Turkije 2004

 

   

 

Dag 1                      maandag                      22 maart 2004

Na wekenlang uitzien naar onze welverdiende vakantie is het vandaag eindelijk zover. Zoals gebruikelijk op zulke dagen zijn we behoorlijk vroeg wakker, we hoeven helemaal niet zo vroeg op pad, want het vliegtuig vertrekt pas om goed zes uur. Douchen, ontbijten en de laatste dingen inpakken. We hebben met Sjef afgesproken dat hij ons naar het station brengt. Maartje gaat mee om ons op Schiphol uit te zwaaien, ze hoeft vandaag niet naar college. We zijn zoals gebruikelijk weer ruim op tijd, dus kijken we samen met Maartje nog even rond en drinken en eten nog wat. Om 3 uur kunnen we al inchecken. Omdat we zo vroeg zijn kunnen we nog een plaatsje uitzoeken. We nemen afscheid van Maartje en gaan door de douane. Het is altijd weer een belevenis op Schiphol, mensen uit de hele wereld en altijd een drukte van belang. We doen wat taxfree inkopen en bezoeken de dependance van het Rijksmuseum. Langzamerhand lopen we naar onze vertrekpier.

Het vliegtuig is er nog niet, maar na een uurtje wachten zien we hem vanaf de polderbaan aankomen taxiën. Als het vliegtuig op zijn plek staat zien we dat er alleen maar vracht uitkomt. Al snel worden de koffers ingeladen, we zien onze koffers in het laadruim van het vliegtuig verdwijnen.

Even later mogen ook wij aan boord. We hebben een mooi plekje achter in het vliegtuig. Jenny heeft uiteraard weer een plaatsje aan het raam. Er zijn 3 stoelen naast elkaar, het is een chartervliegtuig en je kunt wel merken dat ze er zoveel mogelijk stoelen in gepropt hebben. Ik kan nauwelijks mijn benen kwijt en er zit een behoorlijk gezette man naast mij, die zelfs het klaptafeltje niet kan laten zakken. Het is maar goed dat er armleuningen tussen de stoelen zitten anders was ik behoorlijk in de knel gekomen. Het vliegtuig vertrekt keurig op tijd, volgens mij zelfs ongeveer 10 minuten te vroeg. Het is wisselend bewolkt, hier en daar zien we flarden van Nederland, maar we kunnen niet opmaken waar we overheen vliegen. De vlucht gaat over Duitsland, Tsjechië, Slowakije, Hongarije en Roemenië naar Turkije. Na goed een uur wordt het al donker, we vliegen ook naar het oosten, dat gaat dus extra snel. Onderweg passeren we een tijdgrens, het is in Turkije een uur later dan in Nederland. De vlucht verloopt vlekkeloos. Het diner aan boord stelt niet zo heel veel voor, maar ja dat kun je op een dergelijke charter ook niet verwachten. Onderweg zien we allerlei dorpjes en stadjes vanuit de lucht oplichten. Tijdens het laatste stukje van de vlucht, als we al behoorlijk gezakt zijn kunnen we wat meer van Turkije onderscheiden, bergen met sneeuw en vlak voor de landing zien we Antalya links onder ons liggen, we maken een grote bocht over de Golf van Antalya. Om kwart voor 11 landen we (een beetje hard). We kunnen snel van boord. Op het vliegveld moeten we eerst een visum kopen en kunnen daarna door de douane. Alles verloopt ook hier soepel. Onze koffers komen ook snel. Buiten het vliegveld staat een hele rij gidsen en bussen te wachten op de toeristen uit Nederland. Wij worden doorverwezen naar bus nummer 76. Hier zien we de mensen die de reis met ons mee zullen maken, volgens mij zijn we zowat de jongste reizigers met dit gezelschap. De gids maakt zich bekend, hij heet Cem (spreek uit djem) en zal de hele reis ons begeleiden, net zoals de chauffeur die Hussein heet. De bus vertrekt al snel naar ons hotel aan de Turkse Rivièra in Side, hier verblijven we de eerste 2 nachten. De reisafstand per bus is ongeveer 70 km en duurt ongeveer 45 minuten. Het is al na 12 uur als we bij het Seher Otel aankomen. Het is een eenvoudig, maar net hotel. De eerste twee dagen zullen we hier verblijven. Het hotel bestaat uit een hoofdgebouw en enkele bijgebouwen. In één van die bijgebouwen is onze kamer, vlak naast de ingang. We zijn moe van al dat reizen. Dus kruipen we snel onder de wol, het is dan inmiddels ook al zo’n uur of één.

  De provincies

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Dag 2                      dinsdag                  23 maart 2004

  We moeten wel even wennen, allerlei nieuwe geluidjes en een vreemd bed. We worden ook nog eens wakker van de kou, maar gelukkig zijn er extra dekens, dus dat is op te lossen. We kunnen vandaag wat uitslapen, want we gaan pas om kwart over tien weg. Bij het ontbijt is er van alles te kiezen, daarna gaan we nog even op het strand kijken, want het hotel ligt direct aan zee. We gaan vandaag de antieke steden Aspendos en Perge bezoeken. Beide steden zijn Hellenistische vestingen.

Onderweg bezoeken we nog een oude brug (Aspendos Bellus), deze brug is herbouwd op de ruïnes van een oude Romeinse brug. Vanaf de brug zien we sinaasappelboomgaarden en op de achtergrond besneeuwde bergen. Het is heerlijk weer, de temperatuur is boven de 20˚C en zonnig.

In Aspendos ligt het best bewaard gebleven Romeinse theater van Turkije. Aspendos is gelegen aan de Euromedion (nu de Körprülü) en was ooit de oostelijkste stad van het koninkrijk van Pergamum. In de Romeinse tijd werd het een belangrijk handelscentrum. Het is nu vooral bekend door het mooie antieke theater gebouwd door Zeno in 162.


Perge is een Romeinse stad, waar in het bijzonder het theater en het stadion goed bewaard gebleven zijn. Het was ooit een welvarende stad. In de Byzantijnse tijd raakte de stad in verval en in de 7e eeuw werd hij verlaten. Het enorme stadion is grotendeels intact. Een stel Hellenistische torens markeert de toegang tot de stad. Ze kijken uit op een binnenplaats met fonteinen. We wandelen langs baden met hypocaustum (vloerverwarming)-systemen aan een agora met zuilen. Een waterkanaal leidt van een tweede fontein op de akropolisheuvel naar een kanaal midden in de hoofdstraat met zuilen, een manier om ’s zomers de lucht te koelen. In de verte zien we bergen met besneeuwde toppen.

Overal tussen de ruïnes zien we hagedissen zich opwarmen in de zon.   Ook lopen er hier landschildpadden.

   Apostel Paulus is op deze plaats actief geweest als missionaris.

Wat een overgang, gistgeren liepen we nog met een dikke jas in het kille Nederland en nu hier in Turkije in een bloesje in de zon. Er zitten overal verkopers die souvenirs willen verkopen, of geld willen wisselen €-munten voor €-biljetten. Jenny krijgt een vriendschapsbandje met een “boos-oog”, omdat ze geld wisselt. Deze verkoopster heeft kettingen van bloedkoraal, door de goede geste van deze vrouw koopt Jenny een ketting van haar.

We rijden richting vliegveld, waar we geld pinnen, we hebben besloten om al de lunches extra excursies, rondvaarten, enz, enz, vandaag al vast te betalen. We hoeven dan de hele vakantie nergens meer aan te denken en betaalt Cem alles voor ons. Cem, onze Turkse gids vertelt onderweg wat meer over zich zelf. 18 juni gaat hij met een Nederlands meisje trouwen. Om drie uur zijn we weer terug in het hotel, waar we eerst koffie drinken. We gaan samen wat wandelen in de omgeving van het hotel.

Aanstaande zondag zijn er lokale verkiezingen in Turkije, overal zie je optochten van auto’s versierd met vlaggen en posters van de politieke partijen. Ook hangen er overal vlaggen en slingers tussen de huizen. Na de wandeling een borreltje gedronken en een tukje gedaan. Vanaf half zeven kunnen we dineren een uitgebreid buffet met voornamelijk Turkse gerechten. Het is smakelijk eten, met veel gestoofde groenten en vlees. We laten het ons goed smaken. Het toetjes buffet heeft allerlei gebak, voornamelijk erg zoet, maar ook dikke Turkse yoghurt met honing. Na het eten gaan we vroeg naar bed, we worden morgen om zes uur gewekt, want we maken een lange rit door de bergen naar onze volgende bestemming.

terug naar het begin


Dag 3                      woensdag                      24 maart 2004

Om kwart voor zes worden we gewekt. Douchen, koffers pakken en ontbijten en om kwart over zeven op weg naar Konya. Dit is de stad van de bekende 13e-eeuwse islamitische mysticus en dichter Mevlâna. Zijn wereldbeschouwing was gebaseerd op liefde en verdraagzaamheid. We rijden door het Taurus gebergte, na een bepaalde hoogte zelfs door de sneeuw. Een hele gewaarwording, gisteren hadden we het warm en nu zitten we weer in de sneeuw. Het is een lange rit, onderweg is veel te zien en Cem vertelt veel wetenswaardigheden over de geschiedenis van Turkije. De oudste sporen van bewoning zijn gevonden aan de Middellandse Zeekust; in grotten bij Antalya werden 100.000 jaar oude werktuigen gevonden. Rond 2000 v. Chr. trok vanuit Centraal Azië een stam het huidige Turkije binnen; de Hettieten.  Zij slaagden erin een groot deel van Klein Azië in handen te krijgen. In de 9e eeuw v. Chr. namen de Oerartiërs de macht van de Hettieten over en bestuurden een gebied dat zich uitstrekte over het gebied van het huidige Armenië, Irak en Turkije.

Rond 1100 v. Chr. kwam in het westen de kolonisatie vanuit het vasteland van Griekenland op gang. Uit de combinatie van de Griekse cultuur en invloeden van de oorspronkelijke bewoners ontstond de hoogstaande Ionische cultuur. In de 6e eeuw v. Chr. veroverden de Perzen het Oerartische rijk, alleen de Griekse kuststeden behielden hun onafhankelijkheid. Na Alexander de Grote die in de 4e eeuw v. Chr. de hele "beschaafde" wereld veroverde, veroverden de Romeinen in de 2e eeuw v. Chr. grote delen van Klein Azië. In de 2e eeuw na Chr. verplaatst keizer Constantijn zijn hoofdstad van Rome naar de Griekse kolonie Byzantium aan de Bosporus. De stad wordt bekend als Constantinopel, de stad van Constantijn.

Hoewel het westelijke deel van het Romeinse rijk werd veroverd door Germaanse volken werd Constantinopel het centrum van het Byzantijnse rijk, dat nog bijna 1000 jaar zou bestaan.

Rond 1300 stichtte Osman I een dynastie die, na gewonnen oorlogen met o.a. Mongolen en Hongaren, zou uitgroeien tot het machtige Osmaanse rijk.

In 1571 verloren de Turken de Slag bij Lepanto tegen de Spanjaarden en de Venetianen. Dit was het begin van de ondergang van het Osmaanse rijk. Langzaam brokkelde het Osmaanse rijk af tot na de Krimoorlog de Vrede van Parijs getekend werd. De Turken konden hun onafhankelijkheid nog wel behouden maar hadden verder weinig macht meer over. In de 1e WO kozen de Turken de kant van de Duitsers, maar na aanvankelijke successen werd het Osmaanse rijk definitief onder de voet gelopen. De geallieerden verdeelden na de oorlog het Turkse grondgebied. De belangrijkste aantasting van de Turkse eer was het feit dat de Grieken de hele Egeïsche kust en een groot deel van het achterland kregen toebedeeld. De man die verantwoordelijk was voor de aanvankelijke successen in de 1e WO speelde ook een hoofdrol bij het Turkse verzet tegen de Grieken; Mustafa Kemal Atatürk.  

Onderweg zien we een ongeluk, een bus ligt op zijn zij in de berm, ook zien we in brand gestoken akkers, dit gaat met veel rook en hoge vlammen gepaard. Net als in Iran zijn hier ook irrigatiekanaaltjes aangelegd om de akkers te bevloeien. Ook zien we een paar zwarte ooievaars, de gewone hadden we al een paar keer gezien. Zo in het begin van het voorjaar keren deze (en vele andere trekvogels) terug uit Afrika en via Turkije op weg naar Europa.

 

We vervolgen onze weg door het Taurus gebergte het schiet niet echt op door alle haarspeldbochten, de reisafstand voor vandaag is ca. 540 km. Langzaam gaat het  gebergte over van ruw naar meer afgerond, later heuvelachtig en weer later in een steppen gebied.

We bereiken Konya, een middel grote stad, die op 2000 meter hoogte ligt in het midden van de Anatolische steppe. De huizen hebben schuine daken in verband met de vele sneeuwval in de winter. Cem vertelt dat hier verleden week nog een dik pak sneeuw lag en dat er verleden jaar zelfs een reisgroep om deze tijd een paar dagen ingesneeuwd was. We bezoeken het Mevlâna-museum, tot halverwege de jaren '20 dansten de derwisjen hier nog regelmatig in dit bijzondere klooster. In 1925 werd de orde opgeheven door verboden van de Atatürk regering en al twee jaar later kreeg hun tekke (klooster) een bestemming als toeristische trekpleister. De derwisjen dansen hier nog alleen tijdens het Mevlâna festival dat ieder jaar in december plaatsvindt en gedurende een korte periode in september.

De geschiedenis van het kloostergebouw gaat terug tot de jaren '70 van de 13e eeuw, toen de Perzische architect Tebrizli Bedreddin hier een eerste grafmonument ontwierp voor Mevlâna. Later werd er nog heel wat gesleuteld aan de tekke. Sinds de 16e  eeuw ligt het stoffelijke overschot van Rumi bijvoorbeeld onder een opmerkelijke groenblauwe constructie. Op de ruimte met zijn graftombe staat nu een grote, met pilaarvormen versierde cilinder met een kegel dak: de groene koepel. Door de prachtige tegels in de kleur turkoois trekt deze merkwaardige vorm van verre de aandacht. De verschillende delen van het complex liggen rond een marmeren binnenplaats met een fontein in het midden en enkele graven van Osmaanse hoogwaardigheidsbekleders. Het hoofdgebouw bevindt zich recht tegenover de ingang. Voordat we daar de Tilavet Kamer binnengaan, moeten we onze schoenen achterlaten in verband met de religieuze betekenis van het monument. In deze eerste kamer van het hart van het complex lazen de monniken de koran. Nu zijn daar fraaie voorbeelden te zien van de kunst van het kalligraferen.

Door de zogenaamde zilveren deur betreden we de ruimte met de grote graftombes, de Hazirr-I-Pir. De sarcofagen zijn bedekt met grote fluwelen doeken met borduurwerk van goud. De enorme tulbanden bij het hoofdeinde van de graven van de kloosterleiders geven de ruimte iets heel plechtigs. Het graf van CelaIeddin Rumi zelf wordt gescheiden van de overige door een zilveren hekwerk. Bij het graf staat een plaquette met 32 gedichten van de dichter Mani. Ook de vader en de zoon van Mevlâna liggen hier onder de Groene Koepel.

Nadat we alles bekeken hebben gaan we naar buiten, bij aankomst hebben we al gezien dat er aan de overkant van de straat een begraafplaats is. Uiteraard willen we die graag bekijken. Wat ons opvalt is dat sommige mensen hier wel heel oud worden, op één grafzerk wordt zowel de islamitische, als de christelijke tijdsmeting gebruikt.

  We gaan op weg naar ons hotel, onderweg naar Cappadocië bezoeken we nog één van de onderaardse steden. Als gevolg van de ligging van hun woonplaats, zo in het centrum van de Anatolische Hoogvlakte, werden de Cappadociërs voortdurend geplaagd door vijandelijke legers die door hun gebied trokken. Ze gingen daarom gebruik maken van hun unieke, natuurlijke hulpbron en gingen de grond in. Ze creëerden enorme onderaardse steden waarin de bevolking kon leven. De mensen kwamen alleen naar boven om hun land te bebouwen. Men zegt dat in één zo'n stad wel 60.000 mensen gehuisvest konden worden op diverse niveaus, met elkaar verbonden door een labyrint van tunnels.

Bewezen is dat de holwoningen van Cappadocië al in 3000 v. Chr. bewoond werden, maar het gebied werd pas echt bekend toen de holwoningen een perfecte, Spartaanse verblijfplaats bleken voor christelijke zeloten die op zoek waren naar mogelijkheden voor een kluizenaarsbestaan. Ze vonden bovendien de omgeving inspirerend voor hun eenzame meditaties. Toen de Arabieren in de zevende eeuw Anatolië binnentrokken, daalden duizenden christenen, op de vlucht voor de achtervolgingen, letterlijk in de grond af. Ze zochten een schuilplaats in de ondergrondse steden van Cappadocië. Daar woonden zij in betrekkelijke veiligheid, terwijl hun achtervolgers over hun hoofden denderden.

    Niet al te lang daarna komen we bij ons hotel aan. We hebben een kamer op de bovenste verdieping met een adembenemend uitzicht. We gaan ons wat verfrissen voordat we gaan dineren. Elke keer is het diner tot nu toe in buffet vorm en iedere keer ongeveer hetzelfde: soep, salades, verschillende soorten vlees, rijst, pasta en gestoofde groentes, besloten met veel zoete lekkernijen. Na het eten zijn we zo moe van alle indrukken, dat we snel gaan slapen.

 

 

   

terug naar het begin

 

Dag 4                      donderdag                    25 maart 2004

We hebben een lange nacht gemaakt. Om tien uur sliepen we gisteren al! Na het douchen en ontbijt (wat heerlijk, iedere morgen zo maar aanschuiven!), vertrekken we om negen uur met de bus.

Als eerste plaats doen we Ürgüp aan, een pittoreske plek waar sommige boeren nog in de rotswoningen boven de stad wonen. Het is een armoedige streek waar de ezel, de ‘Turkish Mercedes’, nog altijd een belangrijker transportmiddel is dan de tractor. In de omgeving worden wijndruiven verbouwd, waaronder de bijzondere Emirdruif. Van hieruit bezoeken we verschillende valleien en dorpjes in de omgeving. Wat een schitterend onwerelds landschap. Je waant je bijna op een andere planeet.

Onderweg gaan we koffie drinken bij een eenvoudig koffiehuisje langs de weg. Een erg vriendelijke vrouw bedient ons. Ze heet Aissa en verdient zo maar even € 30,--, voor haar een week inkomen. Ze is erg gastvrij en aardig.

We wandelen nog wat door de omgeving, voordat we gaan lunchen. Er zijn in Turkije overal van die grote eethuizen, waar je in buffetvorm kan lunchen, in Iran hadden we dat ook al meegemaakt.

 

De landstreek Cappadocië is een van ‘s werelds grootste natuurwonderen. De hoogvlakte waarin deze kuil zich bevindt, ontstond na een enorme uitbarsting van drie vulkanen ongeveer 40 miljoen jaar geleden. De erupties en de vulkanische neerslag, die op de grote uitbarsting volgden, hielden vele duizenden jaren aan. In de miljoenen jaren daarna, sleten de extremen van het landklimaat en de rivier de Kizilirmak het plateau uit. De vorming van de typische tufsteenkegels komt grotendeels door harde stukken lava die oorspronkelijk in de enorme tufsteenkoek lagen. Door erosie kwamen ze bloot te liggen, waarna wind en water minder invloed hadden op het onderliggende tufsteen. Op plaatsen waar deze harde stenen in de tufsteenkoek ontbraken, vormden zich tafelformaties, waarin rivieren diepe ravijnen uitsleten.

Al in de prehistorie werd dit gestolde lava gewonnen en werden de markante tufsteenkegels uitgehakt tot woningen.  Omdat het met eenvoudige hulpmiddelen mogelijk was uit het zachte gesteente stabiele woningen te hakken, door de isolerende werking van het tufsteen was het tijdens Anatolië's koude winters en hete zomers hier prettig wonen  het gebied is al zeer vroeg bewoond geweest.

We rijden door naar Göreme, ongeveer 6 kilometer van Ürgüp, bij Göreme, liggen ruim 350 kerken, die voor het merendeel tussen de 9de en 13de eeuw gebouwd werden. Het is nu een openluchtmuseum.

De kerk van Tokali (kruisiging) en die van de Maagd (fluitspelende herder) zijn mooie voorbeelden van de kunstzinnige activiteiten van de monniken. Tokali Kilise (Omgorde kerk) uit de 10de eeuw. Andere bijzondere kerken in het dal van Göreme zijn de Elmali Kilise (Appelkerk) en de Karanlik Kilise (Duisterniskerk). Ook zijn in de omgeving nog rotswoningen in gebruik als woning.

De eerste christenen trokken naar de streek om aan de vervolging van Rome te ontkomen. Hier hielden ze vanaf de eerste eeuw in het geheim hun erediensten. Ze hakten uit het tufsteen talloze kerkjes, kapellen en kloosters, die ze in de loop der eeuwen met de meest fraaie muurschilderingen versierden. Vele afbeeldingen, vooral aangezichten, werden door moslims vernield.

 

Om half zes zijn we weer terug in het hotel, we gaan douchen en daarna wat bijkomen. Het is schitterend weer, ook voor Turkse begrippen. Na het diner gaan we naar een culturele avond. Volksdansen, muziek en zang uit verschillende streken uit Turkije. De zaal is ook uitgehakt uit de rotsen. Om elf uur zijn we weer terug in het hotel. We gaan maar vlug naar bed, want morgenochtend worden we al om zes uur gewekt. Het is de bedoeling dat we dan naar Ankara gaan

 

Dag 5                      vrijdag                    26 maart 2004

Vannacht was Jenny ziek (overgeven) en ik vanmorgen, plotseling na het douchen. Vandaag gaan we naar de Turkse hoofdstad Ankara. Van de reis heb ik weinig meegekregen, ik heb de hele reis bijna geslapen. Ankara werd reeds in de Bronstijd bewoond en toch was het tot in deze eeuw niet meer dan een provinciestadje. In 1923 besloot de grondlegger van het huidige moderne Turkije, Kemal Atatürk, dit centraal gelegen stadje tot hoofdstad van het nieuwe Turkije te maken. Sindsdien is de stad uitgegroeid tot een moderne metropool met meer dan 4 miljoen inwoners. Tegen de middag komen we in Ankara aan en gaan in een moderne buitenwijk lunchen. Iedereen vindt het heerlijk, Soep – Ilexandir – en een sinaasappel. Ik eet alleen maar soep. Volgens Cem komt de misselijkheid door de gepofte kikkererwten. Na de lunch bezoeken we het Atatürk mausoleum.

De Anit Kabir, het Mausoleum van Atatürk, ligt boven op een heuvel in een park. Het enorme complex is gebouwd tussen 1944 en 1953. Bij de ingang kun je een inscriptie zien met de redervoering van de 'Vader der Turken' ter gelegenheid van de tienjarige verjaardag van de republiek. Gelukkig ben ik weer helemaal opgeknapt. Het is een indrukwekkend, sober gebouw. Er staat een erewacht voor. Erg jonge militairen die hun best doen langdurig stil te staan. Turkije heeft nog steeds dienstplicht en het leger bestaat uit 1.000.000 militairen. Voor veel jongens van het platteland is het hun eerste kennismaking met de ontwikkelde wereld. Een wereld van verschil van de middeleeuwen op het platteland naar de 21e eeuw van de grote steden.

In het mausoleum is een museum ingericht over de onafhankelijkheidsstrijd. In 1922 dreven de Turken de Grieken letterlijk de zee in en kwam er een bloedig einde aan de onafhankelijkheids-oorlog. Na onderhandelingen werden in 1923 de grenzen van de huidige republiek Turkije grotendeels vastgelegd.

De jaren tussen 1923 en 1938 stonden geheel in het teken van Atatürk. Hij bouwde een staat op naar westers voorbeeld. In 1928 werd de islam als staatsgodsdienst afgeschaft ; de "layiklik" werd ingevoerd, de absolute scheiding tussen religie en staat. De dood van Atatürk op 10 november 1938 was een grote schok voor Turkije.

In de 2e wereld oorlog wist Turkije tot enkele weken voor het einde van de oorlog neutraal te blijven. Sinds de jaren 50 werd Turkije voortdurend heen en weer geslingerd tussen democratie en dictatuur en hebben er diverse staatsgrepen plaatsgevonden die gepaard gingen met veel politiek geweld.

 

Na het mausoleum bezoeken we het museum van Anatolische beschavingen.

Dit zeer interessante museum ligt aan de zuidzijde van de citadel. Het is ondergebracht in een 15de eeuwse Osmaanse bedasten (overdekte markt). Oorspronkelijk opgericht door Atatürk werd het het Hittietenmuseum genoemd, om de aandacht van de wereld te trekken voor de pas ontdekte culturen van Turkije. De muurschilderingen van Catal Hüyük vormen het hoogtepunt van neolitische kunst. De Hittitische beelden en reliëfs in de grote hal zijn uit Hattusas bij Bogazkale afkomstig.

De officiële taal in Turkije is Turks, en wordt door ongeveer 90% van de bevolking gesproken. Het Turks stamt uit het steppegebied van Mongolië en is van oorsprong een nomadentaal. Het Turks kwam met de naar het westen trekkende nomaden ongeveer in de tiende eeuw in Klein-Azië. Sinds 1928 wordt het Turks in ons alfabet geschreven. Het huidige Turks heeft veel leenwoorden overgenomen uit het Arabisch en het Perzisch. Tot in het westen van China wordt op de Kaukasus en in Centraal-Azië nog door miljoenen mensen een Turkse taal gesproken. In Turks Koerdistan worden Koerdische dialecten gesproken. De tot dan toe verboden Koerdische taal mocht door de overheid in 1991 weer in het openbaar worden gebruikt.

Na het museumbezoek vertrekken we naar ons hotel in een van de voorsteden van Ankara. Het is opvallend hoeveel er gebouwd wordt. Hele stadsdelen zijn in opbouw, veel flats en moderne woningen, waarvan er veel nog leeg staan. Het hotel is erg modern, maar het heeft niet veel mogen kosten lijkt het wel. De afwerking laat veel te wensen over. Via het nieuws horen we dat er in het oosten van Turkije een aardbeving heeft plaatsgevonden. Voordat we haar huis kunnen bellen heeft Maartje ons al gebeld. We kunnen melden dat met ons alles goed is. In Nederland gaat ook alles goed. Om 7 uur hebben we het diner, voor de eerste keer geen buffet. Na het eten drinken we nog wat en gaan op tijd weer naar bed. Morgen worden we weer om zes uur gewekt, want we gaan morgen naar Istanbul.

   

terug naar het begin

 

Dag 6                      zaterdag                 27 maart 2004

 

  Al voor het wekken zijn we wakker, we beginnen aan het ritme te wennen. Het is ongelooflijk hoeveel impressies we opdoen. Iedere avond vallen we als een blok om tien uur in slaap. Na het douchen en het ontbijt zijn we om kwart over zeven al weer op weg. We hebben een ontzettend goede chauffeur, altijd beleefd en vriendelijk en hij rijdt perfect. We gaan op weg naar Istanbul via een mooie tolweg, dat schiet op. Onderweg weer informatie over het land door Cem. De overgrote meerderheid van de bevolking (±85%) bestaat uit Turken. De Koerden zijn de belangrijkste minderheid (±10%). Kleinere minderheidsgroepen zijn de half miljoen Arabieren en de enkele tienduizenden Tsjerkessen, Bulgaren, Armeniërs en Grieken. Oorspronkelijk leefden er veel grotere aantallen Grieken en Armeniërs in Turkije, maar hun aantallen zijn na de Eerste Wereldoorlog sterk verminderd. De Koerden wonen overwegend in het zuidoosten van het land aan de grens met Irak. De bevolkingsaanwas bedroeg tussen 1985 en 1990 gemiddeld 200 per jaar. 37% van de bevolking is jonger dan 15 jaar. De westelijke provincies zijn het dichtstbevolkt, die langs de Zwarte Zee en de provincies Adana en Hatay aan de Middellandse Zee. Ruim 55% van de bevolking woont in de steden. 3% van Turkije is Europees, 97% is Aziatisch. Ongeveer 1,5 miljoen Turken werken in het buitenland, vooral in West-Europa (van wie ca. 1 miljoen in Duitsland en ca. 180.000 in Nederland) en in landen van het Midden-Oosten. De reis vandaag bedraagt zo’n 480 km. Onderweg komen we allerlei kleine bosjes met populieren tegen. Als er kinderen geboren worden, worden deze bosjes aangeplant, als investering voor de bruiloft van de pas geborene.

We zitten weer behoorlijk hoog, want op de heuvels ligt weer sneeuw. Er zijn vandaag ook meer mensen uit ons gezelschap ziek, ze hebben dezelfde symptomen als ik gisteren. Het zal dus wel een virusje zijn.

Onderweg rijden we door Ismit, waar twee jaar geleden een ernstige aardbeving heeft plaats gevonden. Met uitzondering van de vele prefab-noodwoningen en de vele nieuwe flats is er nog maar weinig van te zien.

Eeuwenlang was Istanbul de hoofdstad van opéénvolgende rijken, met alle pracht en praal die daarbij horen. Ook is het de stad waar Europa en Azië samensmelten, beide continenten zijn slechts gescheiden door de Bosporus, de drukste vaarweg ter wereld. Istanbul heeft 14 miljoen inwoners. Via één van de grote hangbruggen keren we “even” terug naar Europa. We gaan weer in een van die grote eetzaal restaurants lunchen, waarna we de hippodroom bezoeken. In Rome hebben we veel oudheden bezocht, maar het is ongelooflijk hoeveel hier in Turkije te zien is. Morgen zullen we deze omgeving ook bezoeken. Na de hippodroom bezoeken we de de Kapali Carsi, de overdekte bazaar. Langzamerhand heeft het gezelschap van deze reis zich een beetje laten zien. Er zijn enthousiaste, open mensen, ook zijn er mensen die meer op zichzelf zijn, maar dit keer hebben we eigenlijk niemand waar we het niet mee kunnen vinden. Een prima gezelschap!

Zoals iedere reis ontmoeten we mensen waar we het beter mee kunnen vinden als met anderen.

Zo zijn er vier dames uit (de omgeving van) Leiden en Riet en Rob uit Oosterhout, we hebben samen veel plezier. Zo gaan we ook vandaag met Rob en Riet door de Bazaar op pad. Wij als Beverwijkers zijn wat dat betreft verwend, net zoals in Iran zijn we niet onder de indruk van de vele stalletjes. Wel valt ons op dat de verkopers hier (en trouwens ook in de rest van Turkije) erg opdringerig zijn.  Dankzij de digitale foto’s (ik kan aan politieagent laten zien waar we naar toe moeten) zijn we op tijd bij de bus. Meneer ’t Mannetje (de corpulente man, die naast mij op de heenweg in het vliegtuig zat), werd door een taxi een beetje te laat gebracht.

 Van de bazaar gaan we naar het hotel, een vreselijk drukke, chaotische stad. Om zeven uur zijn we in het hotel en om half acht is het diner. De eetzaal is in de kelder, een benauwde ruimte. Het eten is redelijk. Na het eten drinken we samen nog wat in de lobby. Als we met de lift naar onze kamer willen blijven we steken. Geen paniek gelukkig, wel de slappe lach. Na tien minuten zijn we weer bevrijd. We kunnen op de tv CNN ontvangen, dus zijn we weer bij wat het nieuws betreft.

Vannacht wordt het zomertijd, dus een uur minder te slapen. We worden morgen om kwart voor acht (kwart voor zeven) gewekt! Dus maar weer vroeg naar bed.

terug naar het begin

 

Dag 7                      zondag                   28 maart 2004

  Toch wel weer vroeg op, om kwart voor acht, maar door de zomertijd eigenlijk kwart voor zeven.

Om kwart over negen vertrekken we door enge straatjes, vandaag hebben we alle aandacht voor Istanbul! De stad lééft en het rijke verleden uit de tijd dat de stad nog Byzantium en Constantinopel heette, geeft haar een bijzonder en sfeervol karakter. Gebouwd op zeven heuvelen wordt het stadsbeeld van Istanbul bepaald door de vele tempels, kerken, paleizen en moskeeën.

In Istanbul zijn diverse moskees te vinden. De bekenste is de Blauwe Moskee (Sultanahmet Camii). De koepel van de moskee wordt omringd door zes minaretten en wordt vaak beschouwd als een architectonisch wereldwonder. Grote koepels worden aan alle kanten ondersteund door halve koepels.

De moskee dankt overigens zijn naam aan de blauwe bloempatronen van Isnic-tegels (meer dan 20.000!).

 

Ooit gebouwd als kerk (537), na de Ottamaanse verovering omgedoopt  tot moskee en tegenwoordig een museum is de Aya Sofia (Kerk van de goddelijke wijsheid). De kerk is een icoon van het Byzantijnse rijk, later zijn minaretten aan het geheel toegevoegd, de kerk oogt saai van buiten maar is een pracht van binnen. Hoeveel tegenstellingen kan een gebouw herbergen?  

Istanbul telt een aantal belangrijke paleizen. Het Topkapi-paleis is echt een sprookjespaleis. Pracht en praal, goud en mooie mozaïeken brengen de rijkdom van het Ottomaanse rijk tot leven. Het paleis omsluit meerdere binnenplaatsen en bestaat uit vele kamers. Een aantal daarvan behoorden tot de keizer, een aantal tot diens harem. Kleine openingen maakte het voor de keizer mogelijk om zijn harem te bespieden. Ook waren er paleisscholen en kamers speciaal voor ambassadeurs en andere belangrijke gasten van de sultan. Tegenwoordig zijn hier musea gevestigd.

In het Topkapi-paleis lunchen we ook, er vliegen grote zwermen ooievaars over, de trekvogels vliegen vanuit Afrika over Turkije naar hun broedgebieden in Oost Europa. Hierna hebben we een rondvaart over de Bosporus. Onder het genot van een kopje Turkse-, appel-, of jasmijnthee, hebben we een mooi uitzicht op de stad, zowel de Europese, als de Aziatische kant.

Vandaag is het regionale verkiezingsdag g land door Cem: t land door Cem: erkiezingsdag

Turkije is verdeeld in 76 provincies (iller), bestuurt door een door de regering benoemde gouverneur. De provincies zijn onderverdeeld in 838 districten en aan het hoofd staat een gouverneur. Er zijn 187 steden en ruim 36.000 dorpen (bestuurd door een muhtar, een door de dorpsvergadering gekozen dorpshoofd). De steden zijn onderverdeeld in mahalleler (wijken).

Om vijf uur zijn we weer terug in het hotel en om zeven uur hebben we het diner. Om half negen toert Hussein ons door het donkere Istanbul. Alles is mooi verlicht. We gaan nog wat drinken in het Ulus Parki, het regent wel een beetje, maar we hebben een schitterend uitzicht vanuit het park over de stad.

We komen een chique winkelcentrum tegen en ik zeg tegen Jenny: “Het lijkt de Beverhof wel” . Cem reageert meteen, dat hij de Beverhof van vroeger nog kent en dat hij tien jaar in Beverwijk heeft gewoond in de Kerkstraat. Ook toevallig, bij ons om de hoek! Hij heeft op dezelfde school gezeten als Maartje. Om goed elf uur zijn we weer in het hotel. Als we net op onze kamer zijn komen er wel zes brandweerauto’s met gillende sirenes door de straat. We kijken nog uit het raam, maar er is niets te zien. Iedere avond vallen onze luikjes vanzelf dicht. We maken ook zo veel mee deze dagen, het is maar goed dat ik zoveel foto’s en aantekeningen maak, anders zijn we alles zo vergeten. Morgen worden we om zes uur weer gewekt. We hebben dan weer een lange rit voor de boeg, inclusief een boottocht met een ferry over de Dardanellen.


Dag 8                      maandag                      29 maart 2004  

Als we ’s morgens wakker worden regent het een klein beetje. Het is ook te mooi om waar te zijn, al dat schitterende weer. Ook vandaag zijn we weer om zes uur gewekt, we raken er al aan gewent. Om kwart over zeven vertrekt de bus richting het zuiden. We vervolgen de rit over het Europese deel van Turkije het schiereiland  Gallipolis. Het duurt nogal een poos voordat we Istanbul echt uit zijn, het is een stad met 14.000.000 inwoners en zo groot als de provincie Utrecht. Als we Istanbul achter ons gelaten hebben klaart het weer ook weer op; eerst een waterig zonnetje, maar het wordt steeds helderder. Op weg naar de Dardanellen, vroeger werden ze wel de Hellespont genoemd. In het Turks spreekt men over Cannakale Bogazi. De Dardanellen zijn 64 kilometer lang en de breedte wisselt van 1,6 tot 6,4 kilometer. Zij liggen tussen Aziatisch en Europees Turkije en verbinden de Egeïsche Zee met de Zee van Marmara.

Meteen zijn zij dus de sleutel tot de Zwarte en de Middellandse Zee wat van strategisch belang was toen het westen nog met een communistisch Oostblok had af te rekenen.

Belangrijke steden langs de Dardanellen zijn Gallipoli (Gelibolu), langs de Europese oever, en Cannakale op het Aziatisch deel. De vroegere benaming Hellespont zou afstammen van Helle, die in de straat zou verdronken zijn toen ze van de rug viel van de ram Chrysomallus. Het strategisch belang van de Dardanellen dateert al vanuit in de oudheid. In 480 voor onze jaartelling bouwde de Perzische heerser Xerxes I met zijn schepen een brug over de straat om zijn troepen richting Griekenland te brengen. Gedurende de vele eeuwen vloeide er veel bloed om de controle over de Dardanellen af te dwingen. Weinig herinnert in de omgeving van Gelibolu nog aan de enorme strijd die in de 1e Wereld Oorlog op het schiereiland werd geleverd. Vanaf april 1915 zetten Franse en Britse oorlogsschepen hier verschillende keren troepen aan land. Deze moesten de Turkse forten veroveren en de Dardanellen vrijmaken voor een geallieerde doorvaart om zo een verbinding tot stand te brengen met de Russische vloot in de Zwarte Zee. De Turken wisten, gesteund door hun bondgenoot Duitsland, de forten echter te behouden. Toen de geallieerden zich in januari 1916 moesten terugtrekken hadden vele duizenden soldaten aan beide zijden het leven gelaten. De mislukte militaire operatie, die de geschiedenis is ingegaan als de 'Dardanellencampagne', kostte Winston Churchill zijn baan als First Lord of the Admiralty. Beter liep de strijd af voor Mustafa Kemal (Atatürk), vóór de slag nog een onbetekenende officier in het Turkse leger. Onder een Duitse legeraanvoerder wist hij tijdens de slag uit te groeien tot een nationale held. Met veel inzicht interpreteerde Kemal de geallieerde aanvalstaktiek, waardoor hij met zijn divisie op het juiste moment op de juiste plaats was. Op wonderbaarlijke wijze wist hij bovendien, geplaagd door aanvallen van malaria, verschillende aanslagen te overleven: een granaatscherf die op het punt stond zijn hart te doorboren, werd zelfs tegengehouden door zijn zakhorloge; het klokje wordt nu nog bewaard in het marinemuseum van Çanakkale aan de andere kant van de Dardanellen.

 

Vlak voordat we per ferryboot de Dardanellen over varen eten we onze lunch in een visrestaurantje aan de haven. De overtocht duurt ongeveer drie kwartier en daarna gaan we richting de opgravingen van het oude Troje.

De soldaten van de belegerde stad Troje in Klein-Azië ontdekten op een ochtend dat hun belegeraars ervandoor waren. Daar begrepen de Trojanen niets van, want hun stad werd al negen, bijna tien jaar door de Grieken omringd. Buiten de stadsmuren, op een open veld stond een reusachtig houten paard, een geschenk van hun Griekse vijanden. Het houten paard werd in triomf de stad binnengehaald. Maar de Trojanen wisten niet, dat er Griekse krijgslieden verborgen zaten in het paard. Toen het avond werd en de stad in duisternis was gehuld, sprongen de soldaten te voorschijn. Ze gooiden de stadspoorten open voor hun leger dat teruggekeerd was en... Troje werd ingenomen.  

  Volgens Griekse overlevering maakte deze beroemde list een eind aan het tienjarig beleg van de stad Troje. Het verhaal vertelt dat de Grieken verbolgen waren dat de Trojaanse prins Paris, de knappe Helena, de vrouw van koning Menelaüs van Sparta, had geschaakt. Onder het leiderschap van koning Agamemnon van Mycene, de broer van koning Menelaüs, trok een leger erop uit om Helena terug te eisen. Toen de uitlevering werd geweigerd, belegerden ze Troje.

De oudheidkundigen glimlachten meewarig, toen de rijke Duitse zakenman Heinrich Schliemann, die geen enkele archeologische ervaring had, zich in 1860 met een exemplaar van de ilias naar de oevers van de Egeïsche Zee begaf, vastbesloten het bestaan van de stad Troje te bewijzen. Reeds als kind was Heinrich Schliemann in de ban geraakt van de oude Griekse heldenverhalen en hij was ervan overtuigd dat ze echt waren. De droom om de verloren gegane steden Troje en Mycene op te sporen was hem bijgebleven gedurende de jaren dat hij een succesvolle loopbaan in het zakenleven had opgebouwd.

Op de leeftijd van 45 jaar gaf hij zijn luxe leven op om de verloren wereld van Troje te gaan ontdekken. Alles wat Schliemann bij zich had op zijn reis was een exemplaar van de ilias, voldoende geld om een expeditie te kunnen bekostigen en een grote dosis vastberadenheid.

Eenmaal in Turkije, begon hij de omgeving te verkennen van het dorpje Pinarbasi, waar volgens de overlevering de stad Troje had gelegen. Maar de ligging van het terrein en enige andere gegevens klopten niet met de beschrijvingen van Homerus. Schliemann liet het terrein voor wat het was. Een stukje verder, in Hissarlik, vond hij een vlakte waar hij meer van verwachtte. Op die plaats, ongeveer een uur lopen van de zee, stak een soort afgeplatte terp boven de vlakte uit. Schliemann begon te graven en zijn vastberadenheid en vertrouwen werden beloond.

In de loop van de daaropvolgende jaren ontdekte hij niet één, maar negen steden, de een op de ander gebouwd. De vraag was alleen welke stad nu Troje was? Schliemann veronderstelde dat het de tweede of de derde laag van onderaf moest zijn. Daar had hij sporen van vuur aangetroffen en een aantal muren, die heel goed de muren van het paleis van koning Priamus geweest konden zijn. Eigenlijk even voordat Schliemann de opgravingen wilde stopzetten, deed hij in het 'paleis-gebied' een fantastische ontdekking. Hij vond een schat van goud en juwelen: de schat van Priamus. Latere onderzoekingen hebben aan het licht gebracht dat Troje op een hoger niveau lag en dat de schat die Schliemann had ontdekt aan een oudere koning had toebehoord. Hoe dan ook, Schliemann had zijn droom verwezenlijkt: hij had de plaats gevonden waar ooit de oude stad Troje had gelegen. De oudheidkundigen die eerst om die dwaze amateur hadden moeten lachen gaven toe dat hij een heel belangrijke ontdekking had gedaan.

Nadat we alles bezichtigd hebben drinken we nog een kopje thee en kopen wat souvenirs. Dan op weg naar ons hotel. Om een uur of zes komen we aan. Het is schitterend gelegen aan het strand. We hebben een kamer met uitzicht op zee en het Griekse eiland Lesbos. Een hemelsbreed verschil met het hotel in Istanbul, hier hoor je alleen maar de zee! We hebben nog een uurtje voor het diner, dus kunnen we ons nog even opfrissen en een klein wandelingetje langs het strand maken. We hebben al weer prettige trek. Het eten vandaag is heerlijk en extra uitgebreid, alles dubbel-op: vis en vlees, het beste hotel tot nu toe. Na afloop nog een kopje koffie bij de open haard onder het genot van Turkse muziek. Om half tien zijn we op de kamer het was weer een vermoeiende dag. De reisafstand was ongeveer 340 km, maar door de boottocht leek dat veel langer.

terug naar het begin


Dag 9                      dinsdag                  30 maart 2004

Om kwart voor acht worden we gewekt en genieten van een prachtige zonsopgang. We ontbijten met uitzicht op zee. Het is jammer dat we niet wat langer in dit hotel kunnen blijven.  Als we de bus instappen vinden we het wel wat fris, wat zijn we toch verwend met het weer, maar de zon schijnt al volop. We bezoeken de oude stad Pergamon, die  bekend staat als één van de best bewaard gebleven antieke steden van Turkije.

De stad, in de vallei van Bakir Cayi, werd gesticht als Pergamon of Pergamos en ligt op een twintigtal kilometer van de westkust verwijderd. Zij was de hoofdstad van het koninkrijk Pergamum dat tussen 241 en 133 voor onze jaartelling bestond. Pergamon was echter al een kleine nederzetting in de Archaïsche periode.

De Macedonische generaal Lysimachus bouwde er zijn acropolis en Philetaeros werd zijn gouverneur. Samen hadden ze, na de dood van Alexander de Grote, een flink deel van de krijgskas meegepikt, wat de overige generaals nogal kwalijk namen.

Eumenes I, Attalos I en Eumenes II bestegen na Philetaeros de troon. Eumenes II nam het Acropolis van Athene als voorbeeld om ook een Acropolis in zijn stad te laten bouwen.

De verschillende vorsten versloegen 200 jaar voor onze jaartelling onder meer de Galatiërs en werden geallieerden van Rome. Dank zij hun steun bleef de stad een belangrijke rol spelen in hun provincie Azië. De ruïnes van het oude Pergamon liggen rondom Bergama.

In 133 na Christus liet de laatste koning van Pergamon, Attalos III, zijn rijk over aan Rome omdat hij geen rechtstreekse opvolgers had. Omstreeks de 2de eeuw telde de stad al 160.000 ingezetenen.

Mysia, een stad gesticht door de uit Thracië komende Myciërs, werd eerst ingepalmd door de Lydiërs, maar werd in de 3de eeuw voor onze jaartelling de hoofdstad van Pergamum

In de 14de eeuw namen de Osmanen bezit van de stad. De Griekse stad ligt tegen de vulkaanhelling, de Romeinse werd grotendeels begraven door het huidige Bergama.

Het oude koninkrijk Pergamon was een handelsknooppunt tussen Oost en West en was ooit één van de belangrijkste culturele centra van ons halfrond. Zij groeide vooral onder Lysimachus (305-281 voor onze tijdrekening). We zien hier tal van overblijfselen van tempels en paleizen. Ook zien we een schitterende felblauwe kever van wel 5 centimeter groot.

We vervolgen onze weg via Ismir de 3e stad van  Turkije met 4.000.000 inwoners! Hier worden veel nepmerken geproduceerd. Overal zie je merkartikelen voor een paar euro aangeboden worden. Als Turkije lid van de EU wil worden moet dat nog wel veranderen.

We komen veel in bloei staande fruitbomen tegen zoals: mandarijnen, sinaasappels, perziken en vijgen. Het is hier ook de streek van de katoen, maar die staat nu nog niet op het land. We zien veel kuddes met schapen en geiten.

De tulp blijft het nationale symbool van Turkije, hier dus ook weer een groot verband met Nederland. In Turkije zie je de symbolen overal, op hekken, in logo’s, enz, enz.

 

We rijden via mooie binnenwegen naar Kusadasi, dit is een van de drukst bezochte badplaatsen aan de Egeïsche zee, en zeer populair bij liefhebbers van zon, zee, strand en discotheken. Eigenlijk niets voor ons dus, maar alles is nu nog in rust. De stad ontleent haar naam aan het duiveneilandje dat voor de kust ligt. De vertaling van Kusadasi is letterlijk vogeleiland. De havenstad is een bekende aanlegplaats voor vele veerdiensten uit Griekenland en Italie. Ook vanavond hebben we voor het diner nog tijd om even langs het strand te lopen. Ook nu weer een prima hotel en het diner om acht uur is zelfs nog beter dan gisteren.  Ook kunnen we hier voor het eerst mailen naar Nederland, toch bellen we Maartje ook nog maar even. Zowel in Nederland als bij ons is alles oké. Vandaag werd prinses Juliana bijgezet en in dit hotel hebben ze Nederlandse satelliet televisie. We kunnen de samenvatting dus bekijken. Kamferballetjes in de fonteintjes vind je hier bijna overal, als je er van houdt is het wel een frisse geur. We hebben trouwens over de hygiëne niets te klagen. Alles ziet er altijd keurig netjes en schoon uit. We blijven twee nachten in dit hotel, we kunnen morgen dus waarschijnlijk wel wat uitslapen. Ook vandaag hebben we een behoorlijke reis gemaakt, wel  315 km.

We vinden het heerlijk dat alles voor ons geregeld en georganiseerd wordt. Het is overal maar aansluiten, of aanschuiven. We zijn het hele jaar druk met deze zaken en nu wordt alles heerlijk eens voor ons gedaan.

 

terug naar het begin

Dag 10           woensdag                     31 maart 2004

Ja hoor, we mogen zomaar uitslapen tot acht uur. We hebben een heerlijk uitgebreid ontbijt en gaan daarna, terwijl het weer schitterend weer is, op weg.

Vandaag staat het bekende Epheze op het programma. In tegenstelling tot veel andere antieke steden, vind je in Epheze nog diverse gebouwen uit het Romeinse Keizerrijk, die de tand des tijds redelijk hebben doorstaan. Als we aankomen is er bijna nog geen toerist.

Cem vertelt over hoe het komt dat er zoveel olijfbomen op de bergen staan. De Romeinen zijn daar al mee begonnen, die daar export mee voerden. Olijfolie kan gebruikt worden voor diverse dingen. Voor het bereiden van voedsel maar ook brandstof voor lampen. Olie leverde meer op dan goud. Het graan wat er eerst werd verbouwd werd vervangen door olijfbomen.

Epheze  was een handelsstad tussen Europa en Azië, die door diverse volkeren bewoond werd. Deze oude antieke wereldstad  maakt een diepe indruk op ons.  Aan de voet van de berg Pion genaamd, is de stad gebouwd, daar waar de rivier de Kaystros de Egeϊsche Zee instroomt. In deze oude stad heeft zich heel veel afgespeeld. Cem vertelt hier boeiend over, de afmetingen van deze stad zijn gigantisch, wat een cultuur. De Hadrianus tempel werd ter ere van de Romeinse keizer Hadrianus (117-138 na Chr.) gebouwd. Het gebouw had verschillende ongewone onderdelen, een architraaf die in het midden een halve cirkel vormde, waarmee er een boog boven de ingang van de tempel ontstond. In het midden van deze boog bevindt zich een afbeelding van Hydra die de boze geesten buiten de tempel moest houden. Boven de ingang van de cella bevindt zich een tympanum, de halfronde boog tussen de deuropening en de boog er boven.

Aan de andere kant van de straat ligt het woonkwartier van de welgestelde inwoners van het oude Epheze. De huizen zijn er klein, iets dat je niet zou verwachten. Veel ruimte had men thuis echter niet nodig omdat zaken zoals baden, eten, lezen, en discussiëren allemaal in gemeenschappelijke ruimtes buitenshuis werden gedaan.  Gezamenlijke openbare toiletten waren er ook, mannen bespraken daar allerlei dingen. We lopen verder door de marmerstraat waar de processies werden gehouden, met een beetje voorstellingsvermogen waan je je in het jaar nul.  

De Celsus bibliotheek werd in 2de eeuw gebouwd ter nagedachtenis van de stadhouder van de Romeinse provincie Asia Julius Celsus Ptolemaeus, in opdracht van zijn zoon Julius Aquila. In 400 n.Chr. werd de bibliotheek grotendeels door brand verwoest. De prachtige 17 meter hoge voorgevel van de Celsus bibliotheek bestond uit drie verdiepingen, waarvan er nog twee de tand des tijds hebben doorstaan. In de vier nissen van de benedenverdieping staan vier vrouwenbeelden, die de wijsheid, de deugdzaamheid, de vriendschap en de beschaving of kennis voorstellen. In de nissen van de achterwand werden de antieke boekrollen opgeborgen.

De Maria basiliek ligt aan de noordkant van het terrein met ruïnes, als symbool van de veranderingen die zich hier bij de overgang van de late oudheid naar het vroege christendom hebben voltrokken. De overblijfselen laten weinig vermoeden van de merkwaardige bouwgeschiedenis. Het in de tweede eeuw tot stand gekomen bouwwerk was 265 meter lang en was aanvankelijk een wetenschappelijke academie, die later in verval kwam. In de vierde eeuw maakte de christelijke gemeenschap van de stad dit gebouw in het centrum van de stad tot haar hoofdkerk, waaruit afgeleid kan worden dat die gemeenschap op dat moment al bijzonder invloedrijk geworden was.

In 431 kwam in deze basiliek het derde Oecumenische Concilie bijeen die de leer van Nestorius van Antiochia veroordeelde en waarin aangenomen werd dat Maria haar zoon reeds als God ter wereld had gebracht. Nadat de kerk in verval was geraakt werd zij nog twee keer op een beduidend kleinere schaal weer opgebouwd. Vandaar dat er vandaag de dag overblijfselen van drie kerken te zien zijn en de oude basiliek niet meer terug te herkennen is.

Het Theater torent boven de ruïnes uit. De rijen zitplaatsen zijn goed bewaard gebleven, enkel het marmer is er vanaf gesloopt nadat men de stad verplaatst had.

De arena van het amphitheater ligt een flink stuk lager dan de voorste rijen. Het was niet de bedoeling dat de wilde dieren, na het verorberen van ongelukkige christenen of onwillige slaven, het publiek op de eerste rij als toetje kregen.

Slaven met acteertalent konden deze gave beter verborgen houden, als ze aan eenzelfde lot wensten te ontkomen. Bij toneelstukken was het niet ongebruikelijk om een stervende acteur te vervangen door een slaaf, om het geheel realistischer te laten overkomen.

Vanaf de bovenste rijen van het theater heb je een schitteren panorama over Epheze en kun je duidelijk zien hoever het water zich in de loop der eeuwen heeft teruggetrokken. Vroeger een havenstad en nu ligt het ver van zee.

De stad werd verlaten doordat de malaria zijn inval deed, omdat de rivier dichtslibde en een moerasgebied werd. Velen vonden daardoor de dood. De stad werd gedeeltelijk afgebroken en opnieuw opgebouwd op de helling van de Koressosberg.    

We gaan na zo’n drie uur rondgelopen te hebben weer op weg. Na de Lunch dit keer met linzensoep, geitenvlees rijst met saffraan en rijstepudding, gaan we naar Sirince. In de Ottomaanse periode hebben de Turken, de Grieken 400 jaar lang onderdrukt, en dat zit de Grieken niet lekker. Andersom hebben de Grieken een deel van Turkije bezet na de nederlaag van de Turken in de eerste wereldoorlog. Na de Turkse onafhankelijkheidsoorlog (1918-1920) zorgde Atatürk voor een gedwongen uitwisseling van de Turken in Griekenland met de Grieken in Turkije. Sirince is sindsdien bevolkt door Turken.  Wel is het dorpje verder in de originele staat gebleven. Een weg slingert zich omhoog tussen wijngaarden en boomgaarden en plots rijden we het dorpje (800 inwoners) binnen. Veel van de inwoners maken fruitwijnen en verder wordt er veel geborduurd (en verkocht), ook allerhande zelf gemaakte kleren, enz. Het is een mooi dorpje en we worden niet zo veel aangeklampt om iets te kopen. We kopen twee tafelkleedjes en een jurkje voor Amber.

Op de terugweg naar het hotel zien we in de bergen twee grote roofvogels vliegen. Ook bezoeken we nog een leershow, Er wordt veel geshowd en ook behoorlijk gekocht. Jenny koopt een mooi lamsleren jasje. Om half zes zijn we weer in het hotel. We hebben dus nog even om bij te komen voor het diner dat om 8 uur begint. Het diner is weer voortreffelijk. Samen met Rob en Riet drinken we nog een cappuccino en gaan daarna naar onze kamer. We hebben weer een schitterende dag gehad. Volgens Cem boffen we ook. Zelfs in Turkije is het uitzonderlijk mooi weer voor de tijd van het jaar. Ook boffen we wat betreft de bus en de hotels. We zijn één van de eerste groepen en al de betere hotels op de beste plekken zijn nu nog voor ons en ons budget beschikbaar.

 

terug naar het begin


Dag 11           donderdag                    1 april 2004

Om kwart over zeven worden we gewekt, na het uitgebreide ontbijt buffet gaan we om half negen op weg  naar Pamukkale (katoenen kasteel) met het bekende natuurwonder van de kalksteenterrassen. De reis duurt de hele morgen. We lunchen eerst in het dorp Pamukkale, een klein plaatsje in de provincie Denizli. Het dankt haar naam, aan een uniek natuurfenomeen. Door een ophoping van kalk van het calciumrijk bronwater zijn bijzondere witte kalkterrassen ontstaan. Een gedeelte van Pammukale ziet er slecht uit, omdat er te veel mensen over gelopen hebben, en hotels het bronwater hebben ontrokken aan het plateau. Het grootste deel is afgesloten en de hotels zijn gesloopt. Over een poosje is het hopelijk weer wat hersteld.

Gisteren werd op de televisie voorspeld dat het vandaag regenachtig zou worden. Gelukkig valt dat erg mee.

 De zwavelrijke bronnen van Pammukkale werden al in de oudheid druk bezocht. Achter de bronnen liggen de resten van het antieke Hierapolis. De ruïnes dateren vrijwel zonder uitzondering uit de Romeinse periode. Dit is duidelijk te zien aan de stadsmuur, die van een geringe hoogte en sterkte is. Sterke fortificaties werden tijdens de Pax Romana overbodig geacht. Het eerste gebouw waar je tegenaan loopt is het Romeinse Bad uit de eerste eeuw na Chr.

 

Andere bezienswaardigheden zijn het goed bewaard gebleven Romeinse theater, de tempel van Apollo uit de derde eeuw v. Chr. en het ernaast gelegen Plutonium. Bijzonder is ook de uitgestrekte necropolis van de antieke stad, met twaalfhonderd sarcofagen en tombes een van de grootste van Turkije.

Het hotel is in het zelfde dorp, we hebben dus geen reistijd verder. Voor het eten hebben we nog voldoende tijd om een wandeling door het dorp te maken. Het valt ons op dat de mensen reuze aardig zijn. We komen voetballertjes tegen en een groepje kinderen dat schooltje speelt. Ze willen maar al te graag op de foto.

Ook zijn er nog twee stoere binkjes die erg moeten lachen als ik ze de digitale foto van zichzelf laat zien. Kinderen zijn toch ook eigenlijk overal het zelfde. Onderweg voelen we een spaar spatjes regen, die langzamerhand overgaan in een echte bui. In de bar van het hotel drinken we een borreltje met Riet en de dames van Schaik en van Haasteren. Er is een vervelende fotograaf, die zich maar steeds blijft opdringen. Na het eten , dat matig is gaan we naar onze kamer. Ik schrijf nog wat in het dagboek en we lezen wat bij. Morgen vertrekken we naar het laatste hotel in Turkije voor onze terugreis op maandag.


Dag 12           vrijdag                    2 april 2004

Vannacht heeft het hard geregend, toch hebben we prima geslapen. Na het ontbijt zitten we om kwart voor negen in de bus en rijden we via het Taurusgebergte terug richting Antalya.

Onderweg bezoeken we in Denizli, een tapijtcoöperatie. We krijgen een goede uitleg. Er is een schitterend zijden lopertje, waar we gelijk verliefd op worden. We vinden de prijs toch wat te hoog. Het is het wel waard, maar we willen nog wel een keer op reis dit jaar.

In deze coöperatie zijn een aantal dames aan het werk in elk geval tegen het minimum maandloon van € 136,--. We zien ze ook aan het werk. Ze kunnen maximaal een half uur achter elkaar werken, daarna moeten ze een half uur ontspannen. Er heerst een prima sfeer binnen dat bedrijf. Over een paar jaar zijn zulke tapijten niet meer te betalen in verband met de arbeidskosten.

Door het Taurusgebergte vervolgen we onze weg. Ieder halfuur bevinden we ons in een totaal ander landschap als het halfuur daar voor. In Turkije worden ontelbaar veel flats gebouwd. Ze staan naar onze begrippen vreselijk dicht op elkaar.

Via Antalya rijden we door naar Kemer. Op het Lykische schiereiland, waar het steile Taurus gebergte direct in de zee overgaat ligt Kemer.  Het is vandaag wisselend weer, dan weer zon, dan weer bewolkt. Toch vreemd, iedere keer zien we besneeuwde bergen om ons heen terwijl het toch zo’n 20˚C is.

Vlak na Antalya komen we in een file terecht. We staan bijna twee uur stil. Volgens Cem worden er rotsen opgeblazen, om de kustweg te verbreden.  Wel komt er een paar keer een ambulance met gillende sirenes langs. Maar na die twee uur kunnen we verder.

In Kemer krijgen we onze kamer toegewezen in een schitterend hotel. Omdat we zo lang in de file hebben gestaan kunnen we eigenlijk gelijk aan tafel. We krijgen allemaal een felgekleurd armbandje om, wat moet bewijzen dat we recht op het diner hebben. De eerste dag dat we in Turkije waren moesten we daar zo om lachen. Het eten is werkelijk voortreffelijk. We blijven in dit hotel drie nachten, tot we weer terug keren naar Nederland. Op de kamer kunnen we de foto’s die ik tot nu toe gemaakt heb op de televisie bekijken. Om een uur of elf gaan we naar bed.

terug naar het begin

 

 

 

 

 

 

Dag 13           zaterdag                3 april 2004

We worden niet gewekt, maar worden vanzelf om half zeven wakker. De zon schijnt al volop.  Het ontbijt is prima! Na het ontbijt rijden we naar Kale (ook wel Demre, of Myra genoemd), het vroegere domein van de ons zo bekende Sinterklaas.  Het is een schitterende weg langs de Turkooizen zee

Myra is naar de mirre genoemd, de Arabische roodbruine boom die welriekende hars oplevert.  

Aanvankelijk was Myra langs de kust gelegen, maar de modder van de rivier de Demre verwijderde haar van de zee. Myra ligt nu 5 kilometer landinwaarts.

Tijdens het jaar 18 kreeg de stad het bezoek van keizer Germanicus en zijn gemalin Agrippina. Te hunner ere werd toen in de haven hun standbeeld geplaatst.

Ook de apostel Paulus kwam hier langs en in de 2de eeuw werd Myra verheven tot een bisdom. Het zou tijdens de hele Byzantijnse periode een belangrijke religieuze rol blijven spelen. Uit die periode dateert de bouw van het theater door Licinus Lanfus. In de 9de eeuw van onze tijdrekening, na invallen van Arabische stammen, werd de stad uiteindelijk verlaten. Nikolaos leefde hier in de 4de eeuw. Hij werd geboren in Patara omstreeks het jaar 300 en bracht het tot bisschop van Myra.

Hij stamde af van een rijke vader en zijn familie leefde in weelde dank zij de graanhandel. Deze Nikolaos was bekend door zijn wonderen en zijn liefdadigheid. Na zijn dood werd hij een patroonheilige voor Grieken en Russen. Hij is het later ook geworden voor de zeelieden, de handelaars, de studenten en de … kinderen.

De volgende legende heeft hem zo bekend gemaakt.

Er was eens een verarmde handelaar met drie dochters. Sinterklaas verstopte in het diepste geheim drie zakken met goudstukken in diens woning. Dank zij deze gift konden de drie dochters nadien trouwen. Hij werd benoemd tot bisschop van Demre, waar hij werd begraven. De kerk werd ter zijner nagedachtenis gebouwd. In 108 werden zijn beenderen gestolen door Italiaanse piraten. De resten werden naar de zuidelijke Italiaanse stad Bari verscheept. De dieven gingen overhaastig te werk en lieten een aantal beenderen van Nicolas ongemoeid. Die bevinden zich nu in het museum van Antalya. Nadat begin van de jaren vijftig gesproken werd over de mogelijkheid dat Sinterklaas en de Kerstman één en dezelfde persoon zou kunnen zijn, werden in Demre jaarlijkse feesten georganiseerd. Er volgde zelfs een Sinterklaas-symposium in Antalya en speciale postzegels werden uitgegeven.  Tussen de middag lunchen we dan ook in restaurant Noël Baba (Vadertje kerst).

Myra is ook bekend door zijn rotsgraven, de graven kunnen via een reeks trappen worden bezocht. Een tombe is bijzonder door haar Ionische zuilen die haar doen lijken op een tempel. Er prijken ook leeuwenhoofden en een afbeelding van een leeuw die een stier aanvalt.

Het theater ligt vlakbij en is goed bewaard. Het bevatte 29 rijen zitplaatsen. Ook het toneel zelf overleefde de geschiedenis.

 

We rijden dezelfde mooie weg weer terug naar Kemer. Om vier uur zijn we weer in het hotel. We maken samen met Rob en Riet een mooie strandwandeling. Tegenover ons hotel is een weggetje dat via een strandbar rechtstreeks naar het strand gaat. Een jongen houdt ons aan met de vraag om wat te drinken. Wij vertellen hem dat we dat wel op de terugweg doen. Ja, ja, zie je hem denken. Op het strand komen we allemaal werkmensen tegen. Er is ook een heel kamp met barakken en tenten waar heel veel van die werkmensen wonen. Dag en nacht en ook in het weekend gaat de bouw aan hotels door. Het is heerlijk weer en we lopen een heel eind. Op de terugweg gaan we inderdaad wat drinken bij de eerder genoemde jongen. Hij is erg blij dat we toch gekomen zijn en slooft zich helemaal uit voor ons. Er lopen heel wat jonge hondjes op het strand rond. Ze blijken bij die strandbar te horen. Moeder hond heeft drie puppies, allemaal erg verschillend, maar wel heel leuk.

Om zeven uur hebben we het diner, buiten worden er allerlei lekkere hapjes klaar gemaakt. Er is weer zo veel lekkers dat we meer eten dan goed voor ons is. We bellen even met Nederland om te horen hoe alles is. Maartje en Amber krijgen we aan de telefoon. Gelukkig is alles goed . Om negen uur zijn we totaal uitgeteld. We kijken nog maar even televisie en gaan dan al snel slapen.

terug naar het begin

 

Dag 14           zondag                  4 april 2004

We hebben heerlijk lang geslapen. Vandaag onze eigenlijk laatste dag van deze reis. We bezoeken vandaag Antalya. Hussein komt ons alleen halen. Cem stapt pas in Antalya in. Wat een prima chauffeur is die Hussein toch! Vandaag heeft hij de leiding en hij doet alles perfect, hij houdt nauwkeurig in de gaten dat iedereen er is.

Antalya, een vakantiebestemming in Turkije is een vat vol contrasten. Het is een aantrekkelijke stad met boulevards omgeven door palmbomen, een indrukwekkende zeehaven en een pittoresk oud stadsgedeelte, Kaleiçi, met zijn smalle steegjes en houten huizen die tegen de muren van de stad zijn aangebouwd. Antalya heeft ongeveer 1.000.000 inwoners. Er zijn gemiddeld zo´n 300 dagen met zon.

We zijn na een uurtje rijden in Antalya en we bezoeken de mooie watervallen gelegen buiten het centrum. Cem is inmiddels ook gearriveerd. Als we een poosje rondgelopen hebben in het mooie park gaan we via het vliegveld naar een grote sieraden winkel. Hier krijgen we een uitgebreide uitleg en een geolied verkooppraatje. Ook hier wordt het één ander gekocht. Met al die toeristen en die georganiseerde verkoop, krijgen ze in Turkije toch heel wat deviezen binnen. Als dank voor de aankopen krijg ik het "boze oog" als geschenk.

 

Zoals in vele culturen, geloven de Turken dat jaloezie van anderen schade aan kan richten, of dit nou de bedoeling is of niet. In Turkije (en ook in andere landen) staat het "boze oog" van anderen dan ook voor ongeluk. De Turken gebruiken "Nazar Boncugu" (letterlijk boze oog kraal) om zich te beschermen tegen bedoelde of onbedoelde "boze ogen". Je komt de "Nazars" overal tegen. Hangend aan de achteruitkijkspiegels van taxi's, gespeld op kleding van baby's, ingebouwd in de fundering van moderne zakencentra in Turkije, beschermend boven de deurpost gehangen in Kebab restaurants en zelfs op Turkse websites! De kracht van de "Nazar" is dat deze het kwaad reflecteert en de persoon beschermd tegen fysieke schade aangebracht door negatief denken. Het glimmen van de kraal kaatst het kwaad terug. De blauwe kleur moet de eigenaar van de "Nazar" beschermen.  

Dit oeroude geloof in de "Nazar" gaat terug in de oudheid. Het is zelfs vermeld in de Bijbel )Matt. 6:22’. Het geloof in het "boze oog" komt ook veel voor in het Mediterrane gebied en in de omgeving van India.

Volgens de meest beleden  godsdienst van Turkije, de Islam, is geloof in de "Nazar" verboden en dus niet toegestaan. Toch zie je onder veel "Nazar's" de tekst Masallah staan, wat zoiets betekent als: Moge Allah je beschermen.  

We gaan weer terug naar Antalya, bij de volks bazaar neemt Cem afscheid van ons. We hebben samen ongeveer 3000 kilometer door Turkije gereisd. Vandaag en gisteren heeft hij een makkie gehad. We wensen hem een lang en gelukkig leven toe en voor op de korte termijn een goed huwelijksfeest en ook de groeten aan zijn ouders van ons uit Beverwijk.

Deze middag kunnen we gaan en staan waar we willen. We hebben afgesproken om om vier uur weer te verzamelen om naar het hotel terug te gaan.

 Samen met Rob en Riet verkennen we de stad zo´n beetje. We eten Döner Kebab van geit. Het lijkt mij maar niets om twee, of drie weken vakantie in zo´n stad door te brengen. Na een paar uurtjes zijn we er wel uitgekeken. Hussein brengt ons om vier uur weer terug naar het hotel. We nemen ook afscheid van hem. Iedereen voorziet hem van een fikse fooi, die hij zeker verdiend heeft. Volgens mij is zijn inkomen hierdoor meer dan verdubbeld. Hussein had op voorhand van de fooien in Istanbul al een fiets voor zijn zoontje gekocht. Terug in Kemer gaan we samen met Rob en Riet weer naar de strandbar.

De boel wordt er voor het seizoen weer ingericht en aangekleed en versierd. We bestellen een raki en nog een. Helaas is de raki op en moet er eerst in het dorp nieuwe gekocht worden. Zowel de ober als wij hebben er lol om. Letty en Frans uit Monster komen er later ook nog bij zitten. Als we afscheid nemen en vertellen dat we morgen weer naar huis gaan. Is de ober een beetje verdrietig. Als we eventueel volgend jaar terug komen zal hij er niet zijn, want hij moet dan in militaire dienst.  

Er is weer een uitgebreid diner, het is weer veel en lekker. We pakken onze koffers en gaan vroeg naar bed want morgen worden we om 4 uur gewekt.

 

terug naar het begin

 

Dag 15           maandag                      5 april 2004

   

En inderdaad om vier uur worden we gewekt. Er is koffie en we hebben een ontbijt boxje. Er komen een vreemde gids en chauffeur om ons op te halen. Het is maar behelpen, zo zonder Hussein en Cem. We zijn vroeg op het vliegveld en kunnen snel inchecken. De terugvlucht naar Amsterdam heeft een vertraging van een uur en ook de vlucht duurt een uur langer dan gepland, dit alles omdat er extra veiligheidsmaatregelen op Schiphol getroffen zijn. Gelukkig hebben we in het vliegtuig een plekje bij de nooduitgang, dus extra beenruimte.

De vlucht verloopt verder zonder problemen. De terugvlucht is toch een moment waarop je terugkijkt naar de hele reis. We hebben ontzettend veel gezien en gedaan, eigenlijk te veel! Het is maar goed dat ik zo veel foto´s en aantekeningen heb gemaakt. Thuis kan ik alles uitwerken en de reis opnieuw beleven. We hebben een erg leuk reisgezelschap gehad. Er was eigenlijk niemand die er buiten viel. Natuurlijk klikt het met de een beter dan met de ander.

Zo denk ik met heel veel plezier terug aan de ontmoetingen met Dien, Conny, Riet en Wil en natuurlijk ook met Rob en Riet. Met deze mensen wil ik graag een reisclub beginnen. Geen gezeur, maar wel veel lol. Respect voor alles en iedereen.

Ook is mijn beeld over de Turken en Turkije veranderd. Wat is Turkije een rijk land, zowel wat cultuur als natuur betreft. Ook zijn er voldoende mogelijkheden voor de toekomst lijkt mij. In ieder geval is er voldoende ruimte. De Turken zijn een aardig en gastvrij volk en in Turkije veel moderner dan de Turken in Nederland.

Tegen het middaguur zijn we weer op vaderlandse bodem. Gelijk al weer een paar SMS-jes en telefoontjes. Het lijkt wel of het lieve leventje op Schiphol al weer begint. Op Schiphol nemen we afscheid van het reisgezelschap, met Rob en Riet drinken we nog een kopje koffie. Morgen weer aan het werk, een vreemd idee. We kijken in ieder geval terug op een heerlijke tijd in Turkije.

 

 


Hier volgen enkele belangrijke data uit de geschiedenis van Turkije.

7500 v.C.      Oudst bekende stad ter wereld bij Catalhüyük.

1250 v.C.      Trojaanse Oorlog tussen de Trojanen en de Grieken, welke eindigde dmv. het Paard van Troje, de huidige plaats Truva.

657 v.C.        Byzantium wordt gesticht door Griekse kolonisten

130 v.C.        De Romeinen maken van Anatolië de provincie Azië, met Epheze als hoofdstad.

330                 Byzantium wordt hernoemd tot Constantinopel door Keizer Constantijn. Het wordt de hoofdstad van het oostelijk deel van het Romeinse Rijk.

1071-1243    Seldjoekse Turken uit Midden-Azië veroveren Anatolië. De Seldjoeken brachten de Islam naar Turkije, en voerden in Anatolië het Turks in als belangrijkste taal.

1096-1204    De Kruistochten, het Byzantijnse Rijk valt uiteen.

1288               Het ontstaan van het Ottomaanse Rijk.

1453              Constantinopel wordt veroverd door Sultan Mehmet II, en maakt de stad tot hoofdstad van het Ottomaanse Rijk. Hij hernoemd Constantinopel tot Istanbul.

1909               De laatste Ottomaanse Sultan, Abdul Hamid, wordt afgezet door de Jong-Turken.

1914               Begin van de Eerste Wereldoorlog, Turkije begeeft zich aan de Duitse zijde.

1918               Einde van de Eerste Wereldoorlog, de geallieerden willen het Turkse Rijk opdelen.

1919               Onafhankelijkheidsoorlog tegen de Grieken, Atatürk leidt het Turkse verzet.

1923              De Turkse staat wordt uitgeroepen. Atatürk wordt president, modernisering van het land, de islam wordt losgelaten, het Arabische schrift wordt vervangen door het Latijns.

1938               Atatürk overlijdt.

1939-1945    Turkije blijft neutraal tijdens WO II.

1946               Turkije is mede-oprichter van de Verenigde Naties.

1950               De eerste vrije verkiezingen in Turkije.

1952               Turkije wordt lid van de NAVO.

1980               Coupe, gevolgd door drie jaar militaire dictatuur.

1983               Turkije krijgt een burgerregering.  

terug naar het begin