Turkije 2004


Na
wekenlang uitzien naar onze welverdiende vakantie is het vandaag eindelijk
zover. Zoals gebruikelijk op zulke dagen zijn we behoorlijk vroeg wakker, we
hoeven helemaal niet zo vroeg op pad, want het vliegtuig vertrekt pas om goed
zes uur. Douchen, ontbijten en de laatste dingen inpakken. We hebben met Sjef
afgesproken dat hij ons naar het station brengt. Maartje gaat mee om ons op
Schiphol uit te zwaaien, ze hoeft vandaag niet naar college. We zijn zoals
gebruikelijk weer ruim op tijd, dus kijken we samen met Maartje nog even rond en
drinken en eten nog wat. Om 3 uur kunnen we al inchecken. Omdat we zo vroeg zijn
kunnen we nog een plaatsje uitzoeken. We nemen afscheid van Maartje en gaan door
de douane. Het is altijd weer een belevenis op Schiphol, mensen uit de hele
wereld en altijd een drukte van belang. We doen wat taxfree inkopen en bezoeken
de dependance van het Rijksmuseum. Langzamerhand lopen we naar onze vertrekpier.
Het
vliegtuig is er nog niet, maar na een uurtje wachten zien we hem vanaf de
polderbaan aankomen taxiën. Als het vliegtuig op zijn plek staat zien we dat er
alleen maar vracht uitkomt. Al snel worden de koffers ingeladen, we zien onze
koffers in het laadruim van het vliegtuig verdwijnen. 
Even later mogen ook wij aan boord. We hebben een
mooi plekje achter in het vliegtuig. Jenny heeft uiteraard weer een plaatsje aan
het raam. Er zijn 3 stoelen naast elkaar, het is een chartervliegtuig en je kunt
wel merken dat ze er zoveel mogelijk stoelen in gepropt hebben. Ik kan
nauwelijks mijn benen kwijt en er zit een behoorlijk gezette man naast mij, die
zelfs het klaptafeltje niet kan laten zakken. Het is maar goed dat er
armleuningen tussen de stoelen zitten anders was ik behoorlijk in de knel
gekomen. Het vliegtuig vertrekt keurig op tijd, volgens mij zelfs ongeveer 10
minuten te vroeg. Het is wisselend bewolkt, hier en daar zien we flarden van
Nederland, maar we kunnen niet opmaken waar we overheen vliegen. De vlucht gaat
over Duitsland, Tsjechië,
Slowakije, Hongarije en Roemenië naar Turkije. Na goed een uur wordt het al
donker, we vliegen ook naar het oosten, dat gaat dus extra snel. Onderweg
passeren we een tijdgrens, het is in Turkije een uur later dan in Nederland. De
vlucht verloopt vlekkeloos. Het diner aan boord stelt niet zo heel veel voor,
maar ja dat kun je op een dergelijke charter ook niet verwachten. Onderweg zien
we allerlei dorpjes en stadjes vanuit de lucht oplichten. Tijdens het laatste
stukje van de vlucht, als we al behoorlijk gezakt zijn kunnen we wat meer van
Turkije onderscheiden, bergen met sneeuw en vlak voor de landing zien we Antalya
links onder ons liggen, we maken een grote bocht over de Golf van Antalya. Om
kwart voor 11 landen we (een beetje hard). We kunnen snel van boord. Op het
vliegveld moeten we eerst een visum kopen en kunnen daarna door de douane. Alles
verloopt ook hier soepel. Onze koffers komen ook snel. Buiten het vliegveld
staat een hele rij gidsen en bussen te wachten op de toeristen uit Nederland.
Wij worden doorverwezen naar bus nummer 76. Hier zien we de mensen die de reis
met ons mee zullen maken, volgens mij zijn we zowat de jongste reizigers met dit
gezelschap. De gids maakt zich bekend, hij heet Cem (spreek uit djem) en zal de
hele reis ons begeleiden, net zoals de chauffeur die Hussein heet. De bus
vertrekt al snel naar
ons hotel aan de Turkse Rivièra in Side, hier verblijven we de eerste 2
nachten. De reisafstand per bus is ongeveer 70 km en duurt ongeveer 45 minuten.
Het is al na 12 uur als we bij het Seher Otel aankomen. Het is een eenvoudig,
maar net hotel. De eerste twee dagen zullen we hier verblijven. Het hotel
bestaat uit een hoofdgebouw en enkele bijgebouwen. In één van die bijgebouwen
is onze kamer, vlak naast de ingang. We zijn moe van al dat reizen. Dus kruipen
we snel onder de wol, het is dan inmiddels ook al zo’n uur of één.

Dag 2
dinsdag
23 maart
2004
We moeten wel even wennen, allerlei nieuwe geluidjes
en een vreemd bed. We worden ook
nog eens wakker van de kou, maar gelukkig zijn
er extra dekens, dus dat is op te lossen. We kunnen vandaag wat uitslapen, want
we gaan pas om kwart over tien weg. Bij het ontbijt is er van alles te kiezen,
daarna gaan we nog even op het strand kijken, want het hotel ligt direct aan
zee. We gaan vandaag de antieke steden Aspendos en Perge bezoeken. Beide steden
zijn Hellenistische vestingen.
Onderweg bezoeken we nog een oude brug (Aspendos
Bellus), deze brug is herbouwd op de ruïnes van een oude Romeinse brug. Vanaf
de brug zien we sinaasappelboomgaarden en op de achtergrond besneeuwde bergen.
Het is heerlijk weer, de temperatuur is boven de 20˚C
en zonnig. 
In Aspendos
ligt het best bewaard

Perge
is een Romeinse stad, waar in het bijzonder het theater en het stadion goed
bewaard gebleven zijn. Het was ooit een welvarende stad. In de Byzantijnse tijd
raakte de stad in verval en in de 7e eeuw werd hij verlaten.
Het
enorme stadion is grotendeels intact. Een stel Hellenistische torens markeert de
toegang tot de stad. Ze kijken uit op een binnenplaats met fonteinen. We
wandelen langs baden met hypocaustum (vloerverwarming)-systemen aan een agora
met zuilen. Een waterkanaal leidt van een tweede fontein op de akropolisheuvel
naar een kanaal midden in de hoofdstraat met zuilen, een manier om ’s zomers
de lucht te koelen. In de verte zien we bergen met besneeuwde toppen.
Overal tussen de ruïnes zien we hagedissen zich
opwarmen in de zon.
Wat
een overgang, gistgeren liepen we nog met een dikke jas in het kille Nederland
en nu hier in Turkije in een bloesje in de zon. Er zitten overal verkopers die
souvenirs willen verkopen, of geld willen wisselen €-munten voor
€-biljetten. Jenny krijgt een vriendschapsbandje met een “boos-oog”, omdat
ze geld wisselt.
Deze verkoopster heeft kettingen van bloedkoraal, door de goede
geste van deze vrouw koopt Jenny een ketting van haar. 
We rijden richting vliegveld, waar we geld pinnen,
we hebben besloten om al de lunches extra excursies,
rondvaarten, enz, enz,
vandaag al vast te betalen. We hoeven dan de hele vakantie nergens meer aan te
denken en betaalt Cem alles voor ons. Cem, onze Turkse gids vertelt onderweg wat
meer over zich zelf. 18 juni gaat hij met een Nederlands meisje trouwen. Om drie
uur zijn we weer terug in het hotel, waar we eerst koffie drinken. We gaan samen
wat wandelen
in de omgeving van het hotel.
Aanstaande zondag zijn er lokale verkiezingen in Turkije, overal zie je optochten van auto’s versierd met vlaggen en posters van de politieke partijen. Ook hangen er overal vlaggen en slingers tussen de huizen. Na de wandeling een borreltje gedronken en een tukje gedaan. Vanaf half zeven kunnen we dineren een uitgebreid buffet met voornamelijk Turkse gerechten. Het is smakelijk eten, met veel gestoofde groenten en vlees. We laten het ons goed smaken. Het toetjes buffet heeft allerlei gebak, voornamelijk erg zoet, maar ook dikke Turkse yoghurt met honing. Na het eten gaan we vroeg naar bed, we worden morgen om zes uur gewekt, want we maken een lange rit door de bergen naar onze volgende bestemming.
Dag
3
woensdag
24 maart
2004
Om kwart voor zes worden we gewekt. Douchen, koffers
pakken en ontbijten en om kwart over zeven op weg naar Konya. Dit is de stad van
de bekende 13e-eeuwse islamitische mysticus en dichter Mevlâna. Zijn
wereldbeschouwing was gebaseerd op liefde en verdraagzaamheid. We rijden door
het Taurus gebergte, na een bepaalde hoogte zelfs door de sneeuw. Een hele
gewaarwording, gisteren hadden we het warm en nu zitten we weer in de sneeuw.
Het is een lange rit, onderweg is veel te zien en Cem vertelt veel
wetenswaardigheden over de geschiedenis van Turkije. De oudste sporen van
bewoning zijn gevonden aan de Middellandse Zeekust; in grotten bij Antalya
werden 100.000 jaar oude werktuigen gevonden. Rond 2000 v. Chr. trok vanuit
Centraal Azië een stam het huidige Turkije binnen; de Hettieten. Zij
slaagden erin een groot deel van Klein Azië in handen te krijgen. In de 9e eeuw
v. Chr. namen de Oerartiërs de macht van de Hettieten over en bestuurden een
gebied dat zich uitstrekte over het gebied van het huidige Armenië, Irak en
Turkije. 
Rond 1100 v. Chr. kwam in het westen de kolonisatie
vanuit het vasteland van Griekenland op gang. Uit de combinatie van de Griekse
cultuur en invloeden van de oorspronkelijke bewoners ontstond de hoogstaande
Ionische cultuur. In de 6e eeuw v. Chr. veroverden de Perzen het Oerartische
rijk, alleen de Griekse kuststeden behielden hun onafhankelijkheid. Na Alexander
de Grote die in de 4e eeuw v. Chr. de hele "beschaafde" wereld
veroverde, veroverden de Romeinen in de 2e eeuw v. Chr. grote delen van Klein
Azië. In de 2e eeuw na Chr. verplaatst keizer Constantijn zijn hoofdstad van
Rome naar de Griekse kolonie Byzantium aan de Bosporus. De stad wordt bekend als
Constantinopel, de stad van Constantijn.
Hoewel
het westelijke deel van het Romeinse rijk werd veroverd door Germaanse volken
werd Constantinopel het centrum van het Byzantijnse rijk, dat nog bijna 1000
jaar zou bestaan.
Rond
1300 stichtte Osman I een dynastie die, na gewonnen oorlogen met o.a. Mongolen
en Hongaren, zou uitgroeien tot het machtige Osmaanse rijk.
In
1571 verloren de Turken de Slag bij Lepanto tegen de Spanjaarden en de
Venetianen. Dit was het begin van de ondergang van het Osmaanse rijk. Langzaam
brokkelde het Osmaanse rijk af tot na de Krimoorlog de Vrede van Parijs getekend
werd. De Turken konden hun onafhankelijkheid nog wel behouden maar hadden verder
weinig macht meer over. In de 1e WO kozen de Turken de kant van de
Duitsers, maar na aanvankelijke successen werd het Osmaanse rijk definitief
onder de voet gelopen. De geallieerden verdeelden na de oorlog het Turkse
grondgebied. De belangrijkste aantasting van de Turkse eer was het feit dat de
Grieken de hele Egeïsche kust en een groot deel van het achterland kregen
toebedeeld. De man die verantwoordelijk was voor de aanvankelijke successen in
de 1e WO speelde ook een hoofdrol bij het Turkse verzet tegen de
Grieken; Mustafa Kemal Atatürk.
Onderweg zien we een ongeluk, een bus ligt op zijn
zij in de berm, ook zien we in brand gestoken akkers, dit gaat met veel rook en
hoge vlammen gepaard. Net als in Iran zijn hier ook irrigatiekanaaltjes
aangelegd om de akkers te bevloeien. Ook zien we een paar zwarte ooievaars, de
gewone hadden we al een paar keer gezien. Zo in het begin van het voorjaar keren
deze (en vele andere trekvogels) terug uit Afrika en via Turkije op weg naar
Europa.
We
vervolgen onze weg door het Taurus gebergte het schiet niet echt op door alle
haarspeldbochten, de reisafstand voor vandaag is ca. 540 km. Langzaam gaat het
gebergte over van ruw naar meer afgerond, later heuvelachtig en weer
later in een steppen gebied. 
We bereiken Konya, een middel grote stad, die op
2000 meter hoogte ligt in het midden van de Anatolische steppe. De huizen hebben
schuine daken in verband met de vele sneeuwval in de winter. Cem vertelt dat
hier verleden week nog een dik pak sneeuw lag en dat er verleden jaar zelfs een
reisgroep om deze tijd een paar dagen ingesneeuwd was. We bezoeken het Mevlâna-museum,
tot halverwege de jaren '20 dansten de derwisjen hier nog regelmatig in dit
bijzondere klooster. In 1925 werd de orde opgeheven door verboden van de Atatürk
regering en al twee jaar later kreeg hun tekke (klooster) een bestemming als
toeristische trekpleister. De derwisjen dansen hier nog alleen tijdens het Mevlâna
festival dat ieder jaar in december plaatsvindt en gedurende een korte periode
in september.
De
geschiedenis van het kloostergebouw gaat terug tot de jaren '70 van de 13e
eeuw, toen de Perzische architect Tebrizli Bedreddin hier een eerste
grafmonument ontwierp voor Mevlâna. Later werd er nog heel wat gesleuteld aan
de tekke. Sinds de 16e eeuw
ligt het stoffelijke overschot van Rumi bijvoorbeeld onder een opmerkelijke
groenblauwe constructie. Op de ruimte met zijn graftombe staat nu een grote, met
pilaarvormen versierde cilinder met een kegel dak: de groene koepel. Door de
prachtige tegels in de kleur turkoois trekt deze merkwaardige vorm van verre de
aandacht. De verschillende delen van het complex liggen rond een marmeren
binnenplaats met een fontein in het midden en enkele graven van Osmaanse
hoogwaardigheidsbekleders. Het hoofdgebouw bevindt zich recht tegenover de
ingang. Voordat we daar de Tilavet Kamer binnengaan, moeten we onze schoenen
achterlaten in verband met de religieuze betekenis van het monument. In deze
eerste kamer van het hart van het complex lazen de monniken de koran. Nu zijn
daar fraaie voorbeelden te zien van de kunst van het kalligraferen.

Door de zogenaamde zilveren deur betreden we de
ruimte met de grote graftombes, de Hazirr-I-Pir. De sarcofagen zijn bedekt met
grote fluwelen doeken met borduurwerk van goud. De enorme tulbanden bij het
hoofdeinde van de graven van de kloosterleiders geven de ruimte iets heel
plechtigs. Het graf van CelaIeddin Rumi zelf wordt gescheiden van de overige
door een zilveren hekwerk. Bij het graf staat een plaquette met 32 gedichten van
de dichter Mani. Ook de vader en de zoon van Mevlâna liggen hier onder de
Groene Koepel.
Nadat
we alles bekeken hebben gaan we naar buiten, bij aankomst hebben we al gezien
dat er aan de overkant van de straat een begraafplaats is. Uiteraard willen we
die graag bekijken. Wat ons opvalt is dat sommige mensen hier wel heel oud
worden, op één grafzerk wordt zowel de islamitische, als de christelijke
tijdsmeting gebruikt.

Bewezen is dat de holwoningen van Cappadocië al in
3000 v. Chr. bewoond werden, maar het gebied werd pas echt bekend toen de
holwoningen een perfecte, Spartaanse verblijfplaats bleken voor christelijke
zeloten die op zoek waren naar mogelijkheden voor een kluizenaarsbestaan. Ze
vonden bovendien de omgeving inspirerend voor hun eenzame meditaties. Toen de
Arabieren in de zevende eeuw Anatolië binnentrokken, daalden duizenden
christenen, op de vlucht voor de achtervolgingen, letterlijk in de grond af. Ze
zochten een schuilplaats in de ondergrondse steden van Cappadocië. Daar woonden
zij in betrekkelijke veiligheid, terwijl hun achtervolgers over hun hoofden
denderden.
Niet al te lang daarna komen we bij ons hotel aan.
We hebben een kamer op de bovenste verdieping met een adembenemend uitzicht. We
gaan ons wat verfrissen voordat we gaan dineren. Elke keer is het diner tot nu
toe in buffet vorm en iedere keer ongeveer hetzelfde: soep, salades,
verschillende soorten vlees, rijst, pasta en gestoofde groentes, besloten met
veel zoete lekkernijen. Na het eten zijn we zo moe van alle indrukken, dat we
snel gaan slapen.
Dag
4
donderdag
25 maart
2004
We hebben een
lange nacht gemaakt. Om tien uur sliepen we gisteren al! Na het douchen en
ontbijt (wat heerlijk, iedere morgen zo maar aanschuiven!), vertrekken we om
negen uur met de bus. 
Als eerste plaats doen we Ürgüp aan, een
pittoreske plek waar sommige boeren nog in de rotswoningen boven de stad wonen.
Het is een armoedige streek waar de ezel, de ‘Turkish Mercedes’, nog altijd
een belangrijker transportmiddel is dan de tractor. In de omgeving worden
wijndruiven verbouwd, waaronder de bijzondere Emirdruif. Van hieruit bezoeken we
verschillende valleien en dorpjes in de omgeving. Wat een schitterend onwerelds
landschap. Je waant je bijna op een andere planeet.
Onderweg
gaan we koffie drinken bij een eenvoudig koffiehuisje langs de weg. Een erg
vriendelijke vrouw bedient ons. Ze heet Aissa en verdient zo maar even €
30,--, voor haar een week inkomen. Ze is erg gastvrij en aardig.
We
wandelen nog wat door de omgeving, voordat we gaan lunchen. Er zijn in Turkije
overal van die grote eethuizen, waar je in buffetvorm kan lunchen, in Iran
hadden we dat ook al meegemaakt.
De
landstreek Cappadocië is een van 
Al in
de prehistorie werd dit gestolde lava gewonnen en werden de markante
tufsteenkegels uitgehakt tot woningen. Omdat het met eenvoudige hulpmiddelen mogelijk was uit het
zachte gesteente stabiele woningen te hakken, door de isolerende werking van het
tufsteen was het tijdens Anatolië's koude winters en hete zomers hier prettig
wonen het gebied is al zeer vroeg
bewoond geweest.
We rijden door naar Göreme, ongeveer 6 kilometer
van Ürgüp, bij Göreme, liggen ruim 350 kerken, die voor het merendeel tussen
de 9de en 13de eeuw gebouwd werden. Het is nu een openluchtmuseum.
De
kerk van Tokali (kruisiging) en die van de Maagd (fluitspelende herder) zijn
mooie voorbeelden van de kunstzinnige activiteiten van de monniken. Tokali
Kilise (Omgorde kerk) uit de 10de eeuw. Andere bijzondere kerken in het dal van
Göreme zijn de Elmali Kilise (Appelkerk) en de Karanlik Kilise
(Duisterniskerk). Ook zijn in de omgeving nog rotswoningen in gebruik als
woning. 
De
eerste christenen trokken naar de streek om aan de vervolging van Rome te
ontkomen. Hier hielden ze vanaf de eerste eeuw in het geheim hun erediensten. Ze
hakten uit het tufsteen talloze kerkjes, kapellen en kloosters, die ze in de
loop der eeuwen met de meest fraaie muurschilderingen versierden. Vele
afbeeldingen, vooral aangezichten, werden door moslims vernield.
Om
half zes zijn we weer terug in het hotel, we gaan douchen en daarna wat
bijkomen. Het is schitterend weer, ook voor Turkse begrippen. Na het diner gaan
we naar een culturele avond. Volksdansen, muziek en zang uit verschillende
streken uit Turkije. De zaal is ook uitgehakt uit de rotsen. Om elf uur zijn we
weer terug in het hotel. We gaan maar vlug naar bed, want morgenochtend worden
we al om zes uur gewekt. Het is de bedoeling dat we dan naar Ankara gaan
Dag
5
vrijdag
26 maart 2004
Vannacht was Jenny ziek (overgeven) en ik vanmorgen,
plotseling na het douchen. Vandaag gaan we naar de Turkse hoofdstad Ankara. Van
de reis heb ik weinig meegekregen, ik heb de hele reis bijna geslapen. Ankara
werd reeds in de Bronstijd bewoond en toch was het tot in deze eeuw niet meer
dan een provinciestadje. In 1923 besloot de grondlegger van het huidige moderne
Turkije, Kemal Atatürk, dit centraal gelegen stadje tot hoofdstad van het
nieuwe Turkije te maken. Sindsdien is de stad uitgegroeid tot een moderne
metropool met meer dan 4 miljoen inwoners. Tegen de middag komen we in Ankara
aan en gaan in een moderne buitenwijk lunchen. Iedereen vindt het heerlijk, Soep
– Ilexandir – en een sinaasappel. Ik eet alleen maar soep. Volgens Cem komt
de misselijkheid door de gepofte kikkererwten. Na de lunch bezoeken we het Atatürk
mausoleum.
De
Anit Kabir, het Mausoleum van Atatürk, ligt boven op een heuvel in een park.
Het enorme complex is gebouwd tussen 1944 en 1953. Bij de ingang kun je een
inscriptie zien met de redervoering van de 'Vader der Turken' ter gelegenheid
van de tienjarige verjaardag van de republiek. Gelukkig ben ik weer helemaal
opgeknapt. Het is een indrukwekkend, sober gebouw. Er staat een erewacht voor.
Erg jonge militairen die hun best doen langdurig stil te staan. Turkije heeft
nog steeds dienstplicht en het leger bestaat uit 1.000.000 militairen. Voor veel
jongens van het platteland is het hun eerste kennismaking met de ontwikkelde
wereld. Een wereld van verschil van de middeleeuwen op het platteland naar de 21e
eeuw van de grote steden.
In het mausoleum is een museum ingericht over de
onafhankelijkheidsstrijd. In 1922 dreven de Turken de Grieken letterlijk de zee
in en kwam er een bloedig einde aan de onafhankelijkheids-oorlog. Na
onderhandelingen werden in 1923 de grenzen van de huidige republiek Turkije
grotendeels vastgelegd.
De
jaren tussen 1923 en 1938 stonden geheel in het teken van Atatürk. Hij bouwde
een staat op naar westers voorbeeld. In 1928 werd de islam als staatsgodsdienst
afgeschaft ; de "layiklik" werd ingevoerd, de absolute scheiding
tussen religie en staat. De dood van Atatürk op 10 november 1938 was een grote
schok voor Turkije.
In de
2e wereld oorlog wist Turkije tot enkele weken voor het einde van de
oorlog neutraal te blijven. Sinds de jaren 50 werd Turkije voortdurend heen en
weer geslingerd tussen democratie en dictatuur en hebben er diverse staatsgrepen
plaatsgevonden die gepaard gingen met veel politiek geweld.
Na het
mausoleum bezoeken we het museum van Anatolische beschavingen.
Dit zeer interessante museum ligt aan de zuidzijde
van de citadel. Het is ondergebracht in een 15de eeuwse Osmaanse bedasten
(overdekte markt). Oorspronkelijk opgericht door Atatürk werd het het
Hittietenmuseum genoemd, om de aandacht van de wereld te trekken voor de pas
ontdekte culturen van Turkije. De muurschilderingen van Catal Hüyük vormen het
hoogtepunt van neolitische kunst. De Hittitische beelden en reliëfs in de grote
hal zijn uit Hattusas bij Bogazkale afkomstig.
De
officiële taal in Turkije is Turks, en wordt door ongeveer 90% van de bevolking
gesproken. Het Turks stamt uit het steppegebied van Mongolië en is van
oorsprong een nomadentaal. Het Turks kwam met de naar het westen trekkende
nomaden ongeveer in de tiende eeuw in Klein-Azië. Sinds 1928 wordt het Turks in
ons alfabet geschreven. Het huidige Turks heeft veel leenwoorden overgenomen uit
het Arabisch en het Perzisch.
Tot in het westen van China wordt op de Kaukasus
en in Centraal-Azië nog door miljoenen mensen een Turkse taal gesproken. In
Turks Koerdistan worden Koerdische dialecten gesproken. De tot dan toe verboden
Koerdische taal mocht door de overheid in 1991 weer in het openbaar worden
gebruikt.
Na het
museumbezoek vertrekken we naar ons hotel in een van de voorsteden van Ankara.
Het is opvallend hoeveel er gebouwd wordt. Hele stadsdelen zijn in opbouw, veel
flats en moderne woningen, waarvan er veel nog leeg staan. Het hotel is erg
modern, maar het heeft niet veel mogen kosten lijkt het wel. De afwerking laat
veel te wensen over. Via het nieuws horen we dat er in het oosten van Turkije
een aardbeving heeft plaatsgevonden. Voordat we haar huis kunnen bellen heeft
Maartje ons al gebeld. We kunnen melden dat met ons alles goed is. In Nederland gaat ook alles goed. Om 7 uur hebben we het diner,
voor de eerste keer geen buffet. Na het eten drinken we nog wat en gaan op tijd
weer naar bed. Morgen worden we weer om zes uur gewekt, want we gaan morgen naar
Istanbul.
Dag
6
zaterdag
27 maart
2004
Al voor het wekken zijn we wakker, we beginnen aan
het ritme te wennen. Het is ongelooflijk hoeveel impressies we opdoen. Iedere
avond vallen we als een blok om tien uur in slaap. Na het douchen en het ontbijt
zijn we om kwart over zeven al weer op weg. We hebben een ontzettend goede
chauffeur, altijd beleefd en vriendelijk en hij rijdt perfect. We gaan op weg
naar Istanbul via een mooie tolweg, dat schiet op. Onderweg weer informatie over
het land door Cem. De overgrote meerderheid van de bevolking (±85%) bestaat uit
Turken. De Koerden zijn de belangrijkste minderheid (±10%). Kleinere
minderheidsgroepen zijn de half miljoen Arabieren en de enkele tienduizenden
Tsjerkessen, Bulgaren, Armeniërs en Grieken. Oorspronkelijk leefden er veel
grotere aantallen Grieken en Armeniërs in Turkije, maar hun aantallen zijn na
de Eerste Wereldoorlog sterk verminderd. De Koerden wonen overwegend in het
zuidoosten van het land aan de grens met Irak. De bevolkingsaanwas bedroeg
tussen 1985 en 1990 gemiddeld 200 per jaar. 37% van de bevolking is jonger dan
15 jaar. De westelijke provincies zijn het dichtstbevolkt, die langs de Zwarte
Zee en de provincies Adana en Hatay aan de Middellandse Zee. Ruim 55% van de
bevolking woont in de steden. 3% van Turkije is Europees, 97% is Aziatisch.
Ongeveer 1,5 miljoen Turken werken in het buitenland, vooral in West-Europa (van
wie ca. 1 miljoen in Duitsland en ca. 180.000 in Nederland) en in landen van het
Midden-Oosten. De reis vandaag bedraagt zo’n 480 km. Onderweg komen we
allerlei kleine bosjes met populieren tegen. Als er kinderen geboren worden,
worden deze bosjes aangeplant, als investering voor de bruiloft van de pas
geborene.
We
zitten weer behoorlijk hoog, want op de heuvels ligt weer sneeuw. Er zijn
vandaag ook meer mensen uit ons gezelschap ziek, ze hebben dezelfde symptomen
als ik gisteren. Het zal dus wel een virusje zijn. 
Onderweg rijden we door Ismit, waar twee jaar
geleden een ernstige aardbeving heeft plaats gevonden. Met uitzondering van de
vele prefab-noodwoningen en de vele nieuwe flats is er nog maar weinig van te
zien.
Eeuwenlang
was Istanbul de hoofdstad van opéénvolgende rijken, met alle pracht en praal
die daarbij horen. Ook is het de stad waar Europa en Azië samensmelten, beide
continenten zijn slechts gescheiden door de Bosporus, de drukste vaarweg ter
wereld. Istanbul heeft 14 miljoen inwoners. Via één van de grote hangbruggen
keren we “even” terug naar Europa. We gaan weer in een van die grote eetzaal
restaurants lunchen, waarna we de hippodroom bezoeken.
In Rome hebben we veel oudheden bezocht, maar het is
ongelooflijk hoeveel hier in Turkije te zien is. Morgen zullen we deze omgeving
ook bezoeken. Na de hippodroom bezoeken we de de Kapali Carsi, de overdekte
bazaar. Langzamerhand heeft het gezelschap van deze reis zich een beetje laten
zien. Er zijn enthousiaste, open mensen, ook zijn er mensen die meer op zichzelf
zijn, maar dit keer hebben we eigenlijk niemand waar we het niet mee kunnen
vinden. Een prima gezelschap! 
Zoals iedere reis ontmoeten we mensen waar we het
beter mee kunnen vinden als met anderen.
Zo
zijn er vier dames uit (de omgeving van) Leiden en Riet en Rob uit Oosterhout,
we hebben samen veel plezier. Zo gaan we ook vandaag met Rob en Riet door de
Bazaar op pad. Wij als Beverwijkers zijn wat dat betreft verwend, net zoals in
Iran zijn we niet onder de indruk van de vele stalletjes. Wel valt ons op dat de
verkopers hier (en trouwens ook in de rest van Turkije) erg opdringerig zijn.
Dankzij de digitale foto’s (ik kan aan politieagent laten zien waar we
naar toe moeten) zijn we op tijd bij de bus. Meneer ’t Mannetje (de corpulente
man, die naast mij op de heenweg in het vliegtuig zat), werd door een taxi een
beetje te laat gebracht.
Vannacht
wordt het zomertijd, dus een uur minder te slapen. We worden morgen om kwart
voor acht (kwart voor zeven) gewekt! Dus maar weer vroeg naar bed.
Dag
7
zondag
28 maart
2004

Om kwart over negen vertrekken we door enge
straatjes, vandaag hebben we alle aandacht voor Istanbul! De stad lééft en het
rijke verleden uit de tijd dat de stad nog Byzantium en Constantinopel heette,
geeft haar een bijzonder en sfeervol karakter. Gebouwd op zeven heuvelen wordt
het stadsbeeld van Istanbul bepaald door de vele tempels, kerken, paleizen en
moskeeën.
In
Istanbul zijn diverse moskees te vinden. De bekenste is de Blauwe Moskee (Sultanahmet
Camii). De koepel van de moskee wordt omringd door zes minaretten en wordt vaak
beschouwd als een architectonisch wereldwonder. Grote koepels worden aan alle
kanten ondersteund door halve koepels.
De
moskee dankt overigens zijn naam aan de blauwe bloempatronen van Isnic-tegels
(meer dan 20.000!).

Ooit
gebouwd als kerk (537), na de Ottamaanse verovering omgedoopt tot moskee en tegenwoordig een museum is de Aya Sofia (Kerk
van de goddelijke wijsheid). De kerk is een icoon van het Byzantijnse rijk,
later zijn minaretten aan het geheel toegevoegd, de kerk oogt saai van buiten
maar is een pracht van binnen. Hoeveel tegenstellingen kan een gebouw herbergen?
Istanbul telt een aantal belangrijke paleizen. Het
Topkapi-paleis is echt een sprookjespaleis. Pracht en praal, goud en mooie mozaïeken
brengen de rijkdom van het Ottomaanse rijk tot leven. Het paleis omsluit
meerdere binnenplaatsen en bestaat uit vele kamers. Een aantal daarvan behoorden
tot de keizer, een aantal tot diens harem. Kleine openingen maakte het voor de
keizer mogelijk om zijn harem te bespieden. Ook waren er paleisscholen en kamers
speciaal voor ambassadeurs en andere belangrijke gasten van de sultan.
Tegenwoordig zijn hier musea gevestigd.
In het
Topkapi-paleis lunchen we ook, er vliegen grote zwermen ooievaars over, de
trekvogels vliegen vanuit Afrika over Turkije naar hun broedgebieden in Oost
Europa. Hierna hebben we een rondvaart over de Bosporus. Onder het genot van een
kopje Turkse-, appel-, of jasmijnthee, hebben we een mooi uitzicht op de stad,
zowel de Europese, als de Aziatische kant.
Vandaag is het regionale verkiezingsdag
Turkije
is verdeeld in 76 provincies (iller), bestuurt door een door de regering
benoemde gouverneur. De provincies zijn onderverdeeld in 838 districten en aan
het hoofd staat een gouverneur. Er zijn 187 steden en ruim 36.000 dorpen
(bestuurd door een muhtar, een door de dorpsvergadering gekozen dorpshoofd). De
steden zijn onderverdeeld in mahalleler (wijken).
Om
vijf uur zijn we weer terug in het hotel en om zeven uur hebben we het diner. Om
half negen toert Hussein ons door het donkere Istanbul. Alles is mooi verlicht.
We gaan nog wat drinken in het Ulus Parki, het regent wel een beetje, maar we
hebben een schitterend uitzicht vanuit het park over de stad.

We komen een chique winkelcentrum tegen en ik zeg
tegen Jenny: “Het lijkt de Beverhof wel” . Cem reageert meteen, dat hij de
Beverhof van vroeger nog kent en dat hij tien jaar in Beverwijk heeft gewoond in
de Kerkstraat. Ook toevallig, bij ons om de hoek! Hij heeft op dezelfde school
gezeten als Maartje. Om goed elf uur zijn we weer in het hotel. Als we net op
onze kamer zijn komen er wel zes brandweerauto’s met gillende sirenes door de
straat. We kijken nog uit het raam, maar er is niets te zien. Iedere avond
vallen onze luikjes vanzelf dicht. We maken ook zo veel mee deze dagen, het is
maar goed dat ik zoveel foto’s en aantekeningen maak, anders zijn we alles zo
vergeten. Morgen worden we om zes uur weer gewekt. We hebben dan weer een lange
rit voor de boeg, inclusief een boottocht met een ferry over de Dardanellen.
Dag
8
maandag
29 maart
2004

Als we ’s morgens wakker worden regent het een
klein beetje. Het is ook te mooi om waar te zijn, al dat schitterende weer. Ook
vandaag zijn we weer om zes uur gewekt, we raken er al aan gewent. Om kwart over
zeven vertrekt de bus richting het zuiden. We vervolgen de rit over het Europese
deel van Turkije het schiereiland Gallipolis.
Het duurt nogal een poos voordat we Istanbul echt uit zijn, het is een stad met
14.000.000 inwoners en zo groot als de provincie Utrecht. Als we Istanbul achter
ons gelaten hebben klaart het weer ook weer op; eerst een waterig zonnetje, maar
het wordt steeds helderder. Op weg naar de Dardanellen, vroeger werden ze wel de
Hellespont genoemd. In het Turks spreekt men over Cannakale Bogazi. De
Dardanellen zijn 64 kilometer lang en de breedte wisselt van 1,6 tot 6,4
kilometer. Zij liggen tussen Aziatisch en Europees Turkije en verbinden de Egeïsche
Zee met de Zee van Marmara.
Meteen
zijn zij dus de sleutel tot de Zwarte en de Middellandse Zee wat van strategisch
belang was toen het westen nog met een communistisch Oostblok had af te rekenen.
Belangrijke
steden langs de Dardanellen zijn Gallipoli (Gelibolu), langs de Europese oever,
en Cannakale op het Aziatisch deel. De vroegere benaming Hellespont zou
afstammen van Helle, die in de straat zou verdronken zijn toen ze van de rug
viel van de ram Chrysomallus. Het strategisch belang van de Dardanellen dateert
al vanuit in de oudheid. In 480 voor onze jaartelling bouwde de Perzische
heerser Xerxes I met zijn schepen een brug over de straat om zijn troepen
richting Griekenland te brengen. Gedurende de vele eeuwen vloeide er veel bloed
om de controle over de Dardanellen af te dwingen. Weinig herinnert in de
omgeving van Gelibolu nog aan de enorme strijd die in de 1e Wereld Oorlog op het
schiereiland werd geleverd. Vanaf april 1915 zetten Franse en Britse
oorlogsschepen hier verschillende keren troepen aan land. Deze moesten de Turkse
forten veroveren en de Dardanellen vrijmaken voor een geallieerde doorvaart om
zo een verbinding tot stand te brengen met de Russische vloot in de Zwarte Zee.
De Turken wisten, gesteund door hun bondgenoot Duitsland, de forten echter te
behouden. Toen de geallieerden zich in januari 1916 moesten terugtrekken hadden
vele duizenden soldaten aan beide zijden het leven gelaten. De mislukte
militaire operatie, die de geschiedenis is ingegaan als de 'Dardanellencampagne',
kostte Winston Churchill zijn baan als First Lord of the Admiralty. Beter liep
de strijd af voor Mustafa Kemal (Atatürk), vóór de slag nog een onbetekenende
officier in het Turkse leger. Onder een Duitse legeraanvoerder wist hij tijdens
de slag uit te groeien tot een nationale held. Met veel inzicht interpreteerde
Kemal de geallieerde aanvalstaktiek, waardoor hij met zijn divisie op het juiste
moment op de juiste plaats was. Op wonderbaarlijke wijze wist hij bovendien,
geplaagd door aanvallen van malaria, verschillende aanslagen te overleven: een
granaatscherf die op het punt stond zijn hart te doorboren, werd zelfs
tegengehouden door zijn zakhorloge; het klokje wordt nu nog bewaard in het
marinemuseum van Çanakkale aan de andere kant van de Dardanellen.
Vlak
voordat we per ferryboot de Dardanellen over varen eten we onze lunch in een
visrestaurantje aan de haven.



De
oudheidkundigen glimlachten meewarig, toen de rijke Duitse zakenman Heinrich
Schliemann, die geen enkele archeologische ervaring had, zich in 1860 met een
exemplaar van de ilias naar de oevers van de Egeïsche Zee begaf, vastbesloten
het bestaan van de stad Troje te bewijzen. Reeds als kind was Heinrich
Schliemann in de ban geraakt van de oude Griekse heldenverhalen en hij was ervan
overtuigd dat ze echt waren. De droom om de verloren gegane steden Troje en
Mycene op te sporen was hem bijgebleven gedurende de jaren dat hij een
succesvolle loopbaan in het zakenleven had opgebouwd.
Op de
leeftijd van 45 jaar gaf hij zijn luxe leven op om de verloren wereld van Troje
te gaan ontdekken. Alles wat Schliemann bij zich had op zijn reis was een
exemplaar van de ilias, voldoende geld om een expeditie te kunnen bekostigen en
een grote dosis vastberadenheid. 
Eenmaal in Turkije, begon hij de omgeving te
verkennen van het dorpje Pinarbasi, waar volgens de overlevering de stad Troje
had gelegen. Maar de ligging van het terrein en enige andere gegevens klopten
niet met de beschrijvingen van Homerus. Schliemann liet het terrein voor wat het
was. Een stukje verder, in Hissarlik, vond hij een vlakte waar hij meer van
verwachtte. Op die plaats, ongeveer een uur lopen van de zee, stak een soort
afgeplatte terp boven de vlakte uit. Schliemann begon te graven en zijn
vastberadenheid en vertrouwen werden beloond. 
In de loop van de daaropvolgende jaren ontdekte hij
niet één, maar negen steden, de een op de ander gebouwd. De vraag was alleen
welke stad nu Troje was? Schliemann veronderstelde dat het de tweede of de derde
laag van onderaf moest zijn. Daar had hij sporen van vuur aangetroffen en een
aantal muren, die heel goed de muren van het paleis van koning Priamus geweest
konden zijn. Eigenlijk even voordat Schliemann de opgravingen wilde stopzetten,
deed hij in het 'paleis-gebied' een fantastische ontdekking. Hij vond een schat
van goud en juwelen: de schat van Priamus. Latere onderzoekingen hebben aan het
licht gebracht dat Troje op een hoger niveau lag en dat de schat die Schliemann
had ontdekt aan een oudere koning had toebehoord. Hoe dan ook, Schliemann had
zijn droom verwezenlijkt: hij had de plaats gevonden waar ooit de oude stad
Troje had gelegen. De oudheidkundigen die eerst om die dwaze amateur hadden
moeten lachen gaven toe dat hij een heel belangrijke ontdekking had gedaan.
Nadat
we alles bezichtigd hebben drinken we nog een kopje thee en kopen wat souvenirs.
Dan op weg naar ons hotel. Om een uur of zes komen we aan. Het is schitterend
gelegen aan het strand. We hebben een kamer met uitzicht op zee en het Griekse
eiland Lesbos. Een hemelsbreed verschil met het hotel in Istanbul, hier hoor je
alleen maar de zee! We hebben nog een uurtje voor het diner, dus kunnen we ons
nog even opfrissen en een klein wandelingetje langs het strand maken. We hebben
al weer prettige trek. Het eten vandaag is heerlijk en extra uitgebreid, alles
dubbel-op: vis en vlees, het beste hotel tot nu toe. Na afloop nog een kopje
koffie bij de open haard onder het genot van Turkse muziek. Om half tien zijn we
op de kamer het was weer een vermoeiende dag. De reisafstand was ongeveer 340
km, maar door de boottocht leek dat veel langer.
Dag
9
dinsdag
30 maart 2004
Om kwart voor acht worden we gewekt en genieten van
een prachtige zonsopgang. We ontbijten met uitzicht op zee. Het is jammer dat we
niet wat langer in dit hotel kunnen blijven.
Als we de bus instappen vinden we het wel wat fris, wat zijn we toch
verwend met het weer, maar de zon schijnt al volop. We bezoeken de oude stad
Pergamon, die bekend staat als één
van de best bewaard gebleven antieke steden van Turkije.
De
stad, in de vallei van Bakir Cayi, werd gesticht als Pergamon of Pergamos en
ligt op een twintigtal kilometer van de westkust verwijderd. Zij was de
hoofdstad van het koninkrijk Pergamum dat tussen 241 en 133 voor onze
jaartelling bestond. Pergamon was echter al een kleine nederzetting in de Archaïsche
periode. 
De
Macedonische generaal Lysimachus bouwde er zijn acropolis en Philetaeros werd
zijn gouverneur. Samen hadden ze, na de dood van Alexander de Grote, een flink
deel van de krijgskas meegepikt, wat de overige generaals nogal kwalijk namen.
Eumenes
I, Attalos I en Eumenes II bestegen na Philetaeros de troon. Eumenes II nam het
Acropolis van Athene als voorbeeld om ook een Acropolis in zijn stad te laten
bouwen.
De
verschillende vorsten versloegen 200 jaar voor onze jaartelling onder meer de
Galatiërs en werden geallieerden van Rome. Dank zij hun steun bleef de stad een
belangrijke rol spelen in hun provincie Azië. De ruïnes van het oude Pergamon
liggen rondom Bergama.
In 133
na Christus liet de laatste koning van Pergamon, Attalos III, zijn rijk over aan
Rome omdat hij geen rechtstreekse opvolgers had. Omstreeks de 2de eeuw telde de
stad al 160.000 ingezetenen.
Mysia,
een stad gesticht door de uit Thracië komende Myciërs, werd eerst ingepalmd
door de Lydiërs, maar werd in de 3de eeuw voor onze jaartelling de hoofdstad
van Pergamum
In de
14de eeuw namen de Osmanen bezit van de stad. De Griekse stad ligt tegen de
vulkaanhelling, de Romeinse werd grotendeels begraven door het huidige Bergama.
Het oude koninkrijk Pergamon was een
handelsknooppunt tussen Oost en West en was ooit één van de belangrijkste
culturele centra van ons halfrond. Zij groeide vooral onder Lysimachus (305-281
voor onze tijdrekening). We zien hier tal van overblijfselen van tempels en
paleizen.
Ook
zien we een schitterende felblauwe kever van wel 5 centimeter groot.
We
vervolgen onze weg via Ismir de 3e stad van
Turkije met 4.000.000 inwoners! Hier worden veel nepmerken geproduceerd.
Overal zie je merkartikelen voor een paar euro aangeboden worden. Als Turkije
lid van de EU wil worden moet dat nog wel veranderen.
We komen veel in bloei staande fruitbomen tegen
zoals: mandarijnen, sinaasappels, perziken en vijgen. Het is hier ook de streek
van de katoen, maar die staat nu nog niet op het land. We zien veel kuddes met
schapen en geiten. 
De
tulp blijft het nationale symbool van Turkije, hier dus ook weer een groot
verband met Nederland. In Turkije zie je de symbolen overal, op hekken, in
logo’s, enz, enz.

We rijden via mooie binnenwegen naar Kusadasi, dit
is een van de drukst bezochte badplaatsen aan de Egeïsche zee, en zeer populair
bij liefhebbers van zon, zee, strand en discotheken. Eigenlijk niets voor ons
dus, maar alles is nu nog in rust. De stad ontleent haar naam aan het
duiveneilandje dat voor de kust ligt. De vertaling van Kusadasi is letterlijk
vogeleiland. De havenstad is een bekende aanlegplaats voor vele veerdiensten uit
Griekenland en Italie. Ook vanavond hebben we voor het diner nog tijd om even
langs het strand te lopen. Ook nu weer een prima hotel en het diner om acht uur
is zelfs nog beter dan gisteren. Ook
kunnen we hier voor het eerst mailen naar Nederland, toch bellen we Maartje ook
nog maar even. Zowel in Nederland als bij ons is alles oké. Vandaag werd
prinses Juliana bijgezet en in dit hotel hebben ze Nederlandse satelliet
televisie. We kunnen de samenvatting dus bekijken.
Kamferballetjes in de fonteintjes vind je hier bijna overal, als je
er van houdt is het wel een frisse geur. We hebben trouwens over de hygiëne
niets te klagen. Alles ziet er altijd keurig netjes en schoon uit.
We
vinden het heerlijk dat alles voor ons geregeld en georganiseerd wordt. Het is
overal maar aansluiten, of aanschuiven. We zijn het hele jaar druk met deze
zaken en nu wordt alles heerlijk eens voor ons gedaan.
Dag
10
woensdag
31 maart
2004
Ja
hoor, we mogen zomaar uitslapen tot acht uur. We hebben een heerlijk uitgebreid
ontbijt en gaan daarna, terwijl het weer schitterend weer is, op weg.
Vandaag
staat het bekende Epheze op het programma. In tegenstelling tot veel andere
antieke steden, vind je in Epheze nog diverse gebouwen uit het Romeinse
Keizerrijk, die de tand des tijds redelijk hebben doorstaan. Als we aankomen is
er bijna nog geen toerist.
Cem
vertelt over hoe het komt dat er zoveel olijfbomen op de bergen staan. De
Romeinen zijn daar al mee begonnen, die daar export mee voerden. Olijfolie kan
gebruikt worden voor diverse dingen. Voor het bereiden van voedsel maar ook
brandstof voor lampen. Olie leverde meer op dan goud. Het graan wat er eerst
werd verbouwd werd vervangen door olijfbomen. 

Epheze was
een handelsstad tussen Europa en Azië, die door diverse volkeren bewoond werd.
Deze oude antieke wereldstad maakt
een diepe indruk op ons. Aan de
voet van de berg Pion genaamd, is de stad gebouwd, daar waar de rivier de
Kaystros de Egeϊsche Zee instroomt. In deze oude stad heeft zich heel veel
afgespeeld. Cem vertelt hier boeiend over, de afmetingen van deze stad zijn
gigantisch, wat een cultuur. De Hadrianus tempel werd ter ere van de Romeinse
keizer Hadrianus (117-138 na Chr.) gebouwd. Het gebouw had verschillende
ongewone onderdelen, een architraaf die in het midden een halve cirkel vormde,
waarmee er een boog boven de ingang van de tempel ontstond. In het midden van
deze boog bevindt zich een afbeelding van Hydra die de boze geesten buiten de
tempel moest houden. Boven de ingang van de cella bevindt zich een tympanum, de
halfronde boog tussen de deuropening en de boog er boven.
Aan de
andere kant van de straat ligt het woonkwartier van de welgestelde inwoners van
het oude Epheze. De huizen zijn er klein, iets dat je niet zou verwachten. Veel
ruimte had men thuis echter niet nodig omdat zaken zoals baden, eten, lezen, en
discussiëren allemaal in gemeenschappelijke ruimtes buitenshuis werden gedaan.
Gezamenlijke openbare toiletten waren er ook, mannen bespraken daar
allerlei dingen. We lopen verder door de marmerstraat waar de processies werden
gehouden, met een beetje voorstellingsvermogen waan je je in het jaar nul. 
De Celsus bibliotheek werd in 2de eeuw gebouwd ter
nagedachtenis van de stadhouder van de Romeinse provincie Asia Julius Celsus
Ptolemaeus, in opdracht van zijn zoon Julius Aquila. In 400 n.Chr. werd de
bibliotheek grotendeels door brand verwoest. De prachtige 17 meter hoge
voorgevel van de Celsus bibliotheek bestond uit drie verdiepingen, waarvan er
nog twee de tand des tijds hebben doorstaan. In de vier nissen van de
benedenverdieping staan vier vrouwenbeelden, die de wijsheid, de deugdzaamheid,
de vriendschap en de beschaving of kennis voorstellen. In de nissen van de
achterwand werden de antieke boekrollen opgeborgen.
In 431
kwam in deze basiliek het derde Oecumenische Concilie bijeen die de leer van
Nestorius van Antiochia veroordeelde en waarin aangenomen werd dat Maria haar
zoon reeds als God ter wereld had gebracht. Nadat de kerk in verval was geraakt
werd zij nog twee keer op een beduidend kleinere schaal weer opgebouwd. Vandaar
dat er vandaag de dag overblijfselen van drie kerken te zien zijn en de oude
basiliek niet meer terug te herkennen is.
Het
Theater torent boven de ruïnes uit. De rijen zitplaatsen zijn goed bewaard
gebleven, enkel het marmer is er vanaf gesloopt nadat men de stad verplaatst
had.

De
arena van het amphitheater ligt een flink stuk lager dan de voorste rijen. Het
was niet de bedoeling dat de wilde dieren, na het verorberen van ongelukkige
christenen of onwillige slaven, het publiek op de eerste rij als toetje kregen.
Slaven
met acteertalent konden deze gave beter verborgen houden, als ze aan eenzelfde
lot wensten te ontkomen. Bij toneelstukken was het niet ongebruikelijk om een
stervende acteur te vervangen door een slaaf, om het geheel realistischer te
laten overkomen.
Vanaf
de bovenste rijen van het theater heb je een schitteren panorama over Epheze en
kun je duidelijk zien hoever het water zich in de loop der eeuwen heeft
teruggetrokken. Vroeger een havenstad en nu ligt het ver van zee.
De
stad werd verlaten doordat de malaria zijn inval deed, omdat de rivier
dichtslibde en een moerasgebied werd. Velen vonden daardoor de dood. De stad
werd gedeeltelijk afgebroken en opnieuw opgebouwd op de helling van de
Koressosberg.


We
gaan na zo’n drie uur rondgelopen te
hebben weer op weg. Na de Lunch dit keer met linzensoep, geitenvlees rijst met
saffraan en rijstepudding, gaan we naar Sirince. In de Ottomaanse periode hebben
de Turken, de Grieken 400 jaar lang onderdrukt, en dat zit de Grieken niet
lekker. Andersom hebben de Grieken een deel van Turkije bezet na de nederlaag
van de Turken in de eerste wereldoorlog. Na de Turkse onafhankelijkheidsoorlog
(1918-1920) zorgde Atatürk voor een gedwongen uitwisseling van de Turken in
Griekenland met de Grieken in Turkije. Sirince is sindsdien bevolkt door Turken.
Wel is het dorpje verder in de
originele staat gebleven. Een weg slingert zich omhoog tussen wijngaarden en
boomgaarden en plots rijden we het dorpje (800 inwoners) binnen. Veel van de
inwoners maken fruitwijnen en verder wordt er veel geborduurd (en verkocht), ook
allerhande zelf gemaakte kleren, enz. Het is een mooi dorpje en we worden niet
zo veel aangeklampt om iets te kopen. We kopen twee tafelkleedjes en een jurkje
voor Amber.
Op
de terugweg naar het hotel zien we in de bergen twee grote roofvogels vliegen.
Ook bezoeken we nog een leershow, Er wordt veel geshowd en ook behoorlijk
gekocht. Jenny koopt een mooi lamsleren jasje. Om half zes zijn we weer in het
hotel. We hebben dus nog even om bij te komen voor het diner dat om 8 uur
begint. Het diner is weer voortreffelijk. Samen met Rob en Riet drinken we nog
een cappuccino en gaan daarna naar onze kamer. We hebben weer een schitterende
dag gehad. Volgens Cem boffen we ook. Zelfs in Turkije is het uitzonderlijk mooi
weer voor de tijd van het jaar. Ook boffen we wat betreft de bus en de hotels.
We zijn één van de eerste groepen en al de betere hotels op de beste plekken
zijn nu nog voor ons en ons budget beschikbaar.

Om kwart over zeven worden we gewekt, na het
uitgebreide ontbijt buffet gaan we om half negen op weg
naar Pamukkale (katoenen kasteel) met het bekende natuurwonder van de
kalksteenterrassen. De reis duurt de hele morgen. We lunchen eerst in het dorp
Pamukkale, een klein plaatsje in de provincie Denizli. Het dankt haar naam, aan
een uniek natuurfenomeen. Door een ophoping van kalk van het calciumrijk
bronwater zijn bijzondere witte kalkterrassen ontstaan. Een gedeelte van
Pammukale ziet er slecht uit, omdat er te veel mensen over gelopen hebben, en
hotels het bronwater hebben ontrokken aan het plateau. Het grootste deel is
afgesloten en de hotels zijn gesloopt. Over een poosje is het hopelijk weer wat
hersteld.
Gisteren
werd op de televisie voorspeld dat het vandaag regenachtig zou worden. Gelukkig
valt dat erg mee.

Andere
bezienswaardigheden zijn het goed bewaard gebleven Romeinse theater, de tempel
van Apollo uit de derde eeuw v. Chr. en het ernaast gelegen Plutonium. Bijzonder
is ook de uitgestrekte necropolis van de antieke stad, met twaalfhonderd
sarcofagen en tombes een van de grootste van Turkije. 
Het hotel is in het zelfde dorp, we hebben dus geen
reistijd verder. Voor het eten hebben we nog voldoende tijd om een wandeling
door het dorp te maken. Het valt ons op dat de mensen reuze aardig zijn.
We komen voetballertjes tegen en een groepje
kinderen dat schooltje speelt. Ze willen maar al te graag op de foto.
Ook zijn er nog twee stoere binkjes die erg moeten lachen als ik ze de digitale foto van zichzelf laat zien. Kinderen zijn toch ook eigenlijk overal het zelfde. Onderweg voelen we een spaar spatjes regen, die langzamerhand overgaan in een echte bui. In de bar van het hotel drinken we een borreltje met Riet en de dames van Schaik en van Haasteren. Er is een vervelende fotograaf, die zich maar steeds blijft opdringen. Na het eten , dat matig is gaan we naar onze kamer. Ik schrijf nog wat in het dagboek en we lezen wat bij. Morgen vertrekken we naar het laatste hotel in Turkije voor onze terugreis op maandag.

Dag 12 vrijdag
2 april
2004
Vannacht heeft
het hard geregend, toch hebben we prima geslapen. Na het ontbijt zitten we om
kwart voor negen in de bus en rijden we via het Taurusgebergte terug richting
Antalya. 

Onderweg bezoeken we in Denizli, een tapijtcoöperatie.
We krijgen een goede uitleg. Er is een schitterend zijden lopertje, waar we
gelijk verliefd op worden. We vinden de prijs toch wat te hoog. Het is het wel
waard, maar we willen nog wel een keer op reis dit jaar.
In
deze coöperatie zijn een aantal dames aan het werk in elk geval tegen het
minimum maandloon van € 136,--. We zien ze ook aan het werk. Ze kunnen
maximaal een half uur achter elkaar werken, daarna moeten ze een half uur
ontspannen. Er heerst een prima sfeer binnen dat bedrijf. Over een paar jaar
zijn zulke tapijten niet meer te betalen in verband met de arbeidskosten.

Door het Taurusgebergte vervolgen we onze weg.
Ieder halfuur bevinden we ons in een totaal ander landschap als het halfuur daar
voor. In Turkije worden ontelbaar veel
flats gebouwd. Ze staan naar onze begrippen vreselijk dicht op elkaar.
Via
Antalya rijden we door naar Kemer. Op het Lykische schiereiland, waar het steile
Taurus gebergte direct in de zee overgaat ligt Kemer. Het is vandaag wisselend weer,

Vlak na Antalya komen we in een file terecht. We
staan bijna twee uur stil. Volgens Cem worden er rotsen opgeblazen, om de
kustweg te verbreden. Wel komt er
een paar keer een ambulance met gillende sirenes langs. Maar na die twee uur
kunnen we verder.
In
Kemer krijgen we onze kamer toegewezen in een schitterend hotel. Omdat we zo
lang in de file hebben gestaan kunnen we eigenlijk gelijk aan tafel. We krijgen
allemaal een felgekleurd armbandje om, wat moet bewijzen dat we recht op het
diner hebben. De eerste dag dat we in Turkije waren moesten we daar zo om
lachen. Het eten is werkelijk voortreffelijk. We blijven in dit hotel drie
nachten, tot we weer terug keren naar Nederland. Op de kamer kunnen we de
foto’s die ik tot nu toe gemaakt heb op de televisie bekijken. Om een uur of
elf gaan we naar bed.

Dag 13 zaterdag
3 april
2004
We worden niet gewekt, maar worden vanzelf om half
zeven wakker. De zon schijnt al volop. Het
ontbijt is prima! Na het ontbijt rijden we naar Kale (ook wel Demre, of Myra
genoemd), het vroegere domein van de ons zo bekende Sinterklaas. Het
is een schitterende weg langs de Turkooizen zee
Myra
is naar de mirre genoemd, de Arabische roodbruine boom die welriekende hars
oplevert.
Aanvankelijk
was Myra langs de kust gelegen, maar de modder van de rivier de Demre
verwijderde haar van de zee. Myra ligt nu 5 kilometer landinwaarts.
Tijdens
het jaar 18 kreeg de stad het bezoek van keizer Germanicus en zijn gemalin
Agrippina. Te hunner ere werd toen in de haven hun standbeeld geplaatst.
Ook de
apostel Paulus kwam hier langs en in de 2de eeuw werd Myra verheven tot een
bisdom. Het zou tijdens de hele Byzantijnse periode een belangrijke religieuze
rol blijven spelen.
Nikolaos leefde hier in de 4de eeuw. Hij werd
geboren in Patara omstreeks het jaar 300 en bracht het tot bisschop van Myra.
Hij
stamde af van een rijke vader en zijn familie leefde in weelde dank zij de
graanhandel. Deze Nikolaos was bekend door zijn wonderen en zijn liefdadigheid.
Na zijn dood werd hij een patroonheilige voor Grieken en Russen. Hij is het
later ook geworden voor de zeelieden, de handelaars, de studenten en de …
kinderen.
De
volgende legende heeft hem zo bekend gemaakt.
Er was
eens een verarmde handelaar met drie dochters. Sinterklaas verstopte in het
diepste geheim drie zakken met goudstukken in diens woning. Dank zij deze gift
konden de drie dochters nadien trouwen. 

Myra
is ook bekend door zijn rotsgraven, de graven kunnen via een reeks trappen
worden bezocht. Een tombe is bijzonder door haar Ionische zuilen die haar doen
lijken op een tempel. Er prijken ook leeuwenhoofden en een afbeelding van een
leeuw die een stier aanvalt.

We
rijden dezelfde mooie weg weer terug naar Kemer. Om vier uur zijn we weer in het
hotel. We maken samen met Rob en Riet een mooie strandwandeling.
Tegenover ons hotel is een weggetje dat via een
strandbar rechtstreeks naar het strand gaat. Een jongen houdt ons aan met de vraag om wat te drinken. Wij vertellen hem
dat we dat wel op de terugweg doen. Ja, ja, zie je hem denken. Op het strand
komen we allemaal werkmensen tegen. Er is ook een heel kamp met barakken en
tenten waar heel veel van die werkmensen wonen. Dag en nacht en ook in het
weekend gaat de bouw aan hotels door. Het is heerlijk weer en we lopen een heel
eind. Op de terugweg gaan we inderdaad wat drinken bij de eerder genoemde
jongen. Hij is erg blij dat we toch gekomen zijn en slooft zich helemaal uit
voor ons. Er lopen heel wat jonge hondjes op het strand rond. Ze blijken bij die
strandbar te horen. Moeder hond heeft drie puppies, allemaal erg verschillend,
maar wel heel leuk.

Om
zeven uur hebben we het diner, buiten worden er allerlei lekkere hapjes klaar
gemaakt. Er is weer zo veel lekkers dat we meer eten dan goed voor ons is. We
bellen even met Nederland om te horen hoe alles is. Maartje en Amber krijgen we
aan de telefoon. Gelukkig is alles goed . Om negen uur zijn we totaal uitgeteld.
We kijken nog maar even televisie en gaan dan al snel slapen.
Dag
14
zondag
4 april
2004
We
hebben heerlijk lang geslapen. Vandaag onze eigenlijk laatste dag van deze reis.
We bezoeken vandaag Antalya. Hussein komt ons alleen halen. Cem stapt pas in
Antalya in. Wat een prima chauffeur is die Hussein toch! Vandaag heeft hij de
leiding en hij doet alles perfect, hij houdt nauwkeurig in de gaten dat iedereen
er is.
Antalya,
een vakantiebestemming in Turkije is een vat vol contrasten. Het is een
aantrekkelijke stad met boulevards omgeven door palmbomen, een indrukwekkende
zeehaven en een pittoresk oud stadsgedeelte, Kaleiçi, met zijn smalle steegjes
en houten huizen die tegen de muren van de stad zijn aangebouwd. Antalya heeft
ongeveer 1.000.000 inwoners. Er zijn gemiddeld zo´n 300 dagen met zon.

We zijn na een uurtje rijden in Antalya en we
bezoeken de mooie watervallen gelegen buiten het centrum. Cem is inmiddels ook
gearriveerd. Als we een poosje rondgelopen hebben in het mooie park gaan we via
het vliegveld naar een grote sieraden winkel. Hier krijgen we een uitgebreide
uitleg en een geolied verkooppraatje. Ook hier wordt het één ander gekocht. Met al die toeristen en die
georganiseerde verkoop, krijgen ze in Turkije toch heel wat deviezen binnen. Als
dank voor de aankopen krijg ik het "boze oog" als geschenk.
Zoals in vele culturen, geloven de Turken dat
jaloezie van anderen schade aan kan richten, of dit nou de bedoeling is of niet.
In Turkije (en ook in andere landen) staat het "boze oog" van anderen
dan ook voor ongeluk. De Turken gebruiken "Nazar Boncugu" (letterlijk
boze oog kraal) om zich te beschermen tegen bedoelde of onbedoelde "boze
ogen". Je komt de "Nazars" overal tegen. Hangend aan de
achteruitkijkspiegels van taxi's, gespeld op kleding van baby's, ingebouwd in de
fundering van moderne zakencentra in Turkije, beschermend boven de deurpost
gehangen in Kebab restaurants en zelfs op Turkse websites! De kracht van de
"Nazar" is dat deze het kwaad reflecteert en de persoon beschermd
tegen fysieke schade aangebracht door negatief denken. Het glimmen van de kraal
kaatst het kwaad terug. De blauwe kleur moet de eigenaar van de "Nazar"
beschermen.
Dit
oeroude geloof in de "Nazar" gaat terug in de oudheid. Het is zelfs
vermeld in de Bijbel )Matt. 6:22’. Het geloof in het "boze oog" komt
ook veel voor in het Mediterrane gebied en in de omgeving van India.
Volgens
de meest beleden godsdienst van
Turkije, de Islam, is geloof in de "Nazar" verboden en dus niet
toegestaan. Toch zie je onder veel "Nazar's" de tekst Masallah staan,
wat zoiets betekent als: Moge Allah je beschermen.
We gaan weer terug naar Antalya, bij de volks bazaar
neemt Cem afscheid van ons. We hebben samen ongeveer 3000 kilometer door Turkije
gereisd. Vandaag en gisteren heeft hij een makkie gehad. We wensen hem een lang
en gelukkig leven toe en voor op de korte termijn een goed huwelijksfeest en ook
de groeten aan zijn ouders van ons uit Beverwijk.
Deze
middag kunnen we gaan en staan waar we willen. We hebben afgesproken om om vier
uur weer te verzamelen om naar het hotel terug te gaan.

De
boel wordt er voor het seizoen weer ingericht en aangekleed en versierd. We
bestellen een raki en nog een. Helaas is de raki op en moet er eerst in het dorp
nieuwe gekocht worden. Zowel de ober als wij hebben er lol om. Letty en Frans
uit Monster komen er later ook nog bij zitten. Als we afscheid nemen en
vertellen dat we morgen weer naar huis gaan. Is de ober een beetje verdrietig.
Als we eventueel volgend jaar terug komen zal hij er niet zijn, want hij moet
dan in militaire dienst.
Er is
weer een uitgebreid diner, het is weer veel en lekker. We pakken onze koffers en
gaan vroeg naar bed want morgen worden we om 4 uur gewekt.
Dag
15
maandag
5 april
2004
En
inderdaad om vier uur worden we gewekt. Er is koffie en we hebben een ontbijt
boxje. Er komen een vreemde gids en chauffeur om ons op te halen. Het is maar
behelpen, zo zonder Hussein en Cem. We zijn vroeg op het vliegveld en kunnen
snel inchecken. De terugvlucht naar Amsterdam heeft een vertraging van een uur
en ook de vlucht duurt een uur langer dan gepland, dit alles omdat er extra
veiligheidsmaatregelen op Schiphol getroffen zijn. Gelukkig hebben we in het
vliegtuig een plekje bij de nooduitgang, dus extra beenruimte.

De vlucht verloopt verder zonder problemen. De
terugvlucht is toch een moment waarop je terugkijkt naar de hele reis. We hebben
ontzettend veel gezien en gedaan, eigenlijk te veel! Het is maar goed dat ik zo
veel foto´s en aantekeningen heb gemaakt. Thuis kan ik alles uitwerken en de
reis opnieuw beleven. We hebben een erg leuk reisgezelschap gehad. Er was
eigenlijk niemand die er buiten viel. Natuurlijk klikt het met de een beter dan
met de ander. 
Zo
denk ik met heel veel plezier terug aan de ontmoetingen met Dien, Conny, Riet en
Wil en natuurlijk ook met Rob en Riet. Met deze mensen wil ik graag een reisclub
beginnen. Geen gezeur, maar wel veel lol. Respect voor alles en iedereen.
Ook is
mijn beeld over de Turken en Turkije veranderd. Wat is Turkije een rijk land,
zowel wat cultuur als natuur betreft. Ook zijn er voldoende mogelijkheden voor
de toekomst lijkt mij. In ieder geval is er voldoende ruimte. De Turken zijn een
aardig en gastvrij volk en in Turkije veel moderner dan de Turken in Nederland.

Tegen
het middaguur zijn we weer op vaderlandse bodem. Gelijk al weer een paar SMS-jes
en telefoontjes. Het lijkt wel of het lieve leventje op Schiphol al weer begint.
Op Schiphol nemen we afscheid van het reisgezelschap, met Rob en Riet drinken we
nog een kopje koffie. Morgen weer aan het werk, een vreemd idee. We kijken in
ieder geval terug op een heerlijke tijd in Turkije.
Hier volgen enkele belangrijke data uit
de geschiedenis van Turkije.
7500
v.C. Oudst
bekende stad ter wereld bij Catalhüyük.
1250
v.C. Trojaanse
Oorlog tussen de Trojanen en de Grieken, welke eindigde dmv. het Paard van Troje,
de huidige plaats Truva.
657
v.C. Byzantium
wordt gesticht door Griekse kolonisten
130
v.C. De
Romeinen maken van Anatolië de provincie Azië, met Epheze als hoofdstad.
330
Byzantium wordt hernoemd tot Constantinopel door Keizer Constantijn. Het
wordt de hoofdstad van het oostelijk deel van het Romeinse Rijk.
1071-1243
Seldjoekse Turken uit Midden-Azië veroveren Anatolië. De Seldjoeken
brachten de Islam naar Turkije, en voerden in Anatolië het Turks in als
belangrijkste taal.
1096-1204
De Kruistochten, het Byzantijnse Rijk valt uiteen.
1288
Het ontstaan van het Ottomaanse Rijk.
1453
Constantinopel wordt veroverd door Sultan Mehmet II, en maakt de stad tot
hoofdstad van het Ottomaanse Rijk. Hij hernoemd Constantinopel tot Istanbul.
1909
De laatste Ottomaanse Sultan, Abdul Hamid, wordt afgezet door de
Jong-Turken.
1914
Begin van de Eerste Wereldoorlog, Turkije begeeft zich aan de Duitse
zijde.
1918
Einde van de Eerste Wereldoorlog, de geallieerden willen het Turkse Rijk
opdelen.
1919
Onafhankelijkheidsoorlog tegen de Grieken, Atatürk leidt het Turkse
verzet.
1923
De Turkse staat wordt uitgeroepen. Atatürk wordt president,
modernisering van het land, de islam wordt losgelaten, het Arabische schrift
wordt vervangen door het Latijns.
1938
Atatürk overlijdt.
1939-1945
Turkije blijft neutraal tijdens WO II.
1946
Turkije is mede-oprichter van de Verenigde Naties.
1950
De eerste vrije verkiezingen in Turkije.
1952
Turkije wordt lid van de NAVO.
1980
Coupe, gevolgd door drie jaar militaire dictatuur.
1983
Turkije krijgt een burgerregering.