Italië & Ostenrijk 2003


Zondag 29 juni 2003

Gisteren had Merijn het bagagekarretje al in elkaar gezet en de hele week had voornamelijk Jenny de kampeerspullen al bij elkaar gezocht. De kamer dus één grote puinhoop met de spulletjes die we mee moeten nemen. Ook nu verzucht ik weer, zoals elk jaar: “dat krijgen we nooit allemaal mee!” 

Deze morgen goed 7 uur op, ontbijten en de kar en auto inpakken. Ook dit jaar gaat alles wonder boven wonder weer met gemak mee. Om 5 over 9 vertrekken we uitgezwaaid door Sjef en Greetje. Het is lekker weer om te rijden. We gaan via Utrecht, Arnhem, Nijmegen, Venlo (waar de route niet helemaal goed gaat, door de ANWB-kaart), Aachen, Bonn, Koblenz, Mains Ludwichshafen, Heilbronn, Nürnberg en München naar Bad Wießee aan de Tegernsee.  

Het is erg rustig onderweg, we kunnen dus snel opschieten. Om de twee uur een half uurtje pauze, met koffie, of soep. We hebben vandaag zo’n 1000 kilometer afgelegd. We komen bij een rustige camping. Het seizoen is nog net begonnen en vinden een mooi plekje onder aan de berg. We hebben nog net wat tijd om de camping te verkennen.

Er is een forellen-kwekerij, met allerlei kweekbakken met forellen van groot tot klein. De tent hebben we binnen een half uur staan. Er is bijna geen wind en het is droog dus alle haringen hoeven er niet in. De temperatuur is in de loop van de dag gestaag opgelopen.   We eten vandaag macaroni, om alvast een beetje in de Italiaanse stemming te komen. We gaan vroeg onder de wol, of liever gezegd in de slaapzak, morgen zijn we van plan om een camping in de buurt van Venetië te vinden. Het koelt op deze hoogte lekker af, dus dat wordt vast lekker slapen.

 

 

 

Maandag 30 juni 2003

Vanmorgen zijn we al vroeg wakker, om 9 uur is de hele boel al ingepakt. Gisteren hadden we al gezien dat er vlak naast de camping een Duitse Aldi is, daar dus eerst maar wat alcoholica inslaan.

Om 10 uur passeren we al de Duits – Oostenrijkse grens. We gaan via een kleine binnenweg. We passeren de grens via de Achenpas (941 meter hoog). Bij Maurach komen we weer op de snelweg A12. Via Innsbruck naar de Brennerpas (1374 meter hoog), waar we Italië binnen rijden. Oostenrijk was een korte, maar aangename kennismaking. 

Het is nogal heet in de auto en het is ook een stuk drukker op de weg. Vandaag hoeven we gelukkig niet zo heel veel te rijden (een krappe 600 kilometer). Om half zes komen we op onze plaats van bestemming aan. We hebben een camping in de buurt van Venetië uitgekozen: Lido di Jesole, direct aan zee. Hier willen we een paar dagen blijven. Eerst wat lekker uitrusten en genieten van zon, zand en zee. Ook willen we natuurlijk minstens een dag naar Venetië, om daar alles te bekijken.

 

Ook nu staat de tent weer snel, de camping waarop we staan is behoorlijk luxe, een groot zwembad, iedere avond vermaak, we hebben dit allebei niet nodig, maar we zien wel. Vandaag eten we gebakken aardappeltjes, sla en biefstuk. 

Vandaag op een parkeerplaats hadden we al een paar hagedissen gezien, maar hier komen ze zelfs in de tent bij ons op bezoek. Gelukkig is er niemand bang voor. Via de wereldontvanger luisteren we nog naar het nieuws tussen half elf en half twaalf en gaan dan lekker slapen.

 Terug naar het begin

Dinsdag 1 juli 2003

We hebben afgelopen nacht geen slaapzak nodig gehad, het was een warme en benauwde nacht. We zijn al weer vroeg uit de veren. Via de wereldomroep horen we dat het weer in Nederland is omgeslagen. Na het ontbijt en de koffie gaan we naar het strand. Het is maar goed dat we ons strandtentje ook mee hebben genomen, zodat we ook nog in de schaduw kunnen liggen. Er is een mooi zandstrand hier, we zitten op een schiereiland voor de laguna Veneta. Het is een soort waddengebied. Om de tien minuten komt er een verkoper langs. Het zijn voornamelijk vluchtelingen uit Africa. Ze verkopen meestal kleding, handdoeken en sierraden.

 

 

 

Om half 3 willen we de rest van het schiereiland verkennen en gelijk wat bood-schappen doen. We rijden naar het Punta Sabbioni (punt van het schiereiland).

Van hieruit gaan er iedere 15 minuten een boot naar Venetië. We hebben een nieuwe campingstoel gekocht want eentje heeft het toch begeven. Er zijn zeker nog eerlijke Italianen. Jenny had haar buideltje met een beetje geld en haar paspoort laten liggen en ze kwamen hem gelijk nabrengen. Daarna naar de supermarkt waar we parmaham hebben gekocht (het had precies de smaak als de rauwe ham vroeger in Drouwen). Op de camping terug eerst een duik genomen in het zwembad en daarna weer naar het strand. We hebben een uitgebreide uitsmijter gegeten. Jenny heeft ondertussen ook nog het beetje was wat we al hebben gedaan. Als de zon begint te dalen begint het ook steeds harder te waaien. De was is dus zo droog. Om een uur of elf kunnen we onze ogen niet meer open houden en gaan dus op de wol, in plaats van er onder. ’s Avonds om elf uur is het nog steeds zo’n 28° C, dus in de slaapzak hoeven we niet. De meisjes zijn al behoorlijk aangekleurd. 

 

Woensdag 2 juli 2003

Vannacht is het toch behoorlijk afgekoeld en we hebben heerlijk geslapen, na het ontbijt weer naar punta Sabbioni en van daar met de boot naar Venetië. Met één stop onderweg duurt de vaart zo’n 45 minuten. We komen aan vlak bij het Piazza San Marco. Venetië is één groot museum. Schitterende oude gebouwen, ze zijn met veel restauraties bezig. Als je het goed beschouwd heeft Amsterdam minstens net zo veel water. Wel gebeurt alles op, of aan het water. We maken een wandeling naar de ponte di Rialto, vandaar nemen we de waterbus over het Canal Grande richting treinstation.

Bij het busstation (Piazalla Roma) stappen we uit. In Venetië zelfmogen geen auto’s komen. In een parkje onderweg eten we een broodje. Duiven en mussen nemen daar in een fonteintje een bad, we hebben dus genoeg te zien. We wandelen weer terug naar de ponte di Rialto. Onderweg honderden winkeltjes met glaskunst, maskers en kleding.

 

Er zijn zelfs nu al ontzettend veel toeristen in Venetië. Eigenlijk hebben we het wel gezien op deze manier. Bij de Rialto-brug nemen we weer een waterbus naar Lido.

Lido is de grootste zandbank van de lagune, vroeger was het de chicste badplaats van Europa. Nog steeds zijn er veel grote hotels. We eten hier een pizza en kijken wat rond. Tegen zes uur gaan we weer met de grote boot terug naar punta Sabbioni. Elk uur vaart die boot en is nu op dit moment afgeladen vol, kun je nagaan hoe het in het hoogseizoen is. Terug op de camping gaan we eerst Merijn bellen. In Holland is alles goed. We gaan nog even zwemmen in zee. De temperatuur van het water is 25° C, je hoeft er dus niet eerst “door” te gaan. We eten rijst met ragout. Zoals elke avond luisteren we nog het nieuws via de wereldomroep en om half twaalf vallen onze ogen dicht.

Donderdag 3 juli 2003

 

Vannacht weer prima geslapen. Toch zijn we ieder ochtend om zo’n 7 uur klaar wakker. Wat wil je ook, als je daar het hele jaar op getraind bent. Het begint dan trouwens in de tent ook al behoorlijk warm te worden. Op de thermometers staat de wijzer om tien uur al op 27° C. We besluiten vandaag er een lekker ontspannen dagje van te maken, met veel zon en zee. Eerst was het nog wat nevelig, maar om elf uur is de lucht al weer strak-blauw. We ontbijten rustig, drinken koffie en doen de afwas. We doen eerst maar boodschappen, dan hebben we de hele dag voor onszelf. Ik koop nieuwe sandalen, Maartje een body-board en er is een € 1,-- winkel, waar Jenny en Maartje allerlei make-upjes, pinguins enz. kopen. We zijn de hele middag lekker op het strand. ’s Avonds hebben we een barbecue, weer het nieuws luisteren en daarna naar bed. Morgen zijn we van plan om richting Rome te gaan.

 

Vrijdag 4 juli 2003 

Om half elf hebben we alles ingepakt en gaan we op weg naar Rome. De reis is weer ongeveer 600 kilometer. Het is behoorlijk druk onderweg, veel vrachtverkeer en onderweg hebben we zelfs een behoorlijk pittige onweersbui. Het koelt er nauwelijks van op. Verder hebben we gelukkig een voorspoedige reis. We nemen dit keer alleen maar de snelweg via Bologna en Firenze. In Rome zelf nemen we de verkeerde kant van de afslag, maar als we dat eenmaal door hebben is de camping snel gevonden. Ook op deze camping is het nog erg rustig, we vinden een mooi plekje onder de bomen (een acacia en een vijgenboom) , zodat we in elk geval wat schaduw hebben en ’s morgens de tent niet uit branden. De grond is hier behoorlijk hard, we hebben een beetje moeite de tent goed te spannen. Als het zulk weer blijft is dat niet belangrijk, je kunt net zo goed alleen in de binnentent slapen. Vreemd om te bedenken dat je zo’n 1500 kilometer van huis ben. We zijn erg nieuwsgierig hoe Maartje ons Rome gaat laten zien. De bushalte is voor de camping, we zullen het morgen beleven.

Terug naar het begin

Zaterdag 5 juli 2003

 

Na het ontbijt gaan we eerst wat boodschappen doen. Tegenover de camping is een groter supermarkt. Bij de eigenaar van de camping kopen we buskaartjes. Hij verzekert ons dat we binnen 20 minuten bij het Vaticaans museum zijn. Bus 247 gaat naar het dichtstbijzijnde metrostation. Deze bus komt om de 15 minuten, dus lang te wachten hoeven we niet  en inderdaad, binnen 20 minuten staan we voor de poort van het Vaticaans museum. Onvoorstelbaar wat een rijkdommen de katholieke kerk in de loop der eeuwen verzameld heeft.  Wat vooral veel indruk maakt is de Sixtijnse kapel. Er zijn erg veel mensen om de schilderingen van Michelangelo’s plafond te bewonderen. Er mag niet gefotografeerd worden. Maar volgens de suppoost is op internet alles van het museum te downloaden.

Buiten in de tuinen is een schitterend uitgewerkte koperen bol van meneer Pommodoro. We moeten hier beslist nog eens naar toe. Alleen in dit museum kun je je wel een week vermaken.

 


Als het museum sluit willen we de Sint Pieter bezoeken, maar ik mag er met in met mijn ¾ broek. Jenny en Maartje hadden daar rekening mee gehouden, door extra bloesjes mee te nemen. Dan morgen maar, dan is het tenslotte ook zondag. We lopen naar de metro en kopen daar een weekkaart voor het openbaar-vervoer in Rome. Die kaart heb je eruit als je drie dagen reist, dat zijn we zeker van plan. We maken de omgekeerde fonteinen-route uit het boekje dat ik van Maartje op mijn verjaardag  heb gehad. Bij de Kapucijnermonniken bekijken we de kunstwerken die zij van skeletten hebben gemaakt. Een beetje spooky, maar wel inte-ressant om te beseffen hoe zij met de dood en het stoffelijk overschot omgaan. Ook hier mag weer niet gefotografeerd worden. Gelukkig maar dat er internet bestaat, zodat we alles kunnen downloaden. Hierna het vier fonteinen-kruispunt, de Spaanse trappen en dan naar de bus voor een rondritje, we hebben het wel gehad voor vandaag. Vanuit de bus zien we het Colloseum. Met de Metro terug naar station Lepantro, vanwaar de bus naar de camping vertrekt. De benen van Jenny lijken ernstig verbrand? Maartje en ik hebben nergens last van. Jenny staat op instorten als we op de camping aankomen en gaat even “plat”. Vanavond eten we biefstuk, gebakken aardappeltjes en sla. Als dat op is knapt Jenny gelukkig weer wat op. Het zal wel met “de regels” te maken hebben. Volgens de kalender is ze er zo’n beetje aan toe. Op de camping zijn cicaden druk in de weer om kenbaar te maken dat ze er zijn. Het is ongelooflijk dat zo’n klein beestje zo’n herrie kan maken. Gelukkig zitten ze voornamelijk onder aan de heuvel van de camping en als het helemaal donker is horen we ze ook niet meer. Net als iedere keer als we kamperen zien we ook iedere avond vleermuizen. Volgens Maartje ook een aantal jongen die het vliegen nog moeten leren en inderdaad, daar lijkt het op.

 

Zondag 6 juli 2003

 

Uitgeslapen tot half negen. Jenny was om zeven uur al buiten en heeft wat gelezen, gezeten en gekeken. Na het ontbijt om ongeveer half elf met de bus naar het Vaticaan. Dit keer hadden we uiteraard wel de correcte kleding mee. Overweldigend wat een mooie kerk is die St. Pieter. Op ons gemak bekijken we alles. In een glazen kist ligt het geconserveerde lichaam van paus Johannes de 23e. Het lijkt een beetje op een wassenbeeld. Maar het lijkt aan de andere kant ook net of hij net dood is. Ook bezoeken we de crypte, waar allerlei pausen en andere belangrijke mensen begraven liggen. Ondertussen zijn er steeds kerkdiensten, waaronder een doopdienst, aan de gang.  

De St. Pieter is de voornaamste van de 4 aartsbasilieken, gebouwd boven de oude, door Constantijn de Grote gebouwde, basiliek met het hoofdaltaar recht boven het het graf van Petrus. Het eerste ontwerp is van Michelangelo in de vorm van een Grieks kruis, zodat de koepel van alle kanten hoog zou oprijzen boven de basiliek (dit effect is nu nog te zien vanuit de tuinen of de musea). Later is de voorkant uitgebouwd tot een Latijns kruis door Maderno en Bernini, waardoor het effect van de koepel verdween.

  We gaan naar de liften om boven op de koepel te kunnen komen. Na de liften is het nog eens 320 treden omhoog door een schuine gang, voor je gevoel val je steeds en het is er erg smal. Met de hitte van vandaag een vermoeiende klim. Eenmaal boven is het zeker de moeite waard. Vanaf de koepel heb je een schitterend uitzicht over Rome. We staan op een hoogte van 136 meter! Ook de terugweg is weer zeer inspannend. Weer beneden bekijken we nog de schatten van het Vaticaan, inmiddels zijn een aantal kinderkoren aan het zingen.

 

We hebben zowat de hele dag in de St. Pieter doorgebracht. In een klein restaurantje eten we Lasagna, sla en ijs toe. We hebben nauwelijks nog voeten over en laten ons door tram, bus en metro door Rome rijden. Om half acht zijn we weer bij de camping. In de supermarkt doen we nog wat boodschappen. We hebben deze vakantie vooral veel behoefte aan drinken. We eten nog wat warme kip, brood en ijs. Na zo’n stoffige dag hebben we wel weer zin in douchen. Inmiddels hebben we ook aangeleerd om ’s avonds na het eten meteen af te wassen, anders is het vuil de andere dag zo aangekoekt dat je het er niet meer af krijgt. We zijn erg blij met ons wereldonvangertje, iedere avond horen we het belangrijkste nieuws en zo blijven we ook een beetje op de hoogte van het gebeuren in Nederland.

Terug naar het begin

Maandag 7 juli 2003

We komen deze morgen wat moeizaam op gang, gisteren was het ook een vermoeiende dag. Waarschijnlijk moeten we ook nog wat meer wennen aan de warmte. Om twaalf uur zijn we bij het colloseum. Het blijkt gesloten te zijn tot 2 uur in verband met een vakbondsbijeenkomst (staking?). We besluiten in de buurt te blijven en wat lekker in de schaduw te blijven zitten om mensen te bekijken. Inderdaad om twee uur kunnen we naar binnen. Ook het colloseum is weer een indrukwekkend gebouw (eigenlijk is het alleen nog maar een ruïne, maar je kunt je wel goed voorstellen hoe het vroeger is geweest. Als we alles zo’n beetje hebben bekeken gaan we naar het palantijn en het forum Romanum.  

Sinds de koningstijd (753-510 v.Chr.) had Rome haar markt in het smalle dal tussen de heuvels van de Palantijn, Coelius, de Esquilijn, de Quirinalis en het Capitolijn.

Het gebied was echter in het begin niets anders dan een moerasachtige vlakte. De gunstige ligging in het centrum van de nederzetting leidde er al vrij snel toe dat het Forum een sociale, politieke en religieuze functie kreeg. Aanvankelijk werd het drooggelegde terrein gebruikt als een begraafplaats, maar door plotseling stopzetting van de begrafenissen kon het worden gebruikt als een Forum (markt). Het openbare leven in de Romeinse steden concentreerde zich vooral op de markten (de fora). Dit was ook het geval in Rome waar het alledaagse leven zich afspeelde op het Forum Romanum.Op het Forum, de markt dus, werd niet alleen handel gedreven, maar ook over sociale vraagstukken gediscussieerd; er werd over oorlog en vrede besloten door de Senaat in de Curia Iulia, maar ook Augustus werd hier gekroond tot keizer. Onder zijn leiding vond er een grote metamorfose plaats van het plein en werden de tempels herbouwd.

 

Het Forum zoals wíj dat nu kennen, is later ontstaan op het kruispunt van twee wegen die voor ontmoeting en uitwisseling dienden. Het ontstaan van het Forum valt in het tijdperk dat de Etruskische koningen de afzonderlijke nederzettingen verenigen, omdat er toen een eenheid ontstond en deze beschaving de stedelijke cultuur bracht.Volgens de overlevering werd het gebied drooggelegd onder het bewind van Tarquinius Priscus, de eerste Etruskische koning van Rome (616-579 v.Chr.). Dit gebeurde door een riool aan te leggen: de zogenaamde Cloaca Maxima.

 

Het Forum Romanum wordt doorsneden door de Via Sacra. De Via Sacra, de 'heilige weg', loopt over de volle lengte van het Forum Romanum en loopt vervolgens over in de Via Appia, een weg die er óók nog steeds is.

 

                                                                                    

In de tijd dat keizer Augustus aan de macht was, werden de houten gebouwen vervangen door prachtige marmeren tempels, waar de goden en vergoddelijkte mensen in een gemeenschappelijke cultus werden vereerd. Dit bracht veel teweeg bij de intellectuelen die vonden dat de marmeren tempels wel mooi waren, maar dat de houten gebouwen meer "verbintenis" brachten met de goden. Door een brand in de derde eeuw na Chr., maar ook door de vernietigingen door de Goten en Vandalen, aardbevingen en onbegrip van latere tijden (de gebouwen werden afgebroken en vooral het marmer werd gebruikt om andere gebouwen, zoals de St. Pieter, te bouwen; dit gebeurde in de jaren 800-1300 na Chr.) hebben ertoe geleid dat er veel gebouwen nu op het Forum Romanum zijn verwoest. Het huidige Forum Romanum heeft al zijn oude glans verloren.

Als we alles bekeken hebben gaan we terug naar de camping, waar we om ongeveer acht uur zijn. Van de winkel nemen we warme pizza’s mee, we spelen zowaar nog een spelletje Match-point en gaan vermoeid, maar voldaan naar bed.

 

Dinsdag 8 juli 2003

Maartje voelt zich vandaag niet helemaal lekker, heeft last van hevige (maandelijkse) buikpijn. In overleg proberen we toch ons programma voor vandaag af te werken. Met behulp van één ibuprofennetje lukt dat gelukkig ook aardig. Met de bus en daarna de Metro gaan we naar station Barbarine op het Piazza Tritone. Vandaar nemen we de touristische electra-bus nummer 116 om naar het Pantheon te gaan. Een mooi gebouw, zo’n 2000 jaar oud en gemaakt van beton. In de buurt van het Pantheon zijn allerlei leuke winkeltjes. Jenny en Maartje gaan daar uiteraard “Shoppen”, ik ga lekker op een stoepje in dat straatje zitten om mensen te bekijken. We gaan weer verder met bus 116 en maken een rondje Villa Borghese, een schitterend park in het hartje van Rome. Al rijdend zien we een heleboel van de stad. We blijven in de bus zitten tot we bij de Engelenburgt aangekomen zijn. Deze bewonderen we van binnen en van buiten. Ook kan ik een paar leuke foto’s maken van de Sint Pieter en andere gebouwen in de stad, vanaf het topje van de Engelenburgt. Maartje is gelukkig weer helemaal opgeknapt. Zondag hadden Jenny en Maartje een paar winkl;etjes gezien met leuke kleding. Daar dus maar op af. We eten eerst onderweg een lekker pizza in de Via Ottaviano. Jenny slaagt wel in de winkeltjes, maar voor Maartje loopt het op een teleurstelling uit, naar Italiaanse normen is ze een beetje te fors geschapen van boven. Inmiddels is het bijna donker. Het lijkt ons leuk ook Roma bij nacht vanuit de bus te zien, daarom gaan we maar weer naar het Piaza Tritone om met lijn 116 het rondje door de stad te maken. Helaas volgens de dienstregeling rijdt deze bus maar tot acht uur. Dan maar bus nummer 175, die langs het Colloseum enzovoort zal rijden. We moeten nogal lang wachten en hebben inmiddels ook al een ijsje gegeten. Ineens komt bus 116 er aangereden??? Wij stappen in en hebben de bus voor ons alleen een privé rondje door de stad. Hij maakt wel een ander rondje door de stad dan vanmiddag, maar we zien weer allerlei bekende en beroemde gebouwen, fonteinen en beelden, nu schitterend verlicht. Ineens rijdt de bus de parkeergarage van het vaticaan binnen en de chauffeur zegt dat het het einde van zijn werkdag is en of we de bus maar willen verlaten.

 

Waarschijnlijk is het helemaal niet de bedoeling geweest dat wij mee zouden rijden. We doen nog een nachtelijk rondje Sint Pietersplein, dat mooi verlicht is, met mijn standaard lukt het om een paar mooie foto’s te maken. Onderweg naar het busstation struikel ik door een gat in de stoep en maak een behoorlijke smakkert. (de schade viel achteraf gelukkig reuze mee!). Om kwart over elf komen we op de camping aan, na het douchen nog wat borrelen. We zijn van plan om morgen weer op weg te gaan.

 

 

 

 

 

 

Terug naar het begin

 

 

Woensdag 9 juli 2003

Om elf uur zijn we weer op weg, binnen een half uur zijn we ruim Rome uit en rijden we op de tolweg richting Firenze. Het is erg warm, de thermometers onderweg wijzen ruim 30°C. Halverwege Firenze gaan we richting Ravena. En zo richting Rimini. De camping is in Milan Marittima. Om vijf uur zijn we al op de plaats van bestemming. We hebben een mooie tocht door de bergen en passeren een hoge pas (1200 meter). Als we de tent op hebben gezet gaan we in het nabij gelegen plaatsje kijken en ons flesje camping-gaz omruilen voor een volle. Ook kijken we nog even op het strand, een mooi zand strand. We eten rijst met ragoût en sla en meloen en koffie toe. Maartje en ik doen de afwas, we douchen, borrelen en gaan op tijd naar bed. We hebben vandaag een krappe 500 kilometer gereden.

 

Donderdag 10 juli 2003

 

De camping waarop we zitten is een echte Italiaanse familiecamping. We hebben gelukkig weer een plekje onder de bomen, dus veel schaduw en een stuk koeler. De camping heet Villaggio Pineta in Milana Marittima, vlak bij Cervia. Vanmorgen heeft Jenny de was gedaan. Om ± 12 uur gaan we naar het strand. Weer een zonnige heldere dag. De Italianen zelf zie je niet op de warme uren op het strand. Dankzij het strandtentje hebben wij genoeg schaduw en blijven tot zes uur. We hebben lekker gezond en gezwommen in zee. Om zes uur gaan we boodschappen doen in Cervia, na het eten maken we wandeling langs het strand. Onderweg krijg ik wat buikkrampjes, maar kan gelukkig nog net op tijd de WC bereiken. Na de thee, het douchen en de borrel naar bed. Een lekker luie dag na de drukte van Rome

 

 

 

 

Vrijdag 11 juli 2003

Vandaag zijn we na heerlijk geslapen te hebben, het is hier ’s nachts koeler dan in Rome, lekker vroeg op het strand. We maken nog net de door de camping georganiseerde ochtendgymnastiek mee. Er is een rimpelloze zee en om ongeveer halféén vertrekken we naar Rimini, een mondaine badplaats vlak bij de plaats waar we nu kamperen. Rimini is een verschrikkelijke plaats, tenminste het gedeelte dat aan zee ligt. Attractiepark, naast attractiepark, hotel naast hotel, privéstrand naast privéstrand. De oude binnenstad is wel leuk, er zijn nog een aantal oude gebouwen, vooral de overdekte vismarkt is erg mooi. Ook is het hier, zeker om deze tijd lekker rustig. We hebben hier zeer uitgebreid ijs gegeten en om een uur of vijf zijn we weer terug op de camping. We gaan maar weer naar zee om een beetje af te koelen. Na het eten en douchen gaan we flaneren in Lido, het is daar behoorlijk druk, ’s avonds zijn alle winkels open en de plaatselijke schutterij geeft een demonstratie. Maartje vindt in een van de winkels een tafelzeil met pinguïns er op. Om half twaalf kunnen we onze ogen niet meer open houden en kruipen maar in onze binnententen.

  Terug naar het begin

Zaterdag 12 juli 2003

We hebben eerst lekker uitgeslapen en daarna boodschappen gedaan. Jenny heeft een nieuwe bikini gekocht. Van ongeveer 3 uur tot 7 uur zijn we op het strand geweest. Op zaterdag is het behoorlijk druk op het strand, gelukkig zijn het bijna alleen maar Italianen. In het week-end komen er veel mensen op de camping bij. Door de week zijn het voornamelijk grootouders en hun kleinkinderen. In het week-end komen daar de ouders bij. Bij de tent is een mussenfamilie druk in de weer. Vader en moeder mus leren hun kinderen eten “pikken” bij de tenten. Ze zijn helemaal niet bang.

 

Zondag 13 juli 2003

Gisterenavond net voor het slapengaan nog een “Nutella-party” meegemaakt. Voor de kinderen wordt er elke avond op deze camping iets georganiseerd. Onder de chocoladepasta komt Jenny thuis. Gelukkig alleen maar op de blote plekken, het is dus zo weer schoon. Om half elf hebben we alles ingepakt en gaan op weg naar Oostenrijk. Bij het verlaten van de camping krijgen we nog een paar cadeautjes: een rugzak en een naai-etuitje. Na een half uur rijden komen we langs een ernstig ongeluk. Een auto is op een rijtje auto’s geknald die voor een stoplicht stonden te wachten. Er zijn voldoende mensen om te helpen, dus rijden we maar door. We zijn er wel even stil van. Op zo’n moment besef je weer eens dat een ongeluk in een klein hoekje zit. Je bent erg kwetsbaar en afhankelijk van de andere weggebruikers. We hebben verder gelukkig een voorspoedige reis, voornamelijk over wat kleinere wegen. Om kwart voor zes zijn we op de camping in Matrei in Oßt Tirol, midden in het Nationalpark Großglockner, Großvenediger.

 

Na het eten verkennen we het dorpje. Het is echt zo’n alpen dorpje, met een mooi kerkhof. We zien bij alle graven lampjes (kaarsjes). We vinden het behoorlijk koel, als de zon onder is, onze berejasjes komen nu el van pas. Maartje is een beetje teleurgesteld dat er zo veel Nederlanders op de camping zijn.

We zien morgen wel, of het echt zo ernstig is. We maken een behoorlijke wandeling door het dorp. Na al die warmte is de afkoeling een verademing. We zijn benieuwd of de verwachtingen die op de heenreis zijn geschapen werkelijkheid worden. In de winkels en op de camping zijn ze reuze aardig. Dus het zal wel goed komen. We gaan deze avond van de kou (het is nog wel boven de 20ºC) naar bed en kruipen voor het eerst sinds weken weer in de slaapzak

 

Maandag 14 juli 2003

  Deze nacht was het heerlijk koel, dus hebben we lekker geslapen, om half zeven moet ik naar de WC, het is helemaal bewolkt, een heel lage bewolking, alles is nat door de dauw. Na de WC weer lekker in de slaapzaal. Om half negen er weer uit. De bewolking begint al op te lossen en om half elf is het al weer warm. We besluiten met “der Goldried Bergbahnen” de Klaunzerberg op te gaan. Vanaf de camping zien we de gondels naar boven gaan. Als we er in zitten blijkt dat we maar ongeveer 1/3 deel van die rit kunnen zien de berg maakt en knik en gat nog 2/3 deel verder omhoog tot zo’n 2400 meter hoogte. Echt lekker voelen we ons niet want het gaat behoorlijk hoog. We stappen uit en maken een schitterende wandeling van ± 4½ uur. We hebben schitterende uitzichten op 60 toppen van meer dan 3000 meter hoogte. De hoogste is de Großglockner met 3798 meter hoogte. Het is schitterend weer en erg helder. We hebben dus een prachtig uitzicht en ik maak heel wat foto’s . Na de lange wandeling nemen we de “bergbahn” ook weer naar beneden. Onderweg zien we vanuit de gondel een ree in het bos op de berg. Onderweg naar de camping (zo’n 10 minuten lopen) komen we langs twee supermarkten. We doen wat boodschappen, omdat we vanavond willen BBQ-en. Maartje neemt een groot pakket voor 4 personen. Het zijn erg grote porties en we kunnen het niet op. De meeste Nederlanders op de camping zijn verdwenen. Wat wij er van begrijpen doen ze een meerdaagse wandeling van berghut naar berghut. Verder hebben we ook nauwelijks last van ze. Tijdens de vakantie houden we ons meestal ook afzijdig van de andere Nederlanders. Wij vinden het leuker om ons meer internationaal op te stellen. Eigenlijk moeten we tijdens de vakantie niets van Nederlanders hebben. Wehebben regelmatig contact met Nederland via de mobile-telefoon. Het is wel makkelijk, maar ook wel duur. Ik denk dat we tot nu toe met de weinig korte gesprekken al zo’n € 30,-- kwijt zijn. Volgend jaar moeten we het maar combineren met een gewone telefoon-kaart. Om elf uur kunnen we onze ogen niet meer openhouden. Het koelt zo tegen de avond behoorlijk af, we zitten zelfs op de camping op 1000 meter hoogte en we hebben onze buik meer dan vol gegeten, wat wil je dan.

Dinsdag 15 juli 2003 

Vannacht zowel Jenny als ik wakker geworden van de dorst, we hebben gisteren waarschijnlijk heel wat vocht verdampt. De hele vakantie al drinken we liters water. Ook zorgen we voor voldoende zout door middel van cup-a-soup en drop. Er is vanmorgen vroeg erg veel vracht verkeer, wat vlak langs de camping rijdt. Hopelijk rijden ze morgen vroeg niet zo vroeg. Om half negen gaan we uit bed, ik ga boodschappen doen in de supermarkt naast de camping, ik doe ze gelijk ook maar voor vanavond, dan zijn we voor de hele dag klaar. Om half negen is het gelijk a; aardig warm. We hebben gisterenavond besloten om vandaag naar Ströden, gemeente Prägraten te gaan naar de Umbalfälle (watervallen). De Isel ontstaat hier (de rivier die door Matrei stroomt), als gletsjer-rivier. Om goed elf uur zijn we bij het begin van de wandelroute en wandelen tot ongeveer vier uur. Er zijn allerlei watervallen en stroomversnellingen te zien, we doen de route op ons gemak. We nemen geregeld een pauze. Dat is ook wel nodig met deze temperatuur. Het water is ijskoud, je voeten houd je er niet al te lang in. Het is wel heerlijk om even af te koelen. Aan het eind van de wandeling vindt Maartje een mooie wandelstok voor mij. Na een ijsje gegeten te hebben gaan we terug naar de camping. Na het eten tijdens de afwas slaat het weer plotsklaps om. Ineens een hevige onweersbui van ± 15 minuten. Daarna wordt de lucht weer helder. Ook wordt het langzamerhand donker. We wandelen naar het dorp, om te kijken of de lampjes bij de graven op het kerkhof nu ook branden. En inderdaad dat is op zo’n gewone doordeweekse dag ook het geval. 

"Umbalfaelle", Aquarell © Hannelore Nenning

We zien een heleboel mooie kruizen (echte kunstwerken), alk graf heeft zijn eigen wijwaterbakje. Via een andere route lopen we terug naar de camping. We komen langs een grote scholengemeenschap, waarin ook een dagcentrum voor mensen met een verstandelijke beperking. Op de camping ons gewone avondritueel, nieuws uit Nederland luisteren, een borrel drinken en op tijd naar bed. Vooral na zo’n inspannende dag als vandaag kunnen we om elf uur onze ogen niet meer open houden. Morgen gaan we een wandeling in de buurt houden hebben we vanavond uit de brochure gezocht, die we van de campingbeheerder hebben gekregen.

Terug naar het begin

 

Woensdag 16 juli 2003

  Vanmorgen werden we pas om half acht wakker, we hebben lekker aangelummeld met een uitgebreid ontbijt en koffie, om half elf vertrekken we naar Huben, de buur-gemeente van Matrei. Het vertrekpunt van de wandeling kunnen we helaas niet vinden, maar na een stukje rijden vinden we wel het aankomstpunt. We maken de wandeling dan maar in omgekeerde richting. De wandeling voert door mooie oude bossen en langs alpenweiden.  Onderweg vinden we een dode vlinder, in het boekje vinden we dat het een keizersmantel is. De wandeling is niet te vergelijken met de wandelingen, die we de voorgaande dagen hebben gemaakt. Niet zo veel klimmen en dalen en we komen de hele wandeling geen mens tegen. We komen net buiten Huben op een boerenerf uit,  langs de Isel lopen we terug naar het dorp, onderweg komen we een kapelletje tegen, tegen de bovenrand zit een net met wilde bijen. In het dorpje rusten we wat uit in de kerk, waar het heerlijk koel is. Ook vandaag weer prachtig zonnig weer en behoorlijk warm. Gek, je went er op den duur toch een beetje aan. Via de “normale” weg lopen we ongeveer een half uurtje terug naar de auto. Voor ons gevoel wordt het steeds warmer en ons water is op. De auto is ook erg warm, we rijden door naar St. Jacob, midden in het dorp een watertappunt met heerlijk koud quellwater. Ook bezoeken we hier uiteraard de kerk. In de hal hangt een frote lijst, met daarin allemaal fotootjes van de gevallenen van de 2e Wereldoorlog. Vreemd, bijna allemaal kinderen in nazi-uniformen.

In St. Jacob doen we boodschappen en halen allerlei lekkere dingen voor de lunch. We picknicken bij een mooi bergbeekje.

We vervolgen de weg richting Italiaanse grens. Een schitterende omgeving: erg ruig landschap. Ondertussen zijn we een heel stuk gestegen ik schat dat we op zo’n 2000 meter hoogte zitten. Hier wandelen we wat en zoeken stenen. Na een uurtje rijden we verder en zo maar ineens weer in Italië. We komen langs een mooi “hoogte” meer. We spreken af dat we daar morgen heen gaan. Om half zes gaan we weer richting camping, het is ± drie kwartier rijden. Merijn belt ons en meldt dat Pa Marsman en Marion Briefjes zijn overleden. Na het eten en afwassen gaat Maartje douchen en wij borrelen. In eens begint het behoorlijk hard te waaien en in een half uurtje trekt de lucht dicht en begint het hevig te regenen. Om elf uur wordt het droog en trekt de hemel weer open. Elke nacht zien we een mooie sterren hemel zo ook weer deze nacht. Na het nieuws gaan we weer moe, maar voldaan de slaapzak in.

Donderdag 17 juli 2003

  Maartje heeft lekker uitgeslapen tot kwart voor tien. Inmiddels is het al weer behoorlijk warm geworden. We gaan op weg naar de Obensee op 2026 meter hoogte. Op deze hoogte is het behoorlijk fris en het water is ijskoud. We kunnen er helaas niet in zwemmen. Het water is prachtig helder we zien kikkervisjes en forellen en natuurlijk koeien. We hebben het hele meer rondgewandeld en gaan dan naar Lienz de regio hoofdstad. Het is een echte provinciestad met wat grotere winkels en veel toeristen. Ook hier een echt Italiaanse ijssalon, dat moeten we uiteraard uitproberen.Terwijl we door de stad lopen begint het te regenen. In een overdekt winkelcentrum eten we een pizza. Bij een bloemenwinkel koopt Jenny een edelweiss plantje om mee te nemen voor ons rotstuintje thuis. Langs de Isel lopen we terug naar de parkeerplaats waar de auto staat. In het dorp hebben we aantal leuke en mooie standbeelden gezien. We gaan terug naar de camping. Weer trekt de lucht dicht en beleven we een heftig onweer. Na het eten heldert het gelukkig weer op. Er zijn schitterende luchten, iedere keer een andere lichtinval tussen de verschillende bergen door. Het is behoorlijk afgekoeld, tot zo’n 15º C. Dat wordt lekker slapen, dan zijn we goed uitgerust en uit-geslapen, want het is de bedoeling dat we morgen weer naar huis gaan. Oostenrijk was een aangename verassing voor ons. We hebben eigenlijk alleen maar aardige mensen ontmoet en de natuur is echt schitterend. We pakken alvast de spulletjes in die we in kunnen pakken, zodat we morgen een beetje op tijd kunnen vertrekken. 

Vrijdag 18 juli 2003

  Op tijd wakker, ontbijten en de boel inpakken en afbreken. Bij het wakker worden is het al mooi helder weer en de tent droogt dan ook in rap tempo. Als we klaar zijn met inpakken is de tent gelukkig ook droog. Om kwart voor tien is alles klaar en kunnen we afrekenen en vertrekken. We hebben vandaag 1200 kilometer voor de boeg. Gelukkig rijden we allebei dus kunnen we elkaar regelmatig aflossen. Tien uur zijn we op weg, via de Tauerntunnel, ongeveer 5 kilometer lang, Kitzbühel, St. Johan en Kufstein naar München. Vandaar via de Duitse autobanen naar Nederland. We hebben een redelijk rustige en voorspoedige reis. Uiteraard om de twee uur een rustpauze met koffie, soep, of wat anders. Bij Ludwigshafen gaan we nog even van de autobahn af om bij een supermarkt onze drankvoorraad aan te vullen. Tegen 9 uur zijn we weer in Nederland, even voorbij Venray gaan we in Beers dineren. We hebben oma al even gebeld om te melden dat we qweer in het land zijn, maar nog niet thuis. Het zal wel 12 uur worden, als we de tijd voor het eten nemen. Na het eten verloopt de rest van de reis gelukkig ook weer voorspoedig. Om half twaalf rijden we de Strickstraat in. We pakken gelijk maar de kar en de auto leeg (de troep vinden we morgen wel weer). Merijn, Iris en Amber hebben het huis keurig nagelaten. We nemen nog een flinke borrel en kruipen heerlijk in ons eigen bed.

Terug naar het begin