Reisverslag

 

 

 

Jenny en Herman Brouwer

 

deel 2

 

 

 

17 juni t/m 7 juli

 


Zaterdag 24 juni 2006

 

De camping waarop we verblijven is een internationale camping, we zien Serven, Duitsers, Fransen, Italianen. Tsjechen en Nederlanders. We hebben een rustige nacht en zijn weer redelijk op tijd wakker. Het blijft leuk om mensen te zien in en uitpakken, tenten opbouwen, of afbreken. Om 9 uur is het al weer behoorlijk warm. We hebben een klussende tsjechische buurman, die zijn bestelbus aan het verbouwen is tot camper.

Om tien uur zijn we op weg naar de stad. Er is zo veel te zien in Praag dat we eigenlijk ogen te kort komen. Vandaag bezoeken we voornamelijk de Mala Strana, wat “kleine zijde” betekent. Dit stadsdeel is al in de 13e eeuw gesticht en in de 17e en 18e eeuw volledig in de barokke stijl verbouwd. Sinds die tijd is er eigenlijk niets meer veranderd, zodat het een mooie eenheid vormt.

We lopen over de Karelsbrug, die ook al meer dan 650 jaar oud is. Het is een voetgangersbrug, met allerlei stalletjes met schilders, pottebakkers, glasblazers enzovoort. Het is nog geen vakantie seizoen en toch zijn er al ontzettend veel bezoekers. Er wordt verteld dat je er in de vakantieperiode meer dan een half uur over doet om aan de overkant te komen. Vanaf de brug heb je een mooi uitzicht op het stadsdeel dat we gaan bezoeken. De hele wijk staat vol paleizen en kerken, de meeste paleizen doen nu dienst als overheidsgebouwen en ambassades. Het is een hele klim naar de Hradcany, een van de oudste steden die deel uitmaken van Praag. Het lijkt of je in een middeleeuwse stad rondloopt. In het centrum staat de Praagse Burcht en de Sint-Vituskathedraal. Allebei schitterende gebouwen. Overal ruiken we de lindebloesem, één van mijn lievelingsgeuren.

 

Met de tram reizen we weer terug naar de Oude Stad en gaan weer internetten, even bijlezen en schrijven op onze web-log. Mijn telefoonbedrijf heeft teruggemaild en gemeld wat er aan de hand was, toch attent van ze. Het schijnt dat hij beblockt was voor het buitenland. Zij hebben het opgeheven en daarna waren we bereikbaar en konden we bellen. Op een toeristische markt kopen we een stapeltje aanzichtkaarten die we willen versturen. We gaan een pizza eten, de ober vraagt ons twee keer wat we willen. Hij brengt ons een leeg en een vol bord, met de pizza voor mij, na een goede tien minuten vraagt Jenny waar haar pizza nou blijft. Hij dacht dus dat we die ene pizza wilden delen, nou nee dus, van dat wandelen hebben we een berehonger. Een andere ober komt zich verontschuldigen, zijn collega is er net een dag! Nu is er snel ook een pizza voor Jenny. Maar we hebben zo wel na elkaar gegeten. We worden ondertussen wel aangenaam vermaakt door twee Duitse weduwen, die denken dat wij ook Duits zijn. Ze willen vooral geen nieuwe man, want ze hebben al pensioen. Ze komen uit Magdenburg en zijn aan het kuren in Karlsbad.

 

 

Onderweg worden we aangesproken door een man die fondsen werft voor de Tsjechische variant van de Clini-Clowns, zijn vrouw werkt in Praag in diverse ziekenhuizen. Ze kommen steeds geld en fondsen tekort, vandaar dat hij toeristen aanspreekt. Het komt allemaal geloofwaardig over en geeft ons ook een professioneel foldertje. We horen de laatste tijd steeds weer van Emma, wat voor prachtig werk deze mensen doen, dus we geven graag. Later via internet blijkt het inderdaad een goede organisatie te zijn.

  ►►► Robin Hood & Dr. Clown  ◄◄◄   klik hier voor de link

We maken nog een avondwandeling langs de Vitava, die wij de Moldau noemen. Om half negen zijn we weer op de Camping. Het mysterie van het groene oog wordt ook opgelost. Ineens ziet Jenny op deze camping ook het groene oog van de vorige camping. Het komt steeds dichterbij, totdat het voor onze voeten in het gras gaat zitten. Het blijkt dus een vuurvliegje te zijn!

Vuurvliegje

Glimwormen of vuurvliegjes zijn familie van de Lampyridae. De kevers zijn zeer bijzonder, omdat ze licht uitstralen. Vuurvliegjes leven meestal in subtropische gebieden. Ze hebben een lengte van 16 - 18 mm. en een langwerpig, smal en plat lichaam en hun kleuren kunnen variëren van geel tot zwart. Het voedsel van het vuurvliegje bestaat voornamelijk uit kleine slakjes. De lichtuitzendende organen zitten achterin hun lichaam. Normaal gesproken stralen vrouwtjes meer licht uit dan mannetjes. Het licht ontstaat doordat er een reactie tussen verschillende stoffen, die het vuurvliegje zelf produceert, plaatsvindt. Deze reacties vinden plaats in de lichtuitzendende organen, welke opgebouwd zijn uit verschillende lagen. Deze reactie komt neer op oxidatie. Vuurvliegjes zenden licht uit om in contact te komen met de andere sekse.

 

We schrijven de kaarten, zodat ze morgen nog op de post kunnen, nemen een lekkere borrel en gaan weer op tijd de slaapzak in.

 

 

Zondag 25 juni 2006

 

De zon brandt al vroeg op de tent, om half negen moeten we eruit. Buiten is er al een heerlijke temperatuur. Onder het baldakijn van de tent ontbijten we uitgebreid en drinken koffie. We hebben onze eigen koffie mee, want de ervaring heeft geleerd, dat de koffie in het buitenland niet te vergelijken is met de koffie die we gewend zijn. Uiteraard hebben we het in Tsjechië ook geprobeerd en ja hoor, ook hier nescafé, of erg bittere koffie.

De meeste kampeerders zijn om 10 uur al weer vertrokken, die moeten morgen zeker weer aan het werk. Pas om elf uur gaan we op pad.

 

De Joodse buurt staat vandaag op ons programma, we bezoeken een aantal synagoges en een zogenaamd ceremonieel huis (mortuarium), ze zijn allemaal ingericht als museum. Ook bezoeken we het oude Joodse kerkhof, allemaal erg indrukwekkend. Het is er wel erg druk, vooral met toeristen uit Amerika. We zien overal vreemde figuren, de zgn. Golem, het is een Joodse legende die hier over spreekt:

 

Al in de tiende eeuw vestigden zich voor het eerst joden in Praag.  Gedurende eeuwen leefden zij geisoleerd in een 'ghetto' (genoemd naar de Venetiaanse wijk 'Ghetto Nuovo').  In de eerste helft van de zestiende eeuw kwam het woord ghetto voor joodse nederzettingen in gebruik. In 1781 vaardigde de verlichte Oostenrijkse keizer Josef II in zijn rijk het tolerantie-edict uit, dat de joden toestond zich buiten het ghetto te vestigen (later kreeg de nu grotendeels verdwenen joodse wijk in Praag naar Josef II de naam 'Josefov').  De ghettovorming in de diaspora weerhield de joodse intellectuelen er niet van zich op de hoogte te stellen van het geestelijk leven in de christelijke wereld.  Zo volgden de Praagse joden met belangstelling en sympathie het optreden van de Boheemse reformator Jan Hus.  De 'Ostjuden' streefden ernaar voor zichzelf een geestelijk houvast te scheppen door studie van de Talmoed, de Kabbala en andere joodse geschriften.

 

In de 18e eeuw kwam het chassidisme in Oost-Europa op, waarin de 'tsaddik' de 'rechtschapene' als een charismatische heilige, een middelaar tussen God en mens optreedt. Het chassidisme was veelal een reactie op de deplorabele toestand waarin de joodse gemeenschappen zich bevonden. Het is doortrokken van een diep geloof in een alom aanwezige God en ook een vertrouwen in het goede in de mens. Wonder rabbi's speelden in het chassidisme een belangrijke rol.  Een andere reactie op repressie en vervolging was het ontstaan van de legenden van de golem, waarvan de Praagse rabbi Juda Löw ben Betsabel (1520-1609) het middelpunt vormde. Enerzijds behoorde deze religieuze leraar nog tot de middeleeuwse wereld, anderzijds was hij een groot geleerde en vernieuwer, half mysticus, half rationalist. 

 

'Golem' is oorspronkelijk een Hebreeuw woord, dat voorkomt in Psalm 139:16 en vertaald wordt met klomp, leem of embryo.  Volgens de legende, gebaseerd op kabbalistische geschriften is de golem een kunstmens.  De Praagse rabbi Juda Löw zou een golem hebben gemaakt om de bedreigde Praagse joden te verdedigen.  De rabbi had deze uit leem vervaardigde golem tot leven gewekt door een strookje papier met de mystieke en onuitsprekelijke naam van God (de 'shem') in de mond te steken.  Dankzij dit strookje kwam de golem tot leven, zonder dit papiertje werd hij weer een levenloze lemen figuur.  Maar op een vrijdagavond, juist vóór de sabbatviering, vergat rabbi Löw de 'shem' aan de golem te ontnemen.  Zijn dochter was ziek en hij moest zich haasten naar de sjoel.  De golem was zo woedend over de vergeetachtigheid van zijn meester, dat hij alles om hem heen in elkaar begon te slaan.  De gealarmeerde rabbi onderbrak zijn gebed in de Praagse Alt-Neuwe Synagoge en wist de heilige naam uit de mond van de golem te trekken, die hierna als een levenloze klomp leem in elkaar stortte.

 

Rabbi Löw overleed in 1609 in de regeringsperiode van de genoemde Oostenrijkse keizer Rudolf II, die astrologen, alchimisten en astronomen (Tycho Brahé en de elders om zijn protestantisme vervolgde Kepler) naar zijn hof liet komen en niet alleen kunsten en wetenschappen bevorderde, maar ook occultisme en het onderzoek naar de 'steen der wijzen'.  Op 16 februari 1592 werd rabbi Löw door keizer Rudolf II in audiëntie ontvangen. Hierbij werd vermoedelijk over de positie van de joodse gemeente gesproken.  Per decreet werden door de keizer pogroms verboden.  Dit bewijst niet alleen de godsdienstige tolerantie van de vaak miskende vorst, maar bovendien blijkt dat de rabbi op keizerlijke bescherming kon rekenen, wellicht ook om diens kennis van wis- en natuurkunde, astrologie en occultisme. Het grafmonument van rabbi Löw is te vinden op de oude joodse begraafplaats in Praag. Op zijn grafsteen is een leeuw afgebeeld, die verwijst naar zijn naam.  De rabbi is vereeuwigd in een standbeeld in Praag.  Aan keizer Rudolfs belangstelling voor alchemie herinnert nog het 'Zlatá ulička' (het gouden straatje) in Praag dat (overigens ten onrechte) beschouwd wordt als het straatje van de 'goudmakers'.

 

Op het graf van opperrabbi Löw, net als op de graven van overleden familieleden of vrienden - leggen en legden joden van oudsher steentjes en doen dan een geheime wens, waarbij ze de opperrabbi aanroepen om die wens in vervulling te doen gaan. Nog meer effect schijnt het te hebben, wanneer je je wens op een briefje schrijft en dat door een nauwe spleet tussen de grafstenen in het graf schuift.

 

Om een uur of vier besluiten we te gaan eten bij de KFC, daar hoeven we de eerste vijf jaar dus ook niet meer naar toe. Zo nu en dan worden we verleidt om bij een fastfood-keten te gaan eten en even zoveel keren valt het weer tegen. Het was wel leuk dat er alleen maar Tsjechen waren, een typisch zondags uitje voor hen.

We gaan uitbuiken in de tram, op die manier zie je veel meer dan als je met de metro gaat. Als we een brug over de Moldau passeren zien we dat er in de rivier een spektakel aan de gang is. Bij de volgende halte stappen we dus uit en gaan kijken. Het is het Red Bull geeft je vleugels festival (een soort vlieg hem er in). Gisteren hadden we al een promotie caravaan met allemaal mini coopers van Red Bull gezien. Nu is ons duidelijk wat daar de bedoeling van was. We blijven een uurtje kijken, het is een heel groot opgezet iets, dat rechtstreeks op televisie wordt uitgezonden.

 

Op de terugweg naar de metro en de tram komen we een leuke Pinokkio-marionet voor Amber tegen. Als Amber, of iemand anders jokt, of sterke verhalen ophangt, maken we vaak het Pinokkio-teken (het groeien van je neus). Je ziet heel veel winkeltjes met marionetten in Tsjechië, net zoals glaswerk en porcelein. Tsjechië is de bakermat van het marionettenspel en niet Italië, zoals vaak wordt aangenomen. Onderweg regent het een paar spatjes, we worden er niet nat van.

Als we op de oude markt komen horen we net de zo beroemde astronomische klok slaan. Met honderden kijken we naar het “schouwspel” maar dat is even een tegenvaller; een aantal heiligen (Christus en de twaalf apostelen) steken even het hoofd om het deurtje en dat was het dan. Het is wel een schitterende klok, meer dan 500 jaar oud, de bovenste schijf geeft de tijd, de maand en de stand van de maan aan en de onderste schijf is een “calendarium” met door tekens van de dierenriem omgeven wapens van de oude stad.

 

Het WK voetbal wordt op een groot scherm vertoond op het grote plein. Alles wordt gesponserd door de ING-bank. Inmiddels is het al zo’n acht uur geworden, we zijn dood moe van alles wat we gezien hebben. Al met al hebben we ook heel wat kilometers gelopen. Met de metro en de tram zijn we in een half uurtje weer op de camping, zo te zien heeft het hier vandaag wel meer geregend!

 

Het openbaar vervoer in Praag is prima geregeld en voor onze begrippen spot goedkoop. Voor Kr 280,-- omgerekend € 9,50 reis je een week lang door de regio Praag. Als je de kosten met Nederland vergelijkt is het absurd hoe duur daar het openbaar vervoer is!

 

Ook deze camping ligt weer redelijk dicht bij een vliegveld, maar ook hier hebben we er gelukkig net geen last van. Alle Nederlanders zijn vandaag vertrokken, dus zijn wij de enigen die overgebleven zijn. Volgens mij hebben we dat (met uitzondering van Zuid-Afrika) nog nooit mee gemaakt tijdens het kamperen.

 

 

 Terug naar het begin

 

Maandag 26 juni 2006

 

Alweer zijn we vroeg wakker, want de zon brand op de tent. De camping is niet om over naar huis te schrijven, niet al te best sanitair en nauwelijks beschutting tegen de zon. Wel ligt hij gemakkelijk bereikbaar voor zowel de auto, als het openbaar vervoer naar de stad. We ontbijten, drinken koffie en luisteren nog even naar het laatste nieuws uit Holland. Vandaag zijn we al vroeg opweg naar de stad.

 

We bezoeken vandaag het Nationaal Museum; er is een mooie expositie over Chinese zijde. Verder zijn er eindeloze vitrines met mineralen, fossielen en opgezette dieren.

 

Ook veel beelden van beroemde Tsjechen zijn er te zien, maar die zeggen ons niet zo veel. We zien nauwelijks schilderijen dit keer. Het duurt een paar uur voordat we alles hebben gezien.

Na het museum gaan we naar het dansende huis, een in opdracht van de Nationale Nederlanden ontworpen gebouw. Het is heel modern, maar past prima bij de rest van de architectuur van Praag. Op de bovenste verdieping is een restaurant, die dezelfde prijzen vraagt als in Nederland, daar gaan we dus maar niet eten. We eten wel weer in een Chinees restaurant, die zie je hier net zoveel als in Nederland, net zoals de fastfood restaurants. We kiezen runder tjap-tjoy en bami en het is voortreffelijk klaar gemaakt. Jenny vindt het Velvet bier daar erg lekker (ik ook trouwens).

 

Tijdens een “uitbuik-rit” met de tram waren we één van de vorige dagen langs een wijk met allemaal kerkhoven gekomen. We vinden het allebij prachtig om over kerkhoven te lopen, je leert er veel over de geschiedenis, cultuur en gewoontes van een volk. Nu dus weer opnieuw naar die wijk. We bezoeken er twee kerkhoven en zo te zien worden ze goed onderhouden. Er zijn een paar heel mooie jugendstil grafzerken. Ook zijn er ere begraafplaatsen uit de 2e wereld oorlog, van zowel de Duitsers, de Russen als de westerse geallieerden.

 Het is heerlijk rustig op de kerkhoven en we wandelen door de schaduwrijke lanen.

 

We moeten nog wat boodschappen doen voor het ontbijt en we willen ook wat gekoelde biertjes meenemen naar de camping. We gaan de boodschapen onderweg naar de camping doen bij een supermarkt die Albert heet. Er zijn er ook een aantal in de stations van de metro. Als we de kassabon bekijken zien we dat het inderdaad onze Albert is (Ahold). Daar moeten we maar niet meer naar toe gaan, vloeien onze investeringen weer terug naar Nederland, terwijl ze het hier in Tsjechië zo goed zelf kunnen gebruiken. Ook dit keer weer een schitterende, maar vermoeiende dag!

 

 

 

Dinsdag 27 juni 2006

 

Om half negen zijn we op en na het ontbijt pakken we in. We hebben even genoeg overweldigende indrukken opgedaan. Eerst moeten we weer een beetje bijkomen in een wat rustiger omgeving. We rijden heel Praag van noord naar zuid door, maar zien al wel gelijk onze bestemming, Ceske Budejovice op de borden staan. Zelfs komen we met de auto over het Weslevlav plein en langs het museum. Tot nu toe hebben we de airco niet aanghad, maar vandaag gebruiken we hem toch maar, want het is wel erg warm. Daarna is er een prettige temperatuur in de auto. De 150 kilometer die we over de lokale wegen afleggen in 3 uur, inclusief een koffie pauze, is niet gek. De wegen in Tsjechië zijn prima, net zoals de bewegwijzering. Er wordt wel veel aan de weg gewerkt, maar dat is alleen maar een goed teken. De camping hebben we dit keer gelijk gevonden, we hebben zelfs de keuze uit twee campings. We kiezen de duurste, voor Kr 250,-- (± € 7,50 omgerekend) per nacht. Het centrum van de stad is vanaf de camping in een kwartier te belopen. Ceske Budejovice is een lief stadje, een verademing na het drukke Praag. We maken een wandeling door het stadje. Jenny ziet bij een juwelier een collier van titanium. Binnen blijken ze een hele collectie te hebben. Jenny zoekt een mooie uit en we krijgen na het betalen allebei een zuurtje van de verkoopster.

We gaan eten in grand hotel Zvon, het is het chiqueste hotel van de de stad en toch betalen we er voor een uitgebreid menu niet meer dan in Praag in een eenvoudig restaurant. We merken dat ze hier al aardig de West Europese  gewoonten inclusief de correcte bediening hebben overgenoem. In Praag hebben we wel eens gemerkt dat we in de oude winkelketens, of bij (semi-) overheidsdiensten nogal onverschillig en soms zelfs bot werden bediend! Dat is vast nog een overblijfsel uit de “Ost-periode”. Na het eten gaan we via de kortste weg terug naar de camping, eerst slaan we in een mega supermarkt nog wat drank in voor ons slaapmutsje. Als we de winkel uitkomen zien we dat de lucht er zeer dreigend is gaan uitzien. Het begint te stormen en we bereiken de camping net voordat er een hevige regenbui los barst. Het onweert ook een beetje, maar dat valt wel mee. We bellen oma Zwaantje even op, ze heeft bezoek van bijna de hele familie Lenters, nu zijn die ook gelijk op de hoogte van ons wel en wee. Oma belt even door naar Maartje hoe het ons vergaat. We zitten op een mooie camping in een interessante en mooie omgeving. Hier blijven we wel een paar dagen.

 

 

 Terug naar het begin

 

Woensdag 28 juni 2006

 

Vandaag hebben we een beetje uitgeslapen, vannacht heeft het een paar keer behoorlijk geregend. Als we de tent uit komen is het wel droog, maar de lucht is aardig grijs. Na het ontbijt en de koffie gaan we opweg naar Cesky Krumlov, een stadje dat sinds 1992 op de werelderfgoedlijst van de Unesco staat. Het is gebouwd op twee heuvels in twee bochten van de hier nog smalle Vltava (Moldou). Als eerste bezoeken we het Egon Schiele Centrum in een tot museum verbouwde fabriekshal. Er is veel van het werk van Egon Schiele te zien, maar ook zijn er enkele exposities van anderen. Daarna maken we een wandeling door deze schitterende stad. Het is een centrum van kunst en cultuur. Het is iedere keer een hele klim door die twee heuvels. Ook beklimmen we de toren van het kasteel, vanaf daar hebben we een prachtig uitzicht over de stad en de omgeving. Ook de rest van het kasteel is een bezoek meer dan waart, evenals de tuinen. We kijken tot een uur of 5 in de stad rond. We kopen er nog een pinguin van boheemskristal en een glas-in-lood-engeltje. Op de terugweg naar de camping bezoeken we ook nog het cisterciënzer-klooster van Zlata Koruna  dat al in 1263 gesticht is. We kunnen alleen de buitenkant en de kapel bekijken  omdat we voor een rondleiding te laat zijn. De kapel is schitterend beschilderd en er is veel stucwerk in rococostijl. Vlakbij de kapel is het dorpscafé en restaurant, daar gaan we eten en dat is daar prima! Als het eten op is begint het te spetteren en later regent het hard. We gaan terug naar de camping.

Om kwart voor acht, het is inmiddels weer droog rijden er twee campers uit Italië het veldje waar onze tent staat op. Op Italiaanse wijze veel herrie en heen en weer gerij gaan ze bij ons in de buurt staan. Twee deurtjes springen open en een allerlei kinderen in alle maten en soorten en bijna evenveel volwassenen komen naar buiten. Het eerste kwartier een heen en weer gevlieg met veel lawaai, draaien om oren, lachende, huilende en schreeuwende kinderen en gesleep met pannen, potten en beddegoed. Na die tijd is alles een beetje gesetteld en keert de rust wat weer. Big papa Claudio en een nog biggere mama Claudia zwaaien de scepter. Het is een mooi en lang toneelstuk, vaak drama van de bovenste plank en schitterend om van een niet te grote afstand te volgen. Het lijkt wel een film van Fellini.

We maken nog een wandeling door het park dat achter de camping ligt. Er staan allemaal beelden van hout.

We nemen een lekkere neut en luisteren nog naar het nieuws en naar het “oog”, hier horen we van de problemen die Rita Verdonk heeft met de kamer ten aanzien van de Hirshi Ali-affaire.

 

Met 90.000 inwoners is Ceské Budejovice de grootste stad van Zuid Bohemen.

De stad is gelegen aan oevers van de Moldau en de Malse, temidden van een aantrekkelijk heuvellandschap met bossen en meren.

De stad is een belangrijk verkeersknooppunt en industriecentrum. Zo staat er de bekende Budvar-brouwerij. Het bier is tot over de grenzen bekend; Ferdinand I liet er indertijd zelfs geregeld zijn hof mee bevoorraden.            

 

Ceské Budejovice heeft een mooi marktplein, het námestí Jana Zizky, omgeven met mooi gerestaureerde huizen met arcaden. Het is een volledig vierkant plein met een zijdelengte van 133 meter, rekening houdend met de latere aanpassingen. In het midden staat de weelderige 18de eeuwse Samson-fontein. Het 18de eeuwse barokke raadhuis is versierd met beelden. De St. Nicolaaskerk werd in het midden van de 17de eeuw in barokstijl gebouwd op de plaats van een gotische kerk. Ervoor staat de Cerna Vez, de Zwarte Toren, een 16de eeuwse Renaissancetoren en vroegere klokkentoren.

 

Eén van de oudste legendes in Budejovice is de 'steen der dwaling'. Deze vijfhoekige steen met ingekerfd kruis in de stenen op het plein niet ver van de Samsonfontein geeft de plaats aan waar in 1478 tien jonge mannen werden geëxecuteerd. Men vertelt dat hij die na negen uur 's avonds over de steen loopt, verdwaalt in de straten.   

 

 

Donderdag 29 juni 2006

 

Alweer een flinke bui vannacht en bij het opstaan is ook nog de lucht steeds grijs. Bij het ochtendnieuws horen we dat D66 Verdonk heeft laten vallen. Ook vandaag ontbijten we weer rustig en na de koffie gaan we naar Hluboka nad Vltavou, een stadje in de buurt, om het kasteel te bezoeken. Als we de auto uitstappen schijnt het zonnetje gelukkig al weer.

 

Hluboká behoort ongetwijfeld tot de mooiste kastelen van Bohemen. De precieze uitvoering van alle architectonische details van het slot doen een rijk interieur vermoeden, maar de werkelijkheid overtreft alle verwachtingen.

 

De stichting van Hluboká gaat terug tot Cec, de schepper van het oude Budejovice.

De oudste voorganger van het huidige slot was namelijk een vroeggotische burcht, gebouwd rond het midden van de 13de eeuw. In de Middeleeuwen stond de burcht afwisselend onder rechtstreeks koninklijk beheer of onder adellijk pandbeheer. Het uitgeputte landgoed kwam pas onder bestuur van Willem van Pernstein (vanaf 1490) tot leven. Deze goede intendant liet rond Hluboká verschillende meren bouwen en liet het in slechte staat verkerende kasteel repareren.

In 1562 verkocht koning Ferdinand I Hluboká aan de heren van Hradec, die de burcht in een Renaissanceslot ombouwden.

Een eeuw later kocht Johann Adolf I van Schwarzenberg de heerlijkheid. Hij was een diplomaat van Europees formaat en werd de stichter van de familietak, die bijna 300 jaar in Zuidbohemen leefde.

Aan het begin van de jaren 1700 bouwden architecten Bayer en Martinelli op wens van Adolf kleinzoon, Vorst Adam Franz, het kasteel om in een barok slot.

Rond 1840 besloten Vorst Johann Adolf II en diens echtgenote Eleonora om Hluboká nogmaals te veranderen, ditmaal in romantische stijl. Prinses Eleonora wilde een gotisch slot naar voorbeeld van het koninklijke Windsor kasteel.

De architect Franz Beer werkte het project uit en leidde ook gedurende 40 jaar de bouwwerkzaamheden. Het oude slot werd volledig afgebroken en op dezelfde plek werd een schilderachtig gebouw in Tudor-gotische stijl gebouwd. Het aanzien werd voltooid met de verwezenlijking van een rijschool en de hangaars voor de rijtuigen, die door een wintertuin met het kasteel waren verbonden.

Op de plaats van de afgebroken gebouwen en in de aangrenzende weiden werd een grote engelse tuin aangelegd, waar alleen al in 1851 11.597 bomen en 2.180 struiken werden geplant.

In latere tijd bekommerden de Schwarzenbergers zich weliswaar veel om Hluboka, maar ze woonden er niet voordurend. De laatste eigenaar van Hluboká, Vorst Adolf, moest in 1939 voor de Duitse nazies eerst naar Italië en later naar de Verenigde Staten emigreren. Na de oorlog keerde hij niet meer terug naar het voormalig Tsjecho-Slowakije.

Het bezit van de Schwarzenbergers kwam onder nationaal beheer.

 

Het interieur van Hluboká werd kostbaar ingericht met een hoofdrol voor het houtwerk, waarin leden van de Schwarzenberg familie tijdens 30 jaar noeste arbeid hebben verricht om elkaar te overtreffen. In de bibliotheek is de top van hun kunnen bereikt. Een zeldzaamheid in die dagen was de toen aangelegde (op hout gestookte) centrale verwarming.

Bijzonder is ook de collectie 17de eeuwse Vlaamse wandtapijten. Verschillende exemplaren werden ontworpen door de schilder Jacob Jordaens.

De keus van de meubels, de schilderijen en andere decoratieve stukken, de vrij zeldzame wapens en wapenuitrusting kwamen overeen met de mode in die tijd.

Het kasteel telt 140 vertrekken, waarvan we er een 20-tal bekeken hebben. Vooral de keukens zijn erg indrukwekkend en in originele staat van rond 1900. Verbazingwekkend hoeveel “moderne” keukenhulpen er toen al waren.

 

De rest van het stadje stelt op één mooi jugendstil gebouw na niet veel voor. Als we terug wandelen naar de parkeerplaats zien we op een hoge schoorsteen een ooievaarsnest met 4 jongen. Net zoals in Polen komen die hier nog veel voor.

We rijden over mooie landweggetjes door het merengebied terug naar Ceske Budejovice. Onderweg doen we nog boodschappen bij Tesco, een mega, mega supermarkt. In het pand is ook een soort Chinees wokrestaurant, daar gaan we dus maar eten. Het eten is daar voortreffelijk en wordt klaargemaakt in een grote open keuken. Als we het winkelcentrum uitkomen merken we dat de lucht pikzwart is geworden en even daarna breekt er een verschrikkelijk onweer met hevige windvlagen en stortregens los. Om half acht zijn we weer op de camping. We blijven nog maar een poosje in de auto zitten tot het veilig wordt om naar buiten te gaan. We moeten hierbij denken aan de buien die we in Zuid Afrika hebben meegemaakt. Sir Bernard en misses Bucket (tante Diny) in de auto, omdat de tent vol water stond. Van Merijn krijgen we een SMS-je over de kabinetscrisis, dat wisten we al wel via het nieuws, maar toch lief dat hij er aan heeft gedacht om het ons te berichten. Als de regen wat minder wordt gaan we toch de tent maar in. Op de hele camping staat zo’n 10 centimeter water, onze tent staat gelukkig op een klein heuveltje en alles is nog droog. We kunnen met een gerust gemoed de nacht in, al regent het nog steeds.

Iedere dag scoort Jenny wel een pinguin, vandaag ook weer zelfs twee. Eén in “de winkel van Sinkel” in Hluboka; een zeepje en sleutelhanger bij mister minute hakkenbar in de Tesco.

 

 

Vrijdag 30 juni 2006

 

Het heeft vannacht de hele nacht flink doorgeregend. De camping is veranderd in een klein meertje. Onze tent staat gelukkig nog net steeds op het droge. We hebben wel geluk gehad met ons plekje, in eerste instantie wilden we de tent aan de overkant van het veldje zetten, maar goed dat we dat niet gedaan hebben. Ook binnenin de tent is gelukkig alles nog droog. Het slaapt wel heerlijk, als de regen op de tent tikt, maar we hebben toch liever zonneschijn.

Vanmorgen horen we via het nieuws dat het kabinet zeker zal vallen. Na het ontbijt en de koffie regent het nog steeds, al is het niet meer zo hevig. Wat verveelt dat snel zeg, je leefruimte wordt zo wel erg klein. Bij het naar de wc gaan en douchen gaan we al op onze badslippers de tent uit en lopen flast , flats door het water.

Om een uur of twaalf gaan we naar de stad om te winkelen, we willen toch voor iedereen een aardigheidje meenemen. Zo’n regendag is daar uitermate geschikt voor. We slagen voor iedereen, behalve voor Maartje.

Bij de VVV kunnen we internetten en blijkt nog gratis te zijn ook, wat een service! We sturen Emma en Annemiek allebei een mailtje, omdat Annemiek geopereerd is aan haar neusamandelen en van ons niet op tijd een kaartje kan krijgen. We lezen ook dat Maartje haar presentatie inmiddels heeft gehad. Verder is volgens de berichten alles goed bij het thuisfront.

We zijn een hele tijd op zoek naar een gebakwinkel, zo een waar je kunt zitten om ze op te eten. We hebben de moed al bijna opgegeven, dat het ons zal lukken, als we er een ontdekken. Ieder twee gebakjes besteld en die weer onderling verdeeld. Ze smaken zoals ze er uitzien: voortreffelijk!

Omdat we de telefoon vergeten zijn mee te nemen gaan we voor het eten maar eerst naar de camping. We bellen Maartje omdat we nieuwsgierig zijn hoe de presentatie is verlopen, nou goed dus; nu haar verslag nog af en goedgekeurd dan is ze Bachelor.  Verder is ook alles ok in Nederland. Het is nog steeds niet helemaal droog, het blijft maar miezeren. Omdat het eten gisteren zo goed bevallen is gaan we maar naar hetzelfde wok-restaurant, ze hebben zoveel op de kaart staan! We hebben wel keuze uit 80 menu’s. Na het eten gaan we terug naar de camping, wat luieren, lezen, schrijven, een borrel en luisteren naar het nieuws…… Het blijft maar regenen. Het is weer spannend in Nederland! Een demissionair kabinet.

 

 

 Naar deel 3

 

 Terug naar het begin