aankleden, ontbijten en om half negen zijn we al op weg. De
eerste bezienswaardigheid op ons programma is de moskee Hassan II. Het is een moderne, grote,
moskee gebouwd in opdracht van koning Hassan II, de vorige koning van Marokko.
De moskee werd ontworpen door de Franse architect Michel Pinseau en gebouwd door
Bouygues. Het is de één na grootste moskee ter wereld, na die in Mekka de Masjid Al-Haram. De moskee ligt aan de kust en biedt uitzicht over de Atlantische Oceaan. Naast de 25.000 mensen die
binnen een plek kunnen vinden is er buiten plaats voor 85.000 biddende mensen. De minaret is de hoogste minaret met een hoogte van 210 meter.
De moskee is gebouwd op grond die onttrokken is aan de zee en de helft van de oppervlakte steekt uit over het water van de zee.
Dit werd geïnspireerd door
het koranvers die spreekt over de troon van God, gebouwd boven het water. Een gedeelte van de vloer van het complex is van glas, zodat de biddende gelovigen direct boven het water knielen. 's Nachts branden er bovenin de minaret schijnwerpers die richting Mekka schijnen, en aan de andere kant van de minaret schijnen de spots richting het Vrijheidsbeeld in New York.
Naast deze -vooral- godsdienstig geïnspireerde eisen van opdrachtgever koning Hassan II zijn er modernere kenmerken: het gebouw is ontworpen om bestand te zijn tegen aardbevingen, de deuren zijn elektrisch aangestuurd en het complex heeft een
openschuifbaar dak.
De moskee heeft duidelijke Moorse invloeden en de architectuur komt overeen met het Alhambra en de Mezquita in Spanje.
Op 12 juli 1986 werd begonnen met de bouw met de bedoeling om het gereed te hebben voor de 61e verjaardag van de toenmalige koning Hassan II van Marokko in 1989. De opening vond echter plaats op 30 augustus 1993. Alle graniet, pleisterwerk, marmer, hout en andere gebruikte materialen in het complex zijn afkomstig van alle streken van Marokko, met uitzondering van enkele witte granieten zuilen en de glazen kroonluchters: die komen beide uit Italië. Zesduizend traditionele Marokkaanse ambachtslieden hebben zes jaar gewerkt om al deze ruwe materialen te verwerken tot mozaïeken, stenen en marmeren vloeren, de zuilen, houtsnijwerken, geschilderde plafonds etc. die nu te
bewonderen zijn.
De moslims in Marokko behoren
tot de grootste hoofdstroming van de islam het soennisme. De op een na grootste stroming is het sjiisme. Het soennisme is verdeeld in verschillende madhahib die naast elkaar bestaan zonder noemenswaardige onderlinge conflicten.
Het woord soenna is Arabisch voor 'traditie'. Soennitische moslims volgen de traditie die gebaseerd is op het leven van de laatste profeet van de islam, Mohammed. De Ahadith, een verzameling overleveringen van het spreken en handelen van Mohammed, heeft naast het heilige boek van de moslims, de Koran, groot gezag voor soennieten. Ook de instemming van de sahaba (de eerste moslims) 'idjma-as-Sahaba' genaamd over bepaalde specifieke zaken, en de 'qiyaas' (analogie) met deze en andere voorvallen zijn bronnen binnen de soennitische stroming van de islam.
Circa 90%
van alle moslims, ook die in het Westen leven, is soennitisch. Het soennisme is evenals het sjiisme ontstaan vanuit de strijd om de rechtmatige opvolging van Mohammed, die begon na zijn dood in het jaar 632. De soennieten gaan er van uit dat Mohammed tijdens zijn leven geen opvolger heeft aangeduid, en ook niet heeft aangegeven hoe een opvolger bepaald moest worden. De strijd ging tussen aanhangers van Mohammeds neef en schoonzoon Ali en die van de kaliefen. De soennieten zijn volgelingen van de laatsten. De eerste kalief was Mohammeds schoonvader Aboe
Bakr. Na de eerste vier gekozen kaliefen was het grote schisma binnen de islam een feit en kwam het kalifaat in handen van opeenvolgende soennitische dynastieën, de Omajjaden en de Abbassiden. Hun invloed strekte zich via veroveringsoorlogen binnen enkele generaties uit van Spanje (de Pyreneeën) tot aan de Punjab in oostelijk India.
Soennitische theologie wijkt op bepaalde punten af van dat van de sjiieten: onder meer de 'al Mahdi'. Wel geloven de soennieten dat de Mahdi nog zal verschijnen. Verder de rol van de imam: voor soenni's niet veel meer dan de leider van het vrijdagse gebed in de moskee.
Na het bezoek aan de moskee gaan we in een restaurant aan zee koffiedrinken. Meteen valt al op hoe goedkoop (naar Hollandse maatstaven) hier alles is. We betalen € 0,90 voor een kopje prima koffie. We hebben uitzicht op de Atlantische oceaan en het is heerlijk, weer zo'n 25°C.
De Franse invloeden zijn overal te merken, de hele organisatie van het land is gebaseerd op het Franse systeem en alles is 2 talig aangegeven, dat is dus wel makkelijk voor ons. De eerste indrukken zijn positief, veel mensen zijn overal aan het schoonmaken en de mensen die we tot nu toe ontmoet hebben zijn aardig.
We
gaan op weg naar Rabat de formele hoofdstad van Marokko. Rachid vertelt
onderweg, over van alles en nog wat om ons wat meer wegwijs te maken in het
land: over het schoolsysteem, de politiek, het koningschap en de mislukte staatsgreep
in 1970. De rit naar Rabat duurt ongeveer 1½ uur. Links is de Atlantische
oceaan voortdurend te zien. In Rabat gaan we eerst lunchen en drinken ons eerste
lokale biertje, dat prima smaakt. De lokale gids Abdul stelt zich voor. Hij is Duitstalig
en heeft waarschijnlijk wat te veel met Duitsers gewerkt, want hij wil
discipline van de groep, wat niet helemaal lukt, we hebben tenslotte vakantie.
We bezoeken eerst dicht bij de Chellah, Dar
es-Salam: het koninklijk paleis, dat alleen aan de buitenkant te bezichtigen
is. Het paleis is met een moskee, de regeringsgebouwen en militaire kazernes gebouwd rondom een open vlakte, de
mechouar.
De paleiswacht is in het wit gekleed, draagt rode epauletten en een brede rode ceintuur, waaraan twee leren tassen hangen. De bewakers hebben witte handschoenen aan en op hun hoofd prijkt een blauwe of rode muts met witte ruiten. Leden van dezelfde 'zwarte garde' houden de wacht bij de Hassan toren en het mausoleum.
Niet ver van het paleis vandaan ligt de regering- en diplomatenwijk van de
stad, waar we doorrijden als we op weg gaan naar het mausoleum en de toren
(tour) van Hassan.
Het Mausoleum van Mohammed
V bezoeken we eerst. Mohammed V was de vader van de huidige koning. Het mausoleum is gebouwd in Marokkaanse stijl en rijkelijk gedecoreerd. De graftombe van de koning bevindt zich onder de grond in een open kamer.
Het meest kenmerkende van de stad is de Tour Hassan, die zich vlak naast het
mausoleum bevindt. In 1195 begonnen ze met de bouw van deze moskee. Onder het gezag van sultan Yacoub
al-Mansour werd de moskee gebouwd. De bedoeling was om een toren van zestig meter hoog te maken. Slechts 44 meter is voltooid. In 1755 verwoestte een aardbeving het grootste gedeelte van wat de grootste Marokkaanse moskee moest worden. Aan de pilaren kun je de oorspronkelijke bedoelingen van Al-Mansour herkennen.
Bij de monding van de Bou regreg staat de Oudaïa-kasba op de plaats waar al in de
10de eeuw een fortificatie was neergezet. De sultan Yakoub el-Mansour voorzag de nederzetting van hoge muren met poorten en torens en vestigde er zijn residentie. In de 17de en 18de eeuw werd de kasba opnieuw versterkt. Nu zijn er binnen de muren een woonwijk, een museum en een Andalusische
tuin, die we ook bezoeken en we wandelen door de mooie straatjes en steegjes. De
huizen zijn voornamelijk in witte en blauwe tinten geverfd.
Opvallend aan de kasba is de hooggelegen imposante poort. De Oudaïa-poort heeft een dubbele passage om het aanvallers moeilijk te maken de kasba binnen te dringen. De poort heeft echter, gezien de rijke reliëfs, zeker ook een decoratieve functie gehad.
Eenmaal door de poort leidt de Rue Jemaa naar een terras dat een fraai uitzicht biedt over de Atlantische Oceaan, het strand en
de aan de andere kant van de rivier gelegen zusterstad: Salé. Tussen beide
steden wordt een groot project, gefinancierd door Dubay, gerealiseerd met een
nieuwe brug, hotels en een jachthaven.
We
rijden in ongeveer drie kwartier naar Kenitra. Ten noorden van de stad ligt ons
hotel, allemaal kleine appartementjes rond een grote binnentuin en een zwembad.
In de buurt zien we veel ooievaars en hun nesten. Op alle denkbare hoger gelegen
plekken hebben ze die gebouwd. We hebben nog even de tijd om ons op te frissen,
waarna we echt Marokkaans gaan dineren: soep van diverse groenten en erwten,
tajine (stoofschotel) van rundvlees, met wortelen en erwten en sinaasappel met
munt en kaneel toe. Ook drinken we ons eerste flesje (prima) wijn. Na het eten
luisteren we nog even naar de Wereldomroep en kruipen al snel onder de wol. We
hebben ons tenslotte vandaag rot gerend om al die bezienswaardigheden te zien.
foto'sdag 2 - 24 april

Dag 3 - zaterdag 25 april
Om 4 uur word ik wakker door de oproep tot gebed, gelukkig hoef ik er nog niet uit en Jenny slaapt heerlijk door. Door de wekdienst worden we om 7 uur gewekt en om half acht hebben we een echt Frans ontbijt: stokbrood, een croissantje, boter, jam en koffie, of thee. Om half 9 zitten we al weer in de bus. Om 10 uur hebben we een koffiepauze in Sidi Kacem, er is ook een grote groep basisschool kinderen, waarschijnlijk op schoolreisje. Eén van de leerkrachten zet iedere keer een liedje in en alle kinderen volgen braaf en gedisciplineerd. Als ze vertrekken lopen ze keurig hand in hand. Na de koffie zetten we onze reis voort naar Volubilis. Het is vandaag overwegend bewolkt.
Volubilis was een Romeinse nederzetting
en vermoedelijk is de stad gebouwd op de resten van een eerdere stad van de Carthagers uit de 3e eeuw voor
Christus. Volubilis was het bestuurlijke centrum voor dit deel van Romeins Afrika. In de vruchtbare regio werd grootschalig graan verbouwd en geëxporteerd naar Rome. In
deze stad vonden ook de contacten plaats tussen de Amazigh stammen en de Romeinen. De Romeinen zijn er nooit in geslaagd deze stammen te onderwerpen.
Wanneer dat wederzijds voordeel opleverde werkten de Amazigh met de Romeinen samen.
Anders dan in het geval van veel andere Romeinse steden werd Volubilis niet verlaten nadat de Romeinen in de 3e eeuw hun steunpunten in dit deel van Afrika waren kwijtgeraakt. Het Latijn bleef nog eeuwenlang in gebruik en werd pas door de Arabische opmars aan het einde van de 7e eeuw verdrongen.
Gedurende een periode van 1000 jaar bleven er mensen in Volubilis wonen. De stad werd pas in de 18e eeuw verlaten om te worden afgebroken en bouwmateriaal te leveren voor de constructie van de paleizen van Moulay Ismail in het nabijgelegen Meknes. Als deze afbraak niet had plaatsgevonden dan was Volubilis misschien een van de best bewaarde Romeinse locaties geweest. Desondanks zijn de ruïnes in goede staat
en bevinden zo’n 30 mozaïeken van hoge kwaliteit zich nog op hun originele plaats.
In 1997 is Volubilis toegevoegd aan de
Unesco Werelderfgoedlijst. We wandelen een hele poos tussen de overblijfselen
door. Ook hier zijn weer veel ooievaarsnesten te zien en te fotograferen. Ook
het schoolreisje, die we bij het koffiedrinken tegen kwamen is hier.
Vanuit
Volubilis kunnen we het stadje Moulay Idriss zien, de vorm van het stadje lijkt
van een afstand een beetje op een dromedaris. Met de bus rijden we tot het begin van de stad.
Deze plek ligt wat hoger dan de stad, dus hebben we een prachtig uitzicht. Hier
is een restaurant, waar we een lekkere lunch hebben. Als we lekker gegeten
hebben gaan we wandelend, bergaf het stadje in.
Deze stad is vernoemd naar de sultan Moulay Idriss. Sultan Moulay Idriss was onder andere de stichter van Fez en ligt hier begraven. Voor sommige Marokkanen is dit plaatsje een bedevaartsplaats. Moulay Idriss is lange tijd verboden geweest voor niet-moslims; pas vanaf 1916 kunnen ook niet-moslims dit stadje bezoeken. Wel zijn nog verschillende plaatsen verboden voor ons, niet-moslims, zoals de moskeeën. We lopen over de niet toeristische markt en zien de enige ronde minaret van Marokko. Als we beneden in het stadje zijn aangekomen staat de bus ons al weer op te wachten.
We
zetten onze reis voort naar Meknes, gelegen op een vlakte niet ver van het Atlasgebergte en de stad Fez. Het is één van de vier koningssteden van
Marokko en na Rabat de tweede koningsstad die wij bezoeken. De stad begon als een nederzetting om een kasbah (of fort) heen in de achtste eeuw.
Het was de hoofdstad van Moulay Ismaïl, een tijdgenoot van Lodewijk XIV. Moulay Ismaïl, de sultan van de Alaouïten dynastie, liet in 1672 de oude Mariniden- kasbah en een deel van de oude stad afbreken en richtte de stadsmuur met omringende poorten op.
Ismaïl bouwde als een gek: 50.000
bouwvakkers, deels christelijke slaven, maar ook tot dwangarbeid veroordeelde rebellen of misdadigers en zwarte soldaten uit het zuiden, hebben zijn paleizen en moskeeën gebouwd.
Ismaïl zou met eigen handen meer dan 36.000 mensen hebben gedood; zijn harem telde meer dan 500 vrouwen bij wie hij 860 kinderen verwekte. Hij bezat een
"kudde" paarden van 12.000 stuks die als cavalerie tijdens zijn veldtochten gebruikt werd.
De stad is nog steeds omringd met stadswallen, met de mooiste poorten van
Marokko. Vanwege haar schoonheid wordt de stad ook wel het Versailles van Marokko genoemd.
Door Unesco werd de stad in 1996 tot werelderfgoed verklaard.
We
bezoeken uiteraard het mausoleum van deze Moulay Ismaïl. Het plafont is van prachtig bewerkt cederhout en in de graftombe van hem en zijn vrouw staan twee grote klokken. Deze waren een geschenk van de zonnekoning Lodewijk XIV. Het 'zonnesymbool' is op diverse plaatsen terug te vinden in de versieringen.
We hebben nog even de tijd om een Souk te bezoeken, die zich tegenover de
bab Mansour (bap = poort) bevindt. Op de markt zien we Bob en Annie de Rooij,
beiden gekleed in een schotsgeruite jas. Op het grote plein zijn
verhalenvertellers bezig, die heel wat mensen weten te boeien. Het loopt al
tegen zessen als we in de bus stappen voor onze laatste etappe vandaag, via de
snelweg (tolweg) naar Fez, de geboortestad van onze gids Rachid.
Bij het hotel aangekomen heerst er een beetje chaos, want 3 bussen met reizigers moeten zich inchecken, ook Bob en Annie. Uiteindelijk krijgen we toch de sleutel van onze kamer. Om acht uur is het diner, het eten is prima, maar wel wat eenzijdig, vaak ongeveer dezelfde gerechten, gestoofde groenten, met vlees in een Tajine, wortels, doperwten, groentesoep, salade en fruit toe. Het hotel heeft een internet aansluiting, dus tijd om onze blog: http://hermanenjenny.waarbenjij.nu te updaten. De computer heeft een Arabisch toetsenbord, dus het gaat allemaal niet zo makkelijk, maar uiteindelijk lukt het gelukkig wel. De thuiswacht is ook weer op de hoogte. Nu is het na deze drukke dag wel weer tijd om naar bed te gaan, morgen kunnen we tot half acht uitslapen.
foto'sdag 3 - 25 april
Dag 4 - zondag 26 april
We
hebben een beetje uit mogen slapen tot wel half acht. Het is maar goed dat we
dit soort reizen nu maken, nu we nog goed ter been zijn. Het weer zou vandaag wat minder
zijn, maar als we de gordijnen opentrekken schijnt de zon al volop. Voordat we
na het ontbijt naar de oude stad (de Medina) vertrekken regent het helaas al een
klein beetje. Eerst bezoeken we het koninklijk paleis het Dar-el- Makhzen,
natuurlijk weer alleen aan de buitenkant en maken een wandelingetje door de oude
Joodse wijk de Mellah. Overal in deze wijk zijn kleine wisselkantoren en werkplaatjes van goud- en zilversmeden. Het is een soort enclave binnen de stad,
ze hebben een eigen bestuur en onderwijssysteem en worden niet lastig gevallen, zolang ze maar belasting betalen aan de koning.
Het is inmiddels steeds harder gaan regenen, dus kopen we maar snel een paraplu.
Daarna met de bus naar een punt boven de stad
waar we een overzicht hebben over de hele Medina. Inmiddels is het echt Hollands
weer geworden (harde regen en veel wind). Daar in de buurt bezoeken we een
keramiekwerkplaats waar alles met de hand wordt gemaakt: potjes, fonteinen, spiegels, asbakken, tafelbladen, etc. Er is een pottenbakker aan het werk, iemand hakt tegeltjes voor mozaïeken en mensen kleuren schaaltjes in.
Men gebruikt olijfpitten als brandstof voor de ovens en dat veroorzaakt dikke zwarte rook.
Het glazuren gebeurt zonder beschermingsmiddelen. Het is ons al meer opgevallen
dat aan de arbeidsomstandigheden hier in Marokko nog veel te verbeteren valt. Na een kopje
kopje koffie in een traditioneel koffiehuis (de mannen zitten keurig in rijtjes)
is het tijd voor de Medina van Fez. De indrukken die je hier opdoet, zijn moeilijk in woorden te omschrijven. De 9000 steegjes zijn net breed genoeg voor 2 personen. Aan weerszijden kijk je je ogen uit aan de koopwaar die wordt aangeboden.
Spullen liggen op de meest onmogelijke manieren opgestapeld, want de plek die ervoor is, is in de meeste gevallen niet meer dan een grote kast en om de paar meter moet je aan de kant voor een ezel die
over beladen is met stapels koopwaar. We bezoeken een historische madresse, een
soort Islamitisch seminarium. Ook de leerlooierijen maken indruk op ons. Mannen die tot aan hun middel in
het loog staan om haren uit huiden te weken en het leer te looien. Tien uur per dag werken de meesten hier en zij krijgen niet, zoals wij, munt aangeboden om de stank te verdrijven. Gelukkig valt de stank in dit seizoen
en omdat het regent, nog erg mee. We gaan
lunchen
in een restaurant dat bekend staat om de pastilla's (een bladerdeeg taartje met
kip, amandelen, uien, kaneel, gember en poedersuiker). Na de lunch gaan we naar
een weverij. Ook hier gebeurt alles nog met de hand en ook dit is weer
interessant om te zien.
Ze
werken met verschillende soorten wol, katoen en zogenaamde zijde, die van de
agaveplant is gemaakt. Het glanst wel als zijde, maar heeft niet de sterkte en
souplesse van zijde. Vervolgens struinen we nog wat door de verschillende steegjes en rond een uur of
vijf staan we weer buiten de muren. Voor ons een ervaring om nooit meer te vergeten.
Het is langzamerhand weer mooi weer geworden gelukkig en volgens Rachid zijn de
verwachtingen voor de komende tijd ook prima. Gelukkig maar, als dit alle regen
is die we krijgen doen we het er voor. Terug in het hotel gaan we lekker in bad,
lezen en schrijven wat. Om half acht weer het diner. We moeten na het diner een
klein tasje pakken, want morgen blijft de koffer in de bus als wij de woestijn
in gaan. Ook vandaag liggen we weer op tijd in bed.
foto'sdag 4 - 26 april
Dag
5 - maandag 27 april
Vanmorgen zijn we niet door de wekdienst gewekt, maar gelukkig hebben we onze eigen wekker ook gezet. Na het ontbijt gaan we om vijf voor acht op weg, maar na een paar minuten merken we al, dat we twee reisgenoten missen. Ze waren na de koffers inladen nog even terug gegaan het hotel in. Ze zijn zo weer opgepikt en we gaan opnieuw op weg. Het is al schitterend weer. Gelegen op 1650 meter hoogte is Ifrane, onze eerste stop voor vandaag, een modern kuuroord en populaire wintersportplaats. Het heeft een volledig Europese sfeer, het lijkt wel of we in Zwitserland, of Oostenrijk zijn. In Ifrane ligt ook de Al-Akhawayn Universiteit. Dit is een Engelstalige privé-universiteit, en dus is een studie hier alleen te volgen voor de rijken. Op het terras van hotel Apart drinken we koffie. Ik bestel een cappuccino en krijg chocomelk, heel apart, maar ook lekker.
We
trekken verder het Midden Atlasgebergte in, hier en daar ligt nog sneeuw. De
natuur is overweldigend. Hier en daar zie je kuddes schapen en geiten met hun
herders. Sommige kuddes bestaan uit een paar dieren, andere weer uit honderden.
Bij een nomadentent stoppen we. De vrouw des huizes vindt het goed dat we even
binnen komen kijken en ook mogen we foto's maken. Uiteraard wil ze er wel een
kleine vergoeding voor hebben. Alles ziet er keurig, maar heel eenvoudig uit. In
Midelt stoppen we om te lunchen in een soort Kasbah, we eten hier erg lekker:
Jenny brochettes en ik een forel. We rijden verder nu in de Hoge Atlas, naar
Erfoud. Langzaam gaan we over naar een woestijnklimaat. Dit heeft niets te maken
met de temperatuur, maar alles met de hoeveelheid neerslag dat er per jaar valt.
Afgelopen winterseizoen is er erg veel neerslag (na jaren!) gevallen. Alles ziet
er dus fris en groen uit.
Erfoud is één van de belangrijkste oases van Marokko. Het water, dat zorgt voor de bevloeiing, is afkomstig van de wadi Ziz en de wadi Rehris. De dadel is het symbool van de regio Tafilalet en elk jaar wordt in oktober een groot dadelfeest gehouden in Erfoud. In de streek rond Erfoud staan wel één miljoen dadelpalmbomen.
Vanuit Erfoud
stappen we over in 4 wheel-drive auto's om de Sahara in te gaan. We
verlaten Erfoud over een dammetje dat in het riviertje is gelegd. Nu snappen
we ook waarom we niet verder met de bus kunnen. De rit naar Merzouga duurt
ongeveer een uur.
De
berber chauffeur houdt van pittig rijden. We razen soms met een vaart van 80km
per uur over de zand- en keivlaktes. Hij rijdt gelukkig prima en weet ook,
wanneer het wel erg hobbelig wordt het gas wat in te houden. Langzaam gaat de
vlakte over in zandduinen. In de verte zien we ook de hoge duinen. De berber
chauffeur zegt dat we er bijna zijn en achter een duin in een duinpannetje wachten
een aantal kamelen (zo noemen ze de dromedarissen hier) , met hun begeleiders op
ons. We stappen uit de auto's, één van de kamelen is nogal onw
illig, de begeleider van
het beest roept mij en ik moet er op gaan zitten. Het beest heeft er niet veel
zin in, maar zodra ik erop zit wordt hij rustig en moet hij gaan staan. Een hele
ervaring: echt het schip van de woestijn en dan een schip op zee met
windkracht tien. Je merkt dan pas hoe hoog zo'n beest op zijn poten staat, maar
gelukkig kan ik me goed vasthouden aan een soort stuurtje. Als iedereen op zijn
kameel zit gaat de karavaan op weg. Langzamerhand, de zon is inmiddels ook onder
gegaan, wordt het donker.
De rit valt niet mee, vooral het duin op en duin af
vergt veel van ons zitvlak. Erg avontuurlijk zo'n rit door de pikdonkere
woestijn. We horen alleen het sloffen en gekreun van de kamelen en hun berijders.
De begeleiders roepen iedere keer: "gaat 't goed?", volgens mij bijna
de enige Nederlandse woorden die ze kennen. Als ik: "Nee!" roep
reageren ze hier niet op. Er is een klein maantje dat nog een klein beetje licht
geeft.
Na ongeveer een uur horen we trommelen en gezang. Achter een hoog duin ligt een bedoeïenenkampje, we zien in het schijnsel van een kampvuurtje wat tenten.
Het afstijgen van de kamelen is al net zo'n avontuur, ik ben nog niet van de kameel af, of het beest wordt weer net zo koppig als voordat ik er op moest stappen. Van onderen zijn we aan alle kanten opgerekt. Ik denk dat ik zonder problemen zo mijn been weer in mijn nek kan leggen.
We
worden ontvangen met mierzoete muntthee. We worden wat wegwijs gemaakt in het
kamp, maar buiten het schijnsel van het kampvuur is het pikdonker, dus veel valt
er niet te zien. Wel een schitterende sterrenhemel natuurlijk.
De maan is al
weer onder gegaan en er lijken veel meer sterren te zijn, ook lijken ze
dichterbij. We worden al snel geroepen om te eten. In een grote tent staan wat
tafels klaar. We krijgen een verrassend complete en lekkere maaltijd
voorgeschoteld. Na het eten nog wat drinken en daarna naar de tenten om te
slapen. We laten de tent open om de sterren te kunnen bewonderen. Het is
muisstil en afgezien van het gesnurk van de medereizigers horen we niets.
Wonderlijk genoeg vallen we redelijk snel in slaap.
foto'sdag 5 - 27 april

Dag 6 - dinsdag 28 april
Vanmorgen worden we niet gewekt door de telefoon, of de wekker, maar door tromgeroffel. Het is pas vijf uur, maar wel nog een beetje schemerig. We merken dat de kamelen, die voor ons kampje liggen ook wakker worden. We maken een wandelingetje naar de top van één van de zandduinen. In het zand zijn allemaal sporen van de mestkevers, die zich die nacht tegoed hebben gedaan aan de kamelenkeutels.
We
hoeven niet lang wachten, in het oosten eerst al een rode gloed en langzaam komt
het eerste randje van de zon boven een zandduin
uit. Dan gaat het snel, na een paar seconden is de zon al helemaal zichtbaar. We
wandelen terug naar het kamp waar we nog een glas muntthee krijgen voordat we de
kamelen weer bestijgen. De rit van een uur terug naar de rand van de zandduinen
is een nog grotere marteling als gisteren. De zadelpijn is nog niet verdwenen en
wordt nu alleen maar erger. Het is toch een rit die we niet gemist zouden willen
hebben. Het is prachtig in de Sahara zo 's morgens vroeg.
Onze
chauffeur staat ons al op te wachten en rijdt ons nadat we met moeite van de
kamelen zijn afgestapt, naar een kasbah, waar de rest van ons gezelschap, die de
rit naar het kamp niet aandurfden, vannacht hebben gelogeerd. We kunnen ons
lekker even douchen in de hamam, daarna nog een uitgebreid ontbijt
buffet
en we kunnen er weer tegen. We moeten nog verder met de
4 wheel-drive auto's naar Erfoud. We bezoeken een werkplaats waar ze de
fossielen, die hier veel voorkomen, bewerken.
Hier stappen we weer over in de bus en rijden weer naar het noordwesten richting Boumalne in de schitterende Dadès kloof. Tot het begin van de zomer kun je op de achtergrond de besneeuwde toppen van de Atlas zien! We komen in de Tinghir oase, beroemd vanwege de Todrakloof (canyon), waarvan de steile rotswanden een hoogte bereiken van bijna 300 meter en die op het smalste punt maar 30 meter uit elkaar liggen! Hier lunchen we ook en maken later een wandeling door de oase. We krijgen uitleg over het ingenieuze irrigatiesysteem. Ik let blijkbaar niet al te goed op en prik mijn teen aan een grote doorn.
Later
rijden we door naar Boumalne, dat 195 kilometer verwijderd is van de koninklijke stad Marrakesh. Het dorpje ligt op een hoogte langs de oevers van de Dadès rivier, een zijtak van de Draâ. Zij ontspringt als de 'Imdghas' in het centrale Atlas gebergte. In haar bovenloop is zij een ware stortbeek die
soms tot 700 liter water per seconde levert.
Het gebied wordt bewoond door Berbers die vooral afkomstig zijn van de Aït Sedrat, een vroegere
nomadenstam die uiteindelijk voor een vaste woonplaats koos.
We overnachten in een kasbah, we hebben daar een schitterend appartement,
helemaal in Marokkaanse stijl. Het eten is hier ook meer dan prima. Als het
diner op is, is het al weer bijna tien uur. Al weer zo'n drukke en enerverende
dag. We kruipen ook nu maar snel onder de wol, want morgen mogen we weer om half
zeven op.
foto'sdag 6 - 28 april
Dag 7 - woensdag 29 april
We
zijn al weer vroeg wakker en voor het ontbijt lopen we nog even om de Kasbah
heen. We hebben een schitterend uitzicht op de vallei. Aan de overkant van de
vallei staat de Arabische tekst:
"de Sahara is onze Sahara". Na het ontbijt, met heel lekkere jams en
pannenkoekjes, rijden
we via de weg van de 1000 kasbahs, met links en rechts nog bewoonde lemen huizen
richting Marrakesh .Tussen 'Kelaâ des M'Gouna' (Fort van M'Gouna) en Boulmane
bloeit de 'Vallei van de Rozen'. Zij begint bij Imassine en dat punt is herkenbaar door twee grote ronde rotsen. Alle dorpjes geuren naar rozen tijdens de bloeitijd en de bloemen worden geoogst
vanaf eind april. We drinken koffie in El Kelaa, we zitten daar heerlijk in het
zonnetje en naast het koffiehuis is een winkeltje waar rozenwater en
schoonheidsproducten worden verkocht. Ze doen goede zaken.
De roos die hier gekweekt wordt is de 'Rosa Damascena'. Dat is een soort die heel goed bestand is tegen droogte en vorst. Dit rozenras werd ingevoerd door islamitische bedevaarders die tijdens de 10de eeuw terugkeerden uit de heilige moslimstad Mekka.
De 'Rosa Damascena' wordt vooral aangewend voor de productie van rozenwater en de
parfumindustrie. Er groeien 4200 kilometer lange rijen rozenplanten, die goed zijn voor 1400 liter rozenwater Jaarlijks worden zowat 3000 tot 4000 ton rozen versneden. Een deel van de oogst wordt
uitgevoerd naar Frankrijk.
Na
de koffie door naar Quarzazate, exact gelegen tussen de gebergtes de Anti-Atlas en
de Hoge Atlas in. In Ouarzazate bevindt zich de grootste filmstudio ter wereld. Verscheidene bekende films werden in deze studio opgenomen. De stad wordt ook wel het "Hollywood van Marokko" genoemd.
We
bezoeken de kasbah van Taourirt. De meeste kasbah's en ksars zijn vervallen. Ze worden niet meer echt bewoond, maar meer gebruikt als opslagplaats voor granen of als stalling voor het vee. Oorspronkelijk hebben ze wel degelijk dienst gedaan als woningburchten, een soort lemen kastelen die als verdedigingswerk tegen plunderende woestijnnomaden en Touaregs bedoeld waren. Tot in de twintigste eeuw hebben die rondzwervende en rovende nomaden huisgehouden in die streken. In de jaren dertig heeft het Franse Vreemdelingenlegioen echter korte metten met hen gemaakt: ze werden later met harde hand
tot "nette burgers", gevormd.
We
lunchen in de buurt van de veelgeprezen kasbah van Ait Ben Haddou. Deze verkeert nog in redelijk staat en herbergt dan ook nog steeds ongeveer 150 inwoners. Ait Ben haddou is zo bekend onder andere omdat het als achtergrond heeft gediend voor talloze woestijnfilms zoals "Jewel of the Nile", "Jezus of
Nazareth" en "Sodom and
Gomorra".
Weer
de bus in voor een lange rit over de passen van de hoge Atlas het is een
schitterende tocht, met heel veel haarspeldbochten. De reis schiet dus niet erg
op. Er zijn nogal wat mensen van het reisgezelschap ziek geweest, of nog ziek (maag-,
darmklachten), voor hen is het geen pretje. Gelukkig hebben Jenny en ik nergens
last van. We hebben trouwens een erg leuk reisgezelschap, allemaal ongeveer de
zelfde leeftijd en met allemaal verschillende achtergronden en beroepen.
Iedereen gaat op een leuke manier met iedereen om. Om half acht zijn we pas bij
ons hotel in Marrakesh.
Het is een hotel als uit de verhalen van duizend en één nacht. Onze kamer ook,
maar het staat zo vol (twee hemelbedden, twee stoelen, een tafeltje, een
kaptafel, veel schilderijen) en alles is bont beschilderd en aangekleed. We worden er wel een
beetje daas van.
We proberen
Maartje te bellen, maar krijgen haar antwoordapparaat. Dan Merijn maar geprobeerd, die neemt ook al niet op. Na het diner gaan we dan maar op zoek naar
een internetcafé. Dat valt in deze buurt niet mee. Na wat gevraag (wat een
geluk dat ze hier ook Frans spreken) vinden we er toch een. We kunnen onze blog
weer bijwerken en de reacties van iedereen lezen. Merijn belt terug. We hebben
geen nieuws en in Beverwijk gaat ook alles goed. Het is toch goed dat we dat van
elkaar weten. Terug in het hotel drinken we nog een biertje, lezen en schrijven
wat. Na het douchen hebben we wel weer zin om te gaan liggen. Morgen blijven we
in Marrakesh, we hoeven dus pas om half acht op.
foto's

Dag 8 - donderdag 30 april
Na gewekt te zijn ontbijten we op het dakterras van het hotel. Een beetje vreemd ontbijt, dat naast stokbrood en jam, voornamelijk uit allerlei koekjes bestaat. Vlak bij het hotel liggen de Menara tuinen, die zijn aangelegd door de Almohaden, maar in de 19e eeuw gerestaureerd door de Alaouïten. Mohammed IV bouwde een elegant, groen betegeld paviljoen dat uitkeek over het grote waterbassin en gelegen was in een cipressentuin omringd door olijfbomen.
Wij stellen ons bij een tuin eigenlijk wel wat anders voor. Het is meer een grote olijfgaard, met een grote vierkante vijver in het midden.
Hierna
gaan we naar de Saadische graven waar honderden familieleden van de Saadische vorsten liggen. Wonderlijk genoeg zijn ze pas in 1917 herontdekt. Het is een bloementuin omringd door hoge muren die blijkbaar eeuwen de plaats hebben afgesloten.
Hier is ook prachtig houtsnijwerk in- en boven de grote deuren te bewonderen. Hoewel ze meer dan twee eeuwen genegeerd werden, behoren de graven van de Saadische dynastie tot de mooiste voorbeelden van islamitische architectuur in Marokko. Hun stijl vormt een groot contrast met de eenvoud van de Almohaden-architectuur. De Saadische
graven dateren van het eind van de 16-de eeuw tot de 18-de eeuw. Uit respect voor de doden, en ondanks het feit dat hij alle herinneringen aan zijn voorgangers wilde uitwissen, liet de Alawitische sultan Moulay Ismaïl een muur rond de hoofdingang oprichten.
We wandelen naar een
koffiehuis, waar we op het dakterras wat gaan drinken. We krijgen de eerste
berichten dat er tijdens de Koninginnedag in Apeldoorn iets gebeurd is. Al snel
druppelen de details via telefoontjes en SMS-jes binnen. Iedereen is er even
stil van. (Een
gestoorde man is met zijn auto door de feestende mensen, op de Loolaan in
Apeldoorn, heengereden. Hij was van
plan een aanslag op de koninklijke bus te plegen. Er zijn een aantal mensen
overleden en een aantal zwaar gewond. Alle festiviteiten in Nederland zijn
afgezegd.)
Het
Bahia-paleis werd opgetrokken aan het einde van de 19de eeuw en de constructie duurde meer dan 14
jaar. In de loop der jaren is het complex vergroot. Het paleis groeide uit tot de verblijfplaats van de koninklijke familie. Het paleis is tegelijk sober en verfijnd. Het telt prachtige verblijven met cederhouten plafonds, weelderige ontvangstzalen, binnentuinen vol bomen en bloemen en natuurlijk niet te vergeten een prachtige marmeren binnenplaats voor de
harem.
De
Koutoubia-moskee is de grootste moskee in Marrakesh. De minaret is
afgebouwd tijdens de regeerperiode van Almohad Kalief Yaqub al-Mansur
(1184-1199), nadat de bouw begonnen was rond 1150. De toren diende als voorbeeld
voor de Giralda in Sevilla en later voor de Hassan Toren in Rabat. De moskee
zelf dateert van eerdere datum dan de minaret maar moest herbouwd worden omdat
hij niet correct gericht was naar Mekka. De naam is ontleend aan het Arabische
al-Koutoubiyyin wat bibliothecaris betekent, omdat vroeger rondom deze moskee
verkopers van manuscripten hun waren aanboden. De toren is 69 meter hoog.
Binnenin bevinden zich zes kamers bovenop elkaar omgeven door een opgang,
waarlangs de muezzin het balkon kon bereiken. De bouwstijl is een traditionele
Almohad stijl en de toren is voorzien van vier koperen globes. Volgens de
legende waren deze oorspronkelijk van puur goud gemaakt, en zouden er in eerste
instantie drie globes zijn. De vierde zou geschonken zijn door de vrouw van
Yacoub el-Mansour als compensatie voor haar falen om ook maar één dag te
vasten tijdens de Ramadan. Ze zou haar gouden sieraden hebben laten omsmelten om
de vierde globe te maken.
We bezoeken daarna nog het Dar Si Said museum dat ook wel bekend staat als het museum voor Marokkaanse
kunsten. Dit museum bevat kunst- en ambachtswerken van het volk en is gesitueerd in,
wat vroeger een paleis was. Op zich is dit paleis al meer dan een bezoek waard en de collectie die erin te vinden is, is de grootste als het op Berberse kunst aankomt.
We
lopen daarna wat door de medina (Arabisch voor 'ommuurde stad') ten noorden van het
Djeema el Fna.
Het grootste deel wordt ingenomen door een wirwar van markten ofwel 'souks'. Bij elkaar vormen ze de grootste overdekte markt van
Afrika. De afwisseling van licht en schaduw, van kleuren en geuren en van een bonte stoet van dragers, gesluierde vrouwen, karren getrokken door mensen of dieren en kleine ateliers waarin ambachtslieden smeden, leer bewerken of kleding maken,
zorgt ervoor dat je ogen, oren en je neuzen tekort komt.
De meest centrale
souks verkopen vooral goederen met een grote toegevoegde waarde, zoals sieraden, boeken,
schoenen of kleden. Zaken die veel meer ruimte nodig hebben of minder waardevol zijn, liggen meer aan de buitenkant van de medina.
Het is heerlijk om maar wat rond te (ver)dwalen en te zien waar je uitkomt. We
komen ook door de Souk des Teinturiers, de souk van de wolververs. Kleurige strengen wol en pas geverfde lappen hangen boven de smalle straatjes te drogen. Mannen zijn in de omringende werkplaatsen druk bezig met hun werk.
Verder slenterend komen we in een soukgedeelte waar overal het geklop van hamers klinkt. Koperslagers bewerken het metaal tot schalen en dienbladen. Lampenmakers en houtbewerkers
zijn ook druk aan het werk. Het valt op hoe rustig je door de souks kunt slenteren, zonder lastig gevallen te worden. Mensen vragen wel af en toe of je in hun winkeltje wilt komen kijken, maar als je zegt dat je dat niet wilt, is het ook goed.
In een volgend straatje wordt leer bewerkt tot tassen en vooral tot babouches, de beroemde leren sloffen met een spits toelopende neus. Duizenden exemplaren in alle kleuren en maten. In kleine ateliers naaien schoenmakers volgens traditionele methodes een poef, slippers,
tassen of schoenen in elkaar.
Kriskras lopend komen
we op de kruidenmarkt, de juwelen- en de stoffenmarkt. Elk artikel heeft zijn eigen
souk. Tapijten, levende kippen, zilveren theepotten, glaswerk, lampen, traditionele
volkskunst, Assepoesterjurken, buikdansoutfits, dienbladen, meubeltjes, geneeskrachtige kruiden en parfums. De souk is een feest van geuren en kleuren. Af en toe
passeren we een moskee, toegang verboden voor niet-moslims. We zien een mooi
kleed voor op onze tafel, maar het is niet de goede maat. De verkoper brengt ons
naar de zaak van zijn broer, die wel alle maten heeft. Het onderhandelen over de
prijs duurt wel een poosje. De verkoper begint met een belachelijk hoge prijs,
maar uiteindelijk komen we op een bedrag uit die voor ons acceptabel is en
volgens ons ook voor de verkoper, al doet hij alsof hij er fors op moet
toeleggen.
We
hebben afgesproken op het Djeema el Fna, het centrale plein van
de medina. Het plein is erg populair bij toeristen. 's Ochtends wordt er een markt gehouden waar je allerlei authentieke Marokkaanse producten kunt kopen. Maar in de middag verandert het plein in een soort van ongeorganiseerde chaos die zijn gelijke niet kent. Tussen de duizenden mensen lopen
we rond om ons te vergapen aan de kunsten van slangenbezweerders, tandentrekkers, verhalenvertellers,
kwakzalvers, toekomstvoorspellers, apenhouders, acrobaten en muzikanten. Het Djemaa el Fna-plein werd in 2001 toegevoegd aan de Unesco
werelderfgoedlijst.
Met de bus rijden we terug naar ons hotel. We lopen daar in de buurt nog wat rond. In een niet toeristisch restaurant gaan we eten. We bestellen een entrecote. Als we het geserveerd krijgen beseffen we dat het een beetje dom is. Het vlees is namelijk nogal rauw. We zullen wel zien, of we nu ook aan de beurt zijn met de maag- en darmklachten.
Na het eten kijken we nog wat tv. Op de CNN en een Spaanse zender zien we de beelden van wat er zich in Apeldoorn heeft afgespeeld.
foto'sdag 8 - 30 april
Dag 9 - vrijdag 1 mei
Om
9 uur, na weer een koekjes ontbijt op het dakterras, gaan we met de bus richting
Essouira. De entrecote van
gisteren is gelukkig goed gevallen. Het
is een leuke, niet te lange rit.
We
bezoeken onderweg een coöperatie van vrouwen die Argania-olie maken. De Argania spinosa, is één van de oudste bomen ter wereld (botanici schatten de ouderdom op 25 miljoen jaar). Het hout is zeer hard
en wordt door de lokale bevolking IJzerhout genoemd. Arganbomen groeien nu nog uitsluitend in het zuidwesten van Marokko in het gebied
rond
Essaouira
tot aan Agadir. Deze streek wordt bevolkt door stammen van de Amazigh (Berbers) wiens leven en kultuur traditioneel door de Arganboom bestemd worden. De stekelige boom kan 150-200 jaar oud worden en is tot op 1000 mtr. hoogte in het gebergte te vinden.
De Argan wordt tot 10 meter hoog en de kroon kan een doorsnee van 15 meter bereiken. Op zoek naar water boren de wortels zich tot 30 meter diep in de zandbodem. De boom geeft de Amazigh alles wat voor hen van levensbelang is, hij schenkt ze brandhout en schaduw; zijn bladeren en vruchten dienen de geiten en kamelen tot voedsel. Bovendien verhindert hij bodemerosie en leveren de pitten een exclusieve olie.
Door het uitbundige kappen ten behoeve van bouw- en brandhout is het aantal bomen sinds het begin van de 20e eeuw met de helft geslonken.

Al sinds 1925 bestaat een heden nog geldig koninklijk decreet "dahir" wat het gebruik van de Arganbomen regelt. In 1998 heeft de Unesco het 820.000 ha grote gebied tot "wereld biosfeer reservaat" verklaard. Er staan nog ongeveer 20.000 bomen die beschermd worden en eigendom zijn van de Marokkaanse staat resp. het koningshuis.
Vandaag de dag zorgt de hoge prijs voor de olie, die uit de vruchten gewonnen wordt, voor meer respect voor de "levensboom" van de Berbers. Zo wordt het omhakken van een boom streng bestraft.
Ondanks alle maatregelen is de boom nog steeds met uitsterven bedreigd.
De Arganvruchten lijken op gele pruimen, maar het vruchtvlees is voor de mens
niet te eten. Het oogsten en verwerken van de vruchten is uitsluitend vrouwenwerk, van begin juni tot september verzamelen de Berbervrouwen de rijpe vruchten die van de bomen gevallen
zijn.
Wegens de harde, scherpe stekels kunnen de vruchten niet uit de boom geschud worden, ook machinaal oogsten is niet mogelijk.
Geiten,
die het vruchtvlees eten spugen de
pitten weer uit, die dan weer verzameld kunnen worden. Per ezel worden de vruchten naar het dorp gebracht, waar ze eerst worden gedroogd.
Na het drogen worden de noten, waarvan de schaal veel dikker en harder is dan die van een hazelnoot, door de vrouwen en kinderen met behulp van een steen gekraakt. Hij bevat tot drie "amandelen" ter grote van een zonnepit. Deze pitten worden in een stenen molen gemalen en de pulp wordt met water tot een brei vermengd. Door het met de hand uitpersen van deze brei wordt uiteindelijk de olie gewonnen.
De seizoenopbrengst van één boom is ruim 30 kg. vruchten, wat verwerkt wordt
tot ongeveer 0,7 liter olie, dit kost 15 uur werk voor één persoon. We kopen
drie flesjes olie, Anne Jan had hier namelijk om gevraagd, ook nog één voor
Merijn en natuurlijk één voor ons zelf.
We
vervolgen onze reis naar Essouira.
Dankzij de ligging aan juist dit stuk van de Atlantische kust, waar passaatwinden bijna het hele jaar door de overhand hebben, heeft de stad een buitengewoon prettig klimaat. Men kan hier uitstekend windsurfen, maar de stad is gelukkig aan het massatoerisme ontsnapt. In de jaren zeventig was het een Mekka voor hippies, en er wonen nog steeds veel kunstenaars.
Vandaag waait het ook behoorlijk.
In
een restaurant aan het strand lunchen we. We bestellen een mix van vissoorten en
we krijgen een meer dan vol bord met allerlei soorten vis. Het smaakt heerlijk.
We krijgen een rondleiding door de stad te beginnen bij de haven. De Porte de la Marine geeft toegang tot de kade en heeft een klassiek driehoekig fronton. De poort wordt overheerst door twee indrukwekkende torens, geflankeerd door vier kleine torens. Vanaf de 18-de eeuw is 40 procent van de Atlantische zeevaart via Essaouira gegaan. Het werd bekend als de haven van
Timboektoe, en was het einddoel van karavanen van beneden de Sahara, die Afrikaanse spullen brachten om te exporteren naar Europa. Ook
de souk bezoeken we uiteraard.
Het
hotel ligt direct aan het strand, het is pas een paar maanden oud en alles ziet
er wat steriel en saai uit. Als we ingecheckt hebben maken we een lekkere lange
wandeling door de storm langs het strand.
Ook hier hebben we weer een prachtige zonsondergang. Als de zon onder is is het ook tijd om te dineren. Het eten is weer eens in de vorm van een buffet, maar de kwaliteit valt ons een beetje tegen. Morgen hebben we de hele dag geen programma, dus kunnen we een keer lekker uitslapen.
foto'sdag 9 - 1 mei
Dag 10 - zaterdag 2 mei

Vanmorgen
lekker langzaam wakker geworden. Toch zitten we al om negen uur aan het ontbijt.
We hebben een dag helemaal voor ons zelf. Na het eten lopen we in een minuut of
tien naar de haven. Er heerst een grote bedrijvigheid. Een aantal mannen trekt
een groot visnet uit een boot. Er zitten een paar heel grote scheuren in. Boten
worden gelost. We zien veel sardines, die gelijk in ijs gepakt in koelwagens
worden geladen.
Ook slenteren we weer door de straatjes en kopen nog wat souvenirs. Een zwarte kamelenleren poef voor Maartje en prinsse schoenen voor Amber. Jenny koopt ook wat zilveren sierraden, die we betalen met zonnebrand, een pen en natuurlijk een aantal dirhams. We zien heel wat fotogenieke plekjes. Wel heel bijzonder is een ficus benjamina van meer dan honderd jaar oud. De doorsnee van de onderstam is wel drie meter. Hij staat op een binnenpleintje van een voormalige Franse kazerne. We bellen even met Maartje en werken in een internetcafé onze blog bij.




We zijn alle souks en veel mensen om ons heen eigenlijk wel zat. Op het strand is het een stuk rustiger. Vandaag waait het bijna niet. Al wandelend komen we toch weer in de haven terecht. Hier zien we dat ze het kapotte net aan het repareren zijn. De laatste vissen worden uit de boten gehaald. De kwaliteit is duidelijk slechter dan die van vanmorgen. Ook de kopers en verkopers van deze vis zien er wat sjofel uit.




Het diner is vandaag beduidend beter dan gisteren, alleen het toetje is een grote verrassing. We krijgen een Crème bruléeschaaltje met iets roods er in. Het blijkt rode bieten mousse te zijn. We zijn niet echt heel kieskeurig, maar het is niet te eten. Morgen toch maar eens vragen of dit een Marokkaanse specialiteit is.
Morgen gaan we weer terug naar Marrakesh, we pakken nu al vast de koffers en verdelen de souvenirs een beetje, zodat de koffers ongeveer even zwaar zijn, ook hebben we wat tijd om te lezen en te schrijven.
foto'sdag 10 - 2 mei
Dag 11 - zondag 3 mei
Na
het ontbijt weer op de terugweg naar Marrakesh. Het
toetje van gisteren was geen Marokkaanse specialiteit, maar een probeersel van
de kok. Ik denk dat hij het niet weer doet!
We hebben een fooi voor de chauffeur, de bijrijder en onze gids in verschillende envelopjes gedaan. Onder het nieuw geleerde Marokkaanse woord: allemachtigprachtig, worden ze overhandigd. Deze drie mannen hebben goed hun best gedaan om deze rondreis voor ons zonder problemen te laten verlopen. We hebben vooral veel bewondering voor de chauffeur, die ons veilig over niet al te makkelijk begaanbare wegen heeft geleid. Vandaag krijgen we ook eindelijk te horen waarom we een bijrijder in de bus hebben. Op 16 mei 2003 werden in Casablanca verschillende dodelijke aanslagen gepleegd. De Marokkaanse overheid doet alles om nieuwe aanslagen te voorkomen en een van de getroffen veiligheidsmaatregelen is de verplichte bijrijder op toeristenbussen.
We rijden weer door het Argania-olie gebied. Een aantal mannen hebben een paar geiten in zo'n Arganiaboom gebonden om door toeristen op de foto gezet te kunnen worden, een partij voor de dieren kan hier nog een heleboel werk verzetten.
Er
is ook nog wat geld over van de fooienpot. Iedereen krijgt als we ergens koffie
zitten te drinken zijn deel terug: 100 dirham (ongeveer € 10,--) per stel. We
stellen voor het aan een goed doel te geven. Daar wordt verschillend over gedacht en
Rachid betaalt wijselijk iedereen zijn deel uit. Vlak bij het restaurant zit een
ernstig gehandicapte jonge man. Hij heeft de dag van zijn leven, want bijna
iedereen geeft hem die 100 dirham. Hij lijkt het eerst niet goed te snappen,
maar hij wordt al gauw steeds enthousiaster. Als we weer wegrijden worden we
uitgebreid door hem uitgezwaaid. Hij heeft in elk geval 1000 dirham, dat een
half modaal maandinkomen is, gekregen.
Tegen de middag zijn we weer in Marrakesh. We logeren in het zelfde hotel als twee dagen geleden. We hebben nu een kamer met een balkon, aan de voorkant van het hotel. We hebben de lunch in het hotel, zodat we daarna weer onze eigen gang kunnen gaan. Morgenochtend gaan we heel vroeg al naar het vliegveld voor onze terugreis.
We gaan lopend naar de medina, onderweg zien we veel westerse winkels: Zara, Etam, Mc Donalds, enz. We komen de medina in door één van de noordelijke poorten. Hier zijn nauwelijks toeristen en het vreemde is dat iedereen ons naar het Djeema el Fna wil sturen. We (ver)dwalen door de smalle straatjes, maar komen uiteindelijk toch bij het Djeema el Fna aan. Vanaf een dakterras bekijken we onder het genot van een drankje, alle drukte op het plein.



Wat op dit plein gebeurt is één groot
spektakel. Slangenbezweerders, acrobaten, dansers die begeleid worden op traditionele instrumenten, voeren hun act op. Kruidendokters
houden non-stop een betoog over hoe dit kruidje werkt en wat voor wonderen de inhoud van een ander flesje belooft. Naast deze kruidendokters zijn het de verhalenvertellers, die drommen
Marokkanen trekken. Een kiezentrekker, die zit te wachten op een klant, heeft op een kleedje voor
zich een paar tangen en de berg met reeds getrokken kiezen liggen als bewijst zijn ervaring.
Prachtig uitgedoste waterverkopers houden de dorstige bezoekers op de been, maar verdienen ook wat dirhams door te poseren voor een foto. Ze kondigen hun komst aan door te klingelen met koperen castagnetten. Terwijl ze door de menigte slenteren, dansen de kwastjes die de rand van de grote hoed versieren, mee op de maat van hun tred.
Als de zon ondergaat worden de carbiet- of campinggaslampen ontstoken bij de talloze eetstalletjes op het plein. Rondom de kookpotten en pannen waar de 'kok' de gerechten aan het bereiden is, zijn de tafels en bankjes geplaatst als aan een bar. Ieder stalletje is gespecialiseerd in een klein aantal gerechten. Soms is er slechts één gigantisch grote pan, die een heel weeshuis
te eten zou kunnen geven.



We wandelen weer terug naar het hotel. Onderweg gaan we eten in hetzelfde restaurant waar we donderdag hebben gegeten. De entrecote is tenslotte prima gevallen. Gelukkig hebben we de hele rondreis nergens last van gehad. Nu eet Jenny brochettes van rundvlees en ik brochettes van lam. Het smaakt weer uitstekend. Dit zijn toch de leukste restaurants, die waar wij de enige toeristen zijn. Je merkt dat de gasten en bediendes het ook leuk vinden. Om een uur of negen zijn we in het hotel. We pakken onze koffers voor de terugreis en gaan nog even lekker in bad en gaan vroeg slapen, want morgen moeten we voor dag en dauw op.
foto'sdag 11 - 3 mei
Dag 12 - maandag 4 mei
We
worden om vier uur gewekt. Er zijn de bekende koekjes en koffie en thee voordat
we in de bus naar het vliegveld stappen. De rit duurt maar een kwartiertje. Het
inchecken gaat vlotjes en op tijd kunnen we lopend over het platform naar ons
vliegtuig. Het is een boeing 747-400. We hebben al in veel verschillende
vliegtuigen gezeten en gek genoeg nooit
in een 747 dubbeldecks jumbo-jet.
Precies op tijd vertrekken we naar Casablanca. Eigenlijk is het opstijgen en weer dalen. De hele trip duurt maar 35 minuten. Het is verbazingwekkend dat bij zo'n groot vliegtuig, als je er voorstaat lijkt het helemaal enorm, de start en landing zo soepel en gladjes verloopt.
In Casablanca moeten we toch even wachten voordat het vliegtuig met een vertraging van een half uur, naar Amsterdam vertrekt. Nu weer een boeing 737. Onderweg is er veel minder te zien, omdat we voornamelijk boven de wolken vliegen. Ook hebben we dit keer helaas geen plaatsen bij het raam. We hadden er wel uitdrukkelijk om gevraagd, maar de man die ons in Marrakesh ingecheckt heeft, heeft ons waarschijnlijk verkeerd begrepen.
Als
we Nederland naderen wordt het helderder we vliegen over Zeeland en blijven de
kust volgen. We zien schitterend de sluizen en pieren van IJmuiden en net
voorbij Heemskerk vliegen we het land binnen.
Het
is leuk de voor ons zo bekende plekken vanuit de lucht te bekijken. Via
Assendelft en Spaarnwoude vliegen we op de Zwanenburgbaan aan. De landing verloopt
niet helemaal vlekkeloos. Met een harde klap komen we op de landingsbaan terecht
en het vliegtuig wiebelt en slingert nog behoorlijk na, voordat het zijn
snelheid kwijt is. We zijn zo weer bij de terminal en met een vertraging van
bijna een uur kunnen we uit het vliegtuig stappen. Ook de formaliteiten hebben
we zo afgehandeld en zoals ieder keer zijn we blij dat onze koffers over de
lopende band aankomen. We nemen afscheid van onze mede reisgenoten. Zo komt een einde aan een fascinerende reis. Gelukkig hebben we nog
twee dagen vrij om wat bij te komen. Maartje en Moreno wachten ons al op en
binnen een half uur zijn we weer thuis.
foto'sdag 12 - 4 mei
Marokko, even de feiten op een rijtje
Achtergrond
informatie:
Naam
In het Arabisch wordt Marokko Maghreb genoemd, wat de plaats waar de zon ondergaat betekent (en hiervan afgeleid het westen). Het wordt zo genoemd omdat Marokko destijds het uiterste uiteinde van het Islamitische Rijk was en symbolisch gezien de zon hier onder ging. De naam Maghreb kan verwarrend zijn want heel Noord-Afrika werd (en wordt nog wel) "al maghreb" genoemd. Daarom wordt Marokko ook wel al maghreb al aqsa (het verre Westen) genoemd. De naam Marokko werd voor het eerst gebruikt door de Spanjaarden nadat de Almoraviden de Spanjaarden verslagen hadden;
Marrakesh was toen hun hoofdstad.
Betwiste gebieden
Marokko annexeerde (het grootste gedeelte van) de Westelijke Sahara in de periode 1976-1979, maar dit stuitte op (internationaal) verzet. Bevrijdingsorganisatie Polisario vond eerst onderdak in zowel Mauritanië als Algerije, totdat het eerstgenoemde land een verdelingsakkoord
met Marokko afsprak over de Westelijke Sahara. Marokko is tevens het enige land van Afrika dat geen lid meer is van de Afrikaanse Unie, omdat de Westelijke Sahara hiervan lid is. In het noorden van Marokko liggen twee Spaanse exclaves: Ceuta en Melilla. Marokko beschouwt deze exclaves echter als bezet Marokkaans grondgebied.
Geschiedenis
De oorspronkelijke bevolking van Marokko werd gevormd door de Imazighen
(Berbers). Het eerste bekende feit van de geschiedenis van Marokko is de
vestiging van Fenicische handelsposten aan de Marokkaanse kust in ca. 1200
v.Chr.. Daarna stichtten de Carthagers er ook handelsfactorijen. Na de val van
Carthago in 146 v.Chr. kwam het gebied ook onder Romeins bestuur. Het gebied
kreeg in de laatste eeuwen voor het begin van de christelijke jaartelling de
naam Mauretania. Na de val van het Romeinse Rijk waren het de Vandalen (429) die
het land veroverden. Het Byzantijnse Rijk (533) probeerde het gebied onder haar
macht te krijgen, maar kon alleen de stad Ceuta enige tijd onder haar controle
houden. In 682 veroverde het Arabische Rijk het land en werd de islam
geïntroduceerd. Zowel Arabische-, als Berberdynastieën regeerden Marokko.
Bekende dynastieën waren de Almoraviden (1056–1147), de Almohaden (1147–1269)
en de Meriniden (1269-1549). Het waren de Almoraviden die voor het eerst 'de
Maghreb' verenigden.
In 1415 werd de stad Ceuta door de Portugezen veroverd. Later werden meerdere
steden veroverd door Spanjaarden en Portugezen, maar rond 1700 waren de steden
weer heroverd door de Marokkanen. Na de val van de Meriniden werd de macht
uitgeoefend door de Sa’adi-sjarifen, die zich tot 1659 handhaafden. De Sa’adi-sjarifen
wisten in 1578 bij Kasr al-Kabir de Portugezen een beslissende nederlaag toe te
brengen. Ook bleef het grondgebied van het huidige Marokko grotendeels buiten
het Ottomaanse Rijk, die wel delen van het huidige Algerije en Tunesië in hun
macht hadden. De Ottomanen hadden echter wel invloed in de regio. In 1650 kwamen
Alawieten aan de macht die zich als monarchen wisten te handhaven.
Nadat Algerije in 1830 van Ottomanen veroverd werd door de Fransen, steunden de
Marokkanen de Algerijnse opstandelingenleider Abd el-Kader, wat tot een oorlog
leidde. Begin twintigste eeuw sloot Frankrijk met Groot-Brittannië en Spanje
overeenkomsten over Marokko. Hierbij werd Marokko verdeeld in een internationale
zone Tanger, een Franse invloedssfeer en een Spaanse invloedssfeer; dit ook naar
aanleiding van het Panther-incident in 1911, toen Duitsland in de haven van
Agadir met een kannonneerboot gewapende steun aan de sultan toezegde, in ruil
voor de status van Duits protectoraat voor Marokko. Maar na een onderhandeling
tussen de Fransen en de Duitsers erkende Duitsland toch het Franse protectoraat.
De eerste president-generaal in het protectoraat Marokko was generaal Lyautey.
Abdelkrim el Khettabi, een Amazigh verzetsheld, initieerde in de jaren twintig
een islamitisch geïnspireerde volksopstand onder de Riffijnen, gericht tegen
zowel de koloniale machten als tegen de onderdanige Marokkaanse machthebbers. De
opstand werd met vereende krachten neergeslagen. In 1932 werd de oase Tafilalet
door de Fransen bezet en in 1934 werd uiteindelijk heel Marokko onder Frans
gezag gebracht. In 1939 sloten de Marokkanen zich aan bij de beweging van de
Vrije Fransen van generaal De Gaulle. In 1943 werd de Verenigde
Onafhankelijkheidspartij (Istiqlal) opgericht door de nationalisten (met Allal
al-Fasi als een van de voormannen). Deze partij eiste een volledige
onafhankelijkheid voor Marokko met een constitutionele vorm van regering onder
koning Mohammed V, die het nationalisme steunde. Onder Franse druk ging koning
Mohammed V en zijn gezin in augustus 1953 in ballingschap. Mohammed ibn Arafa
werd door Frankrijk als de nieuwe koning van Marokko aangekondigd.
Nadat ibn Arafa aan de macht kwam brak er een periode aan van fel gewapend
verzet van de Marokkanen. Hierdoor kon Ibn Arafa de situatie niet meer in de
hand houden en vluchtte naar Tanger. Mohammed V keerde op 5 november 1955 terug
als koning van Marokko. Op 2 maart 1956 werd Marokko onafhankelijk van
Frankrijk. Later werden aparte verdragen met Spanje gesloten waardoor de
Spanjaarden vrijwel gelijktijdig met Frankrijk Marokko's onafhankelijkheid
erkenden. Maar de Spanjaarden hielden zowel de noordelijke enclaves (Ceuta en
Melilla), de zuidelijke enclave (Ifni) en de Westelijke Sahara onder hun macht.
Op 12 november 1956 werd Marokko lid van de Verenigde Naties en op 1 oktober
1958 lid van de Arabische Liga. In december 1965 werd door de Verenigde Naties
een resolutie aangenomen volgens welke Spanje Sidi Ifni en de Westelijke Sahara
moest dekoloniseren. Op 30 juni 1969 besloot Spanje alleen Ifni aan Marokko over
te dragen, terwijl de Westelijke Sahara in Spaanse handen bleef.
Koning Mohammed V overleed op 3 maart 1961, waarna zijn zoon Hassan II op de
troon kwam. In 1963 braken de eerste grensconflicten met Algerije uit. Dit werd
de "Zanden Oorlog" genoemd. In februari 1964 werd het conflict
geregeld en een gedemilitariseerde zone werd ingesteld. In december 1964 bracht
Hassan II een bezoek aan Tunesië om de banden tussen beide landen te verbeteren
die ernstig waren verstoord toen Tunesië in 1960 de onafhankelijkheid van
Mauritanië erkende. In januari 1970 werd Mauritanië volledig door Marokko
erkend en in juni 1970 werd er reeds een samenwerkingsverdrag tussen beide
landen getekend. In 1972 werd per referendum een constitutie aangenomen, die het
land tot constitutionele monarchie maakte. In juli 1971 delegeerde Hassan II, na
een mislukte staatsgreep, alle burgerlijke en militaire bevoegdheden aan
generaal Mohammed Oufkir. Op 16 augustus 1972 deden officieren van de luchtmacht
onder leiding van generaal Oufkir een mislukte greep naar de macht. De mislukte
staatsgreep werd gevolgd door ingrijpende zuiveringen in de legertop en de
daders werden allemaal geëxecuteerd. In 1976 werd de Westelijke Sahara door
Marokko geannexeerd, nadat op 6 november 1975 de Groene Mars werd georganiseerd.
Dit gebied staat nog steeds voor een groot deel onder Marokkaanse controle.
Op 23 juli 1999 overleed Hassan II aan de gevolgen van een hartaanval. Hij werd
opgevolgd door zijn zoon Mohammed VI, die probeert het land gematigd te
moderniseren. De begrafenis van Hassan II werd door ruim twee miljoen Marokkanen
en door veel internationale hoogwaardigheidsbekleders bijgewoond. Na de komst
van Mohammed VI werd in november 1999 Driss el Basri, de invloedrijke minister
van Binnenlandse Zaken, ontslagen. Ook zijn, na de komst van de nieuwe koning
enkele vooraanstaande dissidenten teruggekomen. De Imazighen, onder Hassan II
structureel achtergesteld, kregen nu een betere positie en de positie van de
vrouw werd ook flink verbeterd.
Bestuur
Marokko is een monarchie met een grondwet en een gekozen parlement. Volgens de
grondwet blijft de macht over vrijwel alle taken van de regering bij de koning
die de ministerraad voorzit en de ministers aanwijst of goedkeurt. De koning kan
ministers ontslaan, het parlement ontbinden, hij kan nieuwe verkiezingen
uitroepen, en hij kan bij decreet regeren. In de tweekamerstructuur waarvan
sprake is in de Marokkaanse regering kan ook de "tweede kamer" de
regering ontbinden door een motie van wantrouwen.
Marokko is onderverdeeld in zestien regio's (inclusief Westelijke Sahara),
vijfenveertig provincies, zestien prefecturen en vele andere administratieve
eenheden.
Bevolking
Het grootste deel van de bevolking woont ten westen van het Atlasgebergte,
dat het land scheidt van de Saharawoestijn. Casablanca is het centrum van handel
en industrie en de grootste haven; Rabat is de hoofdzetel van de regering;
Tanger is de poort van Spanje naar Marokko en ook een grote haven; Fez is de
culturele en religieuze hoofdstad; Marrakesh en Agadir zijn de grootste
toeristische trekpleisters van Marokko.
Demografie
De bevolking is in de twintigste eeuw verachtvoudigd. In 1900 waren er 3,8
miljoen Marokkanen en in 2008, 34,3 miljoen inwoners. Marokko is op twee na, na
Egypte en Soedan, het volkrijkste Arabische land.
De alfabetiseringsgraad was tijdens de volkstelling van 2004 52,3%. 65,7 onder
de mannelijke bevolking en 39,6% onder de vrouwelijke bevolking.
Bevolkingsgroepen
Ongeveer driekwart van de huidige Marokkanen is van Berberse afkomst en mensen
van Arabische afkomst vormen de op een na grootste etnische groep.
De Joodse minderheid is in de loop van de twintigste eeuw sterk in aantal
afgenomen en telde begin van de eenentwintigste eeuw 3.000 mensen. Zie ook de
Geschiedenis van de Joden in Marokko
De meeste van de ongeveer 100.000 buitenlandse inwoners van Marokko zijn van
Franse of Spaanse origine, waaronder veel leraren en technisch geschoold
personeel en daarnaast steeds meer gepensioneerden, vooral in Marrakesh.
Taal
De officiële taal is (standaard) Arabisch. Het standaard Arabisch wordt op de
scholen onderwezen en in vrijwel alle schriftelijke en officiële communicatie
gebruikt. De meest gesproken taal is een dialect van het Arabisch, het
Marokkaans-Arabisch (Darija). Andere in Marokko gesproken talen zijn de
Berbertalen (Tarifit/Riffijns), Tashelhiyt, Tamazight). Frans heeft als tweede
taal steeds een belangrijke plaats behouden in het openbare leven (vaak de taal
van bedrijven, overheid en diplomaten, maar ook in winkels, restaurants en soms
ook in onderlinge gesprekken. Veel Marokkaanse televisie- en radioprogramma's
zijn ook in het Frans, terwijl in het noorden, het voormalige Spaans Marokko,
veelal Spaans als tweede taal wordt gehoord.
Godsdienst
De religie in Marokko is voor 98,7% soennitisch islamitisch, 1,1% christelijk en
0,2% joods. Het land is sinds de oprichting in 1969 lid van de Organisatie van
de Islamitische Conferentie (OIC).
Geografie
Oppervlakte: 446.550 km² waarvan 250 km² water
Grenzen: 2.017.9 km waarvan 1559 km met Algerije, met Mauritanië, 6,3 km met
Spanje (Ceuta), en 9,6 km met Spanje (Melilla)
Kustlijn: 1835 km
Politiek
Onafhankelijk sinds: 2 maart 1956
Staatshoofd: Koning Mohammed VI (sinds juli 1999, volgde zijn vader, Koning
Hassan II op na diens overlijden)
Regeringsleider: Premier El Fassi (sinds september 2007)
Na zijn verkiezingsoverwinning in mei 2007 maakte de Franse president Sarkozy
werk van het zoeken van steun voor de oprichting van de Unie voor het
Middellandse Zeegebied, die de bestaande akkoorden tussen de Europese Unie en
andere landen rond de Middellandse Zee zou vervangen en verdiepen. Het zou
eveneens tot een nauwere associatie van Marokko met Europa leiden en de
afwijzing van de aanvraag tot lidmaatschap van de Europese Unie in de jaren '80
verzachten.
Economie
De economie van Marokko wordt beschouwd als een vrije economie, bestuurd door
vraag en aanbod. Sommige economische sectoren zijn echter in handen van de
regering. Het economische systeem van het land wordt getypeerd door een grote
openheid naar buiten toe. Frankrijk en Spanje zijn de grootste handelspartners
van Marokko (import en export). Frankrijk is ook de grootste buitenlandse
investeerder van het land. De verschillende vrijhandelsakkoorden die Marokko
heeft met zijn economische partners, zijn het Euro-Mediterraanse
vrijhandelsakkoord met de Europese Unie met het doel het land tegen 2012 te
integreren in de Europese Vrijhandelsassociatie; de Agadir-akkoorden met Egypte,
Jordanië en Tunesië, in het kader van de oprichting van de Arabische
vrijhandelszone; het VS-Marokko vrijhandelsakkoord met de VS dat in werking trad
op 1 januari 2006 en het vrijhandelsakkoord met Turkije.
Verkeer en vervoer
Belangrijke luchthavens: Mohammed V International Airport, Menara International
Airport, Al Massira Airport
Spoorwegen: 1907 km (2006)
Wegennet: 57.626 km, waarvan 35.665 km verhard (2005[)
Belangrijke havens: Agadir, Casablanca, Rabat, Tanger, Nador, Al Hoceima
Binnenkort zal er ook een tram- en metronetwerk te vinden zijn in de stad
Casablanca en tussen Salé en Rabat.
Onderwijs
Onderwijs in Marokko is kosteloos en verplicht tot vijftien jaar. Desondanks
gaan vele kinderen, vooral meisjes, op het platteland nog steeds niet naar
school. De analfabetismegraad in Marokko blijft al jaren rond de 50% hangen,
maar reikt tot 90% bij meisjes op het platteland . In september 2006, werd
Marokko de prijs de Literacy Prize door UNESCO uitgereikt.
Marokko heeft zo'n 230.000 studenten gespreid over veertien openbare
universiteiten. De Mohammed V Universiteit in Rabat en de Al Akhawayn
Universiteit in Ifrane (privé-universiteit) hebben een hoog aanzien. Al
Akhawayn, gesticht in 1993 door Hassan II en Fahd I van Saoedi-Arabië, is een
Engelstalige universiteit met duizend studenten. De Universiteit van Al
Karaouine in Fez, wordt beschouwd als de oudste universiteit in de wereld en was
een centrum van onderwijs voor meer dan duizend jaar.
Rachid vertelt dat afgestudeerde
studenten moeilijk aan een baan komen. Ze hebben veel geld, of een
“kruiwagen” nodig om een goede baan te krijgen. Onbegrijpelijk!
Keuken
De Marokkaanse keuken wordt als een van de gevarieerdste keukens ter wereld
beschouwd. De reden hiervoor is de eeuwenlange interactie van Marokko met de
buitenwereld.
De keuken is een mengeling van invloeden uit de Arabische, Berberse, Spaanse,
Corsicaanse, Portugese, Moorse, Midden-Oosterse, Mediterrane, Afrikaanse, Turkse
en Joodse keukens. Al deze keukens hebben in meer of mindere mate bijgedragen
aan de diversiteit van de Marokkaanse keuken. Daarnaast werd deze verder
verfijnd door de koks in de koninklijke keukens in de Marokkaanse koningssteden.
Kruiden worden op grote schaal in het Marokkaanse eten gebruikt. Ondanks dat
Marokko al duizenden jaren kruiden importeert, komen veel ingrediënten uit
Marokko zelf, zoals saffraan, munt en olijven, sinaasappelen en limoenen.
Belangrijke kruiden zijn kaneel, komijn, peper, gember, saffraan en kurkuma. Kip
is het meest gegeten vlees in Marokko. Het meest gegeten rode vlees is
rundvlees, ook al wordt de voorkeur gegeven aan lamsvlees, dat echter relatief
duur is. Couscous is de bekendste Marokkaanse maaltijd en wordt traditioneel met
de hele familie genuttigd na het vrijdagse moskeebezoek. Andere belangrijke
gerechten zijn stoofpotjes (tajine), pastila (hartige taart met kip) en harira
(soep). Het laatste wordt met name tijdens de ramadan gegeten. De populairste
drank is groene thee met munt. De lokale Berberse keuken is vergelijkbaar met de
rest van de Marokkaanse keuken, maar heeft veel minder externe invloeden.
Klimaat
Het klimaat verschilt per streek. Over het algemeen heerst er een mediterraan
klimaat. Het Atlasgebergte zorgt er voor dat aan de loefzijde van het gebergte
veel stuwingsregen voorkomt. Hierdoor ontstaan vruchtbare gebieden die gebruikt
kunnen worden door de akkerbouw en de veeteelt. Het tegenovergestelde geldt voor
de lijzijde, die zorg draagt voor een regenschaduw in het oosten en zuidoosten.