Reis door Iran

 

 

 

Jenny & Herman Brouwer

 

 

 

April – Mei 2002

 


 

Zondag 28 april

 

Vroegtijdig op weg naar Schiphol. Merijn en Amber brengen ons. We hebben wel wat kriebels in onze buik, wat zullen we de komende tijd mee maken? We hebben hoge verwachtingen en zullen deze wel uitkomen? Een beetje een sprong in het diepe. Heel wat mensen hebben ons voor gek verklaard om naar zo’n land te gaan, anderen vinden het helemaal te gek, wie zal er gelijk krijgen.

 

Goed twaalf uur komen we bij de vertrekhallen aan. Om de paspoorten en visa op te halen moeten we bij vertrekhal 2 zijn. Merijn zet ons bijna voor de deur af, we moeten haastig afscheid nemen door de drukte en hebben nog net tijd om Amber even een knuffel te geven.

Het is erg druk op Schiphol het is mei vakantie, de meeste scholen zijn twee weken vrij en er zijn heel wat mensen die de zon op willen zoeken. We merken dit vooral in hal twee, de reizen binnen de Europese Unie. We vinden al snel de balie van Holland Handling en krijgen keurig de envelop met de paspoorten inclusief de visa uitgereikt.

 

De visa zien er indrukwekkend uit, een hele bladzijde van het paspoort beplakt met een officieel uitziend formulier met vreemde tekens en stempels.

De eerste opluchting, want het is toch wel vreemd  op weg te gaan naar zo’n land zonder pas en visum en er maar op te vertrouwen dat ze er wel zullen zijn.

De tickets zullen we van onze reisleider krijgen bij de Iran Air ticket balie in vertrekhal 3. Er staat voor de balie nog een echtpaar, die ons vraagt of wij deelnemers zijn aan de reis en wachten op de reisleider. Inderdaad, we zijn nogal vroeg, deze zal dus ook wel snel komen. We wachten en langzamerhand komen er steeds meer mensen bij ons staan, zo te zien zijn het mensen van onze leeftijd, of iets ouder, of jonger.

 

Na 1½ uur wachten nog steeds geen reisleider, dat duurt toch wel een beetje lang. De meeste reisgenoten zijn flink aan het mopperen. Na een paar keer vragen aan de balie van Iran Air besluit de beambte achter de balie de tickets toch maar uit te delen. De afhandelingen bij het inchecken verlopen verder soepel, hoewel er wel behoorlijke rijen staan. Een aantal reisgenoten leren we al een heel klein beetje kennen, net zoals altijd is het schitterend om dat te observeren, de één probeert voor te dringen, de ander moppert voortdurend en weer een ander probeert de humor er van in te zien.

 

We staan dit keer zowaar in de goede rij. Het schiet lekker op en een juffrouw van de KLM checkt ons daadwerkelijk in, labelt onze koffers, geeft ons onze boarding-passen  en wenst ons een goede reis. Ook de paspoortcontrole geeft geen problemen en we lopen naar de D pier waar vluchtnummer IR 764 van Iran Air naar Teheran om 15.30 uur zal vertrekken. Omdat we overal zo lang hebben moeten wachten kunnen we gelijk aan boord van het vliegtuig, een grote Airbus 300-600. Inmiddels heeft Jenny zich helemaal ingepakt.

 

Het vliegtuig is tot de laatste stoel bezet. In het vliegtuig hebben bijna alle vrouwen al een hoofddoek om, de stewardessen zijn gekleed zoals we ons dat voorgesteld hebben, nog net geen burka aan maar wel alles “netjes“ ingepakt. Het mannelijk personeel een beetje standaard, alleen de stropdas ontbreekt. We zitten ongeveer halverwege het vliegtuig in het midden gedeelte. We krijgen van de steward een stukje nougat en om een paar minuten over half vier taxiet het vliegtuig naar de startbaan. Voor we er eigenlijk erg in hebben zitten we in de lucht en laten we Nederland achter ons. 

 

Overal in het vliegtuig hangen televisies waarop informatie over de vlucht te lezen valt: de hoogte waarop het vliegtuig zich bevindt, de buitentemperatuur, hoever nog te gaan, en de snelheid ten opzichte van de grond. Ook is op een landkaartje te zien waar het vliegtuig zich bevindt. In een korte tijd bevinden we ons op zo’n 10 kilometer hoogte, waar het 56˚Celsius onder nul is. Het vliegtuig heeft een snelheid die oploopt tot boven de 1000 kilometer per uur.

 

De stewardess die de mededelingen doet is nauwelijks te verstaan haar Engels is niet al te best, toch krijgen we wel door dat over ongeveer een half uurtje het diner en aan het eind van de reis refreshments zullen worden geserveerd. Er worden cadeautjes rondgedeeld: een pakketje met sokken en een slaapmaskertje.

 

Na zo’n halfuurtje komen de stewards langs met het eten en drinken. Het ziet er goed verzorgd uit: gerookte zalm met eier-salade, die zelfs Jenny lekker vindt, een runderstoofpotje, salade, een bolletje met Hollandse roomboter, fris (alcohol wordt in Iran niet geschonken!) en als toetje koffie met Schwartzwälder Kirschtorte. Wat ons opvalt is dat de werkzaamheden voornamelijk door het mannelijk personeel wordt gedaan. De reis verloopt erg soepel, geen turbulentie of zoiets.

 

Er wordt een Iraanse film vertoond, erg dramatisch, maar wel goed gespeeld.

Van Amsterdam vliegen we via Leipzig – Dresden – Wenen – Het Carpatischgebergte ten Noorden van Belgrado en Istanboel richting Teheran. In de buurt van Tabriz passeren we de Turks Iraanse grens op een hoogte van 10.000 meter, terwijl we de versnaperingen (Snickers, pinda’s, browny) opeten, bij de geserveerde fris, koffie en thee.

 

Na zo’n vijf uur vliegen, zet het vliegtuig zijn landing in. Het informatiescherm geeft continu door hoe hoog we zitten en wat de snelheid is. Langzaam lopen beide terug. Als de snelheid gezakt is tot zo’n 300 kilometer per uur en de hoogte nog zo’n 1000 meter is maakt het vliegtuig een vreemd geluid en hobbelt het een beetje, we zijn geland! . Een vreemde gewaarwording, we hadden het nog niet verwacht, maar Teheran ligt op 1000 meter hoogte en niet zoals Schiphol, op zee niveau!

We zijn het vliegen eigenlijk ook wel een beetje zat, die 5½ uur is lang genoeg. Het is half  twaalf plaatselijke tijd als we het vliegtuig via de trap verlaten en in een bus stappen die ons naar de aankomsthal zal brengen.

 

Het is middernacht, maar buiten nog lekker zwoel, zo’n 28˚C.

In de aankomsthal worden we gelijk in 3 rijen verdeeld, voor een half deurtje moeten we blijven staan, om de beurt mag er één persoon door dat deurtje naar binnen. Achter een loket zit een man met een indrukwekkend uniform hij kijkt de paspoorten nauwkeurig na, typt onze namen in de computer, kijkt nog even serieus naar het scherm en zet een stempel in ons paspoort.

Tijdens het wachten in de rij maken we kennis met ons reisbegeleider, het is een vrouw en haar naam is Janine. Ze had een vertraging in het verkeer opgelopen door twee files, vandaar was ze te laat op Schiphol. Janine biedt haar excuses aan. We lopen een trap op, boven worden we gescheiden, de mannen links en de vrouwen rechts, de handbagage en wijzelf worden gecontroleerd. Alles verloopt soepel.

 

We zijn in de Islamitische Republiek Iran.

 

We wachten op de koffers. Inmiddels maken we ook kennis met onze Iraanse gids Mohammed een vriendelijk ogende man van zo’n jaar of vijfenveertig. Ons wordt door hem geadviseerd nu alvast geld te wisselen. Meer dan $ 50 is niet mogelijk voor 2 personen dus $ 100 dat wordt ± 800.000 Rial. Omdat 10.000 Rial de grootste munteenheid is krijg ik 80 briefjes en dat voor die 100 dollar. Voor de vertrekhal staat een luxe bus op ons te wachten. In totaal hebben we 4 personen die ons begeleiden: Janine, Mohammed, de buschauffeur en de boy (busassistent). De bus rijdt met een vaartje van het vliegveld naar ons hotel “het Koswar hotel”. Onderweg krijgen we van de busboy allemaal een flesje water.

 

De rit duurt zo’n dertig minuten. We komen onder andere langs een verlicht monument op het Azadie plein. Het is een soort Arche (ereboog) zoals in Parijs, maar dan toch weer anders. Volgens de gids zal hij later tijdens de reis er meer over vertellen.

Het verkeer onderweg is nog vreselijk druk, zo te zien allemaal oude auto’s waarvan de verlichting niet, of slecht werkt. Het is al na middernacht en van de stad is niet zo veel te zien.

 

We komen bij het hotel aan, een statige trap leidt naar een grote hal met veel marmer en wat gezellige bankjes. We mogen onze koffers alleen aanwijzen, maar vooral niet oppakken een hele rij bedienden staan klaar om ons, met onze koffers naar de kamer te begeleiden. De kamer is warm ingericht, eenvoudig maar wel netjes. De badkamer is ook keurig schoon, maar wel wat verouderd. We gaan nog snel even douchen, want we worden morgen om 8 uur gewekt. Om goed één uur liggen we in bed, vreemd in Nederland is het pas half elf maar voor ons gevoel is het toch al wel heel laat.

 



Maandag 29 april

 

Om acht uur worden we keurig gewekt, we hebben aardig geslapen. Als Jenny de gordijnen van de kamer opentrekt ziet ze bergen met besneeuwde toppen in de verte. We wassen  ons, kleden ons aan en gaan naar beneden voor het ontbijt. In de ontbijtzaal komen we onze reisgenoten weer tegen. Het ontbijt is prima, verschillende soorten brood, sapjes, koffie, thee, watermeloen, yoghurt en allerlei soorten hartig en vooral zoet beleg. We laten het ons goed smaken.

 

Na het ontbijt moeten we nog even wachten op de bus, omdat hij de straat niet in kan vanwege het drukke verkeer. We maken een rit door Teheran terwijl we op weg zijn naar het Golestanpaleis. Nu zien we wat meer van de stad, het verkeer en de mensen.

De stad ziet er grauw en vies uit, het doet me herinneren aan Parijs zo’n dertig jaar geleden. Overal in Teheran zijn muurschilderingen op de blinde muren van grote gebouwen. Portretten van Khomeiny, Khamenei, Khatami en heel veel afbeeldingen van martelaren (mensen die omgekomen zijn in de oorlog met Irak).

 

Er staan wel veel bomen langs de kant van de wegen in een soort brede goot waar water door stroomt en ook zijn er veel pleintjes en rotondes met gras en bloemen.

De meeste wegen zijn redelijk breed, de hoofdwegen hebben zelfs 6, of 8 banen. Wel is het verkeer ontzettend druk, er zijn overal stoplichten, maar niemand lijkt zich van die stoplichten iets aan te trekken. Ik neem m’n petje af voor de chauffeur, die toch met een redelijke snelheid door de stad toert.

 

Alle vrouwen hebben inderdaad hun hoofd bedekt en er is nauwelijks een stukje huid te zien. Wat wel opvalt is dat er al veel vrolijke kleuren gebruikt worden in de kleding, een spijkerbroek onder een manteau (soort regenjas) zien we vaak. Ze hebben prachtige schoenen aan. Ook bedekt de hoofddoek vaak niet al het haar. De gids vertelt ons dat dat eigenlijk alleen in Teheran getolereerd wordt. De mannen zien er net zo uit als bij ons, modieus gekleed. Naast al die grijze gebouwen valt hier en daar een gebouw met mooi gemetselde stenen in mozaïek vormen op.

 

We komen aan bij een mooi park, in dat park bevindt zich het Golestanpaleis, “het paleis der rozen”, gebouwd in de 19e eeuw. Dit paleis was de residentie van de Qajarvorsten. Ook de laatste Sjah is hier gekroond in 1967. Eén van de paviljoens is ingericht als museum, waar veel gebruiksvoorwerpen en klederdrachten van de etnische groeperingen van Iran te zien zijn. Het is een mooi park met veel vogels, parkieten, bonte kraaien, pauwen en zwanen. Ook schitterende bloemperken, vooral veel rozen.

Tijdens ons bezoek is er ook een klas met jongens van zo’n jaar of 10, 12. Ze zijn erg nieuwsgierig naar wie wij zijn, ze doen erg stoer naar elkaar. Gelukkig weinig verschil met de kinderen in Nederland.

Het begint al aardig warm te worden, het is wisselend bewolkt en ongeveer 30˚C, maar gelukkig niet benauwd.

 

We worden verzocht weer in de bus te stappen. Het is de bedoeling dat we de zomerpaleizen van de vroegere Sjah gaan bezoeken. Deze paleizen liggen in het noorden van de stad, we moeten daarom de hele stad doortoeren. Er rijden veel oude auto’s in de stad, we zien veel Peykan’s (Iraans merk), Peugeot’s en ook veel nieuwe Kia-pride’s met een kontje, die in Iran worden geassembleerd. De prijzen van auto’s zijn te vergelijken met die van in Nederland, alleen de benzine prijs is een beetje lager ($ 0,07 per liter). Het noorden van de stad is meer welvarend dan het zuiden. Dat is vooral te zien aan de winkels, veel chique kleding- en schoenenwinkels, juweliers en parfumerieën. In de bus krijgen we koffie, of thee, snoep en koek.

 

We komen bij de paleizenwijk aan, deze wijk ligt zo’n 500 meter boven de stad, op 1500 meter hoogte. Er zijn veel bomen en verkoelende bronnen, daarom is het er ’s zomers lekker koel. Alle familie van de Sjah woonde ’s zomers in deze (toen extra beveiligde) wijk, ieder familielid had zijn eigen paleisje.

Ook voordat wij deze wijk in mogen moet Mohammed zich bij de controlepost melden. Het is vreemd te merken dat onze bus steeds door mag rijden tot de ingang van de te bezoeken plaatsen.

We worden onder aan de trap van het zomerpaleis van de Sjah en Fara Diba afgezet, het zogenaamde “Witte paleis”, de buitenkant stelt niet zo veel voor. Het paleis is naar onze smaak nogal protserig ingericht, veel in Louis XIV stijl. Wel zijn er prachtige tapijten, op maat gemaakt voor de grote zalen (aan sommige is 6 jaar gewerkt!). We kunnen het ons nauwelijks voorstellen dat je in zo’n omgeving kunt wonen. Er hangt totaal geen sfeer en het is er erg ongezellig.

Als we alle ruimtes hebben bekeken worden we weer naar de bus gedirigeerd. Een grote groep meisjes in een soort groen broekpak met een chador (zwarte cape, die ook het hoofd bedekt) zwaaien en lachen naar ons. Zo te zien zijn de Iranezen open, nieuwsgierige en aardige mensen.

 

Vlak buiten de paleizenwijk gaan we in een restaurant lunchen, het ziet er modern uit, veel chroom en spiegels. Het is de gewoonte dat er twee keer per dag warm wordt gegeten. We krijgen water, salade, kruiden, brood, gegrild lamsvlees en rijst met saffraan. Het smaakt prima, het eten dat we tot nu toe hebben gekregen is lekker. Ook staat er mineraal water voor ons klaar en wordt er Zam-Zam geschonken, de  Iranese Cola, vaak in Coca-, of PepsiCola flesjes.

 

Na de lunch krijgen we de gelegenheid om de Bazaar van Teheran te bezoeken, we zijn nog maar net in Teheran en we hebben nu al zo veel gezien, dat we het gevoel hebben er al een hele poos te zijn. Het is ook zo’n volledig andere wereld.

De Bazaar heeft veel weg van de Oosterse Markt in Beverwijk, natuurlijk ook wel weer anders, schapenkoppen zie je bij ons niet op de toonbank liggen. Er is veel aanbod van alles, zo te zien, allerlei soorten fruit en groenten, kruiden en kruidenierswaren. Ook zijn er kramen met allerlei plastic prullaria in de meest zoete kleuren en veel goud-, zilver- en kopersmeden.

Er is ook een winkeltje met dierenbenodigdheden. Boven de deuren van veel winkeltjes en huizen hebben we al vogelkooitjes zien hangen. Hier zijn ze dus te koop, evenals konijntjes en allerlei soorten voer. Ook staat er een kooi met eendags kuikentjes in allerlei felle kleuren geverfd.

Bij de groenteman zien we een bak met bladeren en zijderupsen. Volgens de koopman zijn die om kinderen te laten zien hoe die zich ontwikkelen tot vlinders (Later komen we er achter dat ze ook gegeten worden). Er zijn hier behoorlijk wat mensen die een beetje Engels spreken.

 

Op de afgesproken tijd is iedereen weer bij de bus, we gaan op weg naar de nationale bank van Iran, waarin de kelder de (kroon-) juwelen van de Sjah te bezichtigen zijn. We worden goed gecontroleerd, alles moet worden afgegeven, tassen, fototoestellen, enz. Ook moeten we door detectiepoortjes. Door een aantal dikke kluisdeuren komen we in de kelder. Grote vitrines laten de voormalige bezittingen van de Sjah zien, van huishoudelijke zaken tot de kroonjuwelen en de pauwentroon. Het is niet normaal meer, gouden bordenwarmers met massa’s edelstenen, sieraden voor de paarden van puur goud, bezet met parels en diamanten, de pauwentroon met 26.000 edelstenen en als pronkstukje een aardbol met 51.366 edelstenen.  Grote schalen vol met allerlei edelstenen en parels, ontelbare kronen en sieraden.

Als je bedenkt dat de overgrote meerderheid van de bevolking in die tijd ver onder het bestaansminimum leefden, krijg je toch wel een beetje een rare smaak in je mond.

Onderweg naar het hotel doen we nog een zogenaamde regerings-boekenwinkel aan,  een schitterende winkel, 5 verdiepingen met allerlei verschillende afdelingen, kinder-, kunst-, buitenlandse- en Iranese boeken. De boeken zijn naar onze maatstaven goedkoop. Wij kopen een fotoboek voor omgerekend € 5,--, die in Nederland al gauw € 20,-- kost. Het is niet ver meer naar het hotel. Hier komen we om 7 uur aan. We hebben even tijd om wat bij te komen. De avond kunnen we naar eigen idee invullen. Mohammed heeft een suggestie om mee te gaan naar een visrestaurant, maar wij besluiten om op eigen gelegenheid Teheran in te gaan, even weg van de groep.

 

In het hotel bestaat de mogelijkheid te internetten, dat gaan we dan ook doen, kan het thuisfront van ons horen dat alles goed met ons is. Er is maar 1 computer waarop internetten mogelijk is en er is nog iemand bezig. We moeten dus even wachten. We maken een blokje om, rond het hotel en na zo’n 15 minuten komen we terug. Het meisje dat aan het internetten is houdt onmiddellijk op en verontschuldigd zich dat we zo lang moesten wachten. Wij vinden 15 minuten niet lang, maar goed we gaan vol goede moed aan de gang. Alles werkt wel wat langzamer dan thuis, maar het werkt. We zijn binnen hotmail als de stroom uitvalt. Hiervoor waren we via de informatie die we van tevoren hadden gekregen al gewaarschuwd. Wel vreemd dat er geen noodverlichting in het hotel is en ook de mensen die er werken hebben geen zaklantaarns, of kaarsen bij de hand. Wel is te merken dat niemand dit vreemd vindt. De jongen die ons helpt met internetten verontschuldigt zich een beetje en steekt zo nu en dan een lucifer aan. Na ± 5 minuten gaat het licht weer aan en kunnen wij opnieuw beginnen, met inloggen enz. Na 2 minuten weer een stroomstoring. Deze keer duurt het maar heel even en kunnen we al snel weer verder. Nu gaat alles goed tot het eind en hebben wij het gevoel toch even contact met thuis te hebben gehad. Ze weten in ieder geval  hoe het met ons gaat. Het is te hopen dat we dit vaker kunnen doen het is een voordelige manier om veel mensen op de hoogte te kunnen houden, omgerekend € 2,--.

 

Het is inmiddels bijna negen uur, we trekken er samen op uit. Ons hotel ligt zo’n beetje in het centrum van Teheran, een drukke buurt. Wat ons opvalt is dat op straat iedereen zo goed met elkaar omgaat. Vrouwen zijn niet onderdanig of zo, ze lijken behoorlijk geëmancipeerd. Jonge stelletjes lopen hand in hand, net zoals veel mannen (voor ons een beetje vreemd), maar in deze cultuur heel normaal.

We lopen een paar boulevards op en neer, zo nu en dan aangesproken door zowel jongens als meisjes. “Hello, how are you, where you from”, bijna standaard zinnetjes. Een antwoord wordt eigenlijk niet verwacht lijkt het wel. Stel je een vraag terug blijkt het dat er maar weinig mensen wat meer Engels dan deze paar woordjes kunnen spreken en begrijpen.

 

We komen heel wat eettentjes tegen, sommige lijken op de Nederlandse Burger Kings of McDonnalds. We zijn op zoek naar een lokaal restaurant en gaan een wat meer “volks” restaurant binnen. Er wordt gelijk iemand van achteren gehaald die wat Engels spreekt. We zijn meer dan welkom. Er wordt uiteraard geïnformeerd uit welk land we komen, zo te merken heeft Nederland geen slechte naam.

Op het menu staat: water, salade, frietjes, kebab van kip, met peterselie, selderie, zure rode kool en rijst met saffraan. Ook krijgen we nog zoutige yoghurt met heel veel knoflook. Allemaal zo veel dat we het niet opkunnen. Regelmatig wordt gevraagd, of het lekker is en of we nog meer van iets willen. Samen eten we inclusief drankjes voor Rial 72.000,  zo’n € 10,-- en dit is waarschijnlijk het toeristen tarief.

 

Na het eten wandelen we naar het hotel terug. We gaan nog even douchen en daarna naar bed, want inmiddels loopt het al aardig tegen twaalven. Morgen worden we om kwart voor zeven  gewekt!

 


 

Dinsdag 30 april

 

We worden door de telefoon gewekt, ook hebben we voor de zekerheid de wekker gezet, maar die is tot nu toe nog niet nodig gebleken. We hebben goed geslapen, Jenny heeft vreemd gedroomd, moest allerlei dingen in Nederland regelen en op tijd weer terug zijn in het hotel. Na het ontbijt vertrekken we om kwart over acht naar het vliegveld. Buiten is het al 22˚C en erg zonnig. Het is Koninginnedag in Nederland en Sonja heeft oranje veters in haar schoenen.

 

We moeten onze koffers aanwijzen, maar mogen vooral geen vinger uitsteken. Alles wordt voor ons gedaan. Vandaag hebben we een binnenlandse vlucht naar Kerman een redelijk grote plaats in het Zuidoosten. In de bus krijgen we van Mohammed een mooie gedetailleerde kaart van Iran, die we de rest van de trip kunnen gebruiken. Onderweg naar het vliegveld stoppen we bij het monument, Borj-e Azadi, dat we op de heenweg ook al mooi verlicht zagen. Het is gebouwd ter gelegenheid van het 2500-jarig bestaan van het Perzische rijk. Het is 45 meter hoog, prachtig vormgegeven en er bevindt zich nu een historisch museum in.

 

Op het vliegveld nemen we afscheid van de chauffeur en het bushulpje. In Kerman krijgen we uiteraard een andere bus, met chauffeur en bushulpje. De controle is behoorlijk streng en we worden als groep ingecheckt. De dames weer rechts en de heren links. De bagage wordt doorgelicht en wij gefouilleerd.

 

Het vliegtuig heeft een vertraging van ± 30 minuten wegens een technische storing. Het vliegtuig is weer een Airbus, alleen een kleiner model (310) dan het vliegtuig vanuit Nederland. Het vliegtuig is weer tot de laatste stoel bezet.

We zitten niet naast elkaar, Jenny zit naast Ria van der Berg en ik naast mevrouw Klaassen een lief oud dametje van 74 jaar. Mevrouw Klaassen heeft al heel wat verre reizen gemaakt en daarover ook artikelen gepubliceerd o.a. in Avenue.

 

Onderweg valt er niet veel te zien uit het vliegtuig, vlak na vertrek wel de Damavand, de hoogste berg van Iran (5671 meter) onderdeel van het Alborzgebergte. Uiteraard met een besneeuwde top. Ik heb er een foto van geprobeerd te maken. Ben benieuwd of hij is gelukt. Verder vliegen we voornamelijk over woestijnen. We vliegen op een hoogte van 9200 meter met een snelheid van zo’n 1000 kilometer per uur. Er is behoorlijk veel turbulentie, sommige reisgenoten worden hierdoor een beetje misselijk. Ook tijdens deze vlucht  krijgen we weer volop te eten en te drinken (water, druivensap, cake en chocolade). Onder het wachten tijdens de vertraging heb ik een gesprek met een van de stewards. Hij is ook een keer in Nederland geweest.heeft Amsterdam, Haarlem en Den Haag bezocht. Hij vond het een prachtig land, veel bloemen en grote paarden (reuzen). Hij zorgt gelijk voor wat extra drinken voor mij en mevrouw Klaassen, zelfs voor we opgestegen zijn. De vlucht duurt in totaal zo’n vijf kwartier. Het uitchecken gaat heel vlot. Een schitterend nieuwe bus rijdt voor, wij moeten weer gaan zitten, de rest wordt gedaan. We krijgen een beetje een koninklijk gevoel door alle egards waarmee we worden behandeld.

 

In Kerman  voelt het een stuk warmer aan het is denk ik minstens 30˚C, terwijl de stad toch op zo’n 1800 meter hoogte ligt. De rit naar ons hotel (Hotel Akhavan) duurt ongeveer een kwartiertje. De eigenaar van het hotel staat ons op te wachten met thee en heerlijke koekjes gevuld met dadels.

Ook hier weer even tijd om ons op te frissen. Een eenvoudige, maar schone kamer, badkamer en toilet. De toiletbril was van witte skai met schuimrubber er in dus zacht en verend, vreselijk!

De lunch wordt in het hotel geserveerd. Traditionele gerechten en het meeste erg lekker. Op het menu staan: water, soep, salade van selderie, komkommer en tomaat, gebakken ei, aardappelkoekjes, yoghurt, rijst en spinazie in crèmesaus (die ik niet lekker vind). Yoghurt wordt in Iran niet als toetje, maar als voorgerecht gegeten, om de darmflora te stimuleren.

 

Om vier uur hebben we eerst een rondrit door de stad. Het is te merken dat dit een provincie stadje is. De vrouwen zijn hier toch voornamelijk in het zwart, met een chador gekleed. De dames van de groep zweten ook behoorlijk door de kleding die ze aan hebben.

We bezoeken de Gobad-e Sabz,  “de groene koepel”. Het is een mausoleum van de Qarakhity prinsen uit de 13e eeuw, ook hier weer een mooie tuin. We zien de eerste twee huisdieren in Iran (buiten de vogeltjes om dan): twee mottige poezen.

 

Hierna bezoeken we een ijshuis, die dezelfde functie als de ijskelders in Nederland had. ’s Winters zijn de nachten in Kerman erg koud. Het ijs werd opgeslagen in deze ijshuizen en goed ingepakt in stro. Zo bleef het tot ver in de zomer beschikbaar voor het koelen van allerlei producten. Bij dit ijshuis vindt Jenny haar eerste, mooi geglazuurde scherfjes van aardewerk. De hoofdkleuren van alle keramiek in Iran zijn groen, blauw en geel. Er zijn veel gebouwen in Kerman opgetrokken van leem en stro. Het ziet er daardoor weinig kleurrijk uit.

 

De Gombad-e Jabiliye is het volgende (achthoekige) gebouw dat we bezoeken, volledig uit steen opgetrokken. Het is niet meer bekend waarvoor dit gebouw gediend heeft. Naast dit gebouw ligt een kerkhof, het ziet er erg onverzorgd en sober uit. Volgens de Islamitische wetten, mag een graf na 30 jaar geruimd worden, vaak ver voor die tijd wordt er al geen aandacht meer aan geschonken.

Ook is er een militairterrein aan de andere kant van het gebouw. Er komt gelijk een soldaat aan, die ons nauwkeurig in de gaten houdt. Het is streng verboden militaire objecten te fotograferen. Op het vliegveld in Teheran werd ik daar ook al op gewezen!

 

We gaan met de bus terug de stad in om de Masjed-e Jome, “de grote vrijdagsmoskee” en de bazaar te bezoeken. De moskee is schitterend, een klassieke moskee, verschillende soorten blauw overheersen de keramiek versieringen. Mohammed legt veel en uitvoerig uit wat alles betekent. Voor de ingang van de moskee vragen wat jongens of ik ze op de foto wil zetten. Jenny en ik gaan samen de Bazar-e Vakil (bazaar van de regent) in. We vinden het heerlijk zo nu en dan even onze eigen gang te gaan buiten de groep om. In de bazaar, die erg groot is hebben we veel bekijks. Iedereen wil graag wat Engelse woordjes tegen ons zeggen. Ook in deze bazaar weer allerlei ambachtslieden, die hier hun eigen afdeling hebben. Vooral vallen ons dit keer de vreselijk grote pannen op, zowel van aluminium als koper.

 

Ruim voor de afgesproken tijd komen we op het Arg plein aan waar de bus ons zal oppikken. De bus staat er al en de busboy zit er als “wacht” voor.

We besluiten om in het parkje midden op het plein op een bankje te gaan zitten.

De schemering valt in en ook hier hebben we veel bekijks. We worden van top tot teen bekeken en aangesproken door heel wat mensen. Sommigen komen naast ons zitten en giechelen alleen maar wat. Ze komen allemaal heel aardig over, zelfs een aantal “puber”-soldaten, met grote geweren, die net zo reageren als de anderen. Sommige mensen krijgen onderling een beetje ruzie, of ze wel of niet naast ons zullen komen zitten. Het valt op dat er erg veel jongeren in Iran zijn, 50% van de bevolking is jonger dan 15 jaar!

 

Op de afgesproken tijd is iedereen bij de bus, de groep is wat dat betreft aardig gedisciplineerd.

We rijden terug naar het hotel, we hebben nog even tijd om ons op te frissen. Ook het diner is in het hotel als je dat wilt. Dit hotel staat bekend om zijn goede keuken en wordt ook veel genoemd in de boeken die ik tot nu toe over Iran heb gelezen.

 

Met menu van deze avond:

Voorgerechten:    Water, yoghurt, geitenkaas, soep, brood en kruiden

Tussengerecht:    Salade van tomaat, komkommer en sla met een yoghurtdressing, rijst met saffraan en aardappelkoekjes

Hoofdgerecht:      Spaghetti met gehakt saus en balletjes van vlees en bonen in een zoetzure saus, kebab, en weer rijst

Toetje:                   Dadels, gebak en thee

 

Van alles veel, veel, veel en heel lekker. Iedere keer denken we, dit zal het laatste wel zijn.

Dan komt er weer een schotel aan met een lachende ober. Als het zo doorgaat groeien we deze vakantie nog dicht.

 

Op de kamer nog even aan het reisdagboek werken, met een eigen kopje koffie. Doodmoe weer onder de wol. Morgen worden we om 7 uur weer gewekt.

Dit is geen luie vakantie, als we in dit tempo doorgaan worden we nog oververmoeid.

 

 

۱        =          1

۲        =          2

۳        =          3

۴        =          4         

۵        =          5

۶        =          6

۷        =          7

۸        =          8           

۹        =          9         

۰        =          0         

 

We beginnen het farsi een heel klein beetje te begrijpen in ieder geval de cijfers. Wel vreemd, die worden van links naar rechts gelezen, de rest van rechts naar links.

 


 

Woensdag 1 mei

 

Deze morgen worden we om 7 uur gewekt, het is de bedoeling dat we om half negen naar Mahan, Bam en de dode stad Arg-e Bam gaan. Eerst gaan we nog uitgebreid ontbijten. Het ontbijt is tot nu toe in alle hotels zo’n beetje hetzelfde: brood, honing, jam (vaak worteljam), yoghurt, vruchtensap, koffie (alleen oploskoffie), thee en een eitje.

 

We vertrekken inderdaad om half negen richting Bam dat ongeveer 190 kilometer naar het zuiden ligt. Er gaat een mooie vierbaansweg van Kerman richting het zuiden. Het wegennet ziet er best goed uit. Volgens Mohammed is dit allemaal na de revolutie tot stand gekomen. Er is veel geïnvesteerd in de infrastructuur van Iran.

Na ongeveer drie kwartier bereiken we Mehan, een liefelijk dorpje omgeven door bergtoppen die besneeuwd zijn. Raar om dat te zien, want de buitentemperatuur is zeker 30ºC. In de bus is het wel koel, want die heeft airconditioning. Voor mij hoeft dat niet zo, want de overgang is iedere keer wel groot.

 

In Mehan bezoeken we de schrijn van sjah Nemathollah Vali, die in 1431 op 101-jarige leeftijd stierf. Het graf is uitgegroeid tot een mooi bedevaartsoord. Mij werden door één van de bedevaartgangers in het engels plezierige herinneringen toegewenst. Jenny vindt een mooi stuk geglazuurd steen van een van de portalen.

Mohammed kan deuren openen die voor anderen gesloten blijven. We mogen de cel die de Sjah gebruikte om zich terug te trekken bezoeken, ook mogen we het dak op, zodat we het bouwwerk aan alle kanten goed kunnen bekijken en fotograferen. Jenny waagt het de minaret te beklimmen, een heel nauw trapje, maar ze heeft een schitterend uitzicht. Bij alle moskees die we tot nu toe bezoeken zijn mensen aan het werk om te restaureren. Volgens Mohammed gaat dat altijd zo door. Continu wordt er gebouwd en verfraaid. Het geld hiervoor wordt opgebracht door de pelgrims en gelovigen.

 

We vervolgen onze weg naar Bam. We rijden door eindeloos grijze woestijnen, met op de achtergrond hoge bergen met besneeuwde toppen. Onderweg zijn er strenge controles. De chauffeur moet telkens de uitdraai van de tachograaf laten zien en zich bij de post melden. Volgens Mohammed wordt deze route veel gebruikt om opium en heroïne uit Afghanistan te smokkelen. Dit jaar zijn er al 5 smokkelaars opgepakt, berecht  en ter dood veroordeeld. Iran krijgt geen enkele hulp bij de bestrijding van drugs.

 

Vlak voor Bam stoppen we bij een dorpje om de eeuwenoude irrigatiewerken ( de qanats) te bekijken. Vanuit de bergen zijn er ondergrondse kanalen gegraven, die het water het binnenland in transporteren. Een ingenieus systeem, dat al die jaren zorgvuldig is onderhouden.

We hebben bij dat dorpje gelijk een hele groep jongens om ons heen. Ze vragen ons om ballpoints, roepen pen, pen en maken schrijfbewegingen. Schijnbaar zijn ze moeilijk te krijgen in Iran, of heel duur naar verhouding.

 

Al snel na dit dorpje bereiken we Bam, deze stad is bekend om zijn dadels en citrusvruchten. De meeste deelnemers aan deze reis zijn leraren en leraressen. De één weet alles nog beter dan de andere. Zo van de zijlijn dit aan te horen en te bekijken is wel aardig. Er zijn ook een aantal vakleerkrachten bij en dat is toch wel aardig: een bioloog, een kunsthistoricus, een geoloog enz. Deze weten een heleboel extra te vertellen en uit te leggen.

 

Als we in Bam de bus verlaten om te lunchen is het behoorlijk warm, wel zo’n 35ºC. We eten in een restaurant dat een beetje kitscherig is ingericht. Het eten is weer prima: water, erwtensoep van gele spliterwten, runderstoofpotje en natuurlijk ook weer yoghurt. Altijd weer met rijst en brood.

 

Als het eten op is gaan we met de bus naar Arg-e Bam, de dode stad. Deze stad is ongeveer 2000 jaar oud en opgetrokken uit leem met stro, een vreemd gezicht, want dierdoor heeft alles dezelfde kleur. De stad is in 1794 verlaten. We maken een interessante wandeling door deze behoorlijk grote stad. Van Mohammed krijgen we een flesje water mee voor onderweg. Het is vreemd, we zijn de enige toeristen en dat is bij alle bezienswaardigheden die wat we tot nu toe hebben bezocht. Hier en daar zien we wel groepen, maar dat zijn steeds scholieren die op schoolreis zijn. Hoogtepunt van de wandeling is de citadel  (de Chahar Fasl) die schitterend gerestaureerd is. We drinken heerlijke thee in een theehuis vlak tegenover die citadel. Gelukkig is het gedeeltelijk bewolkt, waardoor het niet zo heet is. Het valt me mee dat we niet meer last hebben van die hoge temperaturen. Het lopen gaat me redelijk goed af.

 

Na zo’n twee uur door Arg-e Bam gezworven te hebben gaan we met de bus weer terug naar Mahan. Onderweg een grote stofwolk, het blijkt een voetbalwedstrijd te zijn, Ook zien we ettelijke kuddes schapen en geiten. Een vrachtwagen passeert ons, afgeladen met allerlei spullen. Achter de cabine liggen twee mannen, boven op alle spullen, in de openlucht op die hard rijdende vrachtauto te slapen. Veel van de vrachtwagens zijn mooi beschilderd en voorzien van allerlei spreuken.

We worden een beetje verlegen van de goede verzorging iedere keer in de bus. Om de haverklap komen Mohammed (gids) en Ibrahim (busboy) langs met water, thee, koffie en lekkere dingen. De chauffeur heet trouwens Hussein, een prima chauffeur, die volgens mij een behoorlijk hoge status heeft te zien aan zijn chique kleding en hoe anderen met hem omgaan.

 

Hier en daar zien we teksten op de bergen staan. De reis gaat gestaag verder en langzaam valt de schemering in. Als het bijna donker is zijn we weer in Mahan. De meeste mensen blijven hier eten, de rest gaat met een taxi door naar het hotel. Mohammed vindt dit merkbaar niet leuk, het lijkt wel of hij hier wat zenuwachtig van wordt.

 

Door een poort betreden we een mooie tuin, met snelstromend water en hier en daar een plateau met kussens, waarop mannen thee drinken en een waterpijp roken. Achter in de tuin staat een huis. Via een smal trapje komen we in de kamers. We moeten eerst onze schoenen uittrekken (net zoals in de moskees), omdat alles vol kleden ligt. We zijn op uitnodiging bij iemand thuis, dus de hoofddoeken van de dames mogen af! Er zijn geen stoelen, wel kussens langs de muren. Iedereen zoekt een plekje en het eten wordt op een plastic kleedje in het midden van de kamers geserveerd. We eten kip-kebab met citroen en zure yoghurt. Natuurlijk ook weer brood en rijst. Het is een schitterende omgeving, en een mooie zwoele avond.

 

Met de bus terug naar Kerman, onderweg met Janine een discussie over Mohammed, hij is verantwoordelijk voor de groep en probeert (moet?) iedereen bij elkaar houden. Hij heeft niet gezegd, wat onze beperkingen zijn en als we er naar vragen ontwijkt hij de antwoorden. We merken dat hij bij controles en als er mensen hun eigen gang gaan zenuwachtig en gespannen wordt. We moeten hem toch maar kenbaar maken dat hij dat beter kan vertellen. Hij doet verder ontzettend zijn best het iedereen naar de zin te maken. In het hotel gaan we nog even internetten. Er is één trage lijn, maar het werkt wel. We hebben al berichtjes van thuis. Wij sturen nieuwe berichtjes naar de familie en Juttersoord. Voor de kosten hoeven we het niet te laten 2.000 toman = 20.000 Rial = € 2,70.

Als we ons om half twaalf allebei gedoucht hebben gaan we plat. Op de kamer is het heerlijk koel, het raam kan open blijven, want er zit een goede hor voor het raam.

 


 

Donderdag 2 mei

 

Na het ontbijt en de koffer check gaan we om acht uur op weg naar Shiraz een rit van een hele dag. Gemiddeld doen we zo’n 50 kilometer per uur inclusief pauzes. De afstand is een krappe 500 kilometer, het wordt dus wel avond voor we aankomen. Als we nog maar net de stad uit zijn weer een uitgebreide controle. We rijden langs militaire oefenterreinen, militairen zijn ook daadwerkelijk aan het oefenen. Iran heeft een dienstplichtig leger van 1,8 miljoen soldaten. De diensttijd bedraagt 24 maanden.

 

We rijden langs ruige terreinen, grijzig woestijn (maan) landschap, het verandert langzamerhand wat meer in gele kleuren. Hier en daar passeren we nauwe bergwegen, om weer over nieuwe vlaktes naar de volgende bergketen te rijden. De wegen zijn redelijk tot goed. Omdat we onderweg ergens gaan picknicken kopen we bij een winkeltje in een klein dorpje biscuitjes, chips, drinken en yoghurt. De winkelier wordt er een beetje zenuwachtig van, iedereen betaalt met voor hem groot geld. Hij is wel in één keer zijn oude voorraad kwijt. Van de meeste mensen krijgt hij een fooi, een goeie dag voor hem.

 

Weer verder op weg, ergens langs de weg zien we nomadententen, we stoppen om wat foto’s te maken. Mohammed maant ons om niet te dicht bij te komen. Maar ze nodigen ons uit om te komen kijken. Er staan twee meisjes buiten de tent, omdat ze zien dat Jenny lipstick op heeft gebaren ze daar na. Jenny heeft toevallig twee lipsticks in haar zak zitten, die geeft ze aan de meisjes die er eg blij mee zijn. We mogen zelfs in de tenten kijken, ze maken mooie kelims (kleedjes), we kunnen er zowaar één kopen. Volgens Mohammed is het verkopen van die kleden één van de manieren om in hun levensonderhoud te voorzien. Verder onderweg zien we steeds meer nomaden en kuddes schapen en geiten.

 

In de woestijn bloeien mooie bloemen, het had bijna 3 jaar niet geregend, tot dit voorjaar. Er is toen erg veel regen en zelfs sneeuw gevallen. Iedereen was daar erg blij mee, en door die regen bloeit nu de woestijn zoals hij in mensenheugenis niet heeft gebloeid.

Tijdens de lange rit doet Mohammed verslag over culturele en sociale zaken. Naast zijn baan als rijksgids is hij ook statisticus. Dat is wel te merken, de cijfers en getallen rollen zijn mond uit. Het is wel gekleurd door zijn Islamitische overheidsvisie. Het wordt steeds duidelijker dat hij verantwoordelijk voor ons is en ook over ons verantwoording moet afleggen. De natuur is prachtig, vooral de bloemen, er leven hier allerlei grote dieren. We zien ze overdag uiteraard niet. Men dacht dat de panters al jaren waren uitgestorven, maar afgelopen winter is ten minste één paartje gesignaleerd. Ook zijn er grote herten (het zogenaamde Mesopotamische Damhert). Ja, ja, zo leren we onderweg nog wat. We rijden vlak langs de grootste goudmijn van Iran.

 

Vlak na een controlepost worden we ingehaald en aangehouden door een militair. De chauffeur Hussein en de militair lijken ruzie te maken, we snappen er niets van, maar volgens Mohammed is er niets aan de hand!? We rijden uren door woestijnachtige landschappen. Op de achtergrond zijn er wel hoge bergketens, uitlopers van het Zargosgebergte. Alles is nu nog redelijk groen, maar Mohammed vertelt dat de temperaturen in de zomer hier oplopen tot boven de 50º C.

De bus heeft een eigenaardige toeter, die we ook vaak bij grote vrachtwagens horen, niet zoals bij ons, maar meer een fluitje.

 

Wij vinden het nog steeds mooi, goed weer. Wat voor ons slecht weer is (regen en koel) is voor Iranezen goed weer, omdat voor hen regen afkoeling en groei van de gewassen betekent.

In een park in het stadje Neyriz gaan we picknicken iedereen eet zijn of haar ingekochte dingen op. Mohammed heeft voor iedereen watermeloen en Janine brood met roomkaas.

Ik maak een klein wandelingetje om mijn benen te strekken en zie twee kleine jongens op een ezeltje. Ze komen naar me toe en willen graag op de foto. Verder zijn ze nogal verlegen. Wel vragen ze om een pen. Ik heb er helaas maar een, dat gaat dus niet door. Als ik het geweten had dan had ik een grote doos bic pennen meegenomen, had ik heel wat kinderen blij kunnen maken.

 

We vervolgen onze reis na deze pauze. Een hele zit deze dag, we komen langs een groot meer, het water is minstens zo zout als van de Dode Zee, je kunt er bijna over lopen. Jaren was het meer droog, maar na al die regen van het voorjaar was de waterstand hoger dan ooit. We passeren een hoge bergpas (2200 meter), de berghellingen zijn bedekt met vijgen- en  amandelbomen. Onderweg hebben we de zoveelste plaspauze bij een shrine (begraafplaats van een heilige in een moskee). We krijgen weer koffie en thee geserveerd. Er is een motel waar je gratis kunt overnachten voor de bedevaarders. Ook wordt er gratis water en brood verstrekt. Veel bedevaarders komen hier om de verjaardag van hun naamheilige te vieren. Ze hebben een hele huisraad mee, kooktoestellen, pannen, matrassen en dekens.

 

Verder onderweg naar Shiraz komen we allerlei akkertjes tegen in de vorm van doolhoven. Ze zijn zo aangelegd in verband met de irrigatie een heel ingenieus systeem!. Al met al zijn we honderden kuddes tegen gekomen. Vlak voor Shiraz komen we nog langs een groot zoutmeer, het Mahalou (Zuid) meer. In dit meer wordt zout gewonnen, hier een laatste stop om nog wat foto’s te maken. Ook hier weer schitterende woestijn bloemen, hopelijk zijn mijn foto’s gelukt.

 

Om acht uur komen we bij ons hotel in Shiraz aan, het Arg hotel. We hebben een mooie kamer en suite. Zo te horen boffen we iedere keer wel met de kamers. Het is er erg koel; de airconditioning werkt volop. Gelukkig kunnen we hem we lager zetten. We kunnen ons nog wat opknappen voor het diner. Ook dit keer weer prima eten: water, alcoholvrij bier, gortsoep, kruiden, brood, salade, gevulde tomaat, paprika en aubergine. En vreemd toetje gemaakt van griesmeel, olie, honing, foelie, pistache en amandel. Volgens Mohammed een delicatesse, maar wij vinden het te zoet en machtig. Als dessert een kopje nescafé.

 

Jenny en ik maken voor het slapen gaan nog een wandelingetje door de stad, ook hier worden we weer regelmatig aangesproken: “Hello, hello, how are you , where you from enz. Als we zo op straat lopen stopt er vlak bij ons een politieauto en worden wat jonge lui weggestuurd. We weten niet zo goed of dat nou toeval is, of dat we in de gaten worden gehouden.

 

Terug in het hotel nog even douchen en wat bijschrijven en lezen. Toch maar op tijd naar bed morgen worden we weer om acht uur gewekt. We hebben een meer dan overladen programma. We kunnen natuurlijk wel het een en ander laten schieten, maar ja we zijn ook weer bang interessante dingen te missen. Ik heb Mohammed vandaag verteld dat hij ons zo nu en dan martelt door ons zoveel te laten zien en te vertellen.

 

 

Vrijdag 3 mei

 

Om acht uur worden we gewekt, het is vandaag een nationale feestdag. Een soort hemelvaartsdag, 40 dagen na de dood van Hussein  te Kerbala (Irak) zoveel jaar geleden. Hussein was één van de negen Imams. Men herdenkt op deze dag zijn martel dood.

 

Na het ontbijt, we zitten hier met z’n allen aan een grote tafel, met het lekkerste brood wat ik ooit geproefd heb, die in de keuken in een speciale steenoven wordt gebakken, gaan we naar het Aramgah-e Shah-e Cheraq, een mausoleum, waar de relikwieën liggen van Ahmed ibn Musa, een heilige man die in 835 in Shiraz is overleden. Een schitterend gebouw, letterlijk dan, de binnenkant is bedekt met mozaïeken van miljoenen spiegeltjes. Nog steeds is men bezig dit af te maken. Men is er al meer dan honderd jaar mee bezig. De dames krijgen van Mohammed een Chador, want vooral op deze dag moeten de vrouwen goed bedekt zijn. De mannen weer links, de vrouwen weer rechts, een gescheiden godsdienst. Ook hier zijn we weer de enige buitenstaanders, toch worden we geaccepteerd. In het grote gebouw bevind ik mij eigenlijk alleen tussen al die rouwende Iranezen; enkelen bidden zichzelf in trance anderen huilen en kussen de heilige schrijn, die helemaal van zilver is gemaakt. Vreemd dat ik zo geaccepteerd word, krijg van sommige gelovigen een vriendelijk knikje anderen schijnen me niet te zien. Heb geen enkele keer de indruk dat ik niet welkom ben. Hoelang zal het nog duren voor andere toeristen dit verpest hebben? Het hele terrein waarop het mausoleum staat is zo groot als een voetbalstadion. Ook bevindt zich er nog een moskee.

 

Het hele terrein wordt bevolkt door veel families die hier hun “zondag” en deze keer nog wel een heel bijzondere komen vieren. We bezoeken ook nog de moskee, vreemd de dames dit keer links, de heren rechts.  Ik ga ergens in een stil hoekje zitten om alles rustig te kunnen bekijken. Als ik daar even zit komt één van de ordebewaarders naar me toe en biedt me thee aan. Ook Jenny vertelt later dat zij thee aangeboden heeft gekregen. Wat een gastvrijheid, ik voel me gewoon opgenomen bij de rest van die islamitische geloofsgemeenschap. Steeds maar krijgen we een warm gevoel van de grote gastvrijheid en vriendelijkheid die de Iraanse bevolking ons geeft. We voelen ons geen enkele keer bedreigd, of onwelkom.

 

Buiten op het grote moskeeplein voor het mausoleum is een groep jonge mannen bezig zich onder het roepen van gebeden op de borst te slaan. Het gaat er niet zachtzinnig aan toe. Mohammed vertelt ons dat er straks processies komen, waarbij groepen mannen zich met kettingen op de rug slaan. Het zijn symbolische daden en de kettingen zijn zo gemaakt dat het niet echt pijn doet. Ook komt de ketting eerst op hun andere hand terecht voordat het de rug raakt. Inderdaad na een half uurtje komen de eerste groepen mannen en jongens aan, aangewakkerd door spreekkoren en tromgeroffel slaan ze zich inderdaad met kettingen op de rug. Wel worden ze goed in de gaten gehouden. Voor me staat een jongen van een jaar of achttien, het lijkt of hij een beetje buiten zich zelf raakt en begint steeds harder en fanatieker op zijn rug te slaan. Een oudere man komt naar hem toe en laat hem stoppen. Alles maakt een grote indruk op me. Ik vind het vreemd, maar het fascineert me wel. Er komen steeds meer groepen jongens en mannen. Later hoor ik van Mohammed dat het allerlei gilden zijn. Grote spandoeken, muziekkorpsen en geluidsinstallaties begeleiden hen.

 

Na deze indrukwekkende gebeurtenissen gaan we op bezoek bij een Madresse, een school voor geestelijken: de Madresse-ye Khan, gebouwd in 1615 is nu nog steeds in gebruik er wordt uitgelegd hoe de opleiding in elkaar zit. Ook spreken we een paar studenten, van wie één zelfs zijn kamertje (zeer, zeer eenvoudig) laat zien. Een bijna Imam wil graag in Nederland de leer verkondigen, hij spreekt perfect engels en wil graag al onze vragen beantwoorden. Hij blijft hier en daar toch wel op de vlakte, hij gaat niet echt op onze vragen in, blijft wel steeds vriendelijk knikken en lachen.

 

Met de bus gaan we na dit bezoek naar de tuin waar de schrijn van Hafez, de beroemdste dichter van Iran, zich bevindt. Het is een schitterende tuin met veel bloemen, er heerst een serene rust. Zo te zien gaan verliefde stelletjes hier op bezoek om foto’s te maken. Hafez beschrijft in zijn gedichten vooral de liefde. Het lijkt een beetje op het bijbelboek “Hooglied” in de christelijke cultuur. We drinken thee in een theehuis wat zich in het park bevindt. In deze tuin een schitterende oude vijgenboom.

 

Na de thee gaan we terug naar het hotel voor de lunch. Alleen deze ochtend al hebben we zoveel indrukken opgedaan dat we er eigenlijk wel een hele vakantie mee kunnen doen. Mohammed zegt steeds: “You are a lucky group, you are at the right place, at the right time” jullie hebben geluk dat jullie zoveel mee maken. Ja dat geloof ik ook wel, maar we moeten het allemaal wel verwerken. Ik schrijf driftig in mijn aantekenboekje om toch maar niks te vergeten. De lunch is echt fantastisch in dit hotel, drie moten heerlijk gebakken vis uit de golf van Perzië, volgens mij gegrilde tonijn  brood, water, kruiden en salade. We gaan aan tafel zitten bij Mohammed, Ibrahim en Hussein, we weten niet of zij zich met ons erbij wel op hun gemak voelen, maar Mohammed nodigde ons aan de tafel uit. We hebben de indruk dat ze hier denken dat we ondervoed zijn, zo veel krijgen we iedere keer en dat voor zo’n Rial 40.000 per maaltijd (€ 5,40)

 

Na de lunch hebben we even tijd om te internetten. Thuis is alles goed zo te lezen. Ook kunnen we onze belevenissen van de laatste tijd even overbrengen. Toch een mooi medium dat internet, we hebben het gevoel dat de wereld steeds kleiner wordt, terwijl we toch in een heel andere wereld zijn.

 

We hebben een korte siësta, goed drie uur worden we weer in de bus verwacht. De reis voert dit keer naar Naqsh-e Rajab, dit ligt ongeveer 3 kilometer ten noorden van Persepolis, vier vroeg Sassanidische reliëfs ( ± 350 jaar na Christus) sieren hier de rotsen. Daarboven  de kruisvormige rotsgraven  van de Achaemenidische koningen, waaronder Darius I en Artaxerxes I, die zo’n vijfhonderd jaar voor Christus hebben geleefd. Wat voel je je klein bij zulke grootse werken. Alles is hier zo goed bewaard en wordt zo mooi onderhouden. Als voorbeeld hebben we Kreta, met Knossos, dat totaal verkeerd is gerestaureerd (Disney World van de Archeologie). Hier gaat men gelukkig op een heel goede manier te werk! Vlak naast deze kunstwerken bezoeken we nog een historische vuurtempel. We hebben een paar spatjes regen, we brengen dus geluk. De lucht ziet er schitterend uit, donkere wolken, met hier en daar gaten in de bewolking met schitterende zonnestralen. Ik hoop dat het wat wordt op de foto’s.

 

Vanaf hier tien minuten rijden naar Persepolis. Schitterend gerestaureerd, net genoeg om je voor te kunnen stellen hoe het daar eens geweest moet zijn. Indrukwekkende reliëfs. Overal zien we historische inkervingen van bezoekers, de oudste die ik zie is uit 1706, één van hen is een zekere de Bruyn uit Nederland. Mensen uit het verre verleden wilden al laten zien dat ze er geweest waren. Het is erg wisselvallig weer, daardoor hebben we schitterende luchten. Mohammed had zich al ongerust gemaakt dat er wel 17 bussen met bezoekers zouden zijn. Vooral daarom heeft hij het bezoek al naar het eind van de middag verzet. We hebben het gevoel dat heel Persepolis voor ons alleen is. Dat is natuurlijk niet zo, er zijn nog andere bezoekers: een groep militairen en twee klassen meisjes van de middelbare school (klas 5 en 6 gymnasium). Allebei willen ze erg graag met ons in contact komen. We hebben een gesprek met de militairen, die gek van het Europese voetbal zijn (veel te zien op televisie), ze hebben het vooral over Bergkamp. We worden uitgenodigd bij hun thuis (volgens mij menen ze dat ook). Al snel komt één van de bewakers en stuurt ze weg. Jammer, het zijn schitterende, enthousiaste jongens, waar ik nog wel wat meer mee had willen praten. De meiden zijn ook enthousiast, ze zijn erg nieuwsgierig en enthousiast, weten alles van MTV, Britney Spears enz, enz. Het zijn mooie meiden, leuk opgemaakt en  onder hun beschermende kleding zien ze er net zo uit als de meisjes van hun leeftijd in Nederland, hebben ook mobiele telefoontjes enz! Heel wat foto’s gemaakt, ik hoop dat het wat wordt. Een schitterende archeologische site. De zon zien we hier schitterend ondergaan.

 

Onderweg naar het hotel een beetje geslapen. Het was me het dagje ook wel. Het lijkt wel of we iedere dag meer ondernemen. Niet normaal meer wat we op deze dag allemaal gezien en meegemaakt hebben. Ik ben blij met mijn aantekenboekje, zodat ik thuis alles uit kan werken.

 

In het hotel hebben we nog het diner. Jenny en ik kiezen de escalopes, ieder 3 biefstukjes, met water, salade, brood, rijst en een kruidenmandje. Weer uitgehongerd? Ik denk het niet. Het brood wordt gebakken waar je bij staat. Jenny bezoekt de keuken, op uitnodiging van Janine, maar ze raken daardoor toch een beetje in paniek. We gaan hierna toch maar snel naar bed nadat we ons gedouched hebben, morgen worden we om half zeven gewekt!
Wat een reis, het is niet normaal meer wat je op één dag allemaal meemaakt en ziet. Hebben wij dat deze tour alleen (volgens Mohammed zijn wij een “lucky” group), of is het om ons in toom te houden. We krijgen wel steeds meer de indruk dat onze reis, erg “georganiseerd” is. Maar zoiets organiseren lijkt mij onmogelijk!


 

 

Zaterdag 4 mei

 

Om half zeven worden we gewekt. Een uitmuntend ontbijt, met dat zelf gebakken brood!

Vandaag gaan we om acht uur op weg naar de laatste tussenstop van onze reis “Esfahan”, volgens zeggen de parel van Iran.

 

We zijn al een beetje gewend aan de service in de bus. Ibrahim een stille rustige jongen van 21 jaar, hij doet alle moeite het alle reizigers naar de zin te maken. Bewaakt onze eigendommen, zorgt voor koffie en thee en zorgt er voor dat wij veilig kunnen oversteken. Iedere keer weer met een vriendelijke knik en een uitnodigend gebaar. Zo nu en dan krijg ik zelfs een lach van hem. Een schitterend mens, een minderheid binnen Iran uit Turkmenistan,  met Mongoolse trekken. Hopelijk heeft hij, door zijn bemoeienissen met ons, een goede toekomst.

 

Na twee uur rijden komen we in de Murghabvallei bij het plaatsje Pasargadea (Perzisch kamp). Weer een archeologische vindplaats. Het is de oudste residentie van de Achamenidische koningen.

Cyrus de Grote is waarschijnlijk met de bouw begonnen zo’n 600 jaar voor Christus. Het eerste dat je ziet is het graf van Cyrus, een eenvoudig, maar indrukwekkend monument. Op ongeveer een kilometer afstand (we mogen natuurlijk weer niet lopen) zijn de resten van het audiëntiepaleis en nog iets verder een monumentale poort, met een prachtig reliëf met een gevleugeld persoon te zien. We drinken op deze prachtige plek thee, of koffie. Prachtige bloemen, veel klaprozen en korenbloemen, maar ook anemoontjes en vele andere bloemen. Ook hier vinden we weer wat scherfjes, waarschijnlijk ongeveer zo’n 2500 jaar oud. Ze lijken een beetje op de scherfjes die we in de Ardeche gevonden hebben bij een Romeinse nederzetting. Vlak bij ons zit een nachtegaal uit volle borst te zingen, waarschijnlijk heeft hij een nest in de buurt en voelt hij zich bedreigd. Het is schitterend weer, licht bewolkt, met veel zon. Hier op de vlakte is het al behoorlijk warm.

We vervolgen onze reis door een weids landschap, voornamelijk woestijn.

 

We zien weer veel kuddes schapen en geiten, bewaakt door een herdersjongen. Soms met een ezel, vaak met honden. In het algemeen zien we onderweg weinig vogels, alleen zo nu en dan bonte kraaien (bruin – zwart), vandaag wel twee kleine witte reigers bij een irrigatie kanaaltje.

Op verschillende plekken kunnen we goed zien hoe de landbouw hier in zijn werk gaat. Alle boeren van een dorp zorgen samen voor de irrigatie. Een ingenieus systeem van kanaaltjes en dammetjes zorgt er voor dat de akkers bevloeid worden. Deze dorpjes zijn de oases in de woestijn. We rijden over eindeloze wegen, hier en daar passeren we een bergmassief.

Bij één van de moskees voor de reizigers gaan we picknicken. Uit het hotel hebben we lunchpakketjes meegekregen.

 

De reis gaat weer verder door ongeveer hetzelfde landschap, het lijkt of de controles onderweg niet zo streng zijn als de voorgaande dagen. Veel minder zichtbare bloemen in de woestijn op deze plek, toch wel een groengele waas door plantjes die op koolzaad lijken. Onderweg hebben we nog één stop in een dorp zo’n 90 kilometer voor Esfahan, even de benen strekken en naar de WC.  In ieder dorp en zeker in de steden zien we veel parken. In die parken veel picknick plaatsen onder de bomen. ’s Avonds zien we er ook regelmatig hele families zitten, met allerlei lekkers bij zich. Tegenover het parkje waar we zijn is een pretpark, met achtbaan, reuzenrad enz. Het ziet er zwart van de meisjes. Mohammed heeft weer heerlijk zoete watermeloen voor ons. Na ongeveer een half uurtje beginnen we aan de laatste etappe voor vandaag.

 

De hele week hadden we het al over het gedicht van de tuinman en de dood, omdat hier de plaats Ispahaan (Esfahan) in voorkomt. Door onze lerares Nederlands, Cornelia wordt het voorgedragen:

 

DE TUINMAN EN DE DOOD

Een Perzisch edelman:    P.N. van Eyck 

 

           

Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,

Mijn woning in: “Heer, Heer, één ogenblik!

 

Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,

Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.

 

Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,

Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.

 

Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,

Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!”-

 

Van middag (lang reeds was hij heen gespoed)

Heb ik in ’t cederpark de Dood ontmoet.

 

“Waarom,” zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,

“Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?”

 

Glimlachend antwoordt hij: “Geen dreiging was ‘t,

Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,

 

Toen ‘k ’s morgens hier nog stil aan ’t werk zag staan,

Die ‘k ’s avonds halen moest in Ispahaan.”

 

 

Een mooi gedicht dat wij op de middelbare school hebben geleerd.

 

Tegen zes uur komen we bij het hotel aan, een chique entree en receptie, de rest zijn ze nog aan het opknappen. We hebben voordat we aan het avondprogramma beginnen nog even tijd om de buurt van het hotel te verkennen. Esfahan is inderdaad een mooie stad. Het hotel ligt bij de rivier, die de stad in tweeën deelt. Er zijn een stuk of zes bruggen, die de twee stadshelften met elkaar verbinden. Op de oevers van de rivier zijn aan beide kanten mooie parken aangelegd, goed onderhouden, met veel beelden en mooie bloemen.

 

Om half acht vertrekken we met een klein groepje naar een kleden expositie, we krijgen uitgebreid uitleg over technieken, materialen en kwaliteit. Jenny en ik zien daar een schitterend kleed gemaakt van Iraanse zijde. Het is helaas een beetje te duur $ 6000,--. Dan maar gekeken naar een ander soort kleed. Er is keuze genoeg, Jenny vindt een blauwe en ik een groene het mooist. Als we ze allebei nemen krijgen we ze voor een “vriendenprijsje” We hebben uiteraard niet genoeg geld mee, maar we mogen ze thuis betalen. We doen wel een aanbetaling. Het groene kleed verbeeld de koepel van de Majed-e Sheikh Lotfolla , volgens kenners de mooiste van Iran.

Daarna heerlijk gegeten in restaurant Shahrzad: kerriesoep, verschillende soorten gestoofd lamsvlees, aan een spiesje en aan bot, uiteraard de kruiden, brood en salade en groene rijst. Als toetje saffraanijs. Met Mohammed gaan we nog naar één van de bruggen de Pol-e Khaju over de Zayande Rud. De brug is schitterend verlicht en een plek waar ’s avonds veel mensen even komen zitten. Ook wij zitten daar even, rustgevend en heerlijk koel, langzaam wandelen we naar de andere kant van de brug, waar de bus al weer klaar staat. Om kwart over elf zijn we weer terug in het hotel, onze kleden liggen al klaar bij de receptie.

 

Esfahan is echt een mooie stad, ziet er veel welvarender uit dan de steden die we tot nu toe hebben gezien. Volgens Mohammed is het altijd al een welvarende stad geweest. Hier en daar is er nog schade door de oorlog met Irak (8 jarige oorlog), hoewel het meeste al gerestaureerd is. Herhaaldelijk werd de stad beschoten met Schudraketten.

Jenny gaat zich nog even douchen, ik doe het morgenochtend, Morgen worden we om 7 uur weer gewekt.


 

Zondag 5 mei

Om half zeven worden we weer gewekt, vannacht was het heerlijk koel, dus hebben we prima geslapen. Er is een wolkenloze hemel en als we na het ontbijt buiten komen is het al behoorlijk warm.

We gaan eerst de historische bruggen bezoeken, waaronder de 33 bogen brug (Si o Se-Pol). Die oude bruggen kun je alleen lopend over, maar net als gisteravond rijdt de bus om en staat ons aan de andere kant van de rivier weer op te wachten.

 

Daarna bezoeken we één van de duiventillen. Vroeger waren er een hele boel, nu nog zo’n stuk of zes. De duiven werden bij elkaar gehouden in zo’n til om de mest op te vangen en op de tuinderijen te gebruiken. Vanaf die duiventil hebben we een mooi uitzicht over Esfahan, ook nu valt weer op hoe mooi groen de bomen en plantsoenen zijn.

 

Het is maar een klein eindje naar de Armeense wijk, hier bezoeken we de Kelisa-ye Vank (Heilandkathedraal), gebouwd vanaf 1605. Een mengeling van Islamitische en Christelijke kunst. Op een van de muren is het laatste oordeel geschilderd, de schildering doet wat denken aan Jeroen Bosch. Vlak naast deze kathedraal ligt een museum voor Armeense kunst en over de vervolgingen die de Armeniërs begin vorige eeuw hebben ondergaan. Ook kunst uit Europa, waaronder een ets van Rembrandt.

 

Weer in de bus naar de Masjed-e Hakim, een kleine maar heel mooi versierde Moskee, Mohammed neemt ons hier mee naar toe, omdat de decoratie in baksteen zo verfijnd is uitgewerkt.

 

Door naar de Masjed-e Jome (vrijdagsmoskee). In de achtste eeuw is men hier al met de bouw begonnen, allerlei Islamitische bouwstijlen kunnen we hier bewonderen. Tijdens de Irak-Iranoorlog, is een deel van het complex verwoest door een Scud-aanval. Dit is inmiddels al wel weer schitterend gerestaureerd. Het is vreemd te merken, dat je in deze Moskee eigenlijk een reis door de tijd maakt. Mohammed leidt ons iedere keer naar een ander deel van het grote complex: van de 8e eeuw wandelen we langzaam naar de tegenwoordige tijd. Onderweg legt hij ons van alles uit, maar we hebben de laatste tijd al zo veel informatie gekregen, dat we het nauwelijks nog kunnen opnemen. Weer een druk ochtendprogramma. We vertrekken na dit bezoek naar het hotel voor een lichte lunch.

 

Op het middagprogramma staat een bezoek aan het Meidan-e Emam, een van de grootste pleinen ter wereld (510 bij 163 meter). Allerlei historische gebouwen: de Masjed-e Emam, de Masjed–e Sheik Lotfollah, de Ali Qapu (een klein Timuridenpaleis) en de Qaysariye-bazaar. Weer bezoeken we deze gebouwen, al dan niet met Mohammed, we hebben eigenlijk wel genoeg Moskeeën gezien, maar toch is het iedere keer meer dan de moeite waard. In Masjed-e Emam zijn steenhouwers bezig de koepel te restaureren, ze geven graag een demonstratie van hun kunnen. Het zijn echte mozaïekkunstenaars, ze verkopen graag aan de toeristen voorbeelden van hun kunnen, op deze manier hebben ze wat extra inkomen. We hebben afgesproken dat we om half acht weer bij de bus zullen zijn. We hebben zo alle tijd rustig in de bazaar rond te kijken en eventueel souveniertjes voor thuis te kopen. 

 

In de bazaar zijn allerlei ambachtslieden druk bezig hun producten te maken en te verkopen. Ontelbare winkeltjes, met goud-, zilver- en koperwerk, karpetten en etenswaren. Voor de meiden kopen we geweven tassen. We kunnen het niet over ons hart krijgen af te dingen, omdat het naar onze maatstaven al heel goedkoop is. Voor Amber kopen we nog een gebatikte poncho en voor ons zelf een mooi geëmailleerd bord.

 

Als we weer op het plein lopen spreekt een Iranees ons aan, hij heeft ons waarschijnlijk samen Hollands horen praten. Zijn zus woont in Amsterdam en hij is wel eens bij haar op bezoek geweest. Hij heeft het over de Erasmusbrug in Rotterdam, hij was daar toen die zo trilde. We hebben inmiddels wel zin in thee en nemen hem mee naar een theehuis. We hebben een uitgebreid gesprek over vrijheid. Hij (zijn naam is Iraj Riahi) vindt Nederland een mooi land en Amsterdam een mooie stad, maar er is wel te veel vrijheid. Hij heeft zelf een soort reisbureautje en organiseert trektochten naar de Nomadenstammen. Heeft het ook over onze reis. We worden inderdaad erg in de gaten gehouden. De reisleider is verantwoordelijk voor ons en moet steeds melden waar we zijn en wat we doen. Hij is nogal kritisch ten opzichte van het bewind in Iran. Hij heeft gestreden in de oorlog met Irak en heeft daar beschadigingen aan zijn gehoor, ogen en aan zijn been opgelopen. Hij is teleurgesteld over hoe het momenteel in Iran gaat. De corruptie is nog steeds niet verdwenen, het is alleen anders geworden. Bepaalde groepen zijn nog steeds bevoorrecht. Hij geeft ons zijn internet adres en het adres van zijn website: iraj_riahi@yahoo.com en http://travel.iran.free.fr . We beloven hem te mailen als we weer terug zijn in Nederland.

 

Het begint al een beetje te schemeren als we terug wandelen naar de bus.

In het hotel hebben we nog even tijd om ons op te knappen voor het diner.

We rijden naar het mooie luxe Abassi-hotel (het vroegere Sjah Abbas Hotel), het was vroeger een karavanserai (Khan-e Mader-e Shah), het heeft nog steeds de sfeer van de vroeger. De kamers zien uit op de mooie binnenplaats, met theehuis. We wanen ons in een sprookje uit duizend-en-een-nacht. De inrichting in onverstelbaar luxe, smaakvol en uitgebreid uitgevoerd. Versieringen, tot in de kleinste hoekjes. Op het menu staat: water, brood, tomatensoep, salade, gegrilde kippenborst en rijst.

 

De groep begint elkaar beter te leren kennen, de meeste  reisgenoten zijn vanavond ook mee, er ontstaan gezellige gesprekken. Ing Yoe, een Indonesisch-Chinese dame heeft een prachtig verhaal. Toen ze pas in Nederland woonde had een neef van haar verkering met een meisje uit Coevorden. Er waren nog maar weinig allochtonen in Nederland en helemaal niet in Coevorden . Bij de kapper in Coevorden zat een dame onder de droogkap (de moeder van dat meisje), met krullers in haar haar. Er liep iemand langs het raam. Ze sprong op, haalde snel haar krullers uit haar haar en zei tegen de kapper: “Een Chinees, ik krieg geleuf ik bezeuk“.

 

Na het eten gaan we in de schitterende binnentuin thee drinken. Dit is de plek waar de welgestelden van Esfahan elkaar ontmoeten.

 

Om half twaalf zijn we in het hotel terug, helaas kunnen we hier niet internetten. We gaan de koffers pakken, het valt nog mee, we krijgen zelfs al onze aankopen er in, inclusief de kleden. De koffers zijn wel bijna niet meer te tillen, we hopen dat we geen overgewichttoeslag op het vliegveld hoeven te betalen.


 

 

Maandag 6 mei

 

Om half zeven worden we gewekt, terwijl is afgesproken dat dat om half acht zal gebeuren. We draaien ons nog even om, want we gaan pas om 9 uur weg. Vlak na het opstaan ziet Jenny een grote kakkerlak over de vloer lopen. Als we thuis zijn moeten we goed opletten dat er niet stiekem eentje is meegereisd! Als we even later de koffers op de gang zetten komt er nog een binnengewandeld. Het is maar goed dat we ze nu pas zien, anders hadden we vast niet zo goed geslapen.

 

Na het ontbijt vertrekt de bus om 9 uur. We gaan vandaag weer richting Teheran. In de bus stellen we een lijst met namen en (E-mail-)adressen op, Remco zal die aan iedereen sturen. Mariel en Madelon zijn erg nieuwsgierig naar ons gesprek met Iraj. Ze willen graag nog een keer naar Iran, maar dan met een klein groepje en een onafhankelijke gids. Ik geef ze het adres, zodat ze eventueel contact met hem kunnen opnemen. Onderweg weer veel woestijnen en op de achtergrond hoge bergen met sneeuw op de toppen. Hussein heeft er vandaag ook zin in hij draait voor het eerst muziek in de bus (traditionele Iraanse muziek), alle restjes snoep van de medereizigers komen tevoorschijn. 

 

Bij een oase (het plaatsje Targh) hebben we een pauze om foto’s te maken. In een bakkerij kunnen we bekijken hoe de traditionele broden worden gebakken. Ze lijken een beetje op pannenkoeken, na het kneden en uitrollen, worden ze met een soort tandwielen nagerold, daarna met  een kussentje tegen de binnenkant van de oven geplakt en na een paar minuten met een tang weer van de kant getrokken. Als ze net uit de oven komen zijn ze heerlijk krokant en knapperig. Bij de oase maakt Remco een groepsfoto.

 

Wij vertrekken weer. We bereiken het hoogste punt van onze reis de Carcasberg 3600 meter hoog. Hierna de volgende stop in het dorpje Natanz, voor de moskee staat een plataan die duizenden jaren oud is. Ook hier wordt weer druk gerestaureerd. Naast de moskee is een werkplaats van een pottenbakker, hij is een wereld beroemde kunstenaar uit een lange traditie (de 6e pottenbakker op rij uit de familie). We kopen een mooi blauwwit bord gemaakt door zijn grootvader.

Verder naar Kashan, met een mooi ommuurde binnenstad. Volgens de traditie vertrokken de drie wijzen vanuit deze streek naar Bethlehem. We eten hier in een restaurant dat gerund  wordt door een Engelse dame. Een traditionele keuken met allerlei heerlijke dingen. Het is een soort buffet. Van alles proeven we wat. Dit keer ook allerlei groentes.

 

Na het eten bezoeken we een koopmanswoning uit de 19e eeuw, met gescheiden afdelingen voor gasten. Hier zien we ook het ingenieuze systeem van de luchttorens (een soort airco).

Mohammed heeft een zaklantaarn nodig om het goed te kunnen laten zien. Toevallig zit de mijne in mijn handbagage. Hij is helemaal ondersteboven van die zaklamp (halogeen). Hij heeft zoiets waarschijnlijk nog nooit gezien. Met veel omwegen en verontschuldigingen vraagt hij of hij hem mag kopen. Ik ben blij dat ik die lamp aan hem kan schenken. Hij verontschuldigd zich nog vele keren en wil hem toch betalen. Dat gaat uiteraard niet door. Hij houdt niet op te zeggen hoe blij hij er mee is. Hij zal iedere keer als hij in Kashan is aan ons denken.

 

Om 5 uur vervolgen we onze reis richting Qom, de aller heiligste stad van Iran. Bij het verlaten van de provincie hebben we een zeer strenge politiecontrole.

Qom is niet toegankelijk voor niet Islamieten, we mogen tot aan de binnenring. Hier krijgen we 10 minuten om foto’s te maken. Zowel Mohammed als Ibrahim houden ons streng in de gaten en sturen iedereen die een pas te veel maakt beslist terug. Mohammed is erg nerveus. Aan de andere kant van de bus zit een militair nonchalant op een auto, houdt hij ons in de gaten?

In Qom bevindt zich de schrijn van Fatima de zus van de 8e Imam Rheza. Ook bij het verlaten van de stad worden we weer streng gecontroleerd. Tussen Qom en Teheran genieten we van een schitterende zonsondergang.

 

Vlak voor Teheran rijden we langs het mausoleum van Khomeini het Aramgah-e Khomeini. Een groot complex (de grootste islamitische constructie in de moderne wereld) met winkelgalerijen, een theologische hogeschool en hotels. De minaretten en de koepel wil men nog met bladgoud bedekken. Ook Khomeini’s zoon hojatolislam Ahmed is hier bijgezet. Vlak naast dit complex ligt de grootste begraafplaats ter wereld Behesht-e Zabra. Vele martelaren van de Irak-Iranoorlog hebben hier hun laatste rustplaats. Het is inmiddels al donker geworden er valt dus helaas weinig meer van te zien.

 

De bus passeert de voorsteden van Teheran op weg naar het Alighapoo restaurant waar wij ons afscheidsdiner zullen hebben.

Ook dit is weer een stijlvol restaurant waar traditionele gerechten worden geserveerd. Helaas gaat de beloofde life-muziek niet door, omdat het de rouwmaand is. Op het menu een uitgebreid salade buffet, kip-kebab en schalen met allerlei soorten vis en vlees, natuurlijk ook weer yoghurt, brood en water. Tegen twaalf uur neemt Mohammed afscheid van ons, morgen moet hij al weer een nieuw reisgezelschap begeleiden. Namens het reisbureau geeft hij ons een cadeautje (een miniatuur schilderijtje) persoonlijk houden we hier niet zo van, maar het idee is leuk.

Een collega van Mohammed, de chef van het Iraanse reisbureau Ipto, begeleidt ons naar het vliegveld.

 

 


 

Dinsdag 7 mei

 

Inderdaad, het is inmiddels al dinsdag geworden. Langzaam begeven we ons naar het vliegveld. De rit duurt nog een uur. Hussein weet de weg niet zo goed en rijdt een paar keer mis.

 

Tegen één uur komen we bij het vliegveld aan. De laatste Rials die we nog hebben wisselen we om voor Euro’s. De collega van Mohammed zorgt ervoor dat we ons gelijk kunnen inchecken (in plaats van om 3 uur). De bagage is wel wat te zwaar, maar de medewerker van Iran Air maakt er geen probleem van. Omdat we zo vroeg zijn kan ik een mooi plekje aan het raam voor Jenny reserveren. Zo de zware koffers zijn we kwijt.

 

Jenny heeft toestemming van een ambtenaar gekregen en kleedt zich al een beetje om; de gewaden die ze de laatste tijd heeft aangehad maken weer plaats voor een spijkerbroek en een truitje. De hoofddoek verdwijnt in haar handbagage (the airport is free and the plane also). Even later komt er een militair aan die Jenny gebaart dat ze haar hoofddoek toch maar weer op moet doen. We moeten nog wachten tot half zes plaatselijke tijd voordat we in het vliegtuig kunnen stappen. De vertrekhal is ruim en er zijn goede banken. Jenny probeert wat te slapen. Ik loop wat rond in de taxfree winkeltjes. Even later is Jenny ook weer op de been, het slapen wil niet lukken. We kopen voor Jenny bij een van die winkeltjes nog een parelcollier, we hebben nog dollars over. De rest bewaren we wel voor een volgende vakantie.

 

De tijd gaat redelijk snel. Om een uur of vier moeten we naar de vertrekgate voor de visumcontrole, deze controle stelt niets voor, er loopt iemand langs, die een stempeltje op onze boardingpas zet, zonder in onze paspoorten te kijken.

 

Om half zes worden we met een bus naar het vliegtuig gebracht. Het vliegtuig staat op de andere kant van het vliegveld, wel een kwartier rijden. Langzamerhand begint het ook weer licht te worden. Dit keer zit het vliegtuig niet zo vol, er zijn nog heel wat lege plaatsen. Jenny heeft inderdaad een mooi plaatsje, een paar meter achter de vleugels aan het raam. Om twintig over zes taxiet het vliegtuig naar de startbaan en stijgt soepel op. We vliegen dezelfde route als op de heenweg in tegengestelde richting. Iets minder hoog en gemiddeld 200 kilometer langzamer dan op de heenweg door de straalstroom.

 

Al snel wordt het ontbijt geserveerd: omelet, broodjes, jus d’orange, koffie, of thee, honing, kaas en fruit (mandarijntjes). Onderweg een rustige vlucht, ook nu geen turbulentie. Zo nu en dan val ik even in slaap, bij Jenny wil dat niet lukken. Aan het eind van de vlucht krijgen we nog wat versnaperingen (cake, pistache nootjes, een puddinkje en drinken). Hier en daar valt er wat te zien, maar er is niet zo veel van te maken. Ook deze reis kunnen we  behalve een Iraanse film, informatie zien waar we zijn, hoe hoog we vliegen, de snelheid, enz. op de televisieschermen. Als we boven de polders vliegen breekt het wolkendek. We zien de Flevo-centrale bij Lelystad, de dijk naar Enkhuizen, het Markermeer. We vliegen over Assendelft, langs Beverwijk richting Schiphol. Ook dit keer weer een perfecte landing. Nu moeten we ook weer met een bus naar de aankomsthal. Waarom dat is wordt ons niet duidelijk. De paspoortcontrole verloopt snel en we moeten nog een eindje lopen naar de hal waar onze koffers aankomen.

 

Amber één van onze reisgenoten komt naar ons toe en vertelt dat Pim Fortuyn gisterenavond is doodgeschoten. Nu zijn we echt weer met beide benen op de grond.

Ze heeft dit van één van de medewerkers op Schiphol gehoord. We weten nog niet zo goed wat we van dit verhaal moeten denken. Ondertussen nemen we afscheid van de rest van het reisgezelschap. We hoeven gelukkig niet lang op onze koffers te wachten en lopen door de “niets aan te geven” uitgang de aankomst hal uit. We gaan met de trein terug, en nemen een treintaxi vanaf het station naar huis. We gingen op reis met hoge verwachtingen en die verwachtingen zijn meer dan uitgekomen. We hebben de afgelopen dagen zoveel gezien en meegemaakt, eigenlijk alleen maar aardige mensen ontmoet en ons geen moment onveilig, of bedreigd gevoeld.