Van Mpumalanga tot die Kaap
en
weer terug
deel 1

"geniet
die dag"
maart
– april – mei 2005
De
voorbereidingen zijn eigenlijk al begonnen in 2004. Tijdens een huifwagen
vakantie in Drenthe samen met Ben en Diny (en natuurlijk nog een heleboel meer
ongeregeld). Is het plan geboren om in 2005 samen met hen een rondreis door Zuid
Afrika te maken. Begin december hebben we via internet de tickets al gekocht en
door de mailtjes over en weer naar Zuid Afrika begon de reis langzamerhand
gestalte te krijgen. Ben stuurt regelmatig voorstellen voor de reis, maar omdat
we geen idee hebben wat ons te wachten staat vinden we alles goed.

Zaterdag
26 maart:
Vannacht hebben we prima geslapen.
Gisteren hebben we nog een heleboel mailtjes en telefoontjes gekregen van buren,
familie, vrienden en bekenden. Anne Jan, Merijn, Iris en Amber hebben wat
uitgebreider afscheid genomen. In het telefoongesprek met Oma Zwaantje gaf ze
aan dat ze het toch wel wat lang vond, meer dan 6 weken. Ook de laatste dingen
hebben we gisterenavond ingepakt.
Maartje
brengt ons naar Schiphol, we nemen daar afscheid van haar. Om half elf zijn we
al op Schiphol, behoorlijk vroeg. Er is overal strenge controle en bewaking. Bij
het inchecken staan we natuurlijk weer in de verkeerde rij, een groepje
Roemeense jongens willen een one-way ticket
naar Athene. Ze moeten in elk geval een werkvergunning hebben, om zo’n ticket
te kunnen kopen. Ze snappen niet wat er van hen gevraagd wordt. Na een tijdje
moeten ze mee met een marechaussee. Later blijken ze toch in het vliegtuig te
zitten, een boeing 737 - 400. Voordat we door de douane heen zijn word ik
grondig gefouilleerd. We vertrekken via de nieuwe Polderbaan, na wel een
kwartier taxiën. Voordat we Beverwijk vanuit de lucht kunnen zien verdwijnen we
in de wolken. Gelukkig kunnen we later toch nog wat flarden van Nederland zien.
We vliegen met een bocht over Almere, want we zijn in noordelijke richting
opgestegen, richting Brussel. Verder gaat de reis over Frankfurt, München en de
Oostenrijkse Alpen, waar de bewolking weer toeneemt. Via de Aegeïsche Zee
bereiken we de Griekse eilanden. Voordat we landen vliegen we een behoorlijke
tijd laag boven het water. We zien hele scholen dolfijnen uit het water
springen. We hebben een perfecte landing. Na een vlekkeloze vlucht, met een
prima service en goed eten.
Het vliegveld van Athene ziet er mooi uit, het is redelijk nieuw en voor
Nederlandse begrippen erg rustig. Overal zijn nog de herinneringen te zien aan
de Olympische spelen van vorig jaar. Er zijn overal internet aansluitingen, dus
kunnen we nog even naar Maartje mailen. We moeten ongeveer 5 uur wachten. Het is
één uur later dan in Nederland, straks wordt de tijd in Afrika wee hetzelfde
als in Nederland. Op de televisies, die overal hangen is een voetbalwedstrijd
aan de gang. De bewakers zijn hierdoor behoorlijk afgeleid. Er is een klein
museum over het verleden van de plek waar nu het vliegveld ligt, dat we even
bezoeken. Als we de douane doorgaan is er weer strenge controle, er wordt zelfs
een reuk monster uit mijn rugzak getrokken. Om goed half één kunnen we aan
boord van de heel grote Airbus 340 - 400. In Holland en Zuid Afrika is het nog
zaterdag, hier in Athene al zondag.
We vertrekken een kwartiertje te laat
uit Athene en vliegen over Kreta richting Egypte. Al snel zitten we op een
hoogte van meer dan 10.000 meter, met een snelheid van ruim 900 kilometer per
uur en een buitentemperatuur van -55°C. Iedereen in het vliegtuig heeft z'n
eigen t.v.-schermpje in de rugleuning van de stoel voor zich. Hierop worden
verschillende films en reportages uitgezonden, maar ook de vluchtinformatie. We
vliegen verder over Khartoem (Sudan) en Kampala (Uganda) en passeren de evenaar
op een hoogte van 12 kilometer.
Er is behoorlijk wat turbulentie. Verder
over Tanzania, Zambia en Zimbabwe naar Zuid Afrika.

Een half uur te laat landen we op het vliegveld van Johannesburg. We
zijn snel door de paspoortcontrole en de douane heen. Ben en Diny staan ons op
te wachten.
Na wat
gezoek in de parkeergarage naar de auto van Ben, zijn we snel op weg naar hun
huis in Mopale, de nieuwe naam voor Krügersdorp.
Gek we
zitten aan de koffie, met “Bens famous Appletart”, in Kerk Avezaath in
Afrika, zo lijkt het tenminste.
Maandag
28 maart:

Ben is
als eerste op, we hebben een rustig ontbijt en pakken de laatste dingen in de
auto (=car) en kar (=trailer). Om kwart voor 8 zijn we al op weg naar onze
eerste bestemming. We rijden de eerste tijd over vierbaans snelwegen. Het is wel
even wennen dat links rijden, vooral de grote en kleine bochten. Onderweg komen
we bloeiende velden met cosmos bloemen tegen, alle kleuren van wit tot paars.
Het valt op dat de meeste auto's hier wit zijn, maar dat is ook niet zo gek,
want het kan hier nogal warm zijn. Het is om half negen al 25°C.
Bij
Johannesburg rijden we langs een aantal goudmijnen. Later passeren we ook
kolenmijnen en onafzienbare velden met millies (mais).
In de
verte zien we een grote kolencentrale
voor het opwekken van elektriciteit met wel zes koeltorens. Recht boven deze
centrale hangt een grote condens wolk. We drinken koffie in Dullstroom. Vandaar
rijden we door naar Lijdenburg.
Op weg naar Sabie passeren we de Long Tom Pass, hier staat een monument
in de vorm van een kanon. Op deze plek is ook gevochten tussen de Boeren en de
Britten. Het is een schitterende route door de bergen. We zijn om een uur of 4
in kamp Merry Pebbles in Sabie, het is een mooie rustige camping aan de oever
van een snelstromend riviertje. De tenten staan binnen een half uurtje. Jenny en
ik verkennen de omgeving een beetje, terwijl Ben aan het koken is. We komen de
eerste dieren tegen kikkers en hadeda ibissen. Na het eten en de koffie worden
enkele glazen Zuid Afrikaanse wijn gedronken. We halen de familie in Holland er
eens goed door. De warme en de koude kant, de echte en de onechte. Om een uur of
elf kruipen we onder wol.
Dinsdag
29 maart:
Vannacht hebben we prima geslapen. Het heeft behoorlijk geregend, want
er staat wel twee centimeter water in de lege wijnglazen. Om 8 uur is iedereen
wakker en op. Na het ontbijt gaan we in Sabie naar de bank. Vreemd om hier zo
maar geld te kunnen pinnen. We gaan naar het toeristenbureau, want we willen
Gods Windows bezoeken. Ze adviseren ons daar een andere dag naar toe te gaan in
verband met de mist en regen. We besluiten dan ook een andere tocht te maken.
Via White River (een plaats) naar Nelspruit een bergachtig gebied met veel
bosbouw. In Nelspruit bezoeken we een mooie botanische tuin. Daarna bezoeken we
een bedrijf waar ze wijn maken van gember, sinaasappels, suikerriet en Spaanse
pepers. We kunnen ze alle drie proeven. De gember- en sinaasappelwijn vinden we
wel lekker, daarvan nemen we een paar flessen mee. Vandaar naar de Sudwala Caves,
daar bekijken we eerst een prehistorisch park, waar uitgebeeld wordt hoe het er
op deze plek in de prehistorie moet hebben uitgezien. Na het park eerst koffie
gedronken in een rustiek hotel dat tegen de berg aangeplakt zit. In de grotten
krijgen Jenny en ik een privé rondleiding door een zekere Michelle. Het zijn
mooie grotten. Met een grote kolonie vleermuizen.

We zien
als we weer terug naar Sabie willen rijden ook daar de eerste wilde apen, het
zijn zogenaamde blauw-apen. We doen wat boodschappen bij de Spar. In Sabie is
het een winkel voor de “zwarten”. Ze hebben er alleen de noodzakelijke
levensbehoeften. Een aantal artikelen worden door de regering gesubsidieerd,
zoals meel, olie en brood. Vreemd het is hier om goed zes uur al donker, en dat
gebeurt van het een op het andere ogenblik. Om 7 uur luisteren we naar Radio
Nederland Wereld Omroep. De ontvangst is prima en zo blijven we toch een beetje
op de hoogte van het nieuws in Nederland. Op de kamplaats zijn allemaal
vuurplaatsen, met kampvuren. Het is een prima camping, eenvoudig , maar schoon
sanitair. Sabie is ontstaan als gouddelversdorpje, maar moet het nu vooral van
het toerisme en de bosbouw hebben. Vandaag zijn we met de malariapillen
begonnen, dit omdat er in het Krügerpark malariamuggen zijn en we van plan zijn
daar overmorgen heen te gaan. Deze pillen hebben we, ook voor Ben en Diny
meegenomen uit Nederland. Het is een nieuw soort, die geen, of nauwelijks
bijwerkingen hebben. We zijn benieuwd!
Woensdag
30 maart:
Omdat we zo vroeg in bed liggen zijn we ook al weer vroeg op, na douchen
en ontbijt zijn we alweer om 10 uur op pad. Vanaf Sabie gaan we naar de Mac-Mac
falls, een schitterende omgeving. Daarna door Graskop naar Gods Window van
waaruit je een weids uitzicht kunt hebben over het lege Laagveld.
Door
het hoogteverschil condenseren de wolken en is het er vaak mistig, zo ook
vandaag. We zien alleen een grauwe sluier. Toch besluiten we nog wat rond te
lopen. Opeens trekt de mist weg en
we hebben een prachtig uitzicht. Je kunt vanaf hier tot in Mozambique kijken.
Een minuut later gaan de gordijnen weer dicht en is alles weer mistig. Van Gods
Window gaan we naar Bourkes Luck Potholes, ook één van de toeristische
bezienswaardigheden. Inderdaad er zijn nogal veel toeristen, die net als wij,
deze wonderen van de natuur willen bekijken. Een aantal meisjes zijn aan het
dansen en proberen op die manier wat geld te verdienen.
Onderweg naar Pelgrimsrest komen we nog langs de 3 gezusters, of
rondavels. Ook hier weer een schitterend uitzicht op de kloof die door de
Olifantsrivier is uitgesleten. We zien een aantal apen (bobbejanen) op de weg.
Overal lopen ook koeien los en we zien nergens mensen die ze aan het hoeden
zijn. Pelgrimsrest is, net als Sabie een oud goudzoekers dorpje. Het wordt voor
de toeristen een beetje in oude stijl gelaten.
Onderweg
zien we overal groepjes mensen bezig met werkzaamheden langs de weg, zoals
grasmaaien, vuilrapen enz. Minstens 6 personen, zowel mannen als vrouwen. Een
aantal is aan het werk, een aantal kijkt toe en een aantal waarschuwt het
verkeer door met een rode vlag te zwaaien.
Donderdag
31 maart:

Vanmorgen vroeg op, alles gaat van een leien dakje. Om kwart voor tien
zijn we op weg. We tanken eerst nog in Sabie, twee personen helpen, de één
tankt en de ander maakt de ramen schoon. We moeten nog even wennen aan die
andere manier van service verlenen. Arbeidskrachten zijn hier goedkoop, dat is
wel te merken. Via Hazevieuw en Skukuza rijden we naar het kamp Lower Sabie in
de Krügerwildtuin, een rit van ± 160 kilometer. We zijn nog niet in het park
of we zien al groepjes impala's en later ook olifanten, zelfs heel dicht bij.
Het is vandaag erg warm, zo tegen de 40°C.
Om een uur of drie zijn we in het kamp. Bij de receptie kopen we voor
allemaal een Wildcard, hiermee kun je alle nationale parken bezoeken.
We
besluiten om in elk geval 3 nachten in dit park te blijven. We zetten dom, dom,
gelijk de tenten op. We worden bijna door de hitte bevangen. In elk geval hebben
we weer iets geleerd, het tempo in deze hitte kan beslist niet zijn, zoals we
dat in Nederland gewend zijn.

Vrijdag
1 april:
Vanmorgen zijn we al om 6 uur op, het is dan net licht. We moeten nog
steeds wat wennen aan die voor ons korte dagen en lange nachten. Om half acht
zijn we al op safari. Op een mooi plekje bij de olifantsrivier zien we
nijlpaarden en krokodillen. Later ook giraffes en zebra's. In Tshokwane eten en
drinken we wat. In een onbewaakt ogenblik grist een blauwaap, die vlak bij ons
zit een sandwich van het bord van Diny. We vervolgen na deze schrik onze rit
door de wildtuin. Een grote olifanten bull steekt de weg over en is wat
geagiteerd. We rijden waarschijnlijk in zijn looppad. Wat later zien we een
grote kudde olifanten aan de overkant van de rivier. Als we wat blijven kijken
steken ze de rivier over. Een schitterend gezicht.
We zien
echt heel veel dieren: leguanen, hagedissen, slangen, schildpadden, aardvarkens,
koedoes, apen, gnoes, secretarisvogel en een visarend. Om twee uur zijn we weer
in het kamp. Tegen de schemering gaan we naar een zogenaamd dammetje (meer),
daar zien we weer nijlpaarden en erg grote krokodillen. Een kudde impala's komt
drinken, dicht bij de
krokodillen,
die blijkbaar geen honger hebben. Het valt ons op dat alle dieren die we zien er
zo goed uitzien, vlezig en een glimmende vacht. Ben vertelt ons dat we al veel
meer van Zuid Afrika hebben gezien dan de meeste Afrikaners. Gek eigenlijk, maar
de meeste mensen in Afrika, hebben of het geld, of de tijd niet om rond te
reizen.
Zaterdag
2 april
Zo al
weer het begin van de 2e week van onze reis. We hebben al zo veel gezien.
Vandaag rijden we ook het park door en weer zien we veel dieren, zelfs een
jachtluipaard. Ben heeft in al die jaren er nog nooit één in het wild gezien
's Avonds belt Zwaantje, ze had nog niets van ons gehoord en zo kan ze
gelijk even uitproberen of mijn mobieltje ook in Afrika werkt. Ja dus!
Het
begint behoorlijk hard te waaien. We gaan op tijd naar bed, want we hebben
morgen een lange rit voor de boeg.

Zondag 3 april:
Het was een stormachtige nacht. Om zes uur zijn we opgestaan, hebben het
kamp opgebroken en zijn op pad gegaan naar Ngogo, een plaatsje tussen Volksrust
en New Castle.
In
Badplaats hebben we onze eerste stop en het 2e ontbijt. Na een half uurtje pauze
gaan we verder in Piet Retief drinken we koffie, in de koffieshop kan ik ook
internetten. Het is een razendsnelle verbinding. Eindelijk kan ik mijn eerste
verslag verzenden. Ook is er een mailtje retour van Maartje. Diny en Ben kunnen
hier de foto's van Zwaantjes 80e verjaardag bekijken die op mijn site
staan.
We rijden over eindeloze wegen, om de 50 kilometer een dorpje, of een
stadje. Overal onderweg zien we "zwarte" mensen lopend, fietsend, of
liftend onderweg. Hoe verder we rijden hoe Hollandser het weer wordt. Het begint
steeds harder te regenen.
In de wegen zitten rijsporen, die vol water lopen. Aan het eind van de
middag komen we na zo'n 550 kilometer in Ngogo aan. We besluiten in een motel te
overnachten, naast het hoofdgebouw staan een aantal ronde 2 persoons huisjes,
rondavels die de vorm hebben van Zulu-hutten. Daarin overnachten we. Een
behoorlijke luxe na het kamperen. We eten eerst in het restaurant en gaan na
deze drukke dag weer eens op tijd naar bed.
Maandag
4 april:

We
hebben heerlijk (lang) geslapen, toch weer voor Nederlandse begrippen vroeg op.
De zon schijnt al weer volop. Via het nieuws horen we dat de paus is overleden
(gisteren middag). Na het ontbijt in het hotel rijden we via Utrecht naar
Bloedrivier daar bezoeken we het monument van de slag die de boeren geleverd
hebben met de Zoeloes in 1838. De laatste 20 kilometer gaat over een dirtroad
(grindweg). Het monument bestaat uit 64 bronzen huifkarren, die in een kring
staan opgesteld. Tot in 1994 vierden de boeren op deze plek op 16 december de
"Dag van de Gelofte" (nu "Dag van de Verzoening"). We moeten
ook die 20 kilometer weer terug over die grindweg. Via Nqutu rijden we naar
Tugela Mouth aan de Indische Oceaan. Ben zei vanmorgen dat het een trip van 150
kilometer zou worden, maar bij aankomst hebben we toch weer bijna 400 kilometer
(dit keer over niet al te beste wegen) gereden.

Tugela
Mouth heeft een mooi breed zandstrand, dat iets donkerder van kleur is dan in
Nederland. We hebben de tenten in een kwartiertje staan. Na het eten en de afwas
ga ik een broodrooster testen die in het keukentje staat. Het resultaat is dat
de hele camping zonder stroom zit. Na een poosje werkt gelukkig het meeste weer
wel, behalve het gebouwtje waar de broodrooster staat. Na zonsondergang is alles
binnen een kwartier kletsnat door de dauw. Om half elf liggen we in bed.
Dinsdag
5 april:
Om goed 7 uur zijn we al weer op. De was van goed een week brengen we
weg, die wordt voor ons gedaan. Na het ontbijt gaan we naar Stanger en vandaar
naar Shakka's Kraal, wat geen Zoeloedorp blijkt te zijn. In Stanger is wel een
museum en informatiecentrum, die bezoeken we dus. Een aardig meisje vertelt ons
de geschiedenis van de Zoeloes, vooral bij de namen van plaatsen en mensen
gebruikt ze klik-klanken. Er is een koffieshop bij een pottenbakkersatelier,
daar kopen we uiteraard een bordje voor op de w.c. Als we terug naar het kamp
rijden, rijden we iets verkeerd en iets verkeerd in Zuid
Afrika
is toch al gauw zo'n 80 kilometer. Voor het eten gaan we zwemmen in de Indische
Oceaan. De temperatuur van het water is heerlijk en er zijn ontzettend hoge
golven. Als we bij de tent terug zijn ligt alle was (3 machines vol) keurig
gestreken en opgevouwen in de tent. We moeten 60 Rand ( = € 8,50 ) betalen. We
geven een goede fooi voor de wasvrouw en haar dag is ook weer goed. Ook een
manier van ontwikkelingshulp. Of het een goede manier is is maar de vraag.


Woensdag
6 april
Om
7 uur op en om half 9 zijn we al weer op weg, langs de kust naar het zuiden. We
nemen de tolweg N2, die via Durban loopt. We rijden door een mooi glooiend
landschap met grote suikerrietplantages, het is weer schitterend weer. We zien
onderweg veel zwarte gemeenschapjes, de huizen en de erfjes zien er eenvoudig,
maar wel netjes uit. Echte krotten, of plakkershutten zoals ze hier zeggen
hebben we nog niet gezien. De uitlaat is wat te luidruchtig aan het worden. In
Scottsburg laten we die repareren.
In Scottsburg
wonen veel gepensioneerde Engelsen, er heerst ook een echte Engelse sfeer. We
lunchen ook maar op z'n Engels met tuna sandwiches. We gaan verder afwisselend
via de N2 en de N102 (de hoofd- en de secundaire weg) naar Margate, een bij de
jeugd populaire badplaats, die ongeveer 100 kilometer van Durban ligt. Na wat
zoeken en navragen bereiken we redelijk vroeg de camping. Jenny en ik gaan nog
wat boodschappen doen. In het winkelcentrum is ook een internet-hut. Als we goed
en wel zitten gaat de hele boel plat. We wachten nog een kwartiertje maar de
mevrouw die de zaak beheert geeft ons weinig kans dat het vandaag nog gaat
lukken, pech. Het is een lekkere zwoele avond en om tien uur is weer iedereen
uitgeteld. We zijn nog steeds niet gewend aan dat “andere” ritme: 12 uur
licht en 12 uur donker.
Donderdag
7 april
We
worden steeds meer geroutineerd bij het opzetten en afbreken van het kamp. We
ontbijten toch iedere ochtend rustig en uitgebreid, maar ook deze morgen zijn we
al weer om kwart voor negen op weg. Via Bizana, Magusheni, Flagstaff en
Lusikiski naar Port St. John. Het is een geheel "zwarte" streek. Het
landschap doet erg denken aan Zwitserland, of Oostenrijk. We rijden over
kronkelige bergwegen, die niet al te best zijn er zitten nogal wat potholes (slaggate)
in. Al met al schiet het
dus
niet zo erg op, maar het is wel een mooie route. Zonder problemen bereiken we
het kamp. Als alles staat gaan Jenny en ik lopend naar de stad, die volgens ons
om de volgende bocht in de weg ligt. Niet dus, zeker de volgende bocht!. Bocht
na bocht en na 45 minuten bereiken we de rand van het stadje. Onderweg komen we
volgeladen bestelauto's tegen met mensen en goederen en natuurlijk weer veel
mensen die lopend onderweg zijn, schoolkinderen, vrouwen met takkenbossen op het
hoofd. We worden door iedereen vriendelijk begroet. Zo te zien zijn we de enige
blanken in de omgeving. Het moet opvallen dat wij toeristen zijn, ook lopend
onderweg, nieuwsgierig naar alles en iedereen. In de supermarkt doen we
boodschappen. Het assortiment is aangepast aan de lokale omstandigheden.
Superverpakkingen olie, maïsmeel, suiker, enz en geen luxe artikelen. Ook zie
je veel mensen bij een tankstation jerrycans vullen met paraffine (petroleum),
dat gebruikt wordt voor het koken en de verwarming. Er gebeuren nogal veel
ongelukken mee, met ernstige brandwonden tot gevolg. We lopen nog wat door Port
St. John, maar omdat we ook weer 45 minuten terug moeten lopen en voor het
donker terug willen zijn kan het helaas niet zo lang. Het kamp is op een
schitterende plek met een prachtig uitzicht. We horen in de bergen voortdurend
het geschreeuw van bavianen. Omdat we aan de monding van een rivier zitten zien
we veel vogels die hier komen drinken, of foerageren. Het waait nogal, maar na
zonsondergang wordt het bijna windstil. Het is nog warm genoeg om in korte
broek en t-shirt buiten te zitten. We hebben nogal wat discussies iedere
avond, van de politiek, zowel in Nederland als Zuid Afrika, tot het hang- en
sluitwerk van tante en alles wat daar tussen zit.
Vrijdag
8 april
Weer vroeg
wakker, maar we maken toch nachten van minstens 8 uur. De zon zie ik opkomen van
achter de berg aan de overkant van de rivier. Verder alleen met de natuur en
geen mensen om
je
heen, heerlijk. Allerlei vogels zijn wel al op en in de verte hoor ik het
schreeuwen van de bavianen, die weer eens een onderlinge ruzie moeten
uitvechten. We blijven vandaag nog in Port St. John dus kunnen we het lekker
kalm aandoen. Na het ontbijt gaan we naar het strand, een mooie baai met
een zandstrand, omzoomd door rotsen. We zijn de enige bezoekers op een
onmetelijk strand, maar ja wat wil je ook met zoveel kust als Zuid Afrika. Na
een poosje komen er drie jonge vrouwen die ons kralensieraden willen
verkopen. Voor een paar rand kopen we bij alle drie een armband. We waaien
heerlijk uit. Als we weer naar de auto
gaan
komen er wat meer mensen naar het strand. In de stad doen we boodschappen voor
de BBQ. Iedereen is erg aardig voor ons en we worden overal prima geholpen. Als
Jenny met een grote zak houtskool op haar hoofd loopt moeten ze om haar
lachen. Ze zijn vast niet gewend dat die witten zoiets doen. De mensen
spreken mij aan met baas, of oom, nog een restje van een niet zo ver verleden.
Terug in het kamp steken we de BBQ vast aan. Als het donker is beginnen we met
de braai, weer eens veel te veel gegeten, lamszadeltjes en boerewors (net zoiets
als bij ons grove verse worst, maar dan weer iets anders gekruid). Ook bellen we
Zwaantje in Nederland. Alles is goed aan het thuisfront. Het kamp is een echte
plaats voor vissers. Omdat het vrijdag is komen er nogal wat aan om het weekend
te vissen. Ze maken veel lawaai, het lijkt wel of we op een camping tijdens het
seizoen in Italië zitten. Maar als we in bed liggen is alles ook weer snel
rustig en zo hoort het ook. We beginnen al aardig bruin te worden, maar gelukkig
zijn we geen enkele keer verbrand.
Zaterdag
9 april
Door
de bedrijvigheid van de vissers zijn we nog eerder wakker als anders. We moeten
tot half tien wachten tot de tenten droog zijn. Zo dicht bij de warme oceaan
dauwt het behoorlijk. Vandaag weer een lange rit van ongeveer 500 kilometer naar
Grahamstown voor de boeg. De wegen zijn niet al te best. Ze zijn wel overal
bezig om de wegen te verbeteren en te herstellen. Ook hebben we een paar
keer politiecontrole. Het valt me op dat die controles nogal regelmatig
gebeuren; iedereen wordt dan ook aangehouden. We hebben steeds wisselde
landschappen onderweg, de laatste 100 kilometer is het wat oerwoudachtig.
Ook loopt er nogal wat vee los op, of
langs de weg. Geiten, koeien, ezels en schapen. Als er plotseling een
groepje schapen oversteekt kunnen we ze nog maar net met veel moeite ontwijken.
Ook staan er overal langs de weg stalletjes met koopwaar, vooral groente en
fruit en thuisgemaakte spulletjes. We kopen aan één van die stalletjes een
heerlijk zoete ananas voor 5 Rand (= € 0,65). Om 5 uur zijn we op de
gemeentelijke camping. Veel "zwarte" wegwerkers overnachten hier. Diny
vindt het hier wat unheimisch, maar daar hebben Ben, Jenny en ik gelukkig geen
last van.
De nummerborden zijn hier mooi, iedere provincie heeft zijn eigen afbeelding. De Oost kaap dus een olifant en aloë.

Zondag
10 april
Het wordt saai, om iedere keer te vermelden dat we vroeg op zijn, dat doe ik dus maar niet meer. De werkers aan de weg die hier overnachten zijn druk bezig met de was en het schoonmaken van hun spullen. Dus ook op hun vrije dag druk aan het werk. Om half tien lopen we al rond in Grahamstown. Een voor Zuid Afrikaanse begrippen oud stadje (150 jaar oud). In een traditionele koffieshop drinken we koffie met een scone (een brood cakje, met kaas, jam en room). Het is erg machtig zo'n uurtje na het ontbijt. Vandaag gaan we verder op reis naar het nationaal olifanten Addopark. We rijden via Port Elisabeth. Bij een winkelcentrum waar we boodschappen doen kunnen we eindelijk ook weer eens internetten. Het is een langzame verbinding, maar het lukt dit keer gelukkig wel, om een berichtje te versturen en de mail te lezen. Vandaar is het nog een uurtje rijden naar het park. We hebben een schitterend plekje waar we de tent op mogen slaan. We kijken uit op een stuk savanne. Pumba (een aardvark) komt in de schemer langs wandelen. Onder het eten begint het eerst zachtjes te regenen, daarna wordt het een wolkenbreuk. De regen houdt niet op, dus maar vroeg naar bed.

Maandag
11 april
Het
heeft de hele avond en nacht behoorlijk hard geregend en geonweerd, maar als we
opstaan schijnt de zon al weer. Jenny en ik zitten heerlijk voor de tent van het
zonnetje te genieten als we ineens zien dat Ben en Diny in de auto liggen te
slapen. Alles blijkt bij hun kledder nat te zijn. Na het ontbijt hangen we alles
over de struiken (fijnbos noemen ze dat hier) te drogen. Binnen twee uur is
alles droog met uitzondering van de matras en een dikke deken. We rijden een
rondje door het park,
zien
veel wilde dieren zoals struisvogels, schildpadden, zebra's, elanden, gudu's en
meerkatten, maar geen olifanten. Op de terugweg wordt
het binnen 15 minuten donker door dreigende onweerswolken. Kort daarna breekt
het onweer los, met hevige slagregen en steeds groter wordende hagelstenen. We
proberen met de auto te schuilen onder wat bomen. We kunnen niet verder rijden
omdat we niets meer kunnen zien. Als de bui wegtrekt rijden we verder naar de
kampplaats. De matras en de deken weer kledder nat. Er is ook een vuistgrote
hagelsteen door de voortent van Diny en Ben geslagen. We hebben een schemer
safari voor vanavond afgesproken, maar omdat het zo geregend heeft wordt die
uitgesteld naar morgen. De rest van de dag blijft het droog. We genieten van een
schitterende sterrenhemel, ook is er is veel onweer te zien aan de horizon een
mooi schouwspel. Ben en Diny gaan uit voorzorg ook deze nacht maar in de auto
slapen. Via de Radio Nederland Wereld Omroep horen we dat zowel Anton Heijboer,
als Wally Tax zijn overleden.
Dinsdag
12 april
Om zes uur zijn Jenny en ik al op, we zien een mooie zonsopgang, maar al snel trekt de lucht weer dicht en begint het weer te regenen. Het is erg wisselend weer, iedere dag regen, maar ook zonneschijn. Het wisselt snel af, binnen een half uur van een stralend blauwe lucht naar hevige regen en omgekeerd. Hier zijn ze blij met de regen want het heeft te lang niet geregend. Om een uur of tien toeren we al weer door het park. We zien alleen gudu's. We gaan in het restaurant lunchen en daarna klaart het gelukkig weer op. We doen nog een rondje park, we zien weer veel dieren, naast een paar gevlekte hyena's zien we in dit olifantenpark onze eerste olifant, een grote bul speelt een spelletje met ons. Hij een stapje naar voren, wij een klein eindje met de auto terug, hij weer een stapje naar voren. Diny vindt het maar niks.

Om 5 uur start onze sunset-safari, we hebben gezelschap van een Mexicaans stelletje, we worden door onze gids en chauffeur, die Headman heet, goed ingepakt in poncho's tegen de kou. Het is een mooie rit ook nu zien we weer veel dieren, ook olifanten. Headman wijst ons het lijk van een grote olifant bul, die drie maanden eerder in een gevecht met een soortgenoot is overleden. In de omgeving hangt een penetrante lijklucht. We worden verrast met een drankje en wat billtong (gedroogd vlees, van wild) nootjes en zoutjes. Inmiddels is het donker, maar vooral ook erg koud in de open safaritruck.

Woensdag
13 april

We worden wakker door de regen, gelukkig is het van korte duur, we hebben de laatste dagen ook wel voldoende regen gehad. Er zijn nog veel spullen nat, dus we wachten niet met opbreken tot alles droog is maar pakken alles nat in. Vandaag gaan we op weg naar een ander nationaal park "Tsitsikamma" aan de Indische oceaan. Als we eenmaal op weg zijn klaart het weer op en begint het weer behoorlijk warm te worden. We rijden via Uitenhage en Humansdorp, een schitterende tocht over en langs heel oud gebergte. In een padstal (een winkeltje annex cafeetje langs de weg) waar we koffie drinken, lezen we in de krant dat het overal noodweer is geweest, ook voor Zuid Afrika extreem. Als we lezen wat er allemaal gebeurd is zijn we er met wat nattigheid en een gaatje in de voortent genadig af gekomen.
Tsitsikamma
is een schitterend natuurpark, met een rotsachtige kust waar de golven op stuk
slaan. Onze tenten zetten we op en laten alles drogen, op zo'n 50 meter van de
oceaan. Er is zoveel lawaai, het lijkt of het stormt met windkracht 9, maar het
is windstil. Het is als het donker wordt meteen erg koud.
Ik heb een raar
plekje aan mijn been, waarschijnlijk ben ik door het één of ander beestje
gebeten. Het begint een beetje te ontsteken, maar even in de gaten houden.
Donderdag
14 april
Broer
Jan is vandaag jarig.
Ik
heb vannacht niet zo goed geslapen, iedere keer koude rillingen en ik heb
behoorlijk last van mijn heup. Na het douchen en ontbijten maken we een flinke
wandeling door het park. Diny gaat niet mee, die heeft last van diaree. We maken
een mooie tocht door de omgeving, op de rotsen zitten klipdasjes te
genieten van de zon. Als we terug zijn van de wandeling voelt ook Ben zich niet
helemaal je dat. Waarschijnlijk hebben we een virusje opgelopen. We lopen nog
war rond door het kamp, langs de oceaan, over de rotsen. Met het eten doen Ben
en Diny het kalmpjes aan. Na het eten bellen we mijn broer Jan. De
verbinding
is erg slecht, ik heb hem nog net namens ons vieren kunnen feliciteren. De
gaslamp krijgen we vanavond niet aan de praat, de nozzle is waarschijnlijk
verstopt. Morgen maar kijken of we er ergens één kunnen kopen. Overdag is het
28° C en 's nachts 10° C.
Vrijdag
15 april
Vandaag
bezoeken we Knysna een
leuk
stadje, je waant je in Engeland. Er is veel zwarte middenstand hier. Diny voelt
zich niet lekker, toch maar even naar de dokter, Jenny en ik bezichtigen
ondertussen de stad. In een kringloop winkel (anders als bij ons) verkopen ze
allerlei dingen, die van afvalmateriaal zijn gemaakt, zoals speelgoed van
colablikjes, sandalen van autobanden enz, enz. We kopen er een kaars, in geval
de lamp het nog niet doet. Jenny vindt een kapstokje met pinguïns erop die moet
uiteraard ook mee.
In een cd - winkel vinden we een cd van Rebekka Malope. In de Krugerwildtuin draaiden ze die steeds, maar ze wilden hem toen niet aan mij verkopen, omdat het de laatste was. Hier hebben ze er genoeg. Een cd kost hier 80 rand = € 10,40, dus wel wat goedkoper als in Nederland. De dokter heeft gelukkig niets kunnen vinden, bloeddruk, bloedsuikerspiegel, etc, etc, zijn prima. Dus toch waarschijnlijk dat virusje. Op de terugweg komen we langs een hardwarestore, waar ze onze gastanks vullen. Ook hebben ze een nozzle voor de lamp. Hoeven we vanavond niet in het donker te zitten. Na het eten kunnen we nog lang buiten zitten, want het is in tegenstelling met gisteren lekker zwoel.
Zaterdag
16 april
We
breken het kamp weer eens op, vandaag is het de bedoeling dat we naar het
Bontebokpark gaan. Om goed tien uur zijn we onderweg, want het duurt vandaag
even voordat de tenten droog zijn. We rijden via Knysna en George naar
Mosselbaai. Hier
bezoeken
we het museum. Eigenlijk zijn het een aantal museums vlak bij elkaar. Het museum
van cultuur, het scheepvaartmuseum en aquarium en het Bartholomeus Dias
museum. We komen eigenlijk tijd te kort, want we hebben nog een aantal
kilometers te gaan voordat we via Swellendam bij het park aankomen. We
hebben al een dikke 4500 kilometer gereden.

Het
Bontebokpark heeft een mooie, maar eenvoudige camping, er zijn eigenlijk alleen
maar wc's, douches en een bad. Het park ligt aan de voet van de Langeberg
mountains en de Brederivier.