Gisteren
had Merijn het bagagekarretje al in elkaar gezet en de hele week had
voornamelijk Jenny de kampeerspullen al bij elkaar gezocht. De kamer dus één
grote puinhoop met de spulletjes die we mee moeten nemen. Ook nu verzucht ik
weer, zoals elk jaar: “dat krijgen we nooit allemaal mee!”
Deze morgen goed 7 uur op, ontbijten en de kar en
auto inpakken. Ook dit jaar gaat alles wonder boven wonder weer met gemak mee.
Om 5 over 9 vertrekken we uitgezwaaid door Sjef en Greetje. Het is lekker weer
om te rijden. We gaan via Utrecht, Arnhem, Nijmegen, Venlo (waar de route niet
helemaal goed gaat, door de ANWB-kaart), Aachen, Bonn, Koblenz, Mains
Ludwichshafen, Heilbronn, Nürnberg en München naar Bad Wießee aan de
Tegernsee.
Het is erg rustig onderweg, we kunnen dus snel
opschieten. Om de twee uur een half uurtje pauze, met koffie, of soep. We hebben
vandaag zo’n 1000 kilometer afgelegd. We komen bij een rustige camping. Het
seizoen is nog net begonnen en vinden een mooi plekje onder aan de berg. We
hebben nog net wat tijd om de camping te verkennen.
Er is
een forellen-kwekerij, met allerlei kweekbakken met forellen van groot tot
klein. De tent hebben we binnen een half uur staan. Er is bijna geen wind en het
is droog dus alle haringen hoeven er niet in. De temperatuur is in de loop van
de dag gestaag opgelopen.
We eten vandaag macaroni, om alvast een beetje in de
Italiaanse stemming te komen. We gaan vroeg onder de wol, of liever gezegd in de
slaapzak, morgen zijn we van plan om een camping in de buurt van Venetië te
vinden. Het koelt op deze hoogte lekker af, dus dat wordt vast lekker slapen.
Vanmorgen
zijn we al vroeg wakker, om 9 uur is de hele boel al ingepakt. Gisteren hadden
we al gezien dat er vlak naast de camping een Duitse Aldi is, daar dus eerst
maar wat alcoholica inslaan.
Om
10 uur passeren we al de Duits – Oostenrijkse grens. We gaan via een kleine
binnenweg. We passeren de grens via de Achenpas (941 meter hoog). Bij Maurach
komen we weer op de snelweg A12. Via Innsbruck naar de Brennerpas (1374 meter
hoog), waar we Italië binnen rijden. Oostenrijk was een korte, maar aangename
kennismaking.
Het is nogal heet in de auto en het is ook een stuk
drukker op de weg. Vandaag hoeven we gelukkig niet zo heel veel te rijden (een
krappe 600 kilometer). Om half zes komen we op onze plaats van bestemming aan.
We hebben een camping in de buurt van Venetië uitgekozen: Lido di Jesole,
direct aan zee. Hier willen we een paar dagen blijven. Eerst wat lekker
uitrusten en genieten van zon, zand en zee. Ook willen we natuurlijk minstens
een dag naar Venetië, om daar alles te bekijken.

Ook nu staat de tent weer snel, de camping waarop we staan is behoorlijk luxe, een groot zwembad, iedere avond vermaak, we hebben dit allebei niet nodig, maar we zien wel. Vandaag eten we gebakken aardappeltjes, sla en biefstuk.
Vandaag op een
parkeerplaats hadden we al een paar hagedissen gezien, maar hier komen ze zelfs
in de tent bij ons op bezoek. Gelukkig is er niemand bang voor. Via de
wereldontvanger luisteren we nog naar het nieuws tussen half elf en half twaalf
en gaan dan lekker slapen.
We
hebben afgelopen nacht geen slaapzak nodig gehad, het was een warme en benauwde
nacht. We zijn al weer vroeg uit de veren. Via de wereldomroep horen we dat het
weer in Nederland is omgeslagen. Na het ontbijt en de koffie gaan we naar het
strand. Het is maar goed dat we ons strandtentje ook mee hebben genomen, zodat
we ook nog in de schaduw kunnen liggen. Er is een mooi zandstrand hier, we
zitten op een schiereiland voor de laguna Veneta. Het is een soort waddengebied.
Om de tien minuten komt er een verkoper langs. Het zijn voornamelijk
vluchtelingen uit Africa. Ze verkopen meestal kleding, handdoeken en sierraden.


Om half 3 willen we de rest van het schiereiland
verkennen en gelijk wat bood-schappen doen. We rijden naar het Punta Sabbioni
(punt van het schiereiland).
Van hieruit gaan er iedere 15 minuten een boot naar Venetië. We hebben een nieuwe campingstoel gekocht want eentje heeft het toch begeven. Er zijn zeker nog eerlijke Italianen. Jenny had haar buideltje met een beetje geld en haar paspoort laten liggen en ze kwamen hem gelijk nabrengen. Daarna naar de supermarkt waar we parmaham hebben gekocht (het had precies de smaak als de rauwe ham vroeger in Drouwen). Op de camping terug eerst een duik genomen in het zwembad en daarna weer naar het strand. We hebben een uitgebreide uitsmijter gegeten. Jenny heeft ondertussen ook nog het beetje was wat we al hebben gedaan. Als de zon begint te dalen begint het ook steeds harder te waaien. De was is dus zo droog. Om een uur of elf kunnen we onze ogen niet meer open houden en gaan dus op de wol, in plaats van er onder. ’s Avonds om elf uur is het nog steeds zo’n 28° C, dus in de slaapzak hoeven we niet. De meisjes zijn al behoorlijk aangekleurd.
Vannacht
is het toch behoorlijk afgekoeld en we hebben heerlijk geslapen, na het ontbijt
weer naar punta Sabbioni en van daar met de boot naar Venetië. Met één stop
onderweg duurt de vaart zo’n 45 minuten. We komen aan vlak bij het Piazza San
Marco. Venetië is één groot museum. Schitterende oude gebouwen, ze zijn met
veel restauraties bezig. Als je het goed beschouwd heeft Amsterdam minstens net
zo veel water. Wel gebeurt alles op, of aan het water. We maken een wandeling
naar de ponte di Rialto, vandaar nemen we de waterbus over het Canal Grande
richting treinstation.
Bij het busstation (Piazalla Roma) stappen we uit. In
Venetië zelfmogen geen auto’s komen. In een parkje onderweg eten we een
broodje. Duiven en mussen nemen daar in een fonteintje een bad, we hebben dus
genoeg te zien. We wandelen weer terug naar de ponte di Rialto. Onderweg
honderden winkeltjes met glaskunst, maskers en kleding.
Er zijn zelfs nu al ontzettend veel toeristen in
Venetië. Eigenlijk hebben we het wel gezien op deze manier. Bij de Rialto-brug
nemen we weer een waterbus naar Lido.
Lido is de grootste zandbank van de lagune, vroeger was het de chicste badplaats van Europa. Nog steeds zijn er veel grote hotels. We eten hier een pizza en kijken wat rond. Tegen zes uur gaan we weer met de grote boot terug naar punta Sabbioni. Elk uur vaart die boot en is nu op dit moment afgeladen vol, kun je nagaan hoe het in het hoogseizoen is. Terug op de camping gaan we eerst Merijn bellen. In Holland is alles goed. We gaan nog even zwemmen in zee. De temperatuur van het water is 25° C, je hoeft er dus niet eerst “door” te gaan. We eten rijst met ragout. Zoals elke avond luisteren we nog het nieuws via de wereldomroep en om half twaalf vallen onze ogen dicht.
Vannacht
weer prima geslapen. Toch zijn we ieder ochtend om zo’n 7 uur klaar wakker.
Wat wil je ook, als je daar het hele jaar op getraind bent. Het begint dan
trouwens in de tent ook al behoorlijk warm te worden. Op de thermometers staat
de wijzer om tien uur al op 27° C. We besluiten vandaag er een lekker
ontspannen dagje van te maken, met veel zon en zee. Eerst was het nog wat
nevelig, maar om elf uur is de lucht al weer strak-blauw. We ontbijten rustig,
drinken koffie en doen de afwas. We doen eerst maar boodschappen, dan hebben we
de hele dag voor onszelf. Ik koop nieuwe sandalen, Maartje een body-board en er
is een € 1,-- winkel, waar Jenny en Maartje allerlei make-upjes, pinguins enz.
kopen. We zijn de hele middag lekker op het strand. ’s Avonds hebben we een
barbecue, weer het nieuws luisteren en daarna naar bed. Morgen zijn we van plan
om richting Rome te gaan.
Om half elf hebben we alles ingepakt en gaan we op
weg naar Rome. De reis is weer ongeveer 600 kilometer. Het is behoorlijk druk
onderweg, veel vrachtverkeer en onderweg hebben we zelfs een behoorlijk pittige
onweersbui. Het koelt er nauwelijks van op. Verder hebben we gelukkig een
voorspoedige reis. We nemen dit keer alleen maar de snelweg via Bologna en
Firenze. In Rome zelf nemen we de verkeerde kant van de afslag, maar als we dat
eenmaal door hebben is de camping snel gevonden. Ook op deze camping is het nog
erg rustig, we vinden een mooi plekje onder de bomen (een acacia en een
vijgenboom) , zodat we in elk geval wat schaduw hebben en ’s morgens de tent
niet uit branden. De grond is hier behoorlijk hard, we hebben een beetje moeite
de tent goed te spannen. Als het zulk weer blijft is dat niet belangrijk, je
kunt net zo goed alleen
in de binnentent slapen. Vreemd om te bedenken dat je
zo’n 1500 kilometer van huis ben. We zijn erg nieuwsgierig hoe Maartje ons
Rome gaat laten zien. De bushalte is voor de camping, we zullen het morgen
beleven.

Na het ontbijt gaan we eerst wat boodschappen doen.
Tegenover de camping is een groter supermarkt. Bij de eigenaar van de camping
kopen we buskaartjes. Hij verzekert ons dat we binnen 20 minuten bij het
Vaticaans museum zijn. Bus 247 gaat naar het dichtstbijzijnde metrostation. Deze
bus komt om de 15 minuten, dus lang te wachten hoeven we niet
en inderdaad, binnen 20 minuten staan we voor de
poort van het Vaticaans museum. Onvoorstelbaar wat een rijkdommen de katholieke
kerk in de loop der eeuwen verzameld heeft.
Wat vooral veel indruk maakt is de Sixtijnse kapel. Er zijn erg veel
mensen om de schilderingen van Michelangelo’s plafond te
bewonderen. Er mag niet gefotografeerd worden. Maar volgens de suppoost is op
internet alles van het museum te downloaden.

Buiten
in de tuinen is een schitterend uitgewerkte koperen bol van meneer
Pommodoro. We moeten hier beslist nog eens naar toe. Alleen in dit museum kun
je je wel een week vermaken.

Dan morgen maar, dan is het tenslotte ook zondag. We
lopen naar de metro en kopen daar een weekkaart voor het openbaar-vervoer in
Rome. Die kaart heb je eruit als je drie dagen reist, dat zijn we zeker van
plan. We maken de omgekeerde fonteinen-route uit het boekje dat ik van Maartje
op mijn verjaardag heb gehad. Bij
de Kapucijnermonniken bekijken we de kunstwerken die zij van skeletten hebben
gemaakt. Een beetje spooky, maar wel inte-ressant om te beseffen hoe zij met de dood en het stoffelijk overschot omgaan. Ook hier mag weer niet gefotografeerd worden.
Gelukkig maar dat er internet bestaat, zodat we alles kunnen downloaden. Hierna
het vier fonteinen-kruispunt, de Spaanse trappen en dan naar de bus voor een
rondritje, we hebben het wel gehad voor vandaag. Vanuit de bus zien we het
Colloseum. Met de Metro terug naar station Lepantro, vanwaar de bus
naar de camping vertrekt. De benen van Jenny lijken ernstig verbrand? Maartje en ik
hebben nergens last van. Jenny staat op instorten als we op de
camping aankomen en gaat even “plat”. Vanavond
eten we biefstuk, gebakken aardappeltjes en sla. Als dat op is knapt Jenny
gelukkig weer wat op. Het zal wel met “de regels” te maken hebben. Volgens
de kalender is ze er zo’n beetje aan toe. Op de camping zijn cicaden druk in
de weer om kenbaar te maken dat ze er zijn. Het is ongelooflijk dat zo’n klein
beestje zo’n herrie kan maken. Gelukkig zitten ze voornamelijk onder aan de
heuvel van de camping en als het helemaal donker is horen we ze ook niet meer.
Net als iedere keer als we kamperen zien we ook iedere avond vleermuizen.
Volgens Maartje ook een aantal jongen die het vliegen nog moeten leren en
inderdaad, daar lijkt het op.
Uitgeslapen tot half negen. Jenny was om zeven uur al
buiten en heeft wat gelezen, gezeten en gekeken. Na het ontbijt om ongeveer half
elf met de bus naar het Vaticaan. Dit keer hadden we uiteraard wel de correcte
kleding mee. Overweldigend wat een mooie kerk is die St. Pieter. Op ons gemak
bekijken we alles. In een glazen kist ligt het geconserveerde lichaam van paus
Johannes de 23e. Het lijkt een beetje op een wassenbeeld. Maar het
lijkt aan de andere kant ook net of hij net dood is. Ook bezoeken we de crypte,
waar allerlei pausen en andere belangrijke mensen begraven liggen. Ondertussen
zijn er steeds kerkdiensten, waaronder een doopdienst, aan de gang.
De St.
Pieter is de voornaamste van de 4 aartsbasilieken, gebouwd boven de oude, door
Constantijn de Grote gebouwde, basiliek met het hoofdaltaar recht boven het het
graf van Petrus. Het eerste ontwerp is van Michelangelo in de vorm van een
Grieks kruis, zodat de koepel van alle kanten hoog zou oprijzen boven de
basiliek (dit effect is nu nog te zien vanuit de tuinen of de musea). Later is
de voorkant uitgebouwd tot een Latijns kruis door Maderno en Bernini, waardoor
het effect van de koepel verdween. 
We gaan naar de liften om boven op de koepel te
kunnen komen. Na de liften is het nog eens 320 treden omhoog door een schuine
gang, voor je gevoel val je steeds en het is er erg smal. Met de hitte van
vandaag een vermoeiende klim. Eenmaal boven is het zeker de moeite waard. Vanaf
de koepel heb je een schitterend uitzicht over Rome. We staan op een hoogte van
136 meter! Ook de terugweg is weer zeer inspannend. Weer beneden bekijken we nog
de schatten van het Vaticaan, inmiddels zijn een aantal kinderkoren aan het
zingen.
We
hebben zowat de hele dag in de St. Pieter doorgebracht. In een klein
restaurantje eten we Lasagna, sla en ijs toe. We hebben nauwelijks nog voeten
over en laten ons door tram, bus en metro door Rome rijden. Om half acht zijn we
weer bij de camping. In de supermarkt doen we nog wat boodschappen. We hebben
deze vakantie vooral veel behoefte aan drinken. We eten nog wat warme kip, brood
en ijs. Na zo’n stoffige dag hebben we wel weer zin in douchen. Inmiddels
hebben we ook aangeleerd om ’s avonds na het eten meteen af te wassen, anders
is het vuil de andere dag zo aangekoekt dat je het er niet meer af krijgt. We
zijn erg blij met ons wereldonvangertje, iedere avond horen we het belangrijkste
nieuws en zo blijven we ook een beetje op de hoogte van het gebeuren in
Nederland.

We komen deze morgen wat moeizaam op gang, gisteren
was het ook een vermoeiende dag. Waarschijnlijk moeten we ook nog wat meer
wennen aan de warmte. Om twaalf uur zijn we bij het colloseum. Het blijkt
gesloten te zijn tot 2 uur in verband met een vakbondsbijeenkomst (staking?). We
besluiten in de buurt te blijven en wat lekker in de schaduw te blijven zitten
om mensen te bekijken. Inderdaad om twee uur kunnen we naar binnen. Ook het
colloseum is weer een indrukwekkend gebouw (eigenlijk is het alleen nog maar een
ruïne, maar je kunt je wel goed voorstellen hoe het vroeger is geweest. Als we
alles zo’n beetje hebben bekeken gaan we naar het palantijn en het forum
Romanum.
Sinds
de koningstijd (753-510 v.Chr.) had Rome haar markt in het smalle dal tussen de
heuvels van de Palantijn, Coelius, de Esquilijn, de Quirinalis en het Capitolijn.
Het
gebied was echter in het begin niets anders dan een moerasachtige vlakte. De
gunstige ligging in het centrum van de nederzetting leidde er al vrij snel toe
dat het Forum een sociale, politieke en religieuze functie kreeg. Aanvankelijk
werd het drooggelegde terrein gebruikt als een begraafplaats, maar door
plotseling stopzetting van de begrafenissen kon het worden gebruikt als een
Forum (markt). Het openbare leven in de Romeinse steden concentreerde zich
vooral op de markten (de fora). Dit was ook het geval in Rome waar het
alledaagse leven zich afspeelde op het Forum Romanum.Op het Forum, de markt dus,
werd niet alleen handel gedreven, maar ook over sociale vraagstukken
gediscussieerd; er werd over oorlog en vrede besloten door de Senaat in de Curia
Iulia, maar ook Augustus werd hier gekroond tot keizer. Onder zijn leiding vond
er een grote metamorfose plaats van het plein en werden de tempels herbouwd.


Het
Forum zoals wíj dat nu kennen, is later ontstaan op het kruispunt van twee
wegen die voor ontmoeting en uitwisseling dienden. Het ontstaan van het Forum
valt in het tijdperk dat de Etruskische koningen de afzonderlijke nederzettingen
verenigen, omdat er toen een eenheid ontstond en deze beschaving de stedelijke
cultuur bracht.Volgens de overlevering werd het gebied drooggelegd onder het
bewind van Tarquinius Priscus, de eerste Etruskische koning van Rome (616-579 v.Chr.).
Dit gebeurde door een riool aan te leggen: de zogenaamde Cloaca Maxima.
Het
Forum Romanum wordt doorsneden door de Via Sacra. De Via Sacra, de 'heilige
weg', loopt over de volle lengte van het Forum Romanum en loopt vervolgens over
in de Via Appia, een weg die er óók nog steeds is.
In de
tijd dat keizer Augustus aan de macht was, werden de houten gebouwen vervangen
door prachtige marmeren tempels, waar de goden en vergoddelijkte mensen in een
gemeenschappelijke cultus werden vereerd. Dit bracht veel teweeg bij de
intellectuelen die vonden dat de marmeren tempels wel mooi waren, maar dat de
houten gebouwen meer "verbintenis" brachten met de goden. Door een
brand in de derde eeuw na Chr., maar ook door de vernietigingen door de Goten en
Vandalen, aardbevingen en onbegrip van latere tijden (de gebouwen werden
afgebroken en vooral het marmer werd gebruikt om andere gebouwen, zoals de St.
Pieter, te bouwen; dit gebeurde in de jaren 800-1300 na Chr.) hebben ertoe
geleid dat er veel gebouwen nu op het Forum Romanum zijn verwoest. Het huidige
Forum Romanum heeft al zijn oude glans verloren.
Als we alles bekeken hebben gaan we terug naar de
camping, waar we om ongeveer acht uur zijn. Van de winkel nemen we warme
pizza’s mee, we spelen zowaar nog een spelletje Match-point en gaan vermoeid,
maar voldaan naar bed.

Maartje voelt zich vandaag niet helemaal lekker,
heeft last van hevige (maandelijkse) buikpijn. In overleg proberen we toch ons
programma voor vandaag af te werken. Met behulp van één ibuprofennetje lukt
dat gelukkig ook aardig. Met de bus en daarna de Metro gaan we naar station
Barbarine op het Piazza Tritone. Vandaar nemen we de touristische electra-bus
nummer 116 om naar het Pantheon te gaan. Een mooi gebouw, zo’n 2000 jaar oud
en gemaakt van beton. In de buurt van het Pantheon zijn allerlei leuke
winkeltjes. Jenny en Maartje gaan daar uiteraard “Shoppen”, ik ga lekker op
een stoepje in dat straatje zitten om mensen te bekijken. We gaan weer verder
met bus 116 en maken een rondje Villa Borghese, een schitterend park in het
hartje van Rome. Al rijdend zien we een heleboel van de stad. We blijven in de
bus zitten tot we bij de Engelenburgt aangekomen zijn. Deze bewonderen we van
binnen en van buiten. Ook kan ik een paar leuke foto’s maken van de Sint
Pieter en andere gebouwen in de stad, vanaf het topje van de Engelenburgt.
Maartje is gelukkig weer helemaal opgeknapt. Zondag hadden Jenny en Maartje een
paar winkl;etjes gezien met leuke kleding. Daar dus maar op af. We eten eerst
onderweg een lekker pizza in de Via Ottaviano. Jenny slaagt wel in de
winkeltjes, maar voor Maartje loopt het op een teleurstelling uit, naar
Italiaanse normen is ze een beetje te fors geschapen van boven. Inmiddels is het
bijna donker. Het lijkt ons leuk ook Roma bij nacht vanuit de bus te zien,
daarom gaan we maar weer naar het Piaza Tritone om met lijn 116 het rondje door
de stad te maken. Helaas volgens de dienstregeling rijdt deze bus maar tot acht
uur. Dan maar bus nummer 175, die langs het Colloseum enzovoort zal rijden. We
moeten nogal lang wachten en hebben inmiddels ook al een ijsje gegeten. Ineens
komt bus 116 er aangereden??? Wij stappen in en hebben de bus voor ons alleen
een privé rondje door de stad. Hij maakt wel een ander rondje door de stad dan
vanmiddag, maar we zien weer allerlei bekende en beroemde gebouwen, fonteinen en
beelden, nu schitterend verlicht. Ineens rijdt de bus de parkeergarage van het
vaticaan binnen en de chauffeur zegt dat het het einde van zijn werkdag is en of
we de bus maar willen verlaten.
Waarschijnlijk is het helemaal niet de bedoeling
geweest dat wij mee zouden rijden. We doen nog een nachtelijk rondje Sint
Pietersplein, dat mooi verlicht is, met mijn standaard lukt het om een paar
mooie foto’s te maken. Onderweg naar het busstation struikel ik door een gat
in de stoep en maak een behoorlijke smakkert. (de schade viel achteraf gelukkig
reuze mee!). Om kwart over elf komen we op de camping aan, na het douchen nog
wat borrelen. We zijn van plan om morgen weer op weg te gaan.
Om elf uur zijn we weer op weg, binnen een half uur
zijn we ruim Rome uit en rijden we op de tolweg richting Firenze. Het is erg
warm, de thermometers onderweg wijzen ruim 30°C. Halverwege Firenze gaan we
richting Ravena. En zo richting Rimini. De camping is in Milan Marittima. Om
vijf uur zijn we al op de plaats van bestemming. We hebben een mooie tocht door
de bergen en passeren een hoge pas (1200 meter). Als we de tent op hebben gezet
gaan we in het nabij gelegen plaatsje kijken en ons flesje camping-gaz omruilen
voor een volle. Ook kijken we nog even op het strand, een mooi zand strand. We
eten rijst met ragoût en sla en meloen en koffie toe. Maartje en ik doen de
afwas, we douchen, borrelen en gaan op tijd naar bed. We hebben vandaag een
krappe 500 kilometer gereden.
De camping waarop we zitten is een echte Italiaanse
familiecamping. We hebben gelukkig weer een plekje onder de bomen, dus veel
schaduw en een stuk koeler. De camping heet Villaggio Pineta in Milana Marittima,
vlak bij Cervia. Vanmorgen heeft Jenny de was gedaan. Om ± 12 uur gaan we naar
het strand.
Weer een zonnige heldere dag. De Italianen zelf zie
je niet op de warme uren op het strand. Dankzij het strandtentje hebben wij
genoeg schaduw en blijven tot zes uur. We hebben lekker gezond en gezwommen in
zee. Om zes uur gaan we boodschappen doen in Cervia, na het eten maken we
wandeling langs het strand. Onderweg krijg ik wat buikkrampjes, maar kan
gelukkig nog net op tijd de WC bereiken. Na de thee, het douchen en de borrel
naar bed. Een lekker luie dag na de drukte van Rome

Vandaag zijn we na heerlijk geslapen te hebben, het
is hier ’s nachts koeler dan in Rome, lekker vroeg op het strand. We maken nog
net de door de camping georganiseerde ochtendgymnastiek mee. Er is een
rimpelloze zee en om ongeveer halféén vertrekken we naar Rimini, een mondaine
badplaats vlak bij de plaats waar we nu kamperen. Rimini is een verschrikkelijke
plaats, tenminste het gedeelte dat aan zee ligt. Attractiepark, naast
attractiepark, hotel naast hotel, privéstrand naast privéstrand. De oude
binnenstad is wel leuk, er zijn nog een aantal oude gebouwen, vooral de
overdekte vismarkt is erg mooi. Ook is het hier, zeker om deze tijd lekker
rustig. We hebben hier zeer uitgebreid ijs gegeten en om een uur of vijf zijn we
weer terug op de camping. We gaan maar weer naar zee om een beetje af te koelen.
Na het eten en douchen gaan we flaneren in Lido, het is daar behoorlijk druk,
’s avonds zijn alle winkels open en de plaatselijke schutterij geeft een
demonstratie. Maartje vindt in een van de winkels een tafelzeil met pinguïns er
op. Om half twaalf kunnen we onze ogen niet meer open houden en kruipen maar in
onze binnententen.

We hebben eerst lekker uitgeslapen en daarna
boodschappen gedaan. Jenny heeft een nieuwe bikini gekocht. Van ongeveer 3 uur
tot 7 uur zijn we op het strand geweest. Op zaterdag is het behoorlijk druk op
het strand, gelukkig zijn het bijna alleen maar Italianen. In het week-end komen
er veel mensen op de camping bij. Door de week zijn het voornamelijk grootouders
en hun kleinkinderen. In het week-end komen daar de ouders bij. Bij de tent is
een mussenfamilie druk in de weer. Vader en moeder mus leren hun kinderen eten
“pikken” bij de tenten. Ze zijn helemaal niet bang.
Gisterenavond net voor het slapengaan nog een
“Nutella-party” meegemaakt. Voor de kinderen wordt er elke avond op deze
camping iets georganiseerd. Onder de chocoladepasta komt Jenny thuis. Gelukkig
alleen maar op de blote plekken, het is dus zo weer schoon. Om half elf hebben
we alles ingepakt en gaan op weg naar Oostenrijk. Bij het verlaten van de
camping krijgen we nog een paar cadeautjes: een rugzak en een naai-etuitje. Na
een half uur rijden komen we langs een ernstig ongeluk. Een auto is op een
rijtje auto’s geknald die voor een stoplicht stonden te wachten. Er zijn
voldoende mensen om te helpen, dus rijden we maar door. We zijn er wel even stil
van. Op zo’n moment besef je weer eens dat een ongeluk in een klein hoekje
zit. Je bent erg kwetsbaar en afhankelijk van de andere weggebruikers. We hebben
verder gelukkig een voorspoedige reis, voornamelijk over wat kleinere wegen. Om
kwart voor zes zijn we op de camping in Matrei in Oßt Tirol, midden in het
Nationalpark Großglockner, Großvenediger.
Na het
eten verkennen we het dorpje. Het is echt zo’n alpen dorpje, met een mooi
kerkhof. We zien bij alle graven lampjes (kaarsjes). We vinden het behoorlijk
koel, als de zon onder is, onze berejasjes komen nu el van pas. Maartje is een
beetje teleurgesteld dat er zo veel Nederlanders op de camping zijn.

We zien morgen wel, of het echt zo ernstig is. We maken een behoorlijke wandeling door het dorp. Na al die warmte is de afkoeling een verademing. We zijn benieuwd of de verwachtingen die op de heenreis zijn geschapen werkelijkheid worden. In de winkels en op de camping zijn ze reuze aardig. Dus het zal wel goed komen. We gaan deze avond van de kou (het is nog wel boven de 20ºC) naar bed en kruipen voor het eerst sinds weken weer in de slaapzak
Deze nacht was het heerlijk koel, dus hebben we
lekker geslapen, om half zeven moet ik naar de WC, het is helemaal bewolkt, een
heel lage bewolking, alles is nat door de dauw. Na de WC weer lekker in de
slaapzaal. Om half negen er weer uit. De bewolking begint al op te lossen en om
half elf is het al weer warm. We besluiten met “der Goldried Bergbahnen” de
Klaunzerberg op te gaan.
Vanaf de camping zien we de gondels naar boven gaan.
Als we er in zitten blijkt dat we maar ongeveer 1/3 deel van die rit kunnen zien
de berg maakt en knik en gat nog 2/3 deel verder omhoog tot zo’n 2400 meter
hoogte.
Echt lekker voelen we ons niet want het gaat
behoorlijk hoog. We stappen uit en maken een schitterende wandeling van ± 4½
uur. We hebben schitterende uitzichten op 60 toppen
van meer dan 3000 meter hoogte. De hoogste is de Großglockner met 3798 meter hoogte.
Het is schitterend weer en erg helder. We hebben dus een prachtig uitzicht en ik
maak heel wat foto’s . Na de lange wandeling nemen we de “bergbahn” ook
weer naar beneden. Onderweg zien we vanuit de gondel een ree in het bos op de
berg. Onderweg naar de camping (zo’n 10 minuten lopen) komen we langs twee supermarkten. We doen wat boodschappen, omdat we
vanavond willen BBQ-en. Maartje neemt een groot pakket voor 4 personen. Het zijn
erg grote porties en we kunnen het niet op. De meeste Nederlanders op de camping
zijn verdwenen. Wat wij er van begrijpen doen ze een meerdaagse wandeling van
berghut naar berghut. Verder hebben we ook nauwelijks last van ze. Tijdens de
vakantie houden we ons meestal ook afzijdig van de andere Nederlanders. Wij
vinden het leuker om ons meer internationaal op te stellen. Eigenlijk moeten we
tijdens de vakantie niets van Nederlanders hebben. Wehebben regelmatig contact
met Nederland via de mobile-telefoon. Het is wel makkelijk, maar ook wel duur.
Ik denk dat we tot nu toe met de weinig korte gesprekken al zo’n € 30,--
kwijt zijn. Volgend jaar moeten we het maar combineren met een gewone
telefoon-kaart. Om elf uur kunnen we onze ogen niet meer openhouden. Het koelt
zo tegen de avond behoorlijk af, we zitten zelfs op de camping op 1000 meter
hoogte en we hebben onze buik meer dan vol gegeten, wat wil je dan.
Vannacht zowel Jenny als ik wakker geworden van de
dorst, we hebben gisteren waarschijnlijk heel wat vocht verdampt. De hele
vakantie al drinken we liters water. Ook zorgen we voor voldoende zout door
middel van cup-a-soup en drop. Er is vanmorgen vroeg erg veel vracht verkeer,
wat vlak langs de camping rijdt. Hopelijk rijden ze morgen vroeg niet zo vroeg.
Om half negen gaan we uit bed, ik ga boodschappen doen in de supermarkt naast de
camping, ik doe ze gelijk ook maar voor vanavond, dan zijn we voor de hele dag
klaar. Om half negen is het gelijk a; aardig warm. We hebben gisterenavond
besloten om vandaag naar Ströden, gemeente Prägraten te gaan naar de Umbalfälle
(watervallen). De Isel ontstaat hier (de rivier die door Matrei stroomt), als
gletsjer-rivier. Om goed elf uur zijn we bij het begin van de wandelroute en
wandelen tot ongeveer vier uur. Er zijn allerlei watervallen en
stroomversnellingen te zien, we doen de route op ons gemak. We nemen geregeld
een pauze. Dat is ook wel nodig met deze temperatuur. Het water is ijskoud, je
voeten houd je er niet al te lang in. Het is wel heerlijk om even af te koelen.
Aan het eind van de wandeling vindt Maartje een mooie wandelstok voor mij. Na
een ijsje gegeten te hebben gaan we terug naar de camping. Na het eten tijdens
de afwas slaat het weer plotsklaps om. Ineens een hevige onweersbui van ± 15
minuten. Daarna wordt de lucht weer helder. Ook wordt het langzamerhand donker.
We wandelen naar het dorp, om te kijken of de lampjes bij de graven op het
kerkhof nu ook branden. En inderdaad dat is op zo’n gewone doordeweekse dag
ook het geval.
"Umbalfaelle", Aquarell
© Hannelore Nenning
We zien een heleboel mooie kruizen (echte
kunstwerken), alk graf heeft zijn eigen wijwaterbakje. Via een andere route
lopen we terug naar de camping. We komen langs een grote scholengemeenschap,
waarin ook een dagcentrum voor mensen met een verstandelijke beperking. Op de
camping ons gewone avondritueel, nieuws uit Nederland luisteren, een borrel
drinken en op tijd naar bed. Vooral na zo’n inspannende dag als vandaag kunnen
we om elf uur onze ogen niet meer open houden. Morgen gaan we een wandeling in
de buurt houden hebben we vanavond uit de brochure gezocht, die we van de
campingbeheerder hebben gekregen.

Vanmorgen werden we pas om half acht wakker, we
hebben lekker aangelummeld met een uitgebreid ontbijt en koffie, om half elf
vertrekken we naar Huben, de buur-gemeente van Matrei. Het vertrekpunt van de
wandeling kunnen we helaas niet vinden, maar na een stukje rijden vinden we wel
het aankomstpunt. We maken de wandeling dan maar in omgekeerde richting. De
wandeling voert door mooie oude bossen en langs alpenweiden.
Onderweg
vinden we een dode vlinder, in het boekje vinden we dat het een keizersmantel
is. De wandeling is niet te vergelijken met de wandelingen, die we de voorgaande
dagen hebben gemaakt. Niet zo veel klimmen en dalen en we komen de hele
wandeling geen mens tegen. We komen net buiten Huben op een boerenerf uit,
langs de Isel lopen we terug naar het dorp, onderweg komen we een
kapelletje tegen, tegen de bovenrand zit een net met wilde bijen. In het dorpje
rusten we wat uit in de kerk, waar het heerlijk koel is. Ook vandaag weer
prachtig zonnig weer en behoorlijk warm. Gek, je went er op den duur toch een
beetje aan. Via de “normale” weg lopen we ongeveer een half uurtje terug
naar de auto. Voor ons gevoel wordt het steeds warmer en ons water is op. De
auto is ook erg warm, we rijden door naar St. Jacob, midden in het dorp een
watertappunt met heerlijk koud quellwater. Ook bezoeken we hier uiteraard de
kerk. In de hal hangt een frote lijst, met daarin allemaal fotootjes van de
gevallenen van de 2e Wereldoorlog. Vreemd, bijna allemaal kinderen in
nazi-uniformen.
In St.
Jacob doen we boodschappen en halen allerlei lekkere dingen voor de lunch. We
picknicken bij een mooi bergbeekje.
We vervolgen de weg richting Italiaanse grens. Een
schitterende omgeving: erg ruig landschap. Ondertussen zijn we een heel stuk
gestegen ik schat dat we op zo’n 2000 meter hoogte zitten. Hier wandelen we
wat en zoeken stenen. Na een uurtje rijden we verder en zo maar ineens weer in
Italië. We komen langs een mooi “hoogte” meer. We spreken af dat we daar
morgen heen gaan. Om half zes gaan we weer richting camping, het is ± drie
kwartier rijden. Merijn belt ons en meldt dat Pa Marsman en Marion Briefjes zijn
overleden. Na het eten en afwassen gaat
Maartje douchen en wij borrelen. In eens begint het
behoorlijk hard te waaien en in een half uurtje trekt de lucht dicht en begint
het hevig te regenen. Om elf uur wordt het droog en trekt de hemel weer
open. Elke nacht zien we een mooie sterren hemel zo ook weer deze nacht. Na het
nieuws gaan we weer moe, maar voldaan de slaapzak in.


Maartje heeft lekker uitgeslapen tot kwart voor tien.
Inmiddels is het al weer behoorlijk warm geworden. We gaan op weg naar de
Obensee op 2026 meter hoogte. Op deze hoogte is het behoorlijk fris en het water
is ijskoud. We kunnen er helaas niet in zwemmen. Het water is prachtig helder we
zien kikkervisjes en forellen en natuurlijk koeien. We hebben het hele meer
rondgewandeld en gaan dan naar
Lienz de regio hoofdstad. Het is een echte
provinciestad met wat grotere winkels en veel toeristen. Ook hier een echt Italiaanse ijssalon, dat moeten we
uiteraard uitproberen.Terwijl we door de stad lopen begint het te regenen. In
een overdekt winkelcentrum eten we een pizza. Bij een bloemenwinkel koopt Jenny een edelweiss plantje om mee te nemen voor
ons rotstuintje thuis. Langs de Isel lopen we terug naar de parkeerplaats waar
de auto staat. In het dorp hebben we aantal leuke en mooie standbeelden gezien.
We gaan terug naar de camping. Weer trekt de lucht dicht en beleven we een
heftig onweer. Na het eten heldert het gelukkig weer op. Er zijn schitterende
luchten, iedere keer een andere lichtinval tussen de verschillende bergen door.
Het is behoorlijk afgekoeld, tot zo’n 15º C. Dat wordt lekker slapen, dan
zijn we goed uitgerust en uit-geslapen, want het is de bedoeling dat we morgen
weer naar huis gaan. Oostenrijk was een aangename verassing voor ons. We hebben
eigenlijk alleen maar aardige mensen ontmoet en de natuur is echt schitterend.
We pakken alvast de spulletjes in die we in kunnen pakken, zodat we morgen een
beetje op tijd kunnen vertrekken.
Op tijd wakker, ontbijten en de boel inpakken en
afbreken. Bij het wakker worden is het al mooi helder weer en de tent droogt dan
ook in rap tempo. Als we klaar zijn met inpakken is de tent gelukkig ook droog.
Om kwart voor tien is alles klaar en kunnen we afrekenen en vertrekken. We
hebben vandaag 1200 kilometer voor de boeg.
Gelukkig rijden we allebei dus kunnen we elkaar
regelmatig aflossen. Tien uur zijn we op weg, via de Tauerntunnel, ongeveer 5
kilometer lang, Kitzbühel, St. Johan en Kufstein naar München. Vandaar via de
Duitse autobanen naar Nederland. We hebben een redelijk rustige en voorspoedige
reis. Uiteraard om de twee uur een rustpauze met koffie, soep, of wat anders.
Bij Ludwigshafen gaan we nog even van de autobahn af om bij een supermarkt onze
drankvoorraad aan te vullen. Tegen 9 uur zijn we weer in Nederland, even voorbij
Venray gaan we in Beers dineren. We hebben oma al even gebeld om te melden dat
we qweer in het land zijn, maar nog niet thuis. Het zal wel 12 uur worden, als
we de tijd voor het eten nemen. Na het eten verloopt de rest van de reis
gelukkig ook weer voorspoedig. Om half twaalf rijden we de Strickstraat in. We
pakken gelijk maar de kar en de auto leeg (de troep vinden we morgen wel weer).
Merijn, Iris en Amber hebben het huis keurig nagelaten. We nemen nog een flinke
borrel en kruipen heerlijk in ons eigen bed.